Vliegtuigen hebben een verticale staartvin nodig om goed te manoeuvreren en stabiel te vliegen. Vogels hebben die niet. Toch vliegen vogels schijnbaar roerloos door de lucht, ook als die turbulent is. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en Stanford University in de VS hebben een robot gemaakt die net als vogels zonder verticale staartvin vliegt. Voor stabiliteit maakt de PigeonBot II gebruik van ‘reflexen’ die vogels ook hebben, laten ze zien in een artikel in het blad Science Robotics.
De vleugels van de PigeonBot II lijken verdacht veel op echte vleugels. De veren zijn dan ook echte duivenveren (52 stuks). Ook voor de aansturing van de robot imiteerden de onderzoekers vogels. Vogels vliegen stabiel door hun vleugels en staart in verschillende hoeken en posities te brengen als reactie op luchtstromingen of plotselinge bewegingen.
De vleugels van de robot kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen. Als de robot een kanteling ervaart – via sensoren die beweging en rotatie meten – gaat de ene vleugel iets omhoog en de andere iets omlaag om de kanteling te corrigeren. Ze kunnen ook naar voren of naar achteren bewegen. De staart kan ongewenste zwenkbewegingen tegengaan door te kantelen, te draaien en zijwaarts te schuiven.
Wanneer welke beweging nodig is bepaalt de PigeonBot II zelf. Hij heeft daarvoor een adaptief systeem dat de optimale besturingsinstellingen kiest afhankelijk van de positie van de vleugels en de hoek van de staart. Tests in een windtunnel toonden aan dat deze reflexieve aansturing werkt tot een turbulentie-intensiteit van ongeveer 12 procent, daarna neemt de stabiliteit af.
De echte veren maken grootschalige toepassing in deze vorm niet heel voorstelbaar. Maar het concept is wel breed inzetbaar en ook zinvol, denken de onderzoekers. Dankzij de afwezigheid van de staartvin is de luchtweerstand lager, wat het energieverbruik verlaagt. Ook kan een op deze manier vormgegeven drone of vliegtuig opereren in omstandigheden waar conventionele vliegtuigen het moeilijk hebben, zoals bij vlagerige wind of turbulentie.
De 24-jarige man die wordt verdacht van het plegen van drie ogenschijnlijk willekeurige moorden in IJsselmonde, heeft bekend dat hij de drie slachtoffers heeft doodgeschoten. Dat heeft de officier van justitie vrijdagochtend verteld in de Rotterdamse rechtbank tijdens de eerste (niet-inhoudelijke) zitting.
De verdachte zou op 21 december 2024 op de Reyerdijk in Rotterdam, en op 28 december aan het Roelantpad twee mannen van 63 en 58 jaar van achteren hebben neergeschoten. Beide slachtoffers overleden kort daarop aan hun verwondingen. Daarna volgde op 2 januari een derde slachtoffer, een man van 81. Hij overleed vrijwel meteen.
Ook een twintigjarige man uit Amsterdam staat terecht die Sendric S. het moordwapen zou hebben geleverd
De zittingszaal zit deze vrijdag propvol, een tweede zaal zit eveneens vol belangstellenden én er is de mogelijkheid de zitting te volgen via een livestream. Dat is uitzonderlijk, maar de Rotterdamse rechtbank besloot ertoe vanwege de grote impact van de gebeurtenissen op de wijk, Rotterdam en de rest van Nederland.
De officier schetst in de rechtbank de urgentie waarmee een politieteam op zoek ging naar een dader, nadat het eerste slachtoffer was gevallen. De gebeurtenis hield Rotterdam-IJsselmonde in een ijzingwekkende greep: de politie riep bewoners na het derde incident zelfs op niet alleen de straat op te gaan en donkere en afgelegen plekken te vermijden.
Snapchat
Op 2 januari werd Sendric S., zonder vaste woon- of verblijfplaats, op het balkon van een woning in Rotterdam gearresteerd. In de woning werd ook een vuurwapen aangetroffen. Hem wordt driemaal moord en wapenbezit verweten. Ook een twintigjarige man uit Amsterdam, die hem het moordwapen zou hebben geleverd, staat terecht.
De schutter verkreeg zijn vuurwapen – een gaspistool – een dag voor de eerste schietpartij van de twintigjarige Amsterdammer. De politie trof het dna van de Amsterdammer aan op de kogelhulzen na de beschieting van het eerste slachtoffer. Toen bij het tweede slachtoffer hetzelfde dna werd gevonden, kon er een link worden gelegd tussen beide schietpartijen. De twee mannen waren met elkaar in contact gekomen via Snapchat.
Na een anonieme tip – van, zo bleek later, de twintigjarige Amsterdammer – bij het Team Criminele Inlichtingen over het Snapchat-account van S. wist de politie de naam van de vermoedelijke schutter te achterhalen. De agenten die op dat moment in groten getale op straat aanwezig waren, kenden die informatie nog niet toen zij op 2 januari in de supermarkt een man controleerden die voldeed aan het signalement. Hij werd door agenten op de foto gezet, maar ging vrijuit. Niet lang daarna bleek hij vermoedelijk de drie mensen te hebben neergeschoten.
Over het motief van de schutter is volgend de officier van justitie nog niets bekend. Sendric S. zal worden onderzocht in het Pieter Baan Centrum. De volgende pro-formazitting staat gepland op 24 juni.
Het aantal minderjarige verdachten van misdrijven in Nederland is de afgelopen jaren fors gedaald. De daling loopt gelijk met het totale aantal verdachten, van alle leeftijden en achtergronden, dat in tien jaar is afgenomen. In 2024 waren er in totaal 141 duizend criminele verdachten, 43 procent minder dan tien jaar ervoor. Dat blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers van het CBS.
Het percentage minderjarigen van dat geheel was zowel vorig jaar als tien jaar geleden 11 procent. Maar absoluut gezien zijn dat wel een stuk minder criminele jongeren dan de nieuwskoppen soms doen vermoeden. Zo werd begin dit jaar een dertienjarige jongen doodgestoken door een leeftijdsgenoot in Schiedam, en hebben meerdere gemeenten de laatste jaren vanwege steekincidenten een messenverbod afgekondigd onder jongeren.
Toch is volgens het CBS het aantal minderjarige verdachten juist met 40 procent gedaald ten opzichte van 2014: toen werden er nog 309 minderjarigen per tienduizend inwoners verdacht van een misdrijf, vorig jaar waren dat er 129.
1 op de 6 niet in Nederland
Jongvolwassen tussen de 18 en 23 worden relatief het vaakst verdacht van een misdrijf. Dat is in 2024 niet anders ten opzichte van tien jaar ervoor. De gemiddelde leeftijd van verdachten is sinds 2014 gelijk gebleven: 33 jaar.
Van de hele groep verdachten woont een op de zes niet officieel in Nederland. Dit is juist wel een stijging ten opzichte van tien jaar terug. De meeste niet-Nederlandse verdachten in 2024 hadden een Poolse (ruim 5 procent) of Roemeense (ruim 2 procent) achtergrond. Verdachten die wel een woonadres in Nederland hebben, komen het vaakst uit Amsterdam. In die stad waren vorig jaar 110 verdachten per tienduizend inwoners. Naar verhouding woonden de meeste verdachten in Heerlen 149 per tienduizend inwoners.
Een vuurwerkverbod is deze jaarwisseling niet haalbaar, zei staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Chris Jansen (PVV) donderdagnacht tot chagrijn van een deel van de Tweede Kamer. Dat deed hij tijdens het laatste debat over de initiatiefwet van Jesse Klaver (GroenLinks-PvdA) en Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren), waarin zij een algeheel vuurwerkverbod voor consumenten hebben opgesteld. Ook ziet Jansen problemen in het compenseren van ondernemers, dat zou door Europese staatssteunregels ingewikkeld liggen.
Mirjam Bikker van de ChristenUnie zei dat de „komende jaarwisseling een soort armageddon wordt waarin iedereen nog één keer zal losgaan en ontsporen” als er wél een verbod is aangekondigd, maar dat niet direct van kracht is.
Uit haar hoek kwam een belangrijk amendement, waarin zij voorstelt een vrijstellingsregeling te maken voor verenigingen zodat die met vergunningen wel vuurwerk kunnen blijven afsteken. Zonder dat amendement willen VVD en NSC, die nodig zijn voor een meerderheid, het vuurwerkverbod niet steunen.
Onder meer door die voorwaarde duurt het volgens Jansen anderhalf jaar om het verbod ingevoerd te krijgen. Volgens Jansen zou het nodig zijn om eerst de wet door de senaat te krijgen, en zou hij daarna pas aan de uitwerking kunnen beginnen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).
‘Stuitend’
Bikker, die erop wees dat ze zelf jarenlang in de senaat heeft gezeten, zegt dat „het niet nodig is om het hele traject af te wachten”, maar dat de ambtenaren van zijn ministerie alvast „alles in gereedheid” kunnen brengen wat betreft de AMvB. Jansen bleef bij zijn punt. Bikker: „De staatssecretaris moet niet doen alsof hij blanco moet beginnen. Dit is een kwestie van niet willen, in plaats van niet kunnen.” Ze verweet Jansen een „dogmatische stellingname”. Ook coalitiekamerleden Ingrid Michon-Derkzen (VVD) en Faith Bruyning (PVV) vroegen zich af waarom de staatssecretaris niet voor een versnelling kiest.
Ook stuitend vonden Kamerleden dat Jansen van de initiatiefnemers verwacht dat zijzelf met dekking komen, hetgeen volgens Bikker „initiatiefwetten onmogelijk maakt” omdat de Kamer niet beschikt over het ambtenarenapparaat dat bewindspersonen wel hebben. Michon-Derkzen vroeg zich af of Jansen zich realiseerde dat, als de wet wordt aangenomen híj verantwoordelijk is voor de wet. „Wat is ervoor nodig om te laten doordringen dat de uitdaging aan hém is?”
De indruk van de Kamerleden was dat Jansen vooral op zoek was naar problemen met het voorstel, zonder bezig te zijn met oplossingen. Door de oppositie werd gesuggereerd dat Jansen zélf tegen een vuurwerkverbod zou zijn, en daarom het invoeren van het verbod zou traineren.
BBB hint op kabinetscrisis
Onder de Kamerleden zelf leidde coalitiepartij BBB het verzet tegen het vuurwerkverbod. BBB-leider Caroline van der Plas: „Heel veel mensen genieten van vuurwerk, 45 procent geeft aan ervan te genieten. Die brave burger wil gewoon met zijn kind een sierpotje aansteken.” Ze vroeg zich af wat GroenLinks-PvdA zegt tegen déze mensen. Toen Ines Kostic van de Partij voor de Dieren zei dat de jaarwisseling weer leuk zal worden voor iedereen, stapte Van der Plas naar de interruptiemicrofoon. „Er zijn ongeveer 800 ondernemers” die „helemáál geen leuke jaarwisseling hebben” als er een vuurwerkverbod komt. „Mensen die misschien wel tonnen hebben geïnvesteerd” omdat ze aan veiligheidseisen moesten voldoen. Op de publiekstribune zat een drietal vuurwerklobbyisten en -ondernemers druk te knikken.
Van der Plas speelde de verschillen met de eigen coalitiegenoten hoog op, toen zij een motie indiende waarin ze stelde dat NSC en VVD breken met het hoofdlijnenakkoord als zij voor het vuurwerkverbod stemmen. „Omdat vuurwerk niet overal in Europa wordt verboden”, zei Van der Plas, gaat het om nationale wetgeving bovenop Europese wetgeving. Daar zijn inderdaad afspraken over gemaakt in het Hoofdlijnenakkoord, maar doorgaans interpreteren coalitiepartijen die als geldend voor specifieke thema’s, zoals landbouw. Toch hintte Van der Plas op een kabinetscrisis als haar coalitiegenoten zouden meestemmen. Uiteindelijk leek Van der Plas toch weer te willen sussen, maar niet voordat ongeveer de voltallige oppositie én Michon-Derkzen haar hadden aangesproken op het opblazen van het probleem.