Presentator Tim de Wit: ‘Ik kan moeilijk omgaan met zwaar menselijk leed’

‘Kom binnen, ik ben net thuis, wil je een theetje?” Het is half maart en spitsuur in het leven van buitenlandjournalist Tim de Wit (44). Vanmorgen heeft hij een aflevering opgenomen voor Europa draait door, zijn wekelijkse podcast met historicus Arend Jan Boekestijn. Vanaf 6 april presenteert hij afwisselend met journalist Sophie Derkzen Bureau Buitenland, de nieuwe tv-versie van het gelijknamige geopolitieke radioprogramma, dat hij ook minstens drie keer per week presenteert. Hij is net afgezwaaid als invalpresentator bij Bar Laat, zijn talkshowdebuut. De recent uitgezonden serie De Wit en de Brit, waarin hij ontspannen de erfenis van Brexit onderzoekt, werd goed bekeken.

Het is een opmerkelijk snelle doorbraak voor De Wit als programma-dragende presentator, nadat hij drie jaar geleden afscheid nam als de keurig gestropdaste NOS-correspondent in het Verenigd Koninkrijk. „Dat ik ineens gevraagd werd om een talkshow als Bar Laat te presenteren had ik me een paar jaar geleden niet kunnen voorstellen. Ik ben altijd meer de duider. Misschien dat ik er daarom relaxed inging. Ik dacht: het ergste dat me kan gebeuren is dat mensen me een eikel vinden of dat ik door het ijs zak. Dan ga ik gewoon weer lekker radio maken.”

Wat deed BNN-VARA om u klaar te stomen voor Bar Laat?

Opgewekt: „Eigenlijk niks. Voorafgaand aan de pilot ben ik een dag met Jeroen Pauw en Sophie Hilbrand meegelopen. Poeh, de eerste paar uitzendingen voelden als overleven. Van een gesprek over 40.000 dode kinderen in Gaza naar een gesprek over ADHD, dat vond ik in het begin heel ongemakkelijke bruggetjes.”

Als we elkaar spreken, thuis in zijn nieuwbouwappartement aan de rand van Amsterdam, moet de Wit de proefuitzending van Bureau Buitenland nog opnemen, maar dat het programma tot in 2026 zal lopen staat al vast. Live vanuit het VPRO-gebouw zal hij zich elke aflevering met twee wisselende gasten richten op „de nieuwe wereldorde die aan het ontstaan is,” vertelt hij. „Soms zullen we dicht op de actualiteit zitten, maar we willen ook kijken hoe de grote tektonische platen wereldwijd verschuiven. Onze tafel wordt een wereldkaart. Als je bijvoorbeeld weet: de grondstof waar we nu allemaal naar zoeken is lithium, want daar rijden onze elektrische auto’s op, dan kun je kijken: waar vind je grote lithiummijnen? Dan zie je: hé, Servië, Oekraïne, Congo, daar is het allemaal onrustig. De spanning die vroeger rond grote olievelden en gasvelden heerste, verschuift nu naar de mijnen voor essentiële grondstoffen waar onze toekomstige economie op gaat draaien. Dat soort patronen vind ik interessant.”

Welke onderbelichte thema’s gaat u behandelen?

„Om het geopolitieke spel te begrijpen moet je weten wat de intenties zijn van grote spelers als de VS, Rusland en China. Maar hoe zit het bijvoorbeeld met India? Daar is weinig aandacht voor, maar dat is het land met de meeste inwoners ter wereld en een gigantische economie, die nog een open relatie heeft met de VS. Want Modi, de premier van India, is een grote fan van Trump. Ondertussen hebben ze ook een open lijntje met Moskou, want India neemt gerust gas en olie af van Rusland. Dat soort verbanden willen we leggen, op een luchtige en toegankelijke manier, zodat mensen die niet The Economist lezen er ook iets mee kunnen.”

De NPO-leiding wilde Bureau Buitenland alleen uitzenden als de VPRO Tegenlicht zou laten vallen. Wordt u in de wandelgangen nijdig aangekeken?

„Helemaal niet. Bureau Buitenland was al in ontwikkeling voordat die knoop over Tegenlicht werd doorgehakt. De frustratie richtte zich meer op de directie van de VPRO en de bezuinigingen bij de NPO.” Ook De Wit verbaast zich wel eens over het NPO-beleid. „Dat je Bureau Buitenland niet meteen primetime programmeert, snap ik. Maar door programma’s als Zembla of Frontlinie weg te stoppen aan het einde van de avond op NPO2, waarop weinig mensen kijken, geef je als NPO de journalistiek niet de prioriteit die het in deze tijd verdient.”

Ervaart u een verschil in de journalistieke cultuur tussen de NOS en de VPRO?

„Zeker. De NOS heeft geen kleur, daardoor paste ik er goed. Ik heb nog steeds geen enorme behoefte om op te vallen of mijn mening op te dringen. De VPRO is een progressieve omroep. Ik voel me daar prima bij, maar ik ben geen geboren VPRO’er, die als kind Villa Achterwerk kijkend naar de vrije school ging. Mijn ouders waren conservatief, ze lazen De Telegraaf en stemden CDA. Mijn moeder werkte als psychiatrisch verpleegkundige. Mijn vader hielp in Amsterdam werklozen de arbeidsmarkt op. Ik kom niet uit een intellectueel of belezen gezin waar groots over politiek werd gefilosofeerd, al had ik dat achteraf wel fijn gevonden.”

Tim de Wit . Foto Merlijn Doomernik

Voelde u een achterstand?

„Zeker, ook in mijn studietijd. In onze familie was het niet gebruikelijk dat je naar de universiteit ging, maar mijn vader zei: je hebt een stel hersens, ga maar economie studeren. Na een half jaar dacht ik: wat doe ik hier? Ik wil niet de rest van mijn leven op de Zuidas Excel-sheets opmaken.” Na een master internationale betrekkingen solliciteerde hij bij de buitenlandredactie van de NOS. In 2010 ging hij naar Zuid-Afrika om als freelance journalist het wereldkampioneschap voetbal te verslaan :„Dat WK was historisch, Zuid-Afrikanen hadden het idee: de hele wereld kijkt eindelijk naar ons! Het was zestien jaar na de apartheid, ik zag zwarte Zuid-Afrikanen samen met witte Zuid-Afrikanen naar wedstrijden kijken. Dat ontroert me nog steeds.”

Het freelancen vanuit Zuid-Afrika komt aanvankelijk traag van de grond. „De eerste tv-reportage die ik voor de Vlaamse VRT maakte werd afgekeurd. Het ging over de taxioorlog in Johannesburg, waarbij chauffeurs elkaar doodschoten. Ik leerde meteen mijn belangrijkste journalistieke les: als je iets belooft moet je het waar kunnen maken. Ik had een verhaal gepitched over schietende taxibendes, maar dat krijg je natuurlijk niet op camera. Ik sprak alleen met mensen die erbij waren geweest, dat vonden ze saai. Ik dacht: alles stort in, ik ben blijkbaar niet goed genoeg.” Met een lach: „Dan merk je meteen dat je niet zo veel hebt meegemaakt in je leven. Eigenlijk is dat de rode draad: ik spring vaak in het diepe en ik zie wel. Daarbij kom ik mezelf vaak tegen.”

In 2011 vestigde De Wit zich als buitenlandredacteur in Berlijn, in 2015 wordt hij correspondent in Londen. Een jaar later stemmen miljoenen Britten voor Brexit. Vanaf zijn Londense balkon moet De Wit opeens dagelijks miljoenen journaalkijkers toespreken, stijf van de zenuwen. „Ze gooiden me gewoon voor de leeuwen. Ik kreeg een middagje stand-up training, thuis bij Kees van Dam. Ik weet nog dat ik zei: ‘Dit is alsof ik met jou op een veldje ergens achteraf penalty’s oefen, maar straks moet ik het live doen in een vol stadion. Ik had niet het zelfvertrouwen dat ik het kon, dat ik het überhaupt in me had. Het is zo’n overwinning op mezelf geweest, dat ik na eindeloos lang voor die camera staan, voelde: hé, ik kan dit!”

Wat voor tips gaf Van Dam u?

„Hij zei iets wat heel simpel lijkt: als Rob Trip in het Achtuurjournaal een vraag stelt, geef je in de eerste zin meteen antwoord op de vraag, dat helpt een kijker. Daarna leg je uit waarom je dat antwoord geeft, in maximaal twee alinea’s. Je sluit af met een scherpe, heldere conclusie, want de laatste zin is wat de kijker onthoudt.”

Als je dat tien keer hebt gedaan verveel je je toch kapot?

„Integendeel, ik vond het heerlijk om daarop te kauwen: hoe maak ik van deze niet uit te leggen Brexit-wet een brokje dat mijn oma van negentig ook snapt? Maar ik denk nog steeds: waarom zat dit elke avond in het journaal? Brexit was een soap met 600 afleveringen. We smulden ervan.”

Die niet-aflatende nieuwshonger tekent vijf jaar lang het leven van De Wit. Zo ook op 22 maart 2017, als een man op Westminster Bridge met een busje inrijdt op wandelaars. „Vlak voor die aanslag was ik zelf die brug overgestoken. Ik werd gebeld: waar ben je? Ik liep snel terug en wandelde de hel in. Mensen lagen dood te gaan. Twaalf minuten later ging ik per telefoon live het journaal in. Ik vond het freaky om mezelf later terug te horen. Waar was mijn emotie? In de dagen daarna kwam alles terug in nachtmerries. Dat heeft mijn gesterkt in de gedachte dat ik nooit oorlogscorrespondent moet worden. Ik kan moeilijk omgaan met zwaar menselijk leed.”

De Wit staat op, zet verse thee. In de huiskamer hangt een tekening van een gevulde glazen voorraadpot met de tekst: ‘Brexit Tears.’ In zijn Londense jaren had hij zelden tijd om te onderzoeken hoe Brexit on the ground voor Britten uitpakte. Dat maakte hij in 2022 goed in zijn boek Wankel koninkrijk, dat hij recent bewerkte tot de VPRO-serie De Wit en de Brit. In het kielzog van zijn Londense vrienden, die zowel de Britse politiek als De Wit zelf droog op de korrel nemen, trekt hij door het VK, waar goede zorg en voldoende eten voor sommige Britten een privilege zijn geworden. In de slotaflevering ontmoet hij politicus Boris Johnson. „Ik wilde hem confronteren met keiharde feiten, want Brexit is niet gegaan zoals hij arme Britten potverdorie beloofd heeft. Ik dacht: hoe lult hij zich hieruit? Maar hij ging weer wauwelen dat het allemaal fantastisch gaat.”

Dit soort kritische journalistiek staat onder druk. heeft dat invloed op u?

„Je voelt dat het wantrouwen jegens de publieke omroep en kwaliteitskranten groter wordt. Mensen stemmen op partijen die hardop zeggen dat de publieke omroep moet worden afgeschaft. Maar ik ben geen activist, daar moet echt meer voor gebeuren. Ik heb niet het idee dat de persvrijheid in Nederland nu onder grote druk staat. Ik vind het belangrijk dat mensen aan mij niet voelen wat ik stem en wat ik denk over bepaalde onderwerpen. Als je mijn boek leest snap je wel hoe ik over Brexit denk, maar ik heb, hoop ik, goed onderbouwd hoe ik tot mijn conclusies kom. Activistische journalistiek vind ik geen goede journalistiek. Zodra je vooringenomen een verhaal ingaat, ben je niet meer nieuwsgierig naar de andere kant. Zonder nieuwsgierigheid is journalistiek ten dode opgeschreven.”

Heeft u als opkomende BN’er al gênante verzoeken ontvangen?

De Wit schiet in de lach. „Een bedrijf voor thuisalarmen stuurde een bericht, of ik hun ambassadeur wilde worden. Ik doe daar natuurlijk niks mee, als journalist is het belangrijk dat je onafhankelijk blijft. Maar BN’er? Nee, ik ben gewoon een schakel in het geheel. Voor veel mensen heb ik natuurlijk het imago van een serieuze journalist. Plak je die nou per se als posterboy in een bushokje om iets te verkopen? Ik denk het niet.”

Bureau Buitenland, vanaf zondag 6 april, NPO2, 22.45 uur. En NPO Start.