
Het wil samen maar niet lukken. Coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB vormen al zeven maanden een kabinet, maar tot een echte samenwerking komt het niet. In de coalitie én in de oppositie hoor je deze week dezelfde diagnose. De onderlinge weerzin is te groot. Partijen verrassen elkaar met plannen en uitspraken.
En, zo hoor je, er is niemand die regie heeft. Ook vorige coalities hadden het soms moeilijk. Maar dan was er altijd iemand die ervoor zorgde dat de partijen met elkaar bleven praten, die het gedeelde belang benadrukte, de sfeer goed hield. Én die zorgde voor steun buiten de coalitie. De premier, een fractievoorzitter, een onopvallende staatssecretaris. Elke coalitie heeft zo’n oliemannetje. Maar déze coalitie is los zand: er is niemand die deze rol speelt. En daardoor doet iedereen maar wat.
‘Vertrouwen beschaamd’
Deze week werd duidelijk waar dat toe kan leiden. Dde oppositiepartijen die best willen samenwerken met het kabinet en die nodig zijn voor een meerderheid in de Eerste Kamer, twijfelen of ze die steun nog wel willen geven. Zo zegt CDA-leider Henri Bontenbal: „De zin van de constructieve oppositie om samen te werken neemt af.” Hij doelt op de fracties van D66, CDA, ChristenUnie en SGP, die de coalitie eind vorig jaar te hulp schoten met de onderwijsbegroting en het belastingplan. „Politiek gaat over vertrouwen. Dat moet je niet beschamen.”
Niemand in Den Haag is bij machte deze negatieve spiraal te doorbreken
De macht van deze coalitie ligt in de Tweede Kamer, waar de vier politieke leiders zitten. Maar Bontenbal ziet dat de verhoudingen zo slecht zijn en dat er onderling zo weinig wordt gedeeld, dat hij niet meer wil onderhandelen met Geert Wilders, Dilan Yesilgöz, Pieter Omtzigt en Caroline van der Plas. „Je bent alleen maar naar hun gevechtjes aan het kijken, ze spreken niet met één mond.”
Bontenbal wil alleen nog maar met kabinetsleden zaken doen. Maar dat is niet eenvoudig. „Het lastige is dat de coalitie het intern niet op orde heeft. Hun fractievoorzitters zeggen: de bewindspersoon levert niet, dus gaan we het zelf maar doen. En dan staan wij steeds voor de vraag: accepteren we dat of niet? De vorige keer deden we dat, maar dat is ons niet bevallen.”
Oppositie verbijsterd
De verbijstering bij de oppositie over de manier waarop coalitiepartijen zich van hen vervreemden, was afgelopen donderdag zichtbaar in een debat over de btw. Dit dossier werd door de oppositie gezien als een test: kunnen wij jullie vertrouwen?
De oppositie was eerder bereid een deal met het kabinet te maken. Zij zouden het belastingplan steunen, het kabinet zou in ruil daarvoor een voorgenomen btw-verhoging op sport, cultuur, media en boeken terugdraaien. Zolang het geld daarvoor niet gevonden was, zou de verhoging wel in de wet blijven staan. Donderdag dreigde PVV-Kamerlid Tony van Dijck dat de voorgenomen maatregel tóch door zou gaan als de oppositie niet met een plan kwam. „Constructief willen we zijn”, zei CDA-Kamerlid Inge van Dijk verbouwereerd. „Maar het kent ook grenzen.” Het CDA, zegt Bontenbal nu, zou niet snel weer een afspraak op basis van vertrouwen maken met het kabinet. „Ik ben daar veel meer terughoudend in.”
Er is niemand die namens de coalitie met de oppositiepartijen kan praten. Er is geen eenheid, klinkt het in de oppositie. Wat de fractievoorzitters daar wel zien: PVV’ers, VVD’ers, BBB’ers en NSC’ers die los van elkaar met eigen plannen komen. Partijleiders van coalitiepartijen die komen klagen en roddelen over elkaar, en over hun niet-afgestemde plannen die niet in lijn zouden zijn met het hoofdlijnenakkoord.
Zo was er ergernis over BBB, dat in de Eerste Kamer probeerde vijf miljard euro uit het klimaatfonds naar de boeren te laten gaan. Over NSC, dat met een eigen pensioenplan komt. Over de VVD, dat met een initiatiefwet kwam om geweld tegen hulpverleners tegen te gaan. En over de PVV, waar ze helemaal niet aan afstemming doen.
Gesprekken op straat
Geert Wilders dreigde via X met een kabinetsval. Wilders verklapte bovendien dat „een NSC-bewindspersoon”, die hij niet bij naam wilde noemen, bij hem langs was gegaan om te praten over asiel. De PVV wil het asielpakket van hun minister Marjolein Faber niet aanpassen, zelfs niet na een kritisch advies van de Raad van State. Deze NSC’er, het ging om vicepremier Eddy van Hijum, wilde over mogelijke wijzigingen praten. Dat gesprek, dat in andere coalities vertrouwelijk blijft, lag meteen op straat.
In coalitie, oppositie en kabinet begreep niemand waar Wilders mee bezig was. NSC had niet laten merken tégen de plannen van Faber te zijn. En dan toch zo’n aanval. Het versterkt het idee dat al lang leeft bij de vier coalitiepartijen, en waar ze zich ook al lang naar gedragen: niemand is bij machte deze negatieve spiraal te doorbreken, waardoor het kabinet over ieder onderwerp zou kunnen vallen, groot of klein.
Zelfs Dick Schoof niet, die vaak zelf zegt dat zijn status als partijloos premier hem helpt om partijen bij elkaar te brengen. Maar in de coalitie en oppositie merken ze weinig tot niets van Schoof. Hij belt weinig, zeggen oppositiepartijen. Hij mist het gezag, zeggen ze in de coalitie. Hij wijkt daarin af van zijn voorgangers Mark Rutte (VVD) en Jan Peter Balkenende (CDA), die van alles op de hoogte wilden zijn en niet verrast wilden worden door wat er in hun coalities gebeurde.
Schoof zei vrijdag dat het aan de fractieleiders van de coalitie in de Tweede Kamer is om elkaar niet te verrassen en om de oppositie tevreden te houden. Hij ziet dat niet als zíjn verantwoordelijkheid. „Ik voer de regie over het kabinet.”
