Ik ben de trotse bezitter van zo’n luxe merkhorloge. Je hoeft het niet op te winden en er zit geen batterij in die je moet verwisselen: het horloge laadt zichzelf op bij elke beweging van mijn arm. Maar als je langere tijd stilzit, dan staat na verloop van tijd ook het horloge stil.
Enkele jaren geleden kreeg ik de diagnose parkinson. Mijn lichaam gaat steeds meer zijn eigen gang. De ongecoördineerde bewegingen van mijn benen en armen worden steeds heftiger. Mijn horloge staat bijna nooit meer stil.
Har Slots
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
De aanhoudende en omvangrijke ict-problemen waar het Openbaar Ministerie vrijdag mee kampte, zijn volgens de organisatie niet veroorzaakt door „een cyber of security incident”. Dat is gebleken uit een onderzoek dat de afgelopen 24 uur is uitgevoerd, aldus een verklaring die het OM zaterdagmiddag aan de pers heeft verstrekt.
In een bericht aan het eigen personeel schrijft het OM dat er wel „verhoogde dijkbewaking” is ingesteld rond het eigen ict-netwerk. Waarom dit dan toch nodig is, wil het OM niet zeggen. Vrijdagmiddag besloot het OM als gevolg van „een hardnekkige verstoring diep in het systeem, waarvan de oorzaak op dat moment niet te duiden was”, de gehele organisatie uit voorzorg tijdelijk af te sluiten van het internet. Officieren van justitie en hun medewerkers konden daardoor niet langer werken en hadden geen toegang meer tot dossiers. Het OM wilde op die manier „op een veilige manier digitaal onderzoek uitvoeren”.
Taskforce
De oorzaak van het incident is volgens het OM „een verstoring in het systeem”. Het OM is zaterdagmiddag begonnen alle OM-omgevingen weer op te starten. Dat duurt zo’n twaalf uur. Later in het weekend moet blijken of officieren van justitie weer op een normale manier kunnen werken.
Lees ook
Het nieuws over de datadiefstal bij de politie wordt steeds onheilspellender
Het OM kampt al langere tijd met ict-problemen. Op het eigen intranet maakte het OM een jaar geleden bekend „een speciale taskforce” met kopstukken uit de organisatie te hebben ingesteld om de moeilijkheden op te lossen. Dat is nog steeds niet gelukt, zo bleek het afgelopen jaar met regelmaat. Aanklagers zitten regelmatig duimen te draaien omdat computerprogramma’s niet werken en ze vanuit huis niet kunnen inloggen in de OM-omgeving.
Bijna acht maanden nadat een tribunaal hem veroordeelde tot twintig jaar cel en een schadevergoeding van omgerekend honderdduizenden euro’s voor misdaden tegen de menselijkheid, een historisch vonnis in Guinee, gaat oud-juntaleider Dadis Camara weer vrijuit. Vrijdag verleende Guinee’s transitie-president Mamadi Doumbouya hem gratie, officieel vanwege „gezondheidsklachten”.
Kort na de aankondiging vrijdagavond op nationale televisie werd voormalig legerofficier Camara door veiligheidsdiensten meegenomen uit de centrale gevangenis in Conakry, de hoofdstad van Guinee. Daar zat hij vast sinds hij op 31 juli vorig jaar met zeven anderen, onder wie hooggeplaatste (oud-)militairen, werd veroordeeld voor zijn rol in het bloedbad dat op 28 september 2009 werd aangericht in een voetbalstadion in Conakry.
Lees ook
Na vijftien jaar krijgen Guinese slachtoffers van militair bloedbad eindelijk gerechtigheid
Ten minste 157 aanwezigen kwamen die dag om toen leden van de presidentiële garde, gendarmes en milities het stadion binnenstormden waarin duizenden zich hadden verzameld voor een protest van oppositiepartijen. De aanwezigen werden neergeschoten, opgejaagd, vertrapt en verdrukt. Vrouwen werden te midden van de chaos massaal verkracht, sommigen zo bruut dat ze aan hun verwondingen bezweken.
Volgens de aanklagers kwam de opdracht voor deze operatie van Camara: de bijeenkomst was door de oppositie georganiseerd om zich tegen zijn machtsgreep uit te spreken. De legerofficier was in 2008 na een coup aan de macht gekomen en wilde niet meer wijken. In wat ook elders in West-Afrika werd gezien als een historisch proces dat bijna twee jaar duurde, achtten de rechters Camara schuldig gezien zijn „hiërarchische verantwoordelijkheid”.
Klap voor slachtoffers
Zijn gratie na amper acht maanden is een klap voor slachtoffers en nabestaanden die ruim vijftien jaar moesten wachten op dit proces. Velen waren bang dat de oud-president vrijuit zou gaan. Guinee kent een lange geschiedenis van politiek geweld, maar nooit eerder werd een leider daarvoor verantwoordelijk gehouden. Bovendien geldt Camara onder de Guinée forestière, de etnische groep waartoe hij behoort, nog altijd als een semi-god.
Zij vormen ook een belangrijke kiezersgroep. Toen NRC voorafgaand aan het vonnis in juli met nabestaanden en hun advocaten sprak, zeiden velen om die reden al te vrezen voor gratie – mocht het tot een veroordeling komen. Guinee’s huidige leider Doumboya, aan de macht sinds een eigen coup in 2021, is de afgelopen maanden begonnen voor te sorteren op verkiezingen die mogelijk eind dit jaar zullen plaatsvinden.
In aanloop daar naartoe zijn kritische mediahuizen gesloten en ‘verdwenen’ twee bekende pro-democratie activisten, net als enkele journalisten. Een oppositiepoliticus, een van de weinigen die het land nog niet was ontvlucht, werd recent tot twee jaar cel veroordeeld voor smaad na zijn kritiek op het regime.
Lees ook
Gesloten media, verdwenen activisten – in Guinee voelt niemand zich veilig
Camara’s gratie, niet lang nadat Guinee’s premier deelde dat presidentsverkiezingen „nog dit jaar” zullen plaatsvinden, is daar moeilijk los van te zien. Diens veroordeling had veel kwaad bloed gezet onder de forestière-gemeenschap. Onduidelijk is in ieder geval op basis van welke „gezondheidsklachten” is besloten de oud-juntaleider vrij te laten. Tijdens het proces oogde hij getergd, bij vlagen woest, maar ook fit.
Eerder deze week leek Doumbouya de slachtoffers en nabestaanden van ‘28 september’ juist tegemoet te komen. Per decreet kondigde hij aan dat de regering hen de compensatie zou betalen die de rechtbank Camara en de zeven anderen veroordeelden had opgelegd. Daarbij gaat het om bedragen oplopend van omgerekend 20 duizend euro tot 150 duizend euro, onder meer voor medische hulp. In totaal gaat het om enkele honderden mensen.
Ook nationale Amerikaanse musea vallen ten prooi aan de Trump-revolutie. Het beroemde Smithsonian Instituut in Washington, dat monumentale musea beheert, moet afrekenen met alle „narratieven die Amerikaanse en Westerse waarden voorstellen als inherent schadelijk en onderdrukkend.” Het moet Amerika’s „grootsheid” uitdragen.
Dat heeft Trump bepaald in een nieuw decreet voor het ‘Herstel van waarheid en gezond verstand in Amerikaanse geschiedschrijving’. Instellingen van het Smithsonianen moeten nadruk leggen op de grootse prestaties van het Amerikaanse volk.
Vice-president Vance, lid van het bestuur van het Instituut, krijgt de opdracht daarmee aan de slag te gaan. Hij moet alle Smithsonian-locaties onderzoeken om projecten en exposities te voorkomen die ,,Amerikaanse waarden omlaag halen’’.
Volgens Trump is het Smithsonian besmet geraakt met een „op ras gebaseerde ideologie” die Amerika neerzet als „wezenlijk racistisch, seksistisch, onderdrukkend of anderszins onherstelbaar gemankeerd”. Die nationale zelfkastijding gaat volgens hem ten koste van de „weergaloze” successen die het land boekte in „de verspreiding van vrijheid, individuele rechten en menselijk geluk.”
Financiële druk
Het Smithsonian, opgericht in 1846 uit de nalatenschap van de Engelse scheikundige James Smithson (1765-1829), is een van de belangrijkste museale organisaties ter wereld. De ruim twintig vooraanstaande Amerikaanse musea en andere instellingen van het Instituut trokken in 2024 bijna zeventien miljoen bezoekers uit de VS en het buitenland. Vele daarvan, onder meer het Nationale Luchtvaart Museum, het Museum voor Natuurlijke Historie en ook het in 2004 geopende Nationale Museum van de Amerikaanse Indiaan, zijn gevestigd aan The Mall in het centrum van Washington.
Trump kan niet rechtstreeks ingrijpen in de koers van het Instituut, maar wel grote financiële druk uitoefenen. Het Smithsonian heeft een begroting van een miljard dollar, voor meer dan de helft afkomstig van de federale overheid. Het Instituut wordt geleid door een gemengd bestuur van Republikeinen en Democraten en staat onder toezicht van het Congres. Vance wordt, met het door Republikeinen beheerste Congres, nu verantwoordelijk voor het doorlichten van het Instituut.
Lees ook
Per decreet probeert Trump de Amerikaanse cultuur om te vormen
Wetenschappers en Democratische politici hebben geschokt en verontwaardigd gereageerd op het decreet. Zij zien het als een poging de rol van racisme en geweld in de nationale geschiedenis en de bijdrage van niet-witte Amerkanen uit te wissen en te vervangen door een ‘gezuiverde’ patriottische mythe.
Trump lijkt het vooral gemunt te hebben op het Nationale Museum voor Afrikaans-Amerikaanse Geschiedenis, dat volgens hem „individualisme, hard werken en het kerngezin” afdoet als „witte cultuur”. Ook heeft hij kritiek op het Museum voor Amerikaanse Kunsten dat „het idee promoot dat ras geen biologisch feit is maar een sociaal construct.”
Culturele revolutie
Trumps decreet over het Smithsonian is een nieuwe stap in zijn culturele revolutie, naast de voortgaande aanval op universiteiten en zijn overname van het prestigieuze Kennedy Centrum in New York, waar hij zichzelf benoemde tot voorzitter.
Amerikaanse musea zijn de afgelopen decennia meer ruimte gaan geven aan het perspectief van vrouwen, zwarte en inheemse Amerikanen. Ook bij monumenten zoals het landhuis Monticello van Thomas Jefferson en in nationale parken komen slavernij en de onderwerping van inheemse volken aan bod.
De Smithsonian musea gezien vanaf de koepel van het Capitool, in Washington DC. Foto AFP
Trump wil ook dat het ministerie van Binnenlandse Zaken nagaat of sinds 2020 – het jaar van de verloren verkiezingen die hij beweert te hebben gewonnen – omstreden standbeelden en andere monumenten zijn verwijderd „om een foute voorstelling van de geschiedenis te geven”.
Daarover woedt al jaren een debat. Anti-racisme-activisten dringen aan op het verwijderen van standbeelden van zuidelijke politici en generaals uit de Burgeroorlog (1851-1865). Zulke standbeelden werden vaak pas een halve eeuw na de oorlog opgericht, om witte suprematie te bevestigen. Een standbeeld van generaal Robert E. Lee in Charlottesville, Virginia, werd in 2017 inzet van rellen, waarbij een demonstrant door een neonazi werd doodgereden.
Trump, toen in zijn eerste termijn, zag „goede mensen aan beide kanten”. Het ruiterstandbeeld werd in 2021 door de stad verwijderd en is twee jaar later omgesmolten.