Op de Olympische Spelen is een gouden medaille meer waard dan een zilveren, maar in het oude Egypte was zilver kostbaarder dan goud. Dat kwam omdat het minder vaak dan goud in pure vorm in de natuur te vinden is, maar met behulp van vuur uit zijn omgeving verlost moet worden.
Zilver manifesteert zich meestal in erts, in combinatie met een ander metaal, vooral lood. In de antieke wereld ontwikkelde men, waarschijnlijk al in het vierde millennium voor Christus, een methode om het zilver hieruit los te maken: cupellatie. De zilvermix werd verhit tot ongeveer 1.000 graden Celsius, zodat de onedele metalen een reactie met de lucht aangingen en oxideerden. Het zilver dat achterbleef in de pan kon tot sieraad worden gemaakt, of in plakjes als betaalmiddel worden gebruikt.
Dat laatste gebeurde al lang voordat zilver vanaf 600 voor Christus tot munten werd gemaakt. In de Bijbel bijvoorbeeld koopt Abraham een begraafplaats voor zijn Sarah, en weegt ter betaling een bepaalde hoeveelheid zilver af.
De kleine restjes lood die bij het proces van cupellatie in het zilver achterbleven, maken het voor archeologen nu mogelijk om te achterhalen waar hun opgegraven zilver vandaan komt. Elk gebied heeft namelijk zijn eigen ‘handtekening’ als het gaat om de verhouding waarin loodisotopen in de grond voorkomen. Wie het lood-isotopenpatroon in een zilveren munt kan vaststellen, weet dus waar het gedolven is.
Op deze manier zijn archeologen erin geslaagd vast te stellen welke mijnen op welk moment het meeste zilver produceerden. Daardoor kunnen ze ook veranderende politieke machtsverhoudingen en handelsstromen beter in kaart brengen.
Een aardig voorbeeld daarvan geeft een artikel uit Journal of Archaeological Research van juli vorig jaar. De auteurs beschrijven hierin de ‘zilvergeschiedenis’ van de Levant – het huidige Syrië, Libanon en Israël – tussen 1700 en 600 voor Christus, de periode van de Late Bronstijd en IJzertijd. In de Levant bevonden zich geen zilvermijnen, dus kooplieden moesten hun zilver van ver halen. Aanvankelijk kwam het uit Griekenland, laten de isotopen zien, daarna Anatolië, toen Sardinië en uiteindelijk zelfs uit Spanje, waar de Feniciërs, een volk van handelaars uit Libanon, kolonies hadden.
Tegenwoordig is zilver niet meer in gebruik als betaalmiddel, maar de populariteit van het soepele metaal is onverminderd groot. In 2024 kwam er ongeveer 23.000 ton uit ’s werelds zilvermijnen. Behalve in juwelen belandt deze oogst vooral in elektronica, omdat zilver bijzonder goed stroom geleidt. In elke mobiele telefoon, computer of televisie zit zilver.
Een dun laagje pasta
Ook bij groene energie speelt zilver een belangrijke rol. In een gemiddeld zonnepaneel zit 20 gram zilver, in de vorm van een dun laagje pasta. Als licht het paneel raakt komen elektronen vrij uit het silicium, en de goede geleider zilver maakt hier een bruikbare elektrische stroom van. De verwachting is dat door de groei van zonne-energie in 2030 20 procent van alle jaarlijks gewonnen zilver naar deze bedrijfstak gaat.
Niet álle zilver komt overigens uit de grond. Onderzoekers slagen er sinds enige tijd in zilvernanodeeltjes uit planten te extraheren. Deze deeltjes lijken veelbelovend als het gaat om de bestrijding van bacteriën, schimmels, virussen en zelfs kankercellen.
