Onze zoon (12 jaar) leert op school over het naamwoordelijk gezegde. Tijdens het avondeten hebben we het erover dat het onzin is dat kinderen dit wel moeten leren op de middelbare school, maar niks leren over AI.
Ik vraag aan hem: „Durf jij morgen aan de docent te vragen waarom je dit eigenlijk moet weten?”
„Ja wat denk je nou mam, dat hij tegen mij zegt, ik weet het eigenlijk ook niet. Maar hier heb je een chocoladereep, vertel het maar tegen niemand!”
Barbara Logher
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
Plotseling is hij vertrokken. Op het moment dat iedereen naar de bal beweegt, sluipt Oliver Antman juist weg in tegengestelde richting. Op zijn tenen dribbelt de vleugelaanvaller van Go Ahead Eagles richting de zijlijn, weg van de middenvelder die hem even eerder nog dekte. Zodra de dieptepass volgt, ligt hij al op volle snelheid. Met voor hem een bijna eindeloze ruimte.
Pas in het strafschopgebied treft Antman (23) een tegenstander, Nick Viergever, een van de ervaren centrale verdedigers van FC Utrecht. Antman doet alsof hij het duel aangaat, houdt toch in. Hij treuzelt, wacht tot hij voor het doel hulp van teamgenoten krijgt. Dan steekt hij een bekeken balletje dwars door de Utrechtse verdediging, richting centrumspits Milan Smit. Een inglijdende verdediger kan nog net een doelpunt voorkomen.
Het is de eerste waarschuwing die de FC Utrecht krijgt, en tevens de laatste. Want de eerstvolgende keer dat Antman zich zo nadrukkelijk in een aanval mengt, valt jet eerste doelpunt. De wedstrijd in de Adelaarshorst is nog geen kwartier bezig, als de Fin opnieuw wegsnelt uit de rug van flankverdediger Souffian El Karouani. Zijn voorzet belandt even later voor de voeten van schaduwspits Victor Edvardsen, die hard binnenschiet: 1-0.
Meeste assists
Dat hij deze zondag in korte tijd zo veel ruimte krijgt, is verwonderlijk. Het verbaasde Antman zelf ook, zei hij na afloop. Want weinig spelers zijn dit seizoen zo gevaarlijk als hij: 41 kansen creëerde hij dit seizoen al, achttien keer was hij betrokken bij een doelpunt, als maker of aangever. Alleen topscorer Sem Steijn (FC Twente) en Feyenoord-dribbelaar Igor Paixão waren productiever.
Maar waar Steijn het vooral van zijn doelpunten moet hebben, valt Antman juist op door zijn voorzetten. Twaalf keer stelde hij dit seizoen al een ploeggenoot in staat een doelpunt te maken, de wedstrijd tegen Utrecht nog niet meegerekend. Dat is meer dan elke andere speler in de Eredivisie, en zelfs in Europees verband is die statistiek uitzonderlijk: in de vijf grootste voetbalcompetities gaf alleen Mohammed Salah (Liverpool) meer assists.
Had hij dat zelf verwacht, toen hij deze zomer de overstap naar Deventer maakte, van het Deense FC Nordsjælland? Antman ontwijkt de vraag zondagmiddag grijnzend: natuurlijk wist hij dat hij goed kon voetballen. Maar hij moest zich bij Go Ahead ook invechten in een elftal dat al behoorlijk draaide. Waar hij op de rechterflank bovendien concurreerde met Bobby Adekanye, al twee jaar de vaste keuze.
Toch leek Go Ahead hem een mooie club: in 2023 speelde Antman ook al een halfjaar in Nederland, op huurbasis bij FC Groningen. Destijds was hij een keer in de Adelaarshorst geweest, en was hij gecharmeerd geraakt van het Nederlandse voetbal. Dus toen Paul Bosvelt, de technisch directeur van Go Ahead, vorige zomer contact opnam en een aanbod deed, was de keuze snel gemaakt.
Moeizame start
Zijn start in Deventer was moeizaam. Vanwege Adekanye speelde Antman zijn eerste wedstrijden voor Go Ahead op de linkerflank, waar Oliver Edvardsen in begin van het seizoen nog ontbrak vanwege een blessure. Ondanks zijn tweebenigheid kon hij er niet overtuigen, en dus raakte Antman na de terugkeer van de Noor zijn basisplaats kwijt. Een tegenvaller, maar achteraf ook het keerpunt.
Op trainingen ziet coach Paul Simonis hoe Antman daarop nóg iets beter zijn best doet, zegt hij later tegen VI. Antman is vastberaden zijn plek te heroveren. Als invaller mag hij eind oktober een kwart wedstrijd meedoen op bezoek bij AZ. Vlak voor tijd geeft hij de voorzet die Go Ahead alsnog een gelijkspel oplevert. Een week later, in de streekderby tegen PEC Zwolle, doet hij dat opnieuw.
Voor Simonis is dat reden om Antman nu eens op rechts te proberen, in plaats van Adekanye. Sindsdien is hij een vaste waarde in de basiself: bijna elke week speelt hij de volle wedstrijd, bijna elke week is hij betrokken bij doelpunten. Zo is hij met twee goals begin maart bepalend in de verrassende 3-2 overwinning op PSV. Een week later, bij de uitoverwinning op NEC, geeft hij twee assists en maakt hij zelf de winnende goal (2-3).
Tegen Utrecht is Antman opnieuw de beste man op het veld. De hele wedstrijd gaat dreiging van hem uit, loopt hij weg uit de dekking van El Karouani. De ene keer door met grote passen langs de zijlijn weg te sprinten, de andere keer door de ruimte tussen de back en centrale verdediger Viergever op te zoeken en daar een actie te maken.
Teleurstellende middag
Ook bij de 2-0, na een kwartier, is hij bepalend. Die ontstaat vanuit een lange bal van linksachter Dean James richting het Utrechtse doel. Antman vangt die pass op en dreigt richting het doel. Dan draait hij plots de andere kant op, en speelt zo handig teamgenoot Mathis Suray vrij, die ongehinderd kan binnenschieten. Opnieuw twee assists, in het tijdsbestek van nog geen drie minuten.
Toch blijkt het niet genoeg. Go Ahead is beter, maar kent verdedigend ook een uitermate slordige periode vlak voor rust, waardoor Utrecht nog voor rust gelijk maakt. Dat maakt het voor Antman alsnog een teleurstellende middag, zegt hij na afloop. Want bij een overwinning had Go Ahead gedeeld vijfde gestaan, met zicht op de vierde plek. Door het gelijkspel blijft de ploeg voorlopig zevende.
Lotte Kopecky heeft zondag voor de derde keer de Ronde van Vlaanderen gewonnen. De Belgische deed dat voor het eerst in de kleuren van de regenboogtrui als wereldkampioen. In een sprint in finishplaats Oudenaarde was ze te sterk voor Ferrand-Prévot, Lippert en Niewiadoma. De vier eindigden ruim een minuut voor de concurrentie.
Het viertal was op de Oude Kwaremont, met nog achttien kilometer te rijden, weggereden uit een al uitgedund peloton. Kopecky volgde op die klim eerst het tempo van de Franse Pauline Ferrand-Prévot (Team Visma-Lease a bike), maar nam het initiatief halverwege de Oude Kwaremont over.
Op de slotklim, de uiterst steile Paterberg, probeerden tourwinnaar Kasia Niewiadoma en Liane Lippert de Belgische topfavoriet nog wel te lossen met een hoog tempo. Maar de wereldkampioene kon probleemloos volgen. In de laatste kilometer probeerde klimspecialist Niewiadoma nog bij de andere drie weg te raken, zonder succes. Kopecky maakte het namens haar ploeg SD Worx-Protime af, wijzend naar haar spierballen toen ze over de eindstreep kwam.
„Ik had niet de beste benen in het begin, maar het ging beter en beter naarmate de koers vorderde”, zei Kopecky achteraf in een interview. Ze zei ook dat ze er na de Oude Kwaremont vertrouwen in had dat het viertal de eindstreep zou halen. De Nederlandse inbreng in Vlaanderen was gering, mede doordat Demi Vollering niet aan de start verscheen. Anna van der Breggen reed haar eerste Ronde van Vlaanderen sinds haar rentree in dienst van Kopecky. De beste Nederlandse was Ellen van Dijk op plaats acht.
Patrick Stevens kan het bijna niet geloven. Hij werkt al een kwart eeuw in de cannabisindustrie en eindelijk hoeft hij niet meer geheimzinnig te doen. Zelfs als hij in de trein zit, neemt de teler telefoontjes van coffeeshophouders aan. „En heb je nog voorgedraaide joints nodig?”, horen medepassagiers Stevens dan vragen.
Stevens werkt bij Holigram, een van de legale cannabiskwekers die meedoen aan het langverwachte wietexperiment dat deze maandag van start gaat. Vier jaar lang kunnen gebruikers uitsluitend legale wiet en hasj kopen bij coffeeshops in de gemeentes Nijmegen, Arnhem, Groningen, Zaanstad, Almere, Voorne aan Zee, Heerlen, Maastricht, Breda en Tilburg. De proef moet uitwijzen of Nederland kan overstappen op de legalisering van softdrugs.
Het huidige gedoogbeleid is „een idiote, rare situatie”, vindt de Tilburgse burgemeester Theo Weterings. „Er worden bakken met geld verdiend in het illegale circuit, terwijl het eindproduct gewoon in een legale coffeeshop verkocht mag worden.” Ook zijn ambtsgenoot Paul Depla is een voorvechter van legalisering. „We hebben lange tijd de rode loper uitgerold voor de georganiseerde criminaliteit en illegale telers met de illegale achterdeur”, zegt de burgemeester van Breda.
Kwaliteit van de hasj
Het wietexperiment werd zevenenhalf jaar geleden aangekondigd in het regeerakkoord van kabinet-Rutte II. Anderhalf jaar geleden begonnen coffeeshops in Tilburg en Breda met de verkoop van de eerste legale producten, sinds vorige zomer zijn die ook beschikbaar in de andere acht gemeenten. In het najaar moest de daadwerkelijke start van het wietexperiment volgen, maar die werd uitgesteld omdat de kwekers er nog niet klaar voor waren.
Samples in Coffeeshop Smokery in Wormerveer. Op elke verpakking staat verplicht veel informatie over het product. Foto Olivier Middendorp
De regering heeft tien telers aangewezen om legale cannabis te produceren. Zij bouwden de afgelopen jaren kassen en fabrieken om plantjes te kweken. Nu zeven van de tien telers kunnen leveren, kan het experiment beginnen. Voor de experimenteerfase was bepaald dat telers minimaal 570 kilogram wiet en 160 kilogram hasj per week moeten kunnen leveren, met een voorraad van 6800 kilogram wiet en 2000 kilogram hasj.
Veel van onze klanten denken dat het gemaakt wordt door de staat. Dat de ministers met z’n allen in de kwekerij zitten om de jointjes te draaien
De telers kweken inmiddels voldoende, maar de kwaliteit van de hasj laat nog te wensen over. Dat was de voornaamste zorg van de 57 coffeeshophouders uit deelnemende gemeenten, die vorige maand om uitstel van het experiment vroegen in een brandbrief aan hun burgemeesters. Ze vrezen dat klanten naar andere gemeenten of de illegale markt trekken als de legale producten niet goed zijn. Het uitstel kwam er niet, besloot het kabinet. Wel mogen de coffeeshophouders tot 10 juni gedoogde hasj blijven verkopen. Zo’n twintig procent van de verkoop van coffeeshops bestaat uit hasj.
Op dit moment heeft slechts één kweker altijd hasj op voorraad: CanAdelaar, een van oorsprong Oostenrijkse producent die in Hellevoetsluis de grootste legale cannabiskas van Europa heeft. Gebruikers roken liever gedoogde Marokkaanse hasj dan deze legale nederhasj, zegt coffeeshophouder Maikel van Nieuwkasteele van Smokery uit Wormerveer (Zaanstad). Die legale hasj is „niet van de kwaliteit die klanten van ons gewend zijn”. Volgens Max Scherder van CanAdelaar zullen gebruikers gewend raken aan nederhasj en is die wel degelijk „van erg goede kwaliteit”. Marokkaanse hasj kan in Nederland niet nagemaakt worden, zegt Karina Zuidinga van Q-Farms uit Veendam, al werkt deze kweker aan een soort die in de buurt moet komen. De hasj uit Marokko is ook goedkoper, zeggen beide telers. „Marokkaanse hasj kost 6 tot 10 euro per gram in de shop, dan zit je al op of onder de kostprijs van nederhasj”, zegt Zuidinga.
Voorgedraaide joints in Coffeeshop Smokery. Foto Olivier Middendorp
Er zijn ook andere zorgen, blijkt uit een rondgang van NRC. Sommige telers kampen met personeelstekort voor het inpakken van hasj en wiet. Op elke verpakking zit een unieke code, waarmee de overheid die kan traceren tot aan de verkoop. Coffeeshophouders moeten op hun beurt de zaak inrichten op de verschillende formaten die telers leveren. Als het traceersysteem uitvalt, zoals al een keer gebeurd is, moeten ze foto’s maken van alle producten die over de toonbank gaan, om ze later alsnog te scannen.
Begint het experiment te vroeg? „De een maakt zich heel erg zorgen. De ander zegt: het zal misschien een jaar duren voordat de hele keten op elkaar aangesloten is, maar ik wil wel m’n schouders eronder zetten”, zegt Margriet van der Wal, voorzitter van de vereniging van Actieve Bredase Coffeeshopondernemers. Niet alle coffeeshops die de brandbrief hadden ondertekend, waren daadwerkelijk voor uitstel, laten enkele eigenaren aan NRC weten. Wel deelden ze de zorgen.
Vrij van bestrijdingsmiddelen
Over die zorgen is burgemeester Depla (Breda) sceptisch. „Alle beren op de weg zijn in de praktijk een klein beertje gebleken, of angstbeelden die helemaal niet zijn uitgekomen. Niet alle problemen die naar voren worden gebracht doen zich werkelijk voor. Als burgemeester moet ik oppassen dat ik niet wordt gebruikt als lobby voor gigantische financiële belangen”, zegt hij. Met dat laatste doelt hij op klachten uit het illegale circuit.
Gebruikers gaan er in alle opzichten op vooruit, zeggen telers en coffeeshophouders
Gebruikers gaan er in alle opzichten op vooruit, zeggen telers en coffeeshophouders. Niet alleen is legale, schone wiet vrij van bestrijdingsmiddelen en zware metalen, ook zijn de prijzen volgens hen vergelijkbaar met gedoogd spul. „Eén kilo amnesia kost via de achterdeur drieënhalf tot vierduizend euro. Bij ons is het ongeveer viereneenhalf duizend per kilogram”, zegt kweker Stevens. „En als er meer telers bij komen, gaat het aanbod omhoog en de prijs naar beneden.”
Vaste klanten bij coffeeshop Smokery in Wormerveer moeten nog wennen aan legale wiet. Van Nieuwkasteele schat dat hij op dit moment zestig procent van zijn omzet uit legale producten haalt. „Veel van onze klanten denken dat het gemaakt wordt door de staat. Dat de ministers met z’n allen in de kwekerij zitten om de jointjes te draaien, bij wijze van spreken.” Dus vertelt de coffeeshopeigenaar hoe het wel zit, biedt hij samples van legale wiet aan en krijgen klanten geld terug „als ze het niks vinden”.
De opslag van coffeeshop Smokery. Coffeeshops mogen onder de oude regelgeving 500 gram aan voorraad hebben, in de nieuwe situatie mag dat veel meer zijn. Foto Olivier Middendorp
Van Nieuwkasteele verwacht „een rommelige markt” in de eerste maanden van het experiment. Hij zette teeltbedrijven op in Californië, waar cannabis in 2010 gelegaliseerd werd, en in Canada, waar dat in 2018 gebeurde. Ook in Nederland kent Van Nieuwkasteele de keten van begin tot eind. Hij is niet alleen coffeeshophouder, maar verzorgt als cannabiskoerier ook het transport vanaf de telers.
Burgemeester Depla roept minister Van Weel op „marktverstoring te voorkomen” tijdens het experiment. Hij doelt op geheime prijsafspraken tussen telers en coffeeshops, ook al is er een beperkt aantal dat meedoet. Dat het kabinet daarop beducht is, blijkt uit het feit dat het de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op 12 maart een presentatie over marktwerking en concurrentie liet geven aan coffeeshophouders en telers.
Landelijke schaal
Het experiment duurt ‘in principe’ vier jaar, met een mogelijke verlenging van anderhalf jaar. Coffeeshophouder Van Nieuwkasteele verwacht dat de proef al eerder uitgebreid wordt. „Ik voorspel dat het een jaar of twee jaar duurt voordat andere gemeenten mee willen doen. Dan heb je toch overproductie.” Burgemeester Weterings (Tilburg): „Ik sluit niet uit dat we halverwege zeggen: hebben we niet genoeg geleerd? Dat kan betekenen dat we het experiment eerder naar landelijke schaal brengen.”
Alle beren op de weg zijn in de praktijk een klein beertje gebleken
Binnen de huidige regeringspartijen heerst terughoudendheid. De PVV is fel tegen en probeerde het experiment in maart 2024 via een motie stil te leggen. NSC vreest dat het experiment cannabisgebruik normaliseert en daarmee leidt tot een toename onder jongeren. De BBB erkent dat het huidige beleid criminele verdienmodellen in stand houdt, maar wil eerst afstemming op Europees niveau. Ook de VVD is afwachtend en wil eerst de resultaten van het experiment zien voordat er conclusies worden getrokken.
Als Nederland softdrugs volledig zou legaliseren, zou dit niet per se in strijd zijn met het internationaal recht, concluderen strafrechtgeleerden Masha Fedorova en Piet Hein van Kempen in hun onderzoek naar cannabisregulering en internationale verdragen. Hoewel de VN-drugsverdragen staten verplichten cannabis te verbieden, biedt het internationaal recht ruimte voor gereguleerde legalisering, vooral wanneer dit helpt om aan mensenrechtenverplichtingen te voldoen. Steeds meer landen, zoals Luxemburg en Duitsland, reguleren de teelt, wat de druk op hervormingen in het internationale beleid vergroot.
„Wij zijn de enige die nog krampachtig vasthoudt aan het boekje”, zegt Weterings. „Dat is toch een bizarre situatie? Dat wij hier in Nederland nog steeds tegen dezelfde muren aanlopen, terwijl andere landen al stappen hebben gezet.”
Teler Stevens verwacht dat het wietexperiment zijn werk voorgoed legaal zal maken. „Ik ga ervan uit dat ik tot aan mijn pensioen, en hopelijk nog een paar jaar daarna, lekker wiet aan het verkopen ben.”