Column | Toch zin in

Kerstmis nadert, we zien elkaar eind deze week in Amsterdam. Ze kunnen het eerst niet vinden, maar zullen, eenmaal gearriveerd, als een zwijgende kudde door het nieuwe huis denderen. Mijn kinderen zullen weer naar het kunstoog van mijn broer staren, vragen of ze even met zijn blindenstok mogen lopen.

Vorig jaar zei Leah van Roosmalen (7): „Echt balen voor ons dat je geen hulphond hebt.”

Alles voelt inmiddels heel lang geleden, dezelfde verhalen worden steeds beter, de somberheden van toen zijn inmiddels ingehaald door de werkelijkheid. Mijn vader lag twintig jaar voor op Trump, hij waarschuwde na twee wijn, dat was de absolute taks, steevast voor de Chinezen.

Over politiek hebben we het niet.

Het verleden is de enige overlap die er is.

Mijn vader lag twintig jaar voor op Trump, hij waarschuwde steevast voor de Chinezen

We komen nooit meer in Velp, maar als we er per ongeluk toch zijn sturen we elkaar foto’s van Kosterijland, alsof we niet kunnen geloven dat het huis er nog staat. De voortuin, waarin ik mijn moeder nog kan zien werken – als ik haar visualiseer staat ze of in de keuken of gebukt in een lichtblauwe jurk in de voortuin – en waarmee ze twee keer derde werd in de voortuinenwedstrijd, is inmiddels vervangen door een gazon met doorligplekken.

De kleinburgelijkheid.

Het massale auto wassen op zaterdag, de stilte op zondag, de enorme explosies tijdens oudejaarsavond. Laatst na een voorstelling stonden de oude buren van nummer 8 in de foyer, ik was verbaasd dat ze nog leefden.

Ze hadden begin jaren tachtig een keer opgepast, mijn ouders gingen twee dagen zelfstandig op vakantie naar Drenthe. Later zouden ze nog een keer naar Praag gaan, waar mijn vader met een cassetterecorder alles wat de gids in de bus zei opnam. Dat combineerde hij dan met dia’s.

Ik geloof dat we bij die voorstelling scheldend en tierend riepen dat het dus toch nog saaier kon met Kerstmis, en dat we na tien minuten de gordijnen opentrokken.

„Het was ook erg langdradig, Wil”, zei mijn moeder, nooit te beroerd om mijn vader af te vallen.

Ik kan het al helemaal uittekenen.

Het snel, zwijgend eten.

Het uitwisselen van herinneringen die erbij zijn gekomen.

Ik heb nog twee mapjes met foto’s van de vijftigste verjaardag van mijn moeder gevonden, ze staat rokend op iedere foto, er stond een pop in de tuin, ze kreeg van mijn vader een wasrek.

Dan nog een wandeling, net iets te lang, te ver en te koud.

Toch zin in.