Een miljard aan investeringen ten spijt, Stedin ziet krapte op het stroomnet toenemen

Om te voorkomen dat wijken in het donker kwamen te zitten, moest netbeheerder Stedin vorig jaar noodmaatregelen nemen die het nooit eerder om die reden had genomen. Het bedrijf zette reservecapaciteit in: extra ruimte op het net die Stedin achter de hand houdt. Die reservecapaciteit wordt normaal gebruikt tijdens storingen of groot onderhoud, maar in december vorig jaar was inzet noodzakelijk omdat er op sommige plekken te veel vraag was naar elektriciteit. Mocht er op zo’n moment een kabel kapotgaan, „dan is er geen back-up en kan een stroomstoring langer duren dan normaal”, staat in een persbericht van Stedin.

Het stroomnet zit propvol. Dat is niets nieuws. Uit de dinsdag gepubliceerde jaarcijfers van Stedin wordt nog duidelijker hoe urgent dat probleem is. En dat lang niet meer alleen grote, energieslurpende bedrijven de consequenties voelen, wanneer zij bijvoorbeeld op ellenlange wachtrijen komen voor een aansluiting op het net. Voor kleinere bedrijven en huishoudens zal het in de nabije toekomst niet meer vanzelfsprekend zijn dat elektriciteit op elk moment uit het stopcontact komt.

Netbeheerder Stedin is verantwoordelijk voor het stroomnet in de provincies Utrecht, Zeeland en het grootste deel van Zuid-Holland en levert stroom aan 2,4 miljoen huishoudens en bedrijven. Stedin verzoekt klanten (opnieuw) dringend om minder stroom te gebruiken tussen 16.00 uur ’s middags en 21.00 uur ’s avonds. Op dat moment is het spits op het stroomnet: dan beginnen huishoudens massaal elektrisch te koken, gaan de elektrische auto’s aan de lader en gaan de lampen en de tv aan. Zuiniger omgaan met elektriciteit tijdens die spits is volgens het bedrijf „hard nodig” om stroomuitval te voorkomen.

Vorig jaar gaf de netbeheerder ruim 1 miljard euro uit om de krapte op het stroomnet te verhelpen. Dat bedrag moet terugverdiend worden via de netkosten op de energierekening. Ondanks die investeringen blijft het aantal knelpunten op het stroomnet groeien. „Het verbaast me dat het aantal storingsminuten nog niet is toegenomen”, zei Stedin-topman Koen Bogers tijdens een toelichting bij de cijfers.

Het verbaast me dat het aantal storingsminuten nog niet is toegenomen

Koen Bogers
Stedin-topman

1.013 kilometer kabel

Hoe is dit stroomprobleem ook alweer ontstaan? Om de klimaatdoelen te halen, gaat Nederland meer elektriciteit gebruiken. Bedrijven en huishoudens moeten massaal overstappen van olie en gas op groene stroom, opgewekt met bijvoorbeeld zonnepanelen en windturbines. Er moet meer elektrisch worden gekookt, huizen krijgen warmtepompen en zonnepanelen en er moeten meer laadpalen komen voor elektrische auto’s. Maar er is lang niet genoeg infrastructuur (kabels, lijnen, elektriciteitshuisjes, transformatorstations) om die toenemende hoeveelheid stroom te vervoeren. File op het stroomnet, oftewel netcongestie.

Netbeheerders als Stedin doen verwoede pogingen het stroomnet uit te breiden, blijkt ook uit de dinsdag gepubliceerde cijfers. Stedin bouwde afgelopen jaar bijna iedere dag wel ergens een nieuw transformatorhuisje. Die zijn nodig om hoge spanning van het elektriciteitsnet om te zetten in de juiste voltage voor het stopcontact. De netbeheerder legde dat jaar 1.013 kilometer aan nieuwe kabels onder de straten. Een investeringsrecord van 1.096 miljoen euro voor de verzwaring en onderhoud van het net. 30 procent meer dan het jaar ervoor. En nog is het niet genoeg.

Stedin en andere Nederlandse netbeheerders kunnen de toenemende vraag niet bijhouden. De investeringen van vorig jaar voorkomen „niet dat Stedin lokaal steeds meer knelpunten op het net ziet”, staat in het persbericht. Het net is op veel plekken zwaar belast.

Zelfs de reservecapaciteit die Stedin afgelopen jaar moest inzetten tijdens Kerst in het Zeeuwse Walcheren was niet genoeg. Stedin moest aggregaten inzetten. Die draaien op diesel en zorgen voor CO2-uitstoot. Met Pasen is dat opnieuw nodig, denkt Stedin. In Utrecht gaat de netbeheerder voorlopig een gasgenerator aan het net hangen. „Door tijdelijk wat extra CO2-uitstoot toe te staan, zorgen we ervoor dat verduurzamings- en uitbreidingsplannen toch door kunnen gaan.”

Flexibele prijzen

Om klanten aan te moedigen minder stroom te verbruiken tijdens de piekuren, kunnen flexibele tarieven uitkomst bieden, zei Stedin-topman Koen Bogers. Dat houdt in dat de prijzen tijdens piekuren hoger zijn dan daarbuiten. Stedin roept mensen al langer via campagnes op flexibeler om te gaan met hun stroomgebruik. Misschien dat in de toekomst ‘slimme’ technologie dat regelt. „Bijvoorbeeld dat automatisch de wasmachine begint te draaien zodra de zon schijnt”, zei topman Bogers. Wanneer er genoeg aanbod is dus.

Voor bedrijven die veel stroom gebruiken bestaan al contracten waarmee de netwerktarieven worden afgestemd op vraag en aanbod. Moeten bedrijven hier de komende jaren rekening mee houden? Ja, zegt Bogers, „maar we doen het wel in overleg. We willen dat klanten hun bedrijf kunnen blijven runnen.” Koelinstallaties kunnen tijdens piekuren wel even wat minder hard koelen, zegt hij.

Stedin maakte vorig jaar met vijftien bedrijven afspraken over flexibel elektriciteitsgebruik. Met de contracten afgesloten in eerdere jaren meegerekend, komt dit uit op 167 megawatt aan flexibel vermogen. Dat moet 500 megawatt worden. „Bedrijven voelen nog niet zo veel voor dit soort contracten”, zegt Bogers. Volgens hem moet Stedin nog werken aan manieren om die contracten aantrekkelijker te maken.

Laatste redmiddel

Enexis, de netbeheerder voor Zuid- en Noord-Nederland, waarschuwde al dat woonwijken gedurende enkele uren „gecontroleerd” moeten worden afgeschakeld als de elektriciteitsvraag te hoog wordt, schreef De Volkskrant begin dit jaar. „Dat is bij ons nog niet aan de orde”, zegt Bogers, „maar het is niet ondenkbaar. Dat is echt het allerlaatste redmiddel.”

Wat financiële cijfers betreft had Stedin een prima jaar achter de rug met een bedrijfsresultaat van 306 miljoen euro, vooral dankzij hogere tarieven. In 2023 was dat 293 miljoen. Door alle nodige investeringen had Stedin in 2024 wel een negatieve vrije kasstroom. Er ging 469 miljoen euro meer uit dan in. Een jaar eerder was dat nog 262 miljoen.