Column | Oebele en de Friese gedoetjesfabriek

Hij hield zich als officier van justitie jarenlang bezig met de georganiseerde misdaad, maakte jacht op criminele motorbendes en was in 1999 persofficier in de zaak van de weerzinwekkende moord op Marianne Vaatstra. Maar het „massieve verzet” waar de partijloze Oebele Brouwer (64) eind april als burgemeester op stuitte in Harkema, één van de twaalf dorpen in zijn gemeente Achtkarspelen, maakte hij nog niet eerder mee.

Tientallen boze bewoners verweten hem in een grimmige sfeer een „PvdA-burgemeester” te zijn. Bepaald geen compliment in het Friese dorp waar de PVV vorig jaar veruit de meeste stemmen haalde. De gemeente heeft plannen om veertig asielzoekers op te vangen in een pand op een bedrijventerrein. Brouwer: „Of ik ze niet gewoon het land uit kon knikkeren, opperde iemand.” Hij zucht. „Daar sta je dan als burgemeester, je best te doen om Nederland en Ter Apel te helpen.” Voor de aangedragen oplossingen („Grenzen dicht”) moeten jullie bij de formerende partijen in Den Haag zijn, hield hij ze voor. „Maar ja”, zegt hij bij een kop soep op zijn werkkamer op het gemeentehuis, „Geert kennen ze alleen van tv en Oebele kun je aan zijn jasje trekken.”

Toch heeft hij ook begrip voor de heersende onvrede in zijn gemeente. Een gebied met een geschiedenis van achterstelling, een laag opleidingsniveau en hoge werkeloosheid. Al formuleert Brouwer het chiquer. „De drang om jezelf te verheffen is hier soms wat beperkter.”

Ruim vijf jaar is hij er nu burgemeester. Een „schitterende tijd” waarin hij naar eigen zeggen genoot van het contact met de 28.000 inwoners, hun vaak mooie of juist aangrijpende verhalen en de onderlinge saamhorigheid. „Want die is er.” Toch stopt hij ermee. De reden? Hij wil nog iets anders doen, iets juridisch. En: „De politiek is vaak een gedoetjesfabriek.” Het dieptepunt daarvan beleefde hij buitenshuis.

Tot zijn verbazing werd hij in maart 2023 gebeld door een oud-klasgenoot, een voormalig CDA’er en inmiddels een actief BBB’er. Of Brouwer een nieuw provinciebestuur wilde formeren. Verbaasd: „Dat bleek ik ook te kunnen.”

Althans, dat leek zo na wéken onderhandelen. Want de ochtend nadat hij met BBB, PvdA, CDA en ChristenUnie had geproost op een akkoord trok de PvdA zich plots terug. „Zogenaamd vanwege de cultuurparagraaf.” Zelden in zijn leven voelde hij zich zo „gepakt”.

De PvdA werd daarna snel gewisseld voor de Fryske Nasjonale Partij waarna er alsnog een bestuur was. Dat maakte Brouwer niet meer mee, klaar als hij was met de gedoetjesfabriek. Kort daarna kwam de BBB („Met vier man”) bij hem thuis langs met excuses, een grote bos bloemen en een dinerbon. En de PvdA? „Nooit meer iets van gehoord.” Na een slok karnemelk: „Ja, dat vind ik nog steeds heel erg.”

Hugo Logtenberg is redacteur van NRC.