Hoe de TU Delft grote financiële risico’s neemt door miljoenen in een prestigieuze kliniek te steken

Universiteiten komen veel geld tekort, twittert Tim van der Hagen op 5 maart 2021. Dat is, schrijft de bestuursvoorzitter en rector magnificus van de Technische Universiteit Delft, „slecht voor het onderwijs, slecht voor het onderzoek, voor innovatie en voor studenten en medewerkers; kortom voor Nederland. En nu boter bij de vis!”

https://twitter.com/TimvanderHagen/status/1367738264497618948

Op hetzelfde moment dat Van der Hagen op Twitter (tegenwoordig X) meer overheidsgeld voor universiteiten vraagt, besluit hij achter de schermen voor de zoveelste keer miljoenen te steken in een noodlijdend prestigeproject van de TU Delft.

Jarenlang heeft Van der Hagen, samen met andere betrokkenen, binnen en buiten de universiteit gelobbyd voor de bouw van een zogeheten protonenkliniek op de campus van de TU Delft. Voorstanders zien protonentherapie als een veelbelovende vorm van kankerbehandeling, omdat de bestraling van tumoren met protonen theoretisch veel minder bijwerkingen oplevert dan de traditionelere bestraling met röntgenapparatuur. Maar andere wetenschappers, ook binnen de TU, twijfelen over de praktische meerwaarde van de behandeling, waarvoor nog weinig wetenschappelijk bewijs is. De behandeling is ook relatief duur.

De lobby slaagt en in 2018 opent de kliniek HollandPTC haar deuren, op de campus van Delft. Trotse aandeelhouders zijn de TU Delft en twee ziekenhuizen: het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en het Erasmus MC uit Rotterdam.

Tijdens de jarenlange strijd om protonentherapie op te nemen in de verzekerde basiszorg, hebben voorstanders gouden bergen beloofd, zo reconstrueerde het Nederlands Tijdschrijft voor Geneeskunde. Er zouden in Nederland duizenden patiënten voor deze innovatieve techniek te vinden zijn. In werkelijkheid blijft het aantal patiënten daar ver bij achter. De verliezen bij HollandPTC stapelen zich daardoor in razend tempo op. Binnen de raad van toezicht van de universiteit is halverwege 2019, nog geen jaar na de opening, al besproken dat de TU eigenlijk „niet meer extra geld [in HollandPTC] wil storten”, zo staat in interne vergaderstukken.

Illustratie Lynne Brouwer

In 2021 heeft de kliniek opgeteld 26 miljoen euro verlies geleden. Een raming in het voorjaar van 2021 voorspelt dat het tekort blijft oplopen, tot maximaal 70 miljoen euro in 2033. Binnen de TU Delft geldt de financiële situatie van HollandPTC als „onhoudbaar”. Zonder extra geld gaat HollandPTC „op relatief korte termijn” failliet, staat in interne stukken.

Maar een faillissement is nog onaantrekkelijker dan de kliniek met geldinjecties overeind houden. HollandPTC is gebouwd met behulp van een lening van 90 miljoen euro, verstrekt door de Europese Investeringsbank (EIB). Deze bank wilde het geld alleen uitlenen onder voorwaarde dat de drie aandeelhouders garant stonden. Met andere woorden: als HollandPTC het geld niet kan terugbetalen, is de TU Delft net als de twee andere aandeelhouders 30 miljoen euro kwijt.

Dus blijft het geld van de TU Delft richting HollandPTC stromen.

Een ‘innovatie-ecosysteem’

„Wij zijn een beetje een rare instelling”, zegt Tim van der Hagen tijdens een gesprek met NRC eind 2023. „Wij proberen geen geld te verdienen, maar uit te geven. Dat is onze taak: iedere euro optimaal besteden. Aan goed onderwijs, onderzoek en het verder brengen van innovaties naar de maatschappij.”

De miljoenen die zijn universiteit in HollandPTC heeft gestoken, moet je volgens Van der Hagen in dat licht zien. De protonenkliniek is „heel baanbrekend”, zegt hij. „We doen veel onderzoek naar gezondheid en naar straling. Die kliniek staat niet voor niets vlak bij onze kernreactor.”

Wij proberen geen geld te verdienen, maar uit te geven. Dat is onze taak: iedere euro optimaal bestedenTim van der Hagen bestuursvoorzitter en rector magnificus van de TU Delft

Uit onderzoek van NRC blijkt dat er binnen de universiteit grote zorgen zijn over de financiële betrokkenheid bij HollandPTC. Niet alleen vanwege de risico’s die de TU Delft ermee loopt, maar ook omdat de universiteit zich volgens sommige betrokkenen niet houdt aan de regels voor het inzetten van publiek geld in private ondernemingen, blijkt uit interne stukken.

Veel tijd om op vragen daarover in te gaan, neemt Van der Hagen tijdens het gesprek met NRC niet. Wel verwerpt hij categorisch elke suggestie dat de universiteit regels heeft overtreden.

Van der Hagen stond zelf mede aan de basis van HollandPTC. Hij zat vanaf 2008, toen nog als hoogleraar reactorfysica, in de stuurgroep die de haalbaarheid van de kliniek onderzocht. In mei 2014 werd hij er de eerste voorzitter van de raad van commissarissen.

Hij gelóóft in HollandPTC. En meer dan dat. De kliniek staat volgens hem voor iets groters: de manier waarop een moderne universiteit in de wereld moet staan. Niet alleen uitvindingen doen in stoffige laboratoria, maar innovaties „naar de maatschappij” brengen; zorgen dat ze ook een functie krijgen buiten de academische wereld. En intensief samenwerken met andere partijen, in dit geval met de academische ziekenhuizen Erasmus MC en LUMC.

‘Muren afbreken’, is zijn adagium als leider van de grootste technische universiteit van Nederland. Tussen onderzoeksdisciplines, tussen instellingen, tussen wetenschap en bedrijfsleven. „We zijn van die academische campus echt een innovatie-ecosysteem aan het maken”, zegt hij. „Naast de universiteit – de ivoren toren van vroeger, zou je kunnen zeggen – hebben we nu hogescholen, [onderzoeksinstituut] TNO en 275 bedrijven hier op de campus. Die bedrijven zitten dus niet apart in een hoekje van de campus, die zijn verweven met het primaire proces.”

Illustratie Lynne Brouwer

Als voorbeeld noemt Van der Hagen het project Geothermie Delft, waar de TU met een groep bedrijven, waaronder Shell, aardwarmte wil oppompen voor de verwarming van gebouwen. Of neem QuTech, waar de TU met computergiganten Microsoft en Intel aan kwantumtechnologie werkt. De versmelting mag bij zulke projecten zo volledig zijn „dat de medewerkers in de gezamenlijke projecten niet meer weten wie hun werkgever is: universiteit of bedrijf”, zei Van der Hagen in 2019 tegen Het Financieele Dagblad.

Het is Van der Hagens vertaling van wat de overheid sinds bijna twintig jaar van universiteiten verwacht: financiering ophalen bij het bedrijfsleven, onderzoek opzetten met bedrijven en andere instellingen, wetenschappelijke ontdekkingen te gelde maken via zogeheten spin-offs. Valorisatie, heet dat in de academische wereld. Van der Hagen is er hartstochtelijk voorstander van, zei hij in een speech.

Bij de TU Delft is Van der Hagen sinds 2016 collegevoorzitter. Sinds 2018 is hij daarnaast rector magnificus. Die combinatie van functies maakt hem eindverantwoordelijk voor zowel de bedrijfsvoering als de wetenschap. Het is ook een uitzonderlijke samensmelting van macht, die slechts bij één andere Nederlandse universiteit plaatsvindt.

Afgelopen jaren groeide de TU Delft uit tot een uiterst populaire bestemming voor onderzoeksgeld. De TU krijgt zowel van het ministerie van Onderwijs als uit het bedrijfsleven méér financiering dan de technische universiteiten van Eindhoven en Enschede bij elkaar. In 2022 kwam er 660 miljoen euro vanuit Den Haag, 170 miljoen uit het bedrijfsleven en 58 miljoen van andere geldgevers, zoals de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO). De TU is een „lieveling” van overheid en bedrijfsleven, zeggen direct betrokkenen. Volgens het Britse tijdschrift Times Higher Education is het ook de allerbeste universiteit van Nederland, nummer 48 van de wereld.

Maar, benadrukt Van der Hagen tijdens het gesprek op de campus: ondanks de toenemende versmelting met het bedrijfsleven is de TU zélf geen bedrijf. „Bij een bedrijf draait het toch meer om de omzet en marges. Wij steken nergens geld in om eraan te verdienen. Niet eens om quitte te spelen. Dat is onze taak helemaal niet.”

Een cultuur van uitgeven

De gevolgde werkwijze heeft een universiteit opgeleverd die aansprekende samenwerkingsverbanden aangaat en soms miljoenen verdient als een spin-off wordt verkocht. Zo hield de TU in 2022 volgens het eigen jaarverslag 9,4 miljoen euro over aan de verkoop van een bedrijfje in innovatieve audiospeakers aan fabrikant Sonos.

Maar er is een keerzijde. Binnen de universiteit heerst een cultuur van veel en gemakkelijk geld uitgeven, waarbij risico’s niet worden geschuwd en de financiële verantwoording vaak mager is, zeggen acht mensen die hoge functies bij de universiteit hebben (gehad) tegen NRC. Die lezing wordt onderbouwd door tientallen interne documenten waarin de krant inzage heeft gehad.

Zo zijn er al jarenlang interne zorgen over de losse wijze waarop verschillende faculteiten omgaan met subsidies voor wetenschappelijk onderzoek. Geld dat bedoeld is voor specifieke onderzoeken, wordt soms overgeboekt naar andere projecten; medewerkers en apparatuur worden betaald uit projectpotten die daar niet voor bedoeld zijn.

Binnen de universiteit heerst een cultuur van geld uitgeven, waarbij risico’s niet worden geschuwd en de financiële verantwoording vaak mager is

Betrokkenen wijzen als voorbeeld ook op de declaraties van buitenlandse dienstreizen. Volgens het eigen declaratiereglement is het voor medewerkers verboden buitenlandse dienstreizen te boeken buiten het door de TU Delft ingehuurde reisbureau BCD Travel om. Maar uit interne stukken blijkt dat universiteitsmedewerkers dit de afgelopen jaren toch voor miljoenen euro’s deden, een praktijk die het college van bestuur gedoogt.

NRC zag ook andere documenten in die wijzen op een losse declaratiecultuur. Zo declareerde een decaan enkele jaren geleden in één kwartaal ruim 1.800 euro aan lunchkosten, wat neerkomt op 27 euro per werkdag. Een andere hooggeplaatste medewerker declareerde in 2018 voor zeker 1.500 euro ritten in een Mercedes S-klasse met chauffeur, waaronder enkele ritjes tussen Rotterdam en Delft, à ruim 300 euro per keer. Voor een rit van 500 euro gaf bestuursvoorzitter Van der Hagen zelf toestemming, staat in de stukken. Volgens het reglement van de TU moet een dienstreis „op de minst kostbare wijze” worden uitgevoerd.

Zelf declareerde Van der Hagen volgens de jaarverslagen van de TU van 2017 tot en met 2022 ruim 107.000 euro aan onkosten voor binnenlandse dienstreizen. Die ritten werden veelal uitgevoerd in hetzelfde type Mercedes met chauffeur, blijkt uit interne stukken. In een reactie schrijft de universiteit dat „TU Delft juist op vervoerskosten heeft bespaard door niet langer gebruik te maken van eigen chauffeurs en dienstauto’s. Deze besparingsmaatregel is nota bene door Van der Hagen zelf ingevoerd”.

Illustraties Lynne Brouwer

Betrokkenen wijzen ook op de gebrekkige verantwoording van de hoge salarissen die de universiteit uitbetaalt. De voorganger van Tim van der Hagen als rector magnificus, Karel Luyben, bleef na zijn pensionering in 2018 nog drie jaar lang voor 60 procent bij de TU op de loonlijst, blijkt uit vertrouwelijke documenten. Die voortzetting van zijn dienstverband werd niet in de openbare jaarverslagen vermeld, hoewel dat volgens de Wet normering topinkomens wel had gemoeten. Het doel van deze wet is het voorkomen van te hoge beloningen in de publieke sector. Onderdeel daarvan is dat de beloning van (oud-)topfunctionarissen en hoge salarissen van andere medewerkers openbaar dienen te zijn.

Er zijn meer beloningen die volgens informatie die NRC heeft ingezien in het jaarverslag vermeld hadden moeten worden. Interne stukken suggereren dat die van enkele tientallen medewerkers – hoogleraren en decanen – de afgelopen jaren boven de wettelijke norm uitkwamen, dankzij toelages van 20 tot 25 procent op hun cao-salaris. Ook deze beloningen werden nooit in jaarverslagen genoemd. Ruim dertig medewerkers verdienden meer dan 200.000 euro per jaar, veel meer dan gebruikelijk op andere universiteiten.

De financiële risico’s die het universiteitsbestuur neemt met haar investeringen, leiden soms ook tot verliezen. In 2022, het laatste boekjaar waarvan cijfers zijn gepubliceerd, noteerde de investeringsmaatschappij van de TU negatieve resultaten bij tien dochterondernemingen. Bij deze deelnemingen werd voor 5,4 miljoen euro aan bedrijfswaarde afgeboekt. In 2018 besloot het college van bestuur 150.000 euro te steken in het initiatief van een universiteitsmedewerker om een bedrijfsruimte voor innovatieve ondernemers te bouwen. Dat gebeurde ondanks de waarschuwing van de eigen afdeling vastgoed dat de businesscase „flinterdun” was en de initiatiefnemers „geen goede reputatie” hadden. Kort nadat de 150.000 euro was overgemaakt ging de onderneming failliet. NRC beschreef eerder hoe het college van bestuur een monumentaal faculteitsgebouw tegen ongunstige voorwaarden en bewust onder de marktwaarde verkocht aan ingenieursbureau Royal HaskoningDHV.


Lees ook
Hoe de TU Delft een rijksmonument met miljoenen verlies verkocht aan Royal HaskoningDHV

Delft, Mijnbouwstraat, 21 oktober 2023Het oudste gebouw in TU-bezit is verkocht. Het markante Mijnbouwkundegebouw wordt het kantoor van ingenieursbureau Royal HaskoningDHV. Foto Walter Herfst

Het grootste financiële risico voor de universiteit is de protonenkliniek HollandPTC. Al in 2020 waarschuwde accountant EY het college van bestuur dat het project een risico vormde voor de „continuïteit” van de hele universiteit, blijkt uit een management letter van EY in handen van NRC. Die risico’s zijn nu zo groot dat dit de mogelijkheden van de universiteit beperkt om op de markt geld te lenen, blijkt uit interne stukken. Dat is van groot belang, want de TU Delft verwacht vanaf dit jaar geld bij banken te moeten lenen om financieel gezond te blijven.

Reddingsplan

In 2021, drie jaar na de opening, staat de protonenkliniek op omvallen. Naar de buitenwereld toe blijft het universiteitsbestuur optimistisch: „Na een moeizame start is er het afgelopen jaar een behoorlijke stijging van het aantal behandelde patiënten te zien, overigens nog niet zodanig dat HollandPTC break-even draait”, zo meldt het jaarverslag van de TU Delft. Het slechte nieuws staat pas 124 pagina’s verderop, namelijk dat HollandPTC „momenteel een negatieve waarde” heeft van 6,4 miljoen euro.

Eind dat jaar vertelt Marco van Vulpen, de medisch directeur van HollandPTC, in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde openhartig hoe de verwachte patiëntencijfers zijn opgeklopt om een vergunning voor de protonenkliniek te krijgen en hoe de patiëntenaantallen daarna vies tegenvielen, waardoor ook de mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek in de kliniek ernstig beperkt zijn. „We halen de ondernemingsplannen voor geen meter.”

De universiteit heeft dan al bijna 18 miljoen euro in de kliniek gepompt. Tijdens de bouw heeft de TU Delft voor 3,5 miljoen euro ‘aanloopverliezen’ op zich genomen, blijkt uit een intern accountantsverslag. Ook heeft de TU, net als de andere twee aandeelhouders, bijna 8 miljoen euro aan reserves in de kliniek gestort, blijkt uit het jaarverslag 2015 van de kliniek. Direct na de feestelijke opening wordt daarbovenop nog een lening van 2,5 miljoen euro verstrekt. In december 2019 leent de universiteit weer 2,5 miljoen aan de onderneming. Formeel is het een overbruggingskrediet dat HollandPTC binnen een jaar moet terugbetalen, maar dat wordt al snel met een jaar verlengd, zo blijkt uit interne stukken. Voor financiering van onderzoeksfaciliteiten betaalt de TU ook nog 500.000 euro per jaar.

Illustratie Lynne Brouwer

Nog is het niet genoeg. Samen met de andere aandeelhouders doet de universiteit in 2021 en 2022 een serie financiële kunstgrepen om HollandPTC voor faillissement te behoeden. De twee eerder verstrekte leningen van samen 5 miljoen euro worden omgezet in aandelen; dat geld hoeft de kliniek dus niet meer terug te betalen. Die nieuwe aandelen worden daarna meteen sterk afgewaardeerd. Volgens het jaarverslag over 2022 zijn de voor 5 miljoen euro gekochte aandelen maar 805.000 euro waard.

Daarnaast stelt de TU in 2022 een bedrag van 4,5 miljoen euro beschikbaar voor HollandPTC, blijkt uit jaarverslagen van de kliniek. Het is een achtergestelde lening zonder einddatum. Ook belooft de TU de jaarlijkse bijdrage voor gebruik van de onderzoeksfaciliteiten met terugwerkende kracht te verdubbelen, naar één miljoen euro per jaar. Die manoeuvre levert de kliniek in één keer 3 miljoen euro extra op.

In de tijd dat aan het reddingsplan wordt gewerkt, zijn er ook interne zorgen – en niet alleen over de financiële risico’s die de universiteit met de kliniek blijft nemen. Volgens sommige financiële experts binnen de universiteit gaat de steun aan HollandPTC in tegen de regels van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) voor beleggen en uitlenen van geld. Die regels zijn bedoeld om te voorkomen dat onderwijsinstellingen onverantwoorde risico’s nemen met het publieke geld waarover ze beschikken. Verleent de TU Delft zo geen ongeoorloofde staatssteun aan de kliniek? Mag de universiteit wel zoveel publiek geld steken in een onderneming met zo’n slechte kredietwaardigheid?

In reactie op vragen van NRC zegt het universiteitsbestuur dat deze regels niet van toepassing zijn voor geld dat de universiteit steekt in de uitvoering van haar wettelijke taken. Ter verdediging van die stelling verwijst de universiteit naar een brief van het ministerie van OCW uit 2015. Daarin schrijft het ministerie dat de oprichting van de protonenkliniek zou bijdragen aan onderzoek en onderwijs, en dat de Regeling beleggen, lenen en derivaten niet van toepassing is op de garantstelling die de TU verleent bij de lening van de EIB. De financiële steunmaatregelen van na 2015 zijn niet met het ministerie van OCW besproken, laat de universiteit in een reactie aan NRC weten.

Verleent de TU Delft zo geen ongeoorloofde staatssteun aan de kliniek? Mag de universiteit wel zoveel publiek geld steken in een onderneming met zo’n slechte kredietwaardigheid?

Maar ook het uitvoeren van de wettelijke taken – onderwijs, onderzoek en valorisatie – is aan wettelijke beperkingen gebonden. Zo mag een investering van een universiteit in een private partij niet leiden tot risico’s die „negatieve invloed” hebben op de uitoefening van de wettelijke taken. De investering moet „in redelijke verhouding staan” tot de verwachte meerwaarde. Er mag geen sprake zijn van staatssteun, en „over de investeringen met publieke middelen in private activiteiten wordt volledig en transparant verantwoording afgelegd in het bestuursverslag”.

Volledig en transparant over de investering in HollandPTC is de TU Delft niet. Informatie in het jaarverslag over de stand van zaken bij de protonenkliniek is summier en onvolledig: zo is de nieuwe lening van 4,5 miljoen uit 2022 in het jaarverslag van dat jaar niet te vinden. Ook maakt de TU hierin geen melding van een lening van ABN Amro ter waarde van 13,5 miljoen euro aan HollandPTC, waarvoor de TU volgens het jaarverslag van de kliniek voor een derde garant staat. Deze lening loopt op 1 april 2024 af. Volgens de universiteit is het krediet inmiddels verlengd, maar volgens een woordvoerder van HollandPTC is nog slechts sprake van een „voorstel voor verlenging” van de bank.

Intransparant zijn ook de vergoedingen die de TU Delft aan HollandPTC overmaakt voor het faciliteren van wetenschappelijk onderzoek. Al verstrekte leningen en garantstellingen zijn volgens de TU bedoeld voor „het beschikbaar hebben van waardevolle wetenschappelijk infrastructuur”. Waarom betaalt de universiteit daarbovenop dan nog miljoenen om in de kliniek onderzoek te mogen doen? Hoeveel de universiteit in totaal aan dit soort vergoedingen heeft betaald, wil een woordvoerder niet zeggen. „Dat is vertrouwelijk.”

Rijk gerekend

„Er is precies gebeurd waar wij al bang voor waren”, zegt Ben Crul. „Ze hebben zich rijk gerekend met patiënten die helemaal niet bleken te bestaan.” Crul onderhandelde in de jaren vóór de opening in 2018 namens zorgverzekeraar Zilveren Kruis samen met andere verzekeraars met de vier partijen die in Nederland protonenklinieken wilden oprichten – ook de academische ziekenhuizen in Groningen, Maastricht en Amsterdam droomden van een protonenkliniek.

De verzekeraars waren daar fel tegen. De hoge kosten voor de bouw van zoveel centra – die zouden moeten worden betaald uit de zorgverzekeringspremies – vonden zij onverantwoord en niet onderbouwd. In het buitenland waren al enkele protonenklinieken failliet gegaan. De verzekeraars wilden daarom voorzichtig beginnen, met één centrum.

Die kritiek was vooraf ook intern te horen. In twee commissies die de initiatiefnemers hadden ingesteld, uitten zeker twee wetenschappers grote twijfels: in Nederland was hooguit ruimte voor één protonenkliniek. Delft, zonder naastgelegen ziekenhuis, leek daarvoor geen logische locatie: het zou lastig worden patiënten voldoende medische ondersteuning te geven. Bovendien mochten er om die reden geen kinderen behandeld worden.

Jan Lagendijk, inmiddels emeritus hoogleraar klinische fysica radiotherapie in het UMC Utrecht, was één van die critici. Drie Nederlandse protonenklinieken was volgens hem veel te veel; Lagendijk twijfelde aan het aantal van zeshonderd potentiële patiënten per jaar. Ook waren er volgens hem andere technieken in ontwikkeling die zeer precieze bestraling met normale radiotherapie mogelijk maakten. „Ik vond het een slecht plan. En dat heb ik ook gezegd. Ze vonden mij niet solidair.” Hij en zijn mede-criticus waren daarna niet meer welkom als adviseur, vertelt Lagendijk. Een tweede bron bevestigt dat.

Waarom zagen Tim van der Hagen en zijn medebestuurders het eigenlijk als hun taak om de grootschalige behandeling van kankerpatiënten te financieren? De twee andere aandeelhouders zijn ziekenhuizen, zorg is hun kerntaak. Maar de TU Delft is geen zorginstelling. En waarom blijft het bestuur ondanks alle waarschuwingen en slechte vooruitzichten geld in de kliniek steken?

Illustratie Lynne Brouwer

Volgens de rector magnificus en bestuursvoorzitter moeten de miljoenen die naar HollandPTC gaan niet worden gezien als investering in een zorginstelling, maar in een onderzoeksfaciliteit. Een faciliteit die „belangrijk” voor de TU Delft is, „cruciaal” voor een aantal lopende onderzoeken en door meerdere faculteiten wordt gebruikt.

Na een vraag van NRC welke wetenschappelijke publicaties zijn voortgekomen uit onderzoek in de kliniek, stuurt de universiteit een memo van twintig kantjes over het belang van de kliniek voor onderwijs en onderzoek. Wetenschappelijke publicaties worden daarin niet genoemd, wel een twintigtal onderzoeksprojecten dat bij HollandPTC wordt uitgevoerd.

Dat de kliniek op onderzoeksgebied wel wat heeft opgeleverd, gelooft voormalig verzekeraarsadviseur Ben Crul niet. „[Voormalig] medisch directeur Van Vulpen zei al: er zijn veel te weinig patiënten om goed onderzoek te kunnen doen. Die was er wel eerlijk in.” Ook andere vooraanstaande bronnen binnen het vakgebied zijn sceptisch over de toegevoegde waarde van de kliniek. Uit angst hun baan te verliezen, willen ze niet met hun naam in de krant. Een van hen zegt: „Die memo is een verkooppraatje dat zijn weerga niet kent. Er is echt maar weinig gebeurd.”

De gedroomde zeshonderd patiënten per jaar zijn niet in zicht. Afgelopen jaar waren het er volgens de TU ruim 450. Hoewel de universiteit „vertrouwen heeft in het toekomstperspectief van HollandPTC” geeft het bestuur toe dat de patiëntenaantallen in 2023 alweer achterliepen op de businesscase die een jaar eerder werd opgesteld.

Emeritus hoogleraar Lagendijk ziet de toekomst van de kliniek somber in. Door vroegere diagnose zijn er minder patiënten met grote tumoren, waarvoor een protonenbehandeling het meest geschikt is. Ook is gewone radiotherapie afgelopen jaren sterk verbeterd. „Je ziet de markt voor protonen steeds kleiner worden”, zegt Lagendijk. „Het gaat eigenlijk dubbel slecht, ik zie daar geen oplossing voor.”

Voor Ben Crul is het duidelijk: „Dat ding in Delft had nooit gebouwd mogen worden. Onverantwoord dat ze dat hebben doorgezet.”

De TU Delft heeft naar eigen zeggen slechts gezocht naar „oplossingen die bijdragen aan een betere samenleving”, schrijft de woordvoerder na vragen van NRC. In dit geval een betere behandeling van kankerpatiënten. „Daar hoeven wij heus geen schouderklopje voor te krijgen, maar het zou wel goed zijn dat NRC dit uiteindelijke doel van onze deelneming in HollandPTC niet uit het oog verliest.”