Hij weet niet meer hoe het voelde om als kind te leren fietsen. „En nu gaat het vanzelf”, zegt Marco Reijne (37). Fietsen is zo gewoon, dat het bijna gek lijkt om uit te leggen wat het is. Om te beginnen de fiets: twee wielen, een stuur dat kan draaien en een frame. „Wat ik bijzonder vind, is dat het ontwerp zo simpel, en in de basis al zo lang hetzelfde is. Je kunt je er heel efficiënt mee verplaatsen, maar het is wel heel instabiel. Als je niks doet, val je om. Je moet continu sturen om overeind te blijven. Dat klinkt heel vermoeiend, maar de fiets is zo ontworpen dat die je daarbij helpt. Je doet het zonder erbij na te denken.”
Maar door welke verstoring mensen precies vallen, hoe je dat kunt voorkomen, en hoe je kunt meten of iets werkt – voordat je bijvoorbeeld een nieuw fietsontwerp in productie neemt – daar bleek nog een wereld te onderzoeken. Marco Reijne promoveerde in maart op zijn onderzoek naar valpartijen door balansverlies op de fiets.
Reijne heeft aan de TU Delft lucht- en ruimtevaarttechniek gestudeerd en haalde zijn master met het ontwerpen van een nieuw soort polsstok voor hoogspringers. „Ik hou erg van sport.” En toen kwam zijn latere promotor met een vraag van fietsfabrikant Gazelle. Die werkte met Bosch eBike aan een ‘balans-assistent’, een motortje in het stuur dat fietsers helpt goed te sturen. Maar hoe goed zou het werken om valpartijen te voorkomen? Reijne werd enthousiast, ook omdat fietsen zo gewoon is. „En ik hou erg van fietsen.”
De meeste mensen raken niet gewond door een botsing, maar omdat ze uit balans raken. Het is onvoorstelbaar hoeveel er goed moet gaan om niet te vallen als je een obstakel tegenkomt. We zitten op een bankje op een kruispunt in de Theresiastraat in Den Haag, in de hoop getuige te zijn van een balansverstoring met goede afloop. Maar het enige dat we zien, zijn fietsers die soepel om een manoeuvrerende vrachtwagen heen zwieren. En een man die met één been zwaaiend over het zadel van een damesfiets stapt. Fietsen is één en al routine.
Maximaal Toegestane Stuurverstoring
Balanceren op de fiets is als vallen. „Als je een bocht naar rechts wilt maken, stuur je heel lichtjes naar links. Dan ‘valt’ je fiets direct naar rechts en zo stuurt de fiets ook vanzelf naar rechts. Totdat de contactpunten van je banden op de grond weer onder je zwaartepunt zijn. Dan is de balans hersteld.”
Meestal val je niet. Door je stuur te bewegen, blijf je in balans, ook als je bijvoorbeeld een stoeprand raakt. Maar hoe sterk moet het evenwicht eigenlijk verstoord raken voordat je valt? „Er is best veel onderzoek naar valpreventie gedaan, maar dan gaat het over vallen in en rondom huis, niet over fietsers. En goede data over ongevallen zijn er ook niet.”
In zijn proefschrift introduceert Reijne een nieuwe indicator: De Maximaal Toegestane Stuurverstoring. Een graadmeter om het effect van bepaalde interventies op de balans beter te kunnen evalueren. Ook heeft hij een primeur in het experimentele fietsonderzoek: de fietsvalsimulator. Hij had ons graag laten vallen, maar de opstelling heeft helaas alweer plaatsgemaakt voor een nieuw experiment.
Reijne heeft nog wel een filmpje. Een proefpersoon met helm hangt in een harnas, terwijl hij met een fiets op een loopband fietst, omringd door zachte matten. Zelfs de fiets is met zacht materiaal omkleed. Sensoren en camera’s registreren de stuur- en leunhoek van de fiets wanneer de computer rukjes geeft aan het stuur via de kabels die daaraan vastzitten. De proefpersoon voelt hoe hij uit balans raakt en probeert te corrigeren, tot hij valt. De maximale verstoring is de ruk waarbij je nog nét de balans kunt herstellen. „Mathieu van der Poel, die als profrenner heel behendig is, zal waarschijnlijk een hoge ‘maximale verstoring’ hebben. En iemand die dronken is een lage.”
Vergevingsgezinde infrastructuur
Reijne deed het experiment niet met wielrenners of dronken fietsers. Reijne zocht juist heel gewone mensen, jong en oud. Mannen en vrouwen. Hij vond 24 ervaren fietsers. De ethische commissie, die experimenten met mensen beoordeelt, had vooraf een vraag: is er een risico op vallen? „Dat was nou juist de bedoeling! Bij de terugkoppeling konden we melden dat niemand gewond was geraakt. Behalve één deelnemer die in het gebouw waar ook de ethische commissie zit, bij de ingang over de drempel was gestruikeld.”
Reijnes onderzoek leverde uiteindelijk een computermodel op. Niet alleen te gebruiken om te kijken of een nieuw soort fiets ook echt veiliger is, maar net zo goed te gebruiken voor een cursus fietsvaardigheid of voor ‘vergevingsgezinde infrastructuur’ – een mooi woord dat laat zien dat je ook bermen en stoepranden kunt ontwerpen die het niet ongenadig afstraffen als je even een stuurfoutje maakt.
Lees ook
Fietsen moet veiliger worden, maar hoe doe je dat?
Bijvangst was er ook. Zo ontdekte Reijne dat je bij lagere snelheden – hoewel je dan minder stabiel bent – een hardere ruk aan het stuur moet krijgen om te vallen. „Bij een hogere snelheid heb je meer breedte nodig als je bijstuurt en raak je sneller van de weg af, bij een lage snelheid heb je meer tijd om te reageren.” En bemoedigend: tussen oudere en jongere fietsers was qua balans geen verschil te zien. „Ze komen misschien vaker in de statistieken terecht, omdat ouderen sneller iets breken en in het ziekenhuis terechtkomen.”
Reijne is inmiddels beleidsmedewerker ‘fietsveiligheid’ op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op persoonlijke titel wil hij nog wel iets over fatbikes zeggen. Die krijgen vaak de schuld van ongevallen, terwijl de ‘maximale verstoring’ waarschijnlijk juist relatief hoog is. „Je zit met je voeten dicht bij de grond. En de brede banden zorgen voor stabiliteit. Misschien is de fatbike wel de beste e-bike voor ouderen. En grote kans dat jongeren er dan niet meer op gezien willen worden.”
