Bij een explosie in een fabriek in het noordwesten van Turkije zijn dinsdagochtend twaalf mensen om het leven gekomen, melden Turkse media. De fabriek voor munitie en explosieven staat naast het dorpje Kavakli in de provincie Balikesir. De explosie vond plaats rond 8.25 uur lokale tijd (6.25 uur Nederlandse tijd). Drie mensen raakten gewond.
„De eerste bevindingen wijzen op een tragisch ongeluk”, zei de lokale gouverneur Ismail Ustaoglu in een eerste reactie op de locatie van de explosie. De lokale autoriteiten gaan ervan uit dat er geen opzet in het spel was. De Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Ali Yerlikaya, is een onderzoek gestart.
Op foto’s is te zien hoe vlammen en rook kort na de explosie uit een deel van de fabriek komen. De brand is inmiddels onder controle. Het gebouw waar kogelhulzen worden geproduceerd is volgens gouverneur Ustaoglu ingestort, andere gebouwen zijn er met lichte schade vanaf gekomen.
Het was een spannende avond. Vader Jacob en zoon Roman Derwig de première van Hamlet, in regie van Erik Whien. Willem, die naast me zat, was zelfs een beetje zenuwachtig, alsof we naar een WK-wedstrijd gingen kijken. Maar vanaf het eerste moment bleek de jonge Derwig klaar voor de taak, en veilig bovendien. Een virtuoze, felle spits, die door vader Derwig en Hannah Hoekstra zachtjes werd gestut, tot aan het verzengende einde. Deze Hamlet bleek – zoals iedere Hamlet anders is – een voorstelling over een kind dat moet leren zonder zijn vader te leven. Zijn moeder laat hem bungelen in zijn rouw, en is zelf binnen de kortste tijd hertrouwd. De zoon kan niets anders doen dan eenzame fantasieën omarmen waarin zijn moeder en haar man slechteriken zijn, terwijl hij doordraait in verdriet, kinderlijk smachtend naar liefde en troost.
Ik zat mezelf een beetje door het stuk heen te dramaturgen, tot ik zag dat Willem natte wangen had. Het verbaasde me. Hij huilt niet vaak.
Na afloop, in de foyer, zei Willem dat hij voortdurend bezig was geweest met de zorg van Derwig sr. om zijn eeuwenoude en gloednieuwe zoon: een wezen in wie smart en levenslust om voorrang strijden. „Net als bij onze oudste”, zei hij.
We waren even stil en dachten aan ons kind. Misschien, zei ik, heeft ieder gezin met meerdere kinderen wel één voor wie het leven te overweldigend is, terwijl het tegelijkertijd zelf zo ontzettend goed kan overweldigen. Eén die je, met alles wat je hebt, probeert heel te houden, terwijl je óók constant tobt over het vergroten van zijn weerbaarheid. Een Hamletje dus, het oerpersonage voor jongens én meisjes, die zichzelf niet kunnen schikken naar de afschuwelijke werkelijkheid, in hun zoektocht naar waarachtigheid verdwalen en ongericht in het rond beginnen te schoppen.
Ik vroeg aan Willem wie hij nu, op deze leeftijd, is: de zoon of de vader. „Ik ben alleen nog maar de vader”, antwoordt hij zelfverzekerd. Ik werd plotseling wrevelig. „En jij?” vroeg hij. „Allebei niet”, snauwde ik. „En allebei ook wel. Ik weet het niet. Laat me met rust.”
Hij haalde nog maar een glas wijn, terwijl ik mokkend tussen het publiek dwaalde.
Gecompliceerde rouw om een ingewikkelde vader: ken ik. Hamlets moeder: heb ik. De gek spelen om anderen af te leiden: deed ik. Boos zijn op mensen die er ook niets aan kunnen doen, zoals Hamlet op zijn geliefde Ophelia: doe ik. Ik worstel me de laatste jaren suf om mijn moeilijke kindertijd te ontstijgen, maar moet daarom van mijn therapeut regelmatig op bezoek bij de verwaarloosde Hamlet in mezelf. Tegelijkertijd heb ik een Hamletzoon, die zo zoetjesaan een plek op het podium opeist, en dus ook van zijn moeder eist dat ze wat minder in het licht gaat staan. Ik wil heel graag alleen nog maar de warme, zachte, gunnende moeder zijn, maar dat kan pas als ‘the rest is silence’. Alleen leef ik op dit moment even in niemandsland. Helend, maar hier en daar nog zwaargewond. Jaloers op degenen die wel weten wie ze zijn. Soms akelig stil van binnen.
Die nacht droom ik van mijn vader. Ik was nog niet eerder zo verdrietig. Ik word opgekruld wakker, met een heldere, goede pijn in mijn lijf. Dan merk ik dat mijn zoon tussenin is gekropen. Hij droomt ook. Ik blijf naar hem kijken. En alle Hamlets slapen.
Sarah Sluimer schrijft elke week een column. Ze is de auteur van boeken, essays en toneelstukken.
‘Met sommige foto’s wil ik aan mijn familie vertellen hoe moeilijk het was om mijn gevoel van verantwoordelijkheid voor hen los te laten”, vertelt fotograaf Dominique de Vries (27). Meer dan drie jaar lang fotografeerde hij het landschap achter zijn ouderlijk huis, een sociale huurwoning, gelegen tegen de polder bij Hellevoetsluis (Zuid-Holland). Niet met een expositie of boek in gedachten, maar om voor zijn verhuizing naar Rotterdam afscheid te nemen.
Toch kwam er een project uit voort, Now I Know How to Tell You. Het is ingetogen werk dat toont wat De Vries niet in woorden wist uit te drukken: gemis, schuldgevoel, maar ook de lichtheid van jong zijn tussen de modderpoelen en groene sloten.
„Ik was zeven toen mijn ouders scheidden”, vertelt hij aan de telefoon. Hij wil over de omstandigheden weinig kwijt, wel vertelt hij dat zijn vader vanaf toen niet meer bijdroeg aan het gezin.
Hij bleef achter met zijn moeder en broertje. Als puber voelde hij druk om er voor hen te zijn. „Mijn moeder besprak alles met mij – hoe we de zorg voor mijn broertje moesten aanpakken, bijvoorbeeld. En als zij het emotioneel zwaar had, zag ik het als mijn taak om haar te steunen.”
Foto Dominique de Vries
Foto’s Dominique de Vries
Ze leefden van het minimumloon van zijn moeder. „Ik was me constant bewust van onze situatie. Toen ik naar de middelbare school ging, wilde ik wel hangen en puberen met vrienden, maar nog meer dan dat voelde ik me geroepen om thuis te helpen. En zo was de polder nauwelijks een plek waar ik mijn jonge jaren beleefde, maar gewoon een uitzicht uit mijn raam. De weg waar ik reed, van en naar huis.”
Totdat zijn vertrek in zicht kwam. Hij kreeg een vaste baan kreeg en wilde een eigen thuis. Het leven zoals dat jarenlang vanzelf had doorgedraaid, maakte plaats voor een gevoel van onvoldaanheid. „Als ik later aan deze plek zou terugdenken, wat moest ik me dan voor de geest halen?” Met de camera kon hij in beeld brengen wat hij eerder niet had kunnen vastpakken. „Ik kwam mijn jeugd tegen – juist ook het deel dat ik gemist had.”
Op foto’s: een boomhut, een mandje met appels. Een sloot vol drab. „Als kind zat ik bij zulke sloten te vissen en te prutsen. Ik kijk naar het plaatje en voel me weer speels. Maar ik zie ook een troosteloze plek in een verlaten landschap.”
Foto Dominique de VriesFoto Dominique de Vries
Zijn moeder en oma hadden in Polen hun familie en hun kansen om zelf door te leren achtergelaten. Het was midden jaren negentig, Polen was al een paar jaar een democratie, maar het land leefde nog met de naweeën van het communistische bewind. Er was weinig werkgelegenheid en de koopkracht was laag.
Beiden begonnen ze in Nederland als schoonmaakster. Hun afscheid daar werd een erfenis voor zijn toekomst hier. „Ik kon het niet maken om niet te gaan studeren, of om niet een stabiele baan te vinden [in de GGZ, red.]. Als ik alleen maar fotograaf was geworden, had ik het gevoeld alsof ik niet genoeg had gedaan met de kansen die zij met hun opofferingen voor mij mogelijk hebben gemaakt.
„Als jonge gast stond ik soms vol spanning met mijn camera tegenover boeren. Zo was er een meneer die in zijn eentje op een enorm stuk land leefde. Tussen de modder en de kou. Zijn vrouw en kinderen waren bij hem weggegaan. Ik herkende de situatie: een volwassen man, in een harde omgeving, die in zijn eentje alle zorgen op zijn schouders droeg. Ik besefte toen dat ik niet zo wil worden.”
Klanken die zich aan de huid lijken te plakken, zuigende echo’s en een zangstem die kronkelt als een streling. In ‘Short Story’ horen we gospelachtige stemmen roepen: „And the strain and thirst are sweet.”
Wordt hier de eenwording met God bezongen of is het de vleselijke versmelting? Vanuit welk verlangen maakte zanger-muzikant Justin Vernon, alias Bon Iver, zijn nieuwe album Sable, Fable?
Het antwoord is verrassend simpel. De ondoorgrondelijke zanger uit Wisconsin die zich al een carrière lang verstopt achter een volle baard en zijn falsetstem drenkt in priemende geluidseffecten, heeft een nieuw motto: niet meer ‘Wees onzichtbaar’ maar ‘Only got so much time to live. Let’s be sexy’. Vanuit dat idee begon Vernon (43) zo’n vier jaar geleden aan zijn vijfde album.
Anders dan op de vorige platen, 22, A Million (2016) en i,i (2019), toen hij keyboards, gitaar en rafelige echo’s hard op elkaar liet botsen, is er nu de glooiing van sensuele zang die zich verenigt met een pedal-steelgitaar of een wellustige sax. Op Sable, Fable ontstaat een warmbloedige sfeer dankzij een gorgelend orgel en dansende drums, terwijl Vernon opgewekt verslag doet van zijn lust en liefde.
Die openhartigheid over gevoelens betekent niet dat hij is teruggekeerd naar de akoestische stijl van zijn debuut For Emma, Forever Ago, uit 2008. Ook nu verpakt Vernon de sensualiteit in een laagje experiment. Hij laat akoestische instrumenten glanzen en gooit er dan een deken van stekelige effecten overheen. Binnen een liedje zwenkt hij van country-achtige gitaren naar bombastische elektronicawolken, aangenaam aangevuurd door een galopperend ritme. In bijvoorbeeld ‘Everything Is Peaceful Love’ zijn de zangpartijen euforisch, in ‘Walk Home’ klinken ze geprangd, en wordt de erotische boodschap („Pull me close up to your face/ Honey, I just want the taste”) dan weer gebracht met een vervormd, kobold-achtig stemmetje.
Terug in zijn schulp
For Emma, Forever Ago was het album dat Vernon mede dankzij de single ‘Skinny Love’ plotseling tot een internationaal populaire muzikant maakte. De zanger die hoopte ooit elk weekend in een andere kroeg in Wisconsin te kunnen optreden, moest plotseling non-stop op tournee rond de wereld.
Na de eerlijke inhoud van de liedjes op het debuut, over zijn gebroken hart, kroop Vernon in zijn schulp. Hij bleek, ontdekte hij, als mens niet opgewassen tegen het sterrenbestaan, met zijn lange reeksen optredens in sporthallen en de bemoeizucht van onbekenden.
Hij voelde zich opgejaagd en uitgeput, vertelde hij onlangs aan The New York Times, alsof er permanent een laars op zijn borst gedrukt stond. Die laars, én de ontmoeting met Kanye West, was wellicht de aanleiding dat zijn aanpak na For Emma… en en het daarop volgende Bon Iver, Bon Iver (2011) veranderde. Hij werkte verschillende keren met West, hun bekendste nummer is ‘Lost in the World’ op Wests experimentele hiphopalbum My Beautiful Dark Twisted Fantasy (2010), dat een mijlpaal in zijn loopbaan zou worden.
Het lied was het begin van Vernons nieuwe, claustrofobisch klinkende muziekstijl. De onopgesmukte klank van weleer werd vervangen door weerbarstige instrumentaties, gekleurd door zijn avontuurlijke productietechniek. Met behulp van Granular Synthesis kon hij geluiden in kleine stukjes opdelen en in nieuwe volgordes zetten. Met sampling, ongewone microfoonopstellingen en Auto-Tune verhulde en versierde hij zijn instrumentaties – en verdwaalde hij soms in de mogelijkheden die de hedendaagse techniek hem bood.
Lees ook
Bon Iver: Omineuze pogingen jezelf te verstoppen
En de luisteraar verdwaalde met hem mee. Ook in de liedteksten, die vaak abstract en onbegrijpelijk waren, met onuitsprekelijke titels als ’22 (OVER SOON)’ en ’ ‘10 dEAThbREasT’ (van het album 22, A Million uit 2016).
De beste bescherming tegen de buitenwereld vond hij in digitale vermomming: zijn prachtige falsetstem klonk nauwelijks meer als die van Justin Vernon: we hoorden een dikke laag gestapelde stemframenten, bewerkt met effecten als ‘Pitch Shifting’.
Maar dat is nu anders. Zijn stem lijkt bevrijd uit het labyrint. Die zangstem, die ooit transformeerde van briesend in een grunge-band (pre-Emma), naar kwetsbare falsetstem, naar rafelige android, staat nu weer vol in de aandacht: wankel, sensueel, streng of stroperig als honing. Soms, bijvoorbeeld in het sobere ‘Awards Season’, zelfs a capella en zonder galm.
De transformatie is niet alleen een gift voor de luisteraar, het is ook een teken van zijn herstel. Vernon heeft zijn slopende vermoeidheid inmiddels afgeschud en verbleef in een afkickkliniek om zijn sigarettenverslaving te bedwingen. Hij verhuisde van koud Wisconsin naar warm Los Angeles, waar hij incognito over straat kan en elke dag basketbalt met mensen die hem alleen maar kennen als „die gast Justin”. Zoals hij zelf zegt: hij houdt weer van zichzelf.
Dit album is daar een uiting van, volgens hem. Het is zijn meest persoonlijke album, „omdat ik het vooral voor mezelf gemaakt heb”.
Vernon, die zijn stem de afgelopen jaren leende aan liedjes van popsterren als Charli XCX en Taylor Swift, nodigde op zijn beurt artiesten uit als Danielle Haim (van Haim), Jacob Collier en gitarist Michael Gordon, alias Mk.gee, die allen passen in de swingende, vitale stijl van Sable, Fable.
Zelfs zijn teksten zijn nu verrassend direct: „Keep the sad shit off the phone/ And get your fine ass on the road!” (‘I’ll Be There’), en introspectief: „Nothing really happened like I thought it would” (‘Speyside’). En als ze ambigu zijn, dan zijn ze mooi mysterieus: „There are things behind things behind things”. De laars is weg, Justin Vernon is terug.
Bon Iver: Sable, Fable verschijnt vrijdag 11 april bij Konkurrent.