
Een vuurwerkverbod is deze jaarwisseling niet haalbaar, zei staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Chris Jansen (PVV) donderdagnacht tot chagrijn van een deel van de Tweede Kamer. Dat deed hij tijdens het laatste debat over de initiatiefwet van Jesse Klaver (GroenLinks-PvdA) en Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren), waarin zij een algeheel vuurwerkverbod voor consumenten hebben opgesteld. Ook ziet Jansen problemen in het compenseren van ondernemers, dat zou door Europese staatssteunregels ingewikkeld liggen.
Mirjam Bikker van de ChristenUnie zei dat de „komende jaarwisseling een soort armageddon wordt waarin iedereen nog één keer zal losgaan en ontsporen” als er wél een verbod is aangekondigd, maar dat niet direct van kracht is.
Uit haar hoek kwam een belangrijk amendement, waarin zij voorstelt een vrijstellingsregeling te maken voor verenigingen zodat die met vergunningen wel vuurwerk kunnen blijven afsteken. Zonder dat amendement willen VVD en NSC, die nodig zijn voor een meerderheid, het vuurwerkverbod niet steunen.
Onder meer door die voorwaarde duurt het volgens Jansen anderhalf jaar om het verbod ingevoerd te krijgen. Volgens Jansen zou het nodig zijn om eerst de wet door de senaat te krijgen, en zou hij daarna pas aan de uitwerking kunnen beginnen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).
‘Stuitend’
Bikker, die erop wees dat ze zelf jarenlang in de senaat heeft gezeten, zegt dat „het niet nodig is om het hele traject af te wachten”, maar dat de ambtenaren van zijn ministerie alvast „alles in gereedheid” kunnen brengen wat betreft de AMvB. Jansen bleef bij zijn punt. Bikker: „De staatssecretaris moet niet doen alsof hij blanco moet beginnen. Dit is een kwestie van niet willen, in plaats van niet kunnen.” Ze verweet Jansen een „dogmatische stellingname”. Ook coalitiekamerleden Ingrid Michon-Derkzen (VVD) en Faith Bruyning (PVV) vroegen zich af waarom de staatssecretaris niet voor een versnelling kiest.
Ook stuitend vonden Kamerleden dat Jansen van de initiatiefnemers verwacht dat zijzelf met dekking komen, hetgeen volgens Bikker „initiatiefwetten onmogelijk maakt” omdat de Kamer niet beschikt over het ambtenarenapparaat dat bewindspersonen wel hebben. Michon-Derkzen vroeg zich af of Jansen zich realiseerde dat, als de wet wordt aangenomen híj verantwoordelijk is voor de wet. „Wat is ervoor nodig om te laten doordringen dat de uitdaging aan hém is?”
De indruk van de Kamerleden was dat Jansen vooral op zoek was naar problemen met het voorstel, zonder bezig te zijn met oplossingen. Door de oppositie werd gesuggereerd dat Jansen zélf tegen een vuurwerkverbod zou zijn, en daarom het invoeren van het verbod zou traineren.
BBB hint op kabinetscrisis
Onder de Kamerleden zelf leidde coalitiepartij BBB het verzet tegen het vuurwerkverbod. BBB-leider Caroline van der Plas: „Heel veel mensen genieten van vuurwerk, 45 procent geeft aan ervan te genieten. Die brave burger wil gewoon met zijn kind een sierpotje aansteken.” Ze vroeg zich af wat GroenLinks-PvdA zegt tegen déze mensen. Toen Ines Kostic van de Partij voor de Dieren zei dat de jaarwisseling weer leuk zal worden voor iedereen, stapte Van der Plas naar de interruptiemicrofoon. „Er zijn ongeveer 800 ondernemers” die „helemáál geen leuke jaarwisseling hebben” als er een vuurwerkverbod komt. „Mensen die misschien wel tonnen hebben geïnvesteerd” omdat ze aan veiligheidseisen moesten voldoen. Op de publiekstribune zat een drietal vuurwerklobbyisten en -ondernemers druk te knikken.
Van der Plas speelde de verschillen met de eigen coalitiegenoten hoog op, toen zij een motie indiende waarin ze stelde dat NSC en VVD breken met het hoofdlijnenakkoord als zij voor het vuurwerkverbod stemmen. „Omdat vuurwerk niet overal in Europa wordt verboden”, zei Van der Plas, gaat het om nationale wetgeving bovenop Europese wetgeving. Daar zijn inderdaad afspraken over gemaakt in het Hoofdlijnenakkoord, maar doorgaans interpreteren coalitiepartijen die als geldend voor specifieke thema’s, zoals landbouw. Toch hintte Van der Plas op een kabinetscrisis als haar coalitiegenoten zouden meestemmen. Uiteindelijk leek Van der Plas toch weer te willen sussen, maar niet voordat ongeveer de voltallige oppositie én Michon-Derkzen haar hadden aangesproken op het opblazen van het probleem.
