Als je het zo vaak hoort, kun je het vanzelf gaan geloven: het heeft geen zin om een baan te zoeken vanuit de bijstand. Je inkomen zal er niet of nauwelijks door verbeteren. Ook landelijke politici zeggen graag: werken loont niet in Nederland.
Maar het klopt niet, zegt Tim Versnel (VVD), wethouder werk en inkomen in Rotterdam, in zijn werkkamer in het stadhuis. „Deze schadelijke mythe moet zo snel mogelijk de wereld uit.” Hij ontdekte kort na zijn aantreden, drie jaar geleden, dat het veel bijstandsgerechtigden in zijn stad ontmoedigt. Versnel: „Ze denken: waarom zou ik gaan werken?”
Honderden euro’s meer per maand
Versnel vroeg ambtenaren om berekeningen te maken, en die lieten zien: bijna altijd ga je er met een baan op vooruit. „Je hoeft er niet eens voltijds voor te werken”, zegt Versnel. „Ook bij een werkweek van 26 uur gaat het vaak om honderden euro’s extra per maand. Dat is toch waanzinnig? Het is belangrijk dat iedereen dat weet.”
Daarom krijgen Rotterdammers in de bijstand nu voorgerekend hoe hun inkomen verandert als zij aan het werk gaan. Een complete, persoonlijke berekening, waarin ook alle effecten van het salaris op bijvoorbeeld toeslagen, gemeentelijke regelingen en alimentatie worden meegenomen.
Dat werkt motiverend, zegt ook ambtenaar Ikram Benabdelouahhab, die als ‘werkcoach’ Rotterdammers in de bijstand begeleidt. Mensen hebben vaak meerdere redenen om geen baan te zoeken, vertelt Benabdelouahhab in een gemeentekantoor in de wijk Feijenoord. „Maar ook dan helpt het voor mensen als ze zien dat werken méér loont dan zij dachten.”
Zoals voor de 46-jarige vrouw die nu naast de werkcoach aan tafel zit om haar verhaal te vertellen. Zij zat met een burn-out in de bijstand toen Benabdelouahhab de berekening voor haar maakte. De vrouw was mentaal nog niet toe aan een baan, maar nu zag ze dat ze met een baan „meer, veel meer” inkomen zou krijgen dan ze dacht, zelfs in deeltijd.
Het gaf haar een duidelijk doel. „Ik wist dat ik niet meteen morgen uit de bijstand kon zijn”, zegt ze, „maar er kwam een soort vuur in me: ik ga uit die uitkering”. Een printje van de berekening hing ze thuis op de koelkast en geleidelijk ging ze meer uren werken. Tot ze geen uitkering meer nodig had.
Angst voor verandering
Wat Benabdelouahhab vaak ziet, zeker bij mensen die al lang in de bijstand zitten, is angst. „Angst voor verandering.” Moet ik straks toeslagen gaan terugbetalen? Raak ik mijn salaris kwijt aan de dure kinderopvang? De bijstand is misschien niet hoog, zegt de werkcoach, maar „je hebt wel zekerheid over wat je krijgt”.
Ook wethouder Versnel heeft dat vaak gehoord van bijstandsgerechtigden. „Mensen zijn bang dat hun inkomen heel wiebelig wordt. Als je dan ook nog twijfelt of je er onder de streep op vooruitgaat, dan is het best begrijpelijk dat je je afvraagt: waarom zou ik die stap zetten?”
Waar die mythe vandaan komt, vindt Versnel „een moeilijke vraag”. Feit is dat vooral VVD-leider Dilan Yesilgöz vaak, zeker de laatste weken, verkondigt dat werken niet loont. Een maand geleden presenteerde haar partij een ‘agenda voor werkend Nederland’, met onder meer plannen om de overheid meer geld te laten uitgeven aan werkenden, en minder geld aan mensen in de bijstand.
Bij de presentatie daarvan zei ze dat je „met niets doen meer geld kunt krijgen dan met hard werken”. In tv-programma Dit is Tijs zei ze: „Niet werken wordt meer beloond, dat is wat je nu ziet.”
Draagt Versnels partijgenoot daarmee niet bij aan de mythe die de wethouder zo schadelijk vindt? Versnel is niet van plan om zijn partijgenoot af te vallen. Er is één groep, zegt hij, voor wie een baan nemen nog niet loont. „Een echtpaar dat samen in de bijstand zit, is daar beter af dan als één van hen gaat werken. Dan verliezen ze allebei hun uitkering en krijgen ze er maar één klein loon voor terug.” En, zegt de wethouder: mensen die eenmaal een baan hebben, houden er vaak te weinig geld aan over als zij meer uren gaan werken, bijvoorbeeld doordat zij daardoor minder toeslagen krijgen.
Minimumloon
Dus er is inderdaad een probleem, volgens Versnel. „Méér werken loont onvoldoende. Maar wéér werken loont. Het scheelt bijna een letter, maar die is cruciaal.”
Het is de verantwoordelijkheid van politici, zegt Versnel, om precies te formuleren. „We moeten niet zeggen dat aan het werk gaan vanuit de bijstand niet loont, want het tegendeel is waar. We hebben het hier natuurlijk uitgebreid over gehad in de partij, ook met Dilan erbij.”
Aan het werk gaan zou nog wel meer mogen lonen, vindt ook werkcoach Benabdelouahhab. „Bijvoorbeeld door het minimumloon op te schroeven.” Het verbaast haar dat fysiek zwaar werk, „waarbij je in zeven tot tien jaar je rug verslijt”, vaak nauwelijks meer oplevert dan het minimumloon.
Maar de werkcoach ziet ook hoe mensen kunnen opbloeien zodra ze weer werken. „Ik kreeg een heel leuk bedankje van een vrouw die achttien jaar in de bijstand had gezeten.” Ze had veel last van migraine en rugpijn. „Maar mede doordat ze zag hoeveel ze er financieel op vooruit zou gaan, is ze in kleine stapjes weer aan het werk gegaan.”
De klachten van de vrouw zijn nooit helemaal verdwenen. „Maar dat ze weer meedeed in de maatschappij en minder tijd had om stil te staan bij haar problemen, hielp haar wel om fysiek sterker te worden”, zegt Benabdelouahhab. „Ze zei: als ik dit achttien jaar eerder had geweten, was ik nooit zo lang in de bijstand gebleven.”
Go Ahead Eagles heeft zich verrassend geplaatst voor de finale van de KNVB-beker. Het elftal van trainer Paul Simonis was in Eindhoven te sterk voor PSV: 1-2. Het is voor het eerst sinds 1965 dat Go Ahead Eagles in de finale staat.
Go Ahead leidde bij rust met twee doelpunten verschil. Verdediger Gerrit Nauber kopte de Deventenaren in de 25e minuut uit een hoekschop van Dean James op voorsprong. Enkele minuten daarna verdubbelde Victor Edvardsen na een snel en goed uitgevoerde counter de voorsprong (0-2).
Ivan Perisic bracht de spanning na een klein uur spelen terug. De Kroaat benutte een strafschop die was gegeven na hands van Nauber. Go Ahead wankelde en zag Perisic en Ismael Saibari goede kansen missen.
Heracles Almelo of AZ is op 21 april in De Kuip de tegenstander van Go Ahead in de finale. Die twee clubs spelen aanstaande donderdag tegen elkaar.
De Amerikaanse actrice Michelle Trachtenberg, bekend van de series Gossip Girl en Buffy the Vampire Slayer en de film EuroTrip, is op 39-jarige leeftijd overleden. Dat melden meerdere Amerikaanse media, waaronder ABC News. Volgens politiebronnen werd Trachtenberg door haar moeder dood gevonden in haar appartement in New York op woensdagochtend (lokale tijd). De actrice zou recent een levertransplantatie hebben ondergaan, waar ze mogelijk complicaties van ondervond. De politie zegt de doodsoorzaak nog te onderzoeken, al is er geen direct vermoeden van kwade opzet.
Trachtenberg werd geboren op in 1985 in New York. Ze was de dochter van Joodse immigranten uit Duitsland en Rusland, maar werd opgevoed door haar oudere zus Irene in Brooklyn.
Haar carrière begon al op driejarige leeftijd toen Trachtenberg in reclamespotjes speelde. Op televisie debuteerde ze voor het eerst bij de zender Nickelodeon waar ze in meerdere series acteerde. Toen Trachtenberg vijftien was, speelde ze het personage Dawn Summers inde serie Buffy the Vampire Slayer, de jongere zus van de hoofdpersoon Buffy Summers (gespeeld door Sarah Michelle Gellar).
Scotty Doesn’t Know
In 2004 kreeg Trachtenberg een van de hoofdrollen in de komediefilm EuroTrip. Een film die aanvankelijk slechte recensies kreeg, maar volgens sommige critici uitgroeide tot een zogenoemde ‘cultclassic’. Zo bekroonde het tijdschrift Rolling Stone in 2023 de soundtrack van die film, het bekende nummer Scotty Doesn’t Know geschreven door de band Lustra (gezongen in de film door de acteur Matt Damon), tot tweede beste liedje ooit gemaakt door ‘fictieve’ muzikanten.
Later was Trachtenberg opnieuw onderdeel van een iconische productie; ze speelde de rol van Georgina Sparks in de populaire serie Gossip Girl. De serie werd een wereldhit en wordt tot op de dag van vandaag gestreamd. Trachtenberg beschreef haar rol als Georgina Sparks in 2008 tegen New York Magazineals „in feite de gemeenste bitch uit de hel” en noemde haar „het beste personage dat ik ooit heb gespeeld”. Nadat Gossip Girl in 2022 een vervolg kreeg hernam Trachtenberg na tien jaar haar rol als Georgina.
Trachtenberg werd in haar carrière genomineerd voor diverse prijzen en won drie keer een Young Artist Award, in 1997, 1998 en in 2001.
<dmt-util-bar article="4884579" headline="Actrice Michelle Trachtenberg, bekend van Gossip Girl en EuroTrip, overleden op 39-jarige leeftijd” url=”https://www.nrc.nl/nieuws/2025/02/26/actrice-michelle-trachtenberg-bekend-van-gossip-girl-en-eurotrip-overleden-op-39-jarige-leeftijd-a4884579″>
Ogen lezen. Sami al-Ajrami is er een expert in geworden. Bij elk gesprek dat hij voert, bestudeert hij de ogen van zijn gesprekspartner. Hoe vaak iemand wegkijkt, of iemand dwars door hem heen kijkt. Sami zag het zo vaak gebeuren, bijvoorbeeld bij een neef na een zoveelste Israëlisch bombardement. Lege ogen, die verraden dat iemand het niet meer aankan. Het kan ‘shell shock’ zijn, een trauma, of iemand is gewoon helemaal dolgedraaid.
Er is nog een reden waarom Sami zich in ogen is gaan verdiepen. Het gaat hem ook om hemzelf. Secuur volgt hij hoe iemand kijkt in een gesprek, omdat hij wil weten of hij zélf gek is geworden. Mensen die zijn doorgedraaid, wéten dat meestal niet. Ze denken dat ze normaal zijn, terwijl hun omgeving wel beter weet. Dat heeft hij vaak genoeg gezien. Dat besef heeft hem wantrouwend gemaakt. Misschien doet iedereen wel alsof je nog dezelfde bent als vroeger, terwijl ze achter je rug om zeggen: ‘Wat verdrietig hè? Sami ook al.’
Is hij gek geworden? Is hij nog dezelfde die hij was vóór 7 oktober 2023, de dag dat de oorlog tussen Israël en Hamas begon? Is hij gebroken? Een antwoord heeft Sami nog steeds niet, vertelt hij nu. Hij telt hoe vaak hij huilt, piekert of dat te veel of te weinig is, denkt na of hij uitvalt naar mensen. Hij denkt, of hoopt, dat het meevalt. „Misschien ben ik helemaal dolgedraaid. Misschien wel niet. Graaf maar niet te diep in het hoofd van een Palestijn. Je vindt er altijd duisternis.”
Op 17 april 2024, hij was toen 57 jaar, werd Sami al-Ajrami opnieuw geboren, zoals hij het zelf noemt. Op die dag wist hij Gaza te ontvluchten, een half jaar na het begin van de oorlog. Sami is geboren in Gaza, is in alles aan het piepkleine gebied verbonden. Nu hij er weg is, lijkt het leven van toen ook verdwenen. Herinneringen zijn alleen nog vaag. Simpele dingen, zoals de naam van een stamcafé in Gaza-Stad, schieten hem niet te binnen. Gaza lijkt weg.
In Gaza was het leven zwaar, natuurlijk, maar Sami wist precies wie hij was. Hij werkte jarenlang voor de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoud Abbas als ‘analist Israëlische zaken’. Na de gewelddadige machtsovername door Hamas in 2007 werd hij journalist voor Israëlische en buitenlandse media, waaronder, sinds 2010, NRC. Sami reed correspondenten rond, regelde interviews, vertaalde, en redde journalisten met gevaar voor eigen leven uit benarde situaties. Tijdens lange werkdagen raakten we in 2010 bevriend.
Waar ik nu mee worstel, de vraag wie ik ben, daar zit bijna iedere Gazaan nu mee
Nu zit Sami op zijn balkon in De Tiende Dag van Ramadan, anderhalf uur rijden ten oosten van Caïro. De stad is het Suburbia van Egypte, met groene parken, brede straten en veel rust. Een conservatief-islamitische stad ook, waar mensen zich traditioneler kleden dan in Caïro. Sami kijkt uit op de snel uitdijende stad, zijn goed verzorgde moestuin, en daarachter het eeuwige geel van de Egyptische woestijn. Hier, in zijn nieuwe huis, drinkt hij zijn ochtendkoffie en rookt hij zijn sigaret, net als hij deed in Gaza. En hier vraagt hij zich hardop af wie hij is zonder alles wat hem Sami maakte: zijn werk, zijn bezittingen, zijn familie en vrienden. En zijn geheugen. De koffie en het uitzicht kalmeren hem, zegt hij.
Talloze koffies en sigaretten later heeft hij het antwoord nog steeds niet. Na zijn vlucht was hij een tijd stil, hij kon niet over zijn oorlogservaringen praten. Na enkele maanden ging hij schrijven. Hij schreef een verslag van de oorlog tussen Israël en Hamas, De sleutels van het huis, dat deze week in Nederlandse vertaling verschijnt. „Deze oorlog gaat niet alleen om de doden, de bommen, of de honger. Het is ook een oorlog om onze identiteit. Waar ik nu mee worstel, de vraag wie ik ben, daar zit bijna iedere Gazaan nu mee.”
Sami denkt aan de succesvolle zakenman die hij in de periode van de zwaarste bombardementen van de Gaza-oorlog tegenkwam op het strand van Rafah. Het was een van de laatste toevluchtsoorden om nog te schuilen voor Israëlische bommen. „Het was een man met een enorme status. Opeens was hij niemand meer, en zat hij daar, trillend van kou en honger in zijn tent, zijn Mercedes slordig achtergelaten. Of ik zag de eigenaar van een restaurant in Gaza-Stad die ooit zo trots was op haar plek, smekend op het strand om pitabroodjes om in leven te blijven.” Niemand hield meer doodsoorzaken bij, maar Sami zegt dat veel mensen zijn gestorven aan een gebroken hart.
Sami al-Ajrami (1967) heeft een zachte stem en een zachtaardig voorkomen. Maar hij weet wat hij wil. Hij regelt zijn zaakjes zelf, en eist in ruil autonomie op: hij doet de dingen zoals hij het zelf wil. Dat was altijd al zo. Hij trouwde, een gearrangeerd huwelijk, en kreeg een tweeling, de nu 20-jarige Ruba en Bisan, maar voelde zich diep ongelukkig en scheidde na enkele jaren van zijn vrouw. Hij is overtuigd atheïst. Geloof brengt alleen maar ellende, is zijn overtuiging. Hij drinkt alcohol. En hij spreekt vloeiend Hebreeuws, de taal van de vijand.
Sami al-Ajrami met de Italiaanse vertaling van zijn boek De sleutels van het huis.Foto Fatma Fahmy
Met hulp van een studieboek leerde Sami zichzelf deze taal in de jaren negentig. Zo kon hij in Tel Aviv in de bouw werken, Gaza was toen nog niet afgesloten van de buitenwereld. Zijn talenkennis leverde hem later een baan op bij de Palestijnse Autoriteit, en als correspondent voor Israëlische media – totdat Hamas het hem verbood. Vaak heb ik hem luid bellend in het Hebreeuws over straat zien lopen in Gaza, tot verbijstering van voorbijgangers.
Sami groeide op in het vluchtelingenkamp Jabalia, in het noorden, één van de meest gebombardeerde plekken van Gaza. Zijn grootouders waren bedoeïenen uit de buurt van Beër Sjeva, nu Israël. In 1948, toen Israël werd gesticht, werden ze met hun zes kinderen verjaagd naar Jabalia. In Sami’s geboortejaar 1967, toen Israël in de Zesdaagse Oorlog ook de Westelijke Jordaanoever bezette, vluchtten opnieuw honderden Ajrami’s naar Gaza. De clan bestaat nu uit zo’n zevenduizend familieleden, met een eigen bestuur en een mukhtar (een clanhoofd), eigen rechtspraak, zelfs een eigen straat in Jabalia, Ajrami Street, waar ook Sami’s familiehuis gebouwd werd.
Het drama van Sami, en van de Palestijnen in Gaza, begon niet op 7 oktober 2023. Gaza is volledig geïsoleerd sinds 2007, met muren, hekken, uitkijktorens en drones. Zoals iedere Gazaan leefde hij in een permanente angst voor zijn leven. De laatste oorlog was zijn vierde, en tel daar een burgeroorlog, twee Intifada’s (opstanden) en vrijwel dagelijkse luchtaanvallen bij op. Zijn dochter Bisan verloor in 2012 drie vingers van haar rechterhand bij een Israëlische luchtaanval. De gebeurtenis heeft zijn beide dochters diep getraumatiseerd. Nooit kon Sami zijn kinderen veiligheid bieden.
En altijd is er de dictatuur van Hamas, die mensen bang maakt. „Gazanen praten nooit openlijk over politiek, maar de frustratie loopt al zeventien jaar op. Hamas doet niets voor de eigen bevolking, speelt alleen maar dit macabare spel met Israël. Wij betalen de prijs met onze levens, onze veiligheid. Ze hebben nooit iets voor de bevolking gedaan, ze hebben geen weg aangelegd of school gebouwd, dat gebeurt alleen maar met hulpgeld. En de schaarse goederen die binnenkomen, zijn onbetaalbaar omdat we er hoge belastingen over moeten betalen. Als je er openlijk iets van zegt, schieten ze je in de benen of beland je in de gevangenis. Ze misbruiken de islam om kritiek onmogelijk te maken. De meeste mensen zijn diep religieus in Gaza, daar speelt Hamas op in.”
En hoe leefde hij, als atheïst, onder een conservatief-islamitische dictatuur? Sami neemt een extra lange trek van zijn sigaret, en kijkt lang voor zich uit. Dan zegt hij: „Ik heb mijn gemeenschap van vrienden en familie, zij weten dat ik niet geloof. Maar over religie praten in Gaza doe je niet, je uit je diepste gedachten nooit in het openbaar. Het is gevaarlijk.”
Sami is hier zo in getraind dat hij zijn atheïsme, in De Tiende Dag van Ramadan, goed kan verbergen. Hij haalt een paar keer per week eten bij een uitdeelpunt voor arme stadbewoners verderop in de straat, vooral om een sociaal netwerk te bouwen. Mensen kennen hem daar als ‘de Palestijn’. Hij helpt buren met klusjes en geeft ze ideeën om van hun voortuin een moestuin te maken. Hij wijst vanaf zijn balkon de moestuinen aan die onder zijn toezicht zijn aangelegd. Overal in de straat zijn mensen aan de slag gegaan met plantjes en irrigatiesystemen. „In Gaza hebben we geleerd iedere vierkante meter te benutten om ruim twee miljoen inwoners te voeden. Jullie verbouwen niets, waarom gaan jullie Egyptenaren zo slordig met jullie ruimte om?”
Sami houdt van land bewerken. De laatste keer dat hij echt gelukkig was, was hij aan het werk op zijn akkertje in het noorden van Gaza. Dat was op de avond van 6 oktober 2023. Sami had al zijn spaargeld gestoken in zijn langgekoesterde droom: een eigen stuk grond van vijfhonderd vierkante meter, waarop hij groente kon verbouwen en een huis kon bouwen, vlak bij de grens met Israël. Die dag had hij gewerkt aan het huis, met de buurman gekletst en gelachen. Het was laat geworden.
Op de vlucht
Het is gevaarlijk om te dromen in Gaza, zegt Sami nu. In de vroege ochtend van 7 oktober werd hij wakker van harde dreunen. Hamas stak de grens met Israël over en richtte daar een bloedbad aan. Ondenkbaar, dacht Sami altijd. Zelfs nu, een jaar en vier maanden later, kan hij het nog bijna niet geloven. „Iedere geit die te dicht bij de afscheiding kwam grazen, werd meteen doodgeschoten dankzij een volledig geautomatiseerde grensbewaking. En nu was er gewoon niemand om ze te stoppen.” Aan Israëlische zijde vielen 1.139 doden, het merendeel burgers. Ruim tweehonderd mensen werden als gijzelaar naar Gaza ontvoerd.
De Israëlische bommen vielen al snel overal in Jabalia. Sami wist dat de oorlog lang zou duren en hij besloot met zijn familie te vluchten naar het zuiden, waar het hopelijk veiliger was. In Deir al-Balah had zijn zus Sanaa een groot vakantiehuis laten bouwen, dat de familie ‘het chalet’ noemde. Het huis puilde al snel uit: driehonderd familieleden vonden er een plek. Iedereen kreeg een taak om de familie in leven te houden. Vrouwen moesten op zoek naar brood, kinderen moesten drinkwater zien te vinden of op de kleuters passen. Sami en de andere mannen moesten brandstof bij elkaar zien te scharrelen.
De dood was overal. Bommen vielen op drukke markten, scholen, op vluchtwegen. Op advies van Sami was een deel van zijn familie vanuit het belaagde noorden naar een ander huis in Deir al-Balah gevlucht. Juist dat huis werd kort daarop gebombardeerd, veertien familieleden kwamen om het leven. Sami zag de lichamen in het ziekenhuis liggen toen hij er als journalist verslag van deed. Zijn achteraf verkeerde advies kwelt hem tot vandaag.
Erger dan de dagelijkse angst voor de dood was de honger. Er was voor de volwassenen maar voldoende voor één maaltijd per dag, meestal rijst en bonen uit blik. Het ontbijt bestond uit thee zonder suiker. De maaltijd moest zo laat mogelijk gepland worden, zodat niemand met al te veel honger naar bed zou gaan.
Een maand na zijn vlucht naar Deir al-Balah nam Sami het besluit verder naar het zuiden te trekken. Hij kon niet werken in het overvolle familiehuis, en veilig was hij er nooit. Met zijn dochters trok hij in bij zijn vriend Said in Khan Younis, zijn familieleden bleven achter. Het huis werd een verzamelplek voor de progressieve vriendengroep van Sami, onder wie zijn goede vriendin Fatma Ashour, een bekende mensenrechtenadvocaat. Met twee vrienden nam hij de dagelijkse leiding van het huis op zich, en probeerde hij het schaarse voedsel eerlijk te verdelen.
Ook in Khan Younis waren Sami en zijn dochters niet veilig. „Vanaf het begin was me duidelijk dat we nooit echt konden vluchten”, zegt Sami nu. „Dit was nooit een oorlog tegen Hamas. Het was een oorlog tegen ons, en ons bestaan. Overal vielen burgerdoden, huizen waar geen Hamas-leden woonden werden aangevallen, een miljoen burgers uit het noorden sloeg op bevel van Israël op de vlucht naar het zuiden. Het was geen bijkomstigheid van de oorlog, het was naar mijn overtuiging juist het punt. Ons bestaan werd uitgewist, alles wat aan ons leven voor 7 oktober herinnerde. We zijn in die maanden van onze identiteit beroofd.”
Hamas doet niets voor de eigen bevolking, speelt alleen maar dit macabere spel met Israël
Bij een luchtaanval op Khan Younis raakte Sami gewond. Hij lag zoals altijd buiten te slapen, toen alle ramen van zijn huis sprongen door een knal dichtbij. De scherven kwamen in zijn been terecht. Als door een wonder werd zijn dochter Bisan, die naast een raam sliep, gespaard. Het gordijn viel op haar, waardoor de glasscherven haar niet raakten. Korte tijd later sloegen Sami en zijn dochters opnieuw op de vlucht, ditmaal naar een huis in Rafah, de zuidelijke stad waar het grootste deel van de Gazaanse bevolking inmiddels opeengepakt leefde. Het huis zat met 29 vluchtelingen stampvol.
Elke dag brokkelde de sociale samenhang daar verder af. Bendes liepen op straat om mensen te beroven, gezag was er allang niet meer. Vriendschappen gingen verloren omdat er gevochten werd om voedsel, een goede schuilplaats of een beetje brandstof. Sami was als gescheiden vader altijd een eenling in Gaza, maar opeens zag hij overal mannen hun vrouw verlaten omdat ze niet meer tegen de druk konden, of vrouwen van huis weglopen omdat ze geslagen werden door hun echtgenoot.
Familiebanden scheurden. Juist sinds de machtsovername door Hamas in 2007 waren families weer hechter geworden, zegt Sami, omdat niemand Hamas vertrouwt. De Ajrami-clan had een eigen ordedienst, rechtspraak en studiebeurzen. Maar familieleden raakten elkaar kwijt in de chaos, en iedereen werd elkaars concurrent. Op zijn balkon in Egypte zegt Sami: „Deze oorlog heeft het fundament van Gaza verwoest. De onderlinge solidariteit is weg. Ook de mensen die er nog zijn, kunnen nooit meer terug naar hun oude bestaan.”
Op een avond in januari 2023 stond een familie op de stoep bij Sami. Een echtpaar, vier kinderen en een stokoude vader smeekten om opvang. Sami moest de familie wegsturen, ook nadat de man hem snikkend in de armen was gevallen. „Er was echt nergens meer eten te vinden. Zelfs de blikken met witte bonen, die ons zo lang in leven hadden gehouden, waren nergens meer te vinden. De hele dag discussieerden we over hoe we zuiniger konden omgaan met wat we nog hadden.” Sami gaf de familie een rol plastic mee, bedoeld om de ramen, gesprongen na explosies, mee dicht te plakken.
Begin februari 2024 verloor Sami zijn vader Mohamed. Hij had alzheimer, was angstig omdat hij niet begreep waarom hij op de vlucht was, en kreeg koorts. Het ziekenhuis stuurde hem weg, er waren te veel gewonden. Hij stierf een paar uur later. Een fatsoenlijke begrafenis was er niet. Sami heeft geen afscheid kunnen nemen.
Uiteindelijk heeft Sami geluk gehad, zegt hij. Het lukte hem gebruik te maken van de allerlaatste mogelijkheid om Gaza nog te verlaten. De grensovergang met Egypte was allang gesloten. Maar wie vijfduizend dollar per persoon betaalde aan het Egyptische bedrijf Hala, een ‘reisbureau’ dat nauwe banden heeft met de Egyptische overheid, kon de papieren voor een overgang krijgen. Dankzij buitenlandse vrienden en collega’s die geld ingezameld hadden, konden zijn dochters in maart 2024 en hijzelf in april vertrekken. Vanuit Rafah werd een bus naar Caïro geregeld. Zijn dochters kregen een tijdelijk visum voor Nederland, hij een tijdelijke status in Egypte.
Klein Gaza
Tot voor kort was visrestaurant Abu Hassira een begrip in Gaza-Stad. Het restaurant was beroemd om de pittige en kruidige manier waarop de vis wordt klaargemaakt. Zoals vrijwel alle restaurants ligt Abu Hassira in puin. Maar de eigenaar wist te ontkomen naar Caïro, en opende daar onlangs een nieuw restaurant met dezelfde naam, en hetzelfde recept. Het fel verlichte restaurant zit op deze donderdagavond in februari vol.
Sami en Fatma Ashour, de mensenrechtenadvocaat die eveneens wist te ontsnappen, gaan er deze avond ook eten. Ze wijzen naar de andere tafels en bespreken wie ze zien. Het zijn bijna allemaal Gazanen. Aan de muur hangt Palestijns borduurwerk. Op de televisie zendt Al Jazeera de overdracht uit van vier zwarte doodskisten door Hamas aan het Rode Kruis. Het valt Sami op hoe weldoorvoed de militanten van Hamas zijn, terwijl de honger zo groot is in Gaza. „Ze stelen hulpgoederen, ze verrijken zich met belastingen. Ze zorgen alleen maar voor zichzelf.”
Sami al-Ajrami met Fatma Ashour, de Gazaanse mensenrechtenadvocaat die ook uit de Gazastrook wist te ontsnappen, in Caïro.
Foto Fatma Fahmy
In Caïro zijn sinds 7 oktober 2023 zeker 100.000 Palestijnen uit Gaza terechtgekomen. Ze leven in grote onzekerheid en meestal zonder geldige papieren. In Nasr City woont een groot deel van de Palestijnse gemeenschap. Klein Gaza, noemen sommigen de gemeenschap. Ze zoeken elkaar op in Abu Hassira.
Toen ze samen in Gaza op de vlucht waren, vertrouwde Fatma, een vrouw van 41, op Sami. „Hij was een journalist, kon analyseren, hij zou wel weten wat de beste strategie was. Sami kan bovendien goed organiseren, gaf iedereen iets te doen.” Wat moest Fatma in het huis doen? Ze schateren het allebei uit. Fatma is zo onhandig, zegt ze zelf, dat de anderen haar het liefst zo min mogelijk te doen gaven.
Net als Sami leerde ook Fatma goed naar iemands ogen te kijken. Zo polste ze elk moment van de dag of Sami bang was. Meestal kon hij haar geruststellen. Op één keer na. Fatma: „We hoorden het zoemende geluid van een drone dichtbij, een quadcopter die gezichten kan identificeren en mensen daarna kan doodschieten. Ik vroeg Sami: wat is dit voor geluid? Zijn we veilig? En Sami zei maar: ‘Ja, hoor, ja.’ Maar ik zag aan zijn ogen dat hij doodsbang was.”
Sami: „Ik dacht dat het voorbij was. Het gebeurde in een tijd dat Israël actief op zoek was naar journalisten. Ik voelde me bedreigd en opgejaagd, en wist dat ik jullie in groot gevaar bracht met mijn beroep. Ik kon niet liegen.” Volgens The Committee to Protect Journalists zijn er tussen 7 oktober 2023 en 20 februari 2025 170 journalisten en medewerkers van media in Gaza, Westelijke Jordaanoever, Libanon en Israël omgekomen door geweld.
Hoe goed de vis ook smaakt in Abu Hassira, hoe fijn het uitzicht op zijn balkon ook is, Egypte is niet Sami’s land. Egypte speelt een ingewikkeld spel als het om Gaza gaat. De grens is meestal gesloten. Gevluchte Palestijnen krijgen te maken met achterstelling en discriminatie. Tijdelijke visa worden niet verlengd, waardoor ze geen recht op onderwijs of zorg hebben. Groot was de schrik bij de Egyptische regering toen de Amerikaanse president Donald Trump onlangs zei dat de ruim twee miljoen Palestijnen in Gaza maar naar Egypte en Jordanië moesten, zodat projectontwikkelaars van Gaza een ‘Rivièra’ konden maken. Egypte heeft nu het initiatief genomen voor een ‘vredesplan’ dat Gaza met hulp van de internationale gemeenschap weer moet opbouwen.
Aan tafel hebben Sami en Fatma het erover. Kunnen ze ooit terug? Sami: „De meeste Gazanen hier willen terug. Ze willen hun huis opnieuw opbouwen, opnieuw beginnen met hun leven. Maar ik heb er geen vertrouwen meer in. Alles ligt in puin. Ja, zegt iedereen, maar dan bouw je het toch weer op? Maar dan wordt het weer verwoest. En daarna weer. Ik ben niet alleen al mijn bezittingen kwijtgeraakt, maar ook alle motivatie om nog iets te doen.”
Fatma: „Ik zou niet gedwongen willen worden te wonen waar ik woon, zoals nu. Ik wil terug naar Gaza, om dan uit vrije wil naar Egypte terug te keren.” Ze lacht. Maar ze zegt ook: „In Gaza heb ik mijn baan, die betekent heel veel voor me, mijn status. Ik vul hier mijn dagen ook wel, met een taalcursus en zwemles. Maar ik ben niet wie ik was in Gaza.”
Sami maakt plannen om in Egypte te blijven. Hij wil een stuk land kopen om groente en fruit te verbouwen. Hij wil nieuwe dingen proberen, zegt hij, maar niet meer in Gaza.
Sami en Fatma gaan voor een laatste waterpijp naar nóg een beroemde naam uit Gaza: het hippe café Jouzoor (‘wortels’). In Gaza zat hier de jonge elite van Gaza-Stad, mannen en vrouwen door elkaar. Ook de eigenaar van dit café, de zakenvrouw Mona Ghalayini, is naar Caïro gevlucht en heeft in een nieuw winkelcentrum haar verwoeste zaak heropend. Ghalayini schuift aan en rookt een waterpijp mee. Aan haar jas hangt een klein sleuteltje, het symbool van de verdrijving van de Palestijnen in 1948, en van het recht om ooit terug te keren. „Zoals de sleutel een symbool van hoop en onverzettelijkheid is, is mijn café dat ook.”
Het herboren café is opnieuw een ontmoetingsplek voor jonge Palestijnen. En Mona Ghalayini praat er vol trots over. Israël heeft al haar bezit, waaronder het luxe al-Deira Hotel aan de kust, platgebombardeerd. Maar in Egypte, zegt ze, is ze gewoon opnieuw begonnen. „Ik werk graag hard”, zegt ze. „Waar ik ook maar naartoe ga, daar zet ik mijn wortels in de grond, en maak ik er een succes van. Daarom heet dit café zo.”
Als we weglopen, zegt Sami: „Mona is dapper, maar er ligt een steen op haar hart. Ze is diep getraumatiseerd na het verlies van haar levenswerk.”
Sami is de wrange ironie van de geschiedenis niet ontgaan. De generatie van zijn ouders en grootouders werd verdreven in 1948. De meesten droegen daarna levenslang een sleutel met zich mee als herinnering aan een terugkeer, ooit. Ook Sami deed een sleutel in zijn binnenzak toen hij zijn familiehuis verliet en op de vlucht sloeg. Het huis zal hij nooit meer zien, dat is vernietigd door het Israëlische leger.
De sleutel die hij meenam, en zoveel Gazanen met hem, ziet hij ook als een vloek voor de generaties boven hem. „Ons verhaal, ónze sleutels, zorgen ervoor dat hun verhaal alleen maar verder in de geschiedenis verdwijnt. De Nakba, de tragedie van 1948, hoort bij de Palestijnse identiteit. Maar ook dat deel van onze identiteit is weer wat meer van ons afgenomen, zo voelt het.”
Sami heeft de huissleutel weggelegd, in een doos onder in de kast.