De Abelprijs is dit jaar toegekend aan de Fransman Michel Talagrand. Dat maakte de Noorse Academie van Wetenschappen vandaag bekend. De 72-jarige wiskundige, verbonden aan het Centre national de la recherche scientifique (CNRS), krijgt de prijs – een bedrag van 7,5 miljoen Noorse kroon (650.000 euro) – voor zijn „baanbrekende bijdragen aan de waarschijnlijkheidsrekening en functionaalanalyse, en de toepassingen in de mathematische fysica en statistiek”, aldus de jury van de officieuze Nobelprijs voor wiskunde.
De bekendmaking van de Abelprijslaureaat was via een livestream te volgen. „Als ik had gehoord dat er een buitenaards moederschip voor het stadhuis was geland, zou ik denk niet meer verrast zijn geweest”, was Talagrands eerste reactie. „Het was een shock. Maar een plezierige shock, uiteraard.”
Volgens Eric Cator, hoogleraar kansrekening en statistiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft Talagrand „briljante dingen gedaan”. Een van Talagrands wapenfeiten is zijn theoretische werk aan methoden om orde te scheppen waar chaos heerst. De Italiaanse natuurkundige Giorgio Parisi werkte rond 1980 aan modellen voor ‘spinglas’, een magnetische legering van koper en ijzer die zich op atomaire schaal chaotisch gedraagt: de moleculaire magnetische elementen hangen niet met elkaar samen zoals in een gewone magneet, maar bewegen zich volgens een toevalsprincipe.
Spinglas is berucht moeilijk te analyseren. Parisi ontdekte een structuur in de schijnbaar chaotische manier waarop de magnetische velden van de ijzeratomen zich oriënteren en kreeg daarvoor in 2021 de Nobelprijs voor natuurkunde. Volmaakt was Parisi’s fysische theorie niet, want een rigoureuze wiskundige bewijsvoering ontbrak. Dit aspect leek ver buiten wat haalbaar was, maar jaren later slaagde Talagrand erin. Daarmee was hij de eerste die Parisi’s ontdekking van een volledig wiskundig fundament voorzag. „Dat was echt een tour de force, een geweldig stuk werk”, zegt Cator.
Lees ook Nobelprijs voor scheppers van orde in complexiteit – zoals het klimaat
Blind aan één oog
Op vijfjarige leeftijd verloor Talagrand het zicht in zijn rechteroog, doordat zijn netvlies losliet. Tien jaar later dreigde hetzelfde met zijn linkeroog te gebeuren, maar artsen konden zijn oog redden. Door maandenlang ziekenhuisbezoek miste hij veel lessen op school. Maar zijn vader, die wiskundige was, praatte hem dagelijks bij over zijn vak. Zijn achterstand op school in veel vakken werd ruimschoots gecompenseerd door de grote voorsprong die Talagrand op zijn klasgenoten kreeg in de wiskunde, al heeft hij eens gezegd dat hij in meetkunde „nooit echt goed” is geweest.
Toen Talagrand tijdens de livestream werd gevraagd naar het resultaat waarop hij het meest trots is, noemde hij zijn onderzoek aan gaussische processen. De normale verdeling, ook wel gaussverdeling genoemd, beschrijft een belangrijke continue kansverdeling. De bekende symmetrische ‘klokkromme’, met hoger geconcentreerde waarden in het midden, kent vele toepassingen: gewichten van vissen en fouten gemaakt door meetapparatuur zijn voorbeelden van normaal verdeelde grootheden.
Als je grote aantallen van normaal verdeelde variabelen tegelijk beschouwt, die ook nog op een bepaalde manier afhankelijk van elkaar mogen zijn (denk aan eigenschappen van grote hoeveelheden atomen), dan blijken de uitkomsten van deze variabelen erg geconcentreerd te zijn: de spreiding rondom het gemiddelde is kleiner dan je in eerste instantie zou denken. Talagrand ontwikkelde ingenieuze methoden om deze concentratie te bewijzen, waarmee globale eigenschappen van een collectie deeltjes verklaard kunnen worden.
Normaal verdeelde grootheden
In het begin van de vorige eeuw werd de kansrekening geperfectioneerd met de introductie van een nieuw idee uit de analyse, het concept van een ‘maat’. Talagrands bijdragen aan de maattheorie hebben betrekking op de gaussmaat, die wordt gebruikt om normaal verdeelde grootheden te beschrijven. In een interview uit 2019 met de Gazette van de Société Mathématique de France werd Talagrand naar zijn favoriete resultaten gevraagd. Uit zijn jonge jaren noemde hij zijn onderzoek naar ‘tau-regelmaat van gaussmaten’. „Ik schat het aantal mensen dat zowel de definitie van een gaussmaat als die van tau-regelmaat kent op drie, mijzelf inbegrepen”, zei hij erover. „Het artikel is precies één keer geciteerd… maar er is natuurlijk altijd de stille hoop dat de ideeën ooit bruikbaar worden.”
Dat erkent ook Cator: „Talagrand liep vaak voor de troepen uit. Zijn werk wordt zeer moeilijk gevonden. De impact van zijn werk op anderen is daarom misschien minder groot dan bij eerdere Abelprijswinnaars het geval was.”
‘Vieze pedo’s”, roept een man tegen de medewerkers van kenniscentrum Rutgers die donderdagmiddag de rechtszaal in Utrecht binnengaan. Hij is voor hen geen onbekende: vorig jaar stond hij onverwacht en dreigend in hun kantoor, waarna de stichting de beveiliging opschroefde. Toch mag hij de rechtszaal in, als hij zich verder stilhoudt. Hij is gekomen als medestander van de conservatief-katholieke genootschap Civitas Christiana, waartegen Rutgers een kort geding heeft aangespannen wegens het verspreiden van „aanhoudende leugens en laster”.
Als iedereen in de zaal is gaan zitten, begint de advocaat van Rutgers aan haar pleidooi. Ze betoogt dat Civitas al jaren een lastercampagne voert tegen Rutgers. Civitas zou onder de naam ‘Gezin in Gevaar’ leugens verspreiden over Rutgers zelf en over het lespakket voor seksuele vorming dat de stichting heeft gemaakt voor scholen en de Week van de Lentekriebels, een themaweek voor basisscholen die maandag is begonnen.
Seksuele voorlichting is geen wiskunde met harde uitkomsten
Dit jaar heeft Civitas een Zwartboek Lentekriebels gepubliceerd, dat als ondertitel draagt: Hoe Rutgers schoolkinderen seksualiseert. Daarin staat dat het kenniscentrum jonge kinderen informatie over seks opdringt waar ze niet aan toe zijn en hen aanzet tot seksuele handelingen, zoals zelfbevrediging en ‘sexting’, het sturen van blootfoto’s en -filmpjes.
Lees ook
Ze willen de paus aan de macht en zien links als groot gevaar voor de westerse cultuur. Wat is Civitas Christiana precies?
De advocaat betoogt dat het „aantoonbaar onjuist” is dat Rutgers met het lespakket en de themaweek een gevaar is voor kinderen en aanzet tot onzedelijk gedrag. Goede seksuele voorlichting op school kan helpen om kindermisbruik te voorkomen, zegt zij, omdat kinderen daarbij leren hun grenzen aan te geven en over misbruik te praten. Ze wordt even persoonlijk als ze vertelt over haar zoontje van vier die deze week op school ook les kreeg over de Lentekriebels. Daarbij is echt niets onzedelijks gebeurd, zegt ze.
Volgens de advocaat is het niet Rutgers die seksualiseert, maar Civitas. Die baseert de beschuldigingen op een „extreem conservatieve” en „perverse” blik op voorlichting over weerbaarheid, relaties en seksualiteit.
Geheime agenda
In het zwartboek wordt volgens de advocaat de indruk gewekt dat het normaliseren van pedofilie de ‘geheime agenda’ is achter de Week van de Lentekriebels. Niets is minder waar, betoogt ze. „Rutgers heeft seksueel contact tussen kinderen en volwassenen altijd afgekeurd en zet zich al tientallen jaren in tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld, waaronder kindermisbruik.”
Rutgers vindt het genoeg geweest: dit zwartboek vol desinformatie en laster moet onmiddellijk worden teruggetrokken en gerectificeerd. Dat is dan ook de reden dat Rutgers niet heeft gekozen voor een bodemprocedure, maar voor een kort geding, waarbij sprake is van spoedeisend belang.
Het zwartboek veroorzaakt volgens Rutgers niet alleen onrust bij ouders. Het maakt het voor leerkrachten moeilijk om les te geven over seksualiteit, zoals begin deze week bleek uit een enquête, en zet ook aan tot haat en bedreigingen tegenover medewerkers van Rutgers. „Dat hebben wij zojuist ook weer meegemaakt bij het binnengaan van de rechtszaal”, zegt de advocaat.
Geen wiskunde
Civitas kiest voor de tegenaanval: het is niet het genootschap dat iets moet rectificeren, maar Rutgers. De advocaat dient dit bij de rechter in als tegenvordering. Volgens de advocaat van Civitas Christiana probeert Rutgers Gezin in Gevaar weg te zetten als ‘extreem-conservatief’, „om haar voor het grote publiek in de extremistische hoek te drukken”. Daarmee maakt Rutgers zich volgens hem schuldig aan het verspreiden van lasterlijke desinformatie.
„Seksuele voorlichting is geen wiskunde met harde uitkomsten”, zegt de advocaat. „Mensen kunnen hier anders over denken en mogen hier in een democratische rechtsstaat een andere mening over hebben en die openbaren.” Civitas vindt de inhoud van het lesmateriaal te expliciet, te promotend en gericht op een te jonge doelgroep. Die mening is volgens hem gebaseerd op „uitvoerig onderzoek” en harde feiten. Van leugens, desinformatie of laster zou geen sprake zijn. Rutgers moet als bekende organisatie die zelf vaak media-aandacht zoekt, ook kritiek kunnen incasseren.
Tot een uitspraak in de Week van de Lentekriebels zal het niet meer komen, zegt de rechter. De partijen zullen twee weken moeten wachten.
Lees ook
Blootplaatjes in de klas? Gender in groep 2? Dilemma’s in lesmethodes
Als minister zou Marjolein Faber „geen partijpoliticus” meer zijn, beloofde ze afgelopen zomer, als kandidaat-minister van Asiel en Migratie namens de PVV. „Ik wil dat er iets gaat veranderen, en veranderen kan ik alleen maar door samen te werken”, zei ze tijdens haar hoorzitting met de Tweede Kamer. Samenwerking was volgens haar niet alleen nodig met Kamerleden, maar ook „met mijn toekomstige collega’s binnen het kabinet”.
De minister lag deze week, opnieuw, overhoop met Kamer en kabinet, omdat ze had geweigerd te tekenen voor de koninklijke onderscheiding van vijf vrijwilligers die zich jarenlang inzetten voor asielzoekers en erkende vluchtelingen. In haar plaats besloten premier Dick Schoof en minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) het Koninklijk Besluit te ondertekenen.
Ik denk dat ze een heel goed oog heeft voor wat ze uiteindelijk wil
Het gedoe rond de lintjes laat zien hoe Faber in haar ministerschap staat. „Hun werk staat haaks op mijn beleid”, verklaarde ze over de vrijwilligers. „Ik sta voor streng asielbeleid.” Het asieldossier was voor de PVV, groot winnaar van de verkiezingen, de belangrijkste reden om in het kabinet te stappen. In het hoofdlijnenakkoord spraken PVV, VVD, NSC en BBB af dat ze het „strengste asielbeleid” ooit zouden voeren. Het belonen van „mensen die meewerken aan het pamperen van asielzoekers” past daar niet bij, vindt ook partijleider Geert Wilders.
Strenger asielbeleid
Waar wil Faber naartoe? „Ik denk dat ze een heel goed oog heeft voor wat ze uiteindelijk wil”, zegt Eduard Nazarski, voormalig directeur van Vluchtelingenwerk. Ze moet weten dat haar beleid „bepaald niet zal helpen om alles soepeler te laten lopen”, zegt hij. Faber weet volgens hem dat „een groot deel van de bevolking” haar steunt „in haar wens tot een strenger asielbeleid te komen”.
Lees ook
Minister Faber komt opnieuw weg met een blunder
Vorig jaar bleek uit een onderzoek dat ze een van de bekendste kabinetsleden is, met een sterk polarisende werking („enthousiasme en afkeuring”. Het is moeilijk om géén mening over haar te hebben. Zeker bij PVV-kiezers kan zij op veel waardering rekenen. Woensdag bleek uit een panelonderzoek dat tweederde van de PVV-stemmers achter haar keuze staat om niet te tekenen voor de lintjes.
Faber laat zien dat ze „onvoldoende in de gaten heeft wat het ministerschap behelst”, zegt een oud-bewindspersoon op het asieldossier. Weliswaar speelt „partijpolitiek een rol bij het maken van beleid”, maar bewindspersonen die hun beleid doorgevoerd willen zien worden moeten ook bereid zijn om te „luisteren”. De minister is degene die bepaalt, legt de oud-bewindspersoon uit, maar „ik wilde alle argumenten voor en tegen horen”.
Al voor haar aantreden als minister baarde Faber opzien met controversiële uitspraken.
Foto Bart Maat
‘Niet onomstreden’
Ze was tweede keus voor het asielministerschap. Wilders had eerst PVV-Kamerlid Gidi Markuszower voorgedragen, maar die was niet door de veiligheidscheck van de inlichtingendienst gekomen.
Ook zij was „niet een onomstreden kandidaat”, vond VVD-leider Dilan Yesilgöz. NSC had ook bezwaren. Na een crisisoverleg met Wilders bonden deze partijen afgelopen zomer in. Met Faber kreeg het kabinet een duidelijk PVV-signatuur.
Ze was sinds 2011 actief voor de PVV, als Statenlid in Gelderland en als senator. Ze deed in het verleden verschillende controversiële uitspraken. Zo noemde ze Tweede Kamerleden „nep-volksvertegenwoordigers”. Ze suggereerde dat de kabinetten-Rutte opereerden als „vijfde colonne”. Ze verkondigde de radicaal-rechtse complottheorie rond omvolking. En bleef volhouden dat haar tweet over de afkomst van een vermeende dader van een steekincident klopte, zelfs nadat het slachtoffer het tegendeel had verklaard.
Dat was het verleden. Met haar voordracht als minister is „een nieuwe situatie” ontstaan, zei ze tijdens de hoorzitting in de Kamer. Ze zou het allemaal anders doen, beloofde ze. „Een bewindspersoon dient zich natuurlijk te gedragen zoals een bewindspersoon betaamt”, zei ze plechtig. Dat is niet gelukt.
Controverses
Inmiddels geldt ze als een omstreden minister, met meerdere controverses op haar naam. Ze opperde het plaatsen van terugkeerborden bij de ingang van asielzoekerscentra, naar niet-bestaand Deens voorbeeld. Liet terugkeerflyers maken voor Syriërs, met de boodschap dat ze het Suikerfeest weer in eigen land kunnen vieren. Zei dat de Oekraïense president Volodymyr Zelensky „niet democratisch gekozen” is. En ze viel premier Schoof openlijk aan, omdat hij haar intrekkingsplannen voor de spreidingswet nog niet op de agenda van de ministerraad wilde zetten.
Inhoudelijk trekt ze met twee asielwetten haar eigen pad, doof en blind voor waarschuwingen en noodkreten van uitvoeringsorganisaties als de IND en COA, de rechtspraak, de Raad van State, de politie, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Nationale Ombudsman.
Bestuurders die gewend zijn om inhoudelijk over problemen te praten, zien dat Faber kritische vragen vaak als persoonlijke aanvallen opvat.
Foto Bart Maat
Haar asielwetten, specifiek de ‘asielnoodmaatregelenwet’ en het wetsvoorstel over de invoering van een tweestatusstelsel, betekenen een ingrijpende verbouwing van het asielsysteem. Gevreesd wordt voor grotere werkdruk bij de IND en de rechtspraak, maar ook voor de rechtsbescherming van asielzoekers en vluchtelingen. Toch besloot Faber een beperkt aantal uitvoeringsorganisaties slechts een week de tijd te geven om te reageren op de wetten. Vervolgens adviseerde de Raad van State haar dringend om de wetten pas naar de Kamer te sturen als deze op belangrijke punten zouden zijn aangepast en verduidelijkt. Faber legde ook dat advies volledig naast zich neer.
Nog geen kennis gemaakt
Ze lijkt veel vertrouwen te hebben in de meerderheid die de coalitie in de Tweede Kamer heeft. Dat vertrouwen lijkt zo groot dat ze tot zeker eind vorige maand nog geen kennis had gemaakt met Kamerleden die het woord voeren over asiel, zelfs niet die van VVD en NSC. Evenmin heeft ze haar oor te luisteren gelegd bij senatoren wier instemming van cruciaal belang is voor de doorgang van haar wetten.
De coalitie heeft immers geen meerderheid in de Eerste Kamer, de partijen komen acht zetels tekort. De asielminister is aangewezen op rechtse oppositiepartijen als CDA, SGP en JA21 – samen goed voor elf senaatzetels. Handreikingen van deze partijen slaat ze weg. „De wetten zijn goed”, zei ze vorige maand tijdens een asieldebat toen haar werd gevraagd of ze openstaat voor aanpassingen van haar wetten.
De rechtse oppositie is niet ongevoelig voor de grote zorgen bij uitvoeringsorganisaties en de rechtspraak. Die doet Faber echter af als „onzekerheden” die horen bij grote veranderingen. Op vragen van Kamerleden geeft ze nauwelijks inhoudelijk antwoord. „Dit is gewoon hoe het in elk migratie- en asieldebat gaat. Als de vraag één slagje dieper gaat, dan komt er niks. Dan wordt er lucht verplaatst”, verzuchtte CDA-leider Henri Bontenbal woensdag in de Kamer.
Ook buiten de Tweede Kamer wordt het zelden inhoudelijk. Lokale bestuurders vinden haar nog altijd te weinig betrokken. Er is nauwelijks contact. Bijvoorbeeld waar het gaat om de crisis in de asielopvang. Verzoeken om naar Ter Apel te komen, om met eigen ogen te zien hoe het ervoor staat, sloeg ze steeds in de wind. Pas in februari stapte ze in de auto om met de burgemeesters van de gemeentes Westerwolde en Groningen te praten.
Begin december ging Faber kijken bij het begin van de grenscontroles, op de A2 net over de grens bij Eijsden.
Foto Chris Keulen
Bestuurders die gewend zijn om inhoudelijk over problemen te praten, zien dat Faber kritische vragen als persoonlijke aanvallen opvat. Net als in de Tweede Kamer reageert ze dan met oneliners: „Er waait een nieuwe wind”, „de kiezer heeft gesproken” en „wen er maar aan”. Of zoals een commissaris het eerder samenvatte: „De minister heeft heel weinig nodig om een bestuurlijk gesprek te ervaren als een politiek debat met tegenstanders”.
Steun
„In de geschiedenis is het hobbelen van crisis naar incident naar crisis, en dat heeft voortdurend geleid tot strenger asielbeleid”, zegt Nazarski. Problemen en incidenten met asielzoekers hebben vanaf de tweede helft van de jaren tachtig (met de komst van Tamil-vluchtelingen uit Sri Lanka) „steeds weer opnieuw” tot maatschappelijke discussies geleid, en vervolgens tot „aanscherping van asielbeleid”.
Nazarski denkt dat Faber en Wilders zich bewust zijn van die dynamiek. Hij heeft „geen enkele minister meegemaakt” die niet voor strenger asielbeleid was. Maar niemand was zo duidelijk uit op chaos en mislukking als Marjolein Faber, die met haar eigengereidheid en controverses een „rechtvaardiging voor strenger asielbeleid” aan het creëren is, zegt hij.
De lintjesaffaire van eerder deze week had óók een kans kunnen zijn voor de asielminister om zich iets toegeeflijker op te stellen, om aan Kamer en kabinet te laten zien dat ze wel degelijk wil samenwerken. Ze maakte geen excuses, en kon evenmin beloven dat ze het voortaan anders zou aanpakken. Maar ze moest wel iets kwijt. „Weet u, ik doe enorm mijn best op het ministerie, om het beleid om te zetten. En natúúrlijk maak ik fouten. We maken allemaal fouten. Ik ben ook maar een mens. Maar ik ga nog steeds iedere dag met plezier naar mijn werk.”
Lees ook
Ongrijpbaar voor haar ambtenaren, onbereikbaar voor de buitenwereld: minister Faber opereert ‘volstrekt ongebruikelijk’
Een hoge gil bij bonobo’s betekent zoveel als ‘ik ben hier’ of ‘kijk naar mij’. En met een lage gil wil een bonobo iets zeggen als ‘ik ben opgewonden’. Maar de combinatie van die twee betekent iets nieuws: ‘stop daarmee’, of soms ook: ‘let op mij want ik heb stress’.
En bonobo’s blijken meer van die ‘kreet-combinaties met nieuwe betekenis’ te gebruiken, uniek voor dieren. Dat blijkt uit analyses van gedetailleerde observaties van de omstandigheden waaronder bonobo’s hun geluiden maken. Uit al die omstandigheden per kreet en kreet-combinatie werd de vermoedelijke betekenis afgeleid, zo schrijven de biologen Mélissa Berthet, Simon Townsend (beiden Universiteit Zürich) en Martin Surbeck (Harvard) deze week in Science. Bonobo’s zijn samen met chimpansees de naaste verwanten van mensen, met een gemeenschappelijke voorouder die ongeveer 8 miljoen jaar geleden leefde.
De drie hechten veel waarde aan het feit dat de combinatie van kreten een ándere betekenis krijgt dan de simpele optelsom van de losse betekenissen. In menselijke taal is zo’n nieuwe betekenis schering en inslag, al denkt de routineuze taalgebruiker er nauwelijks over na. Maar in dierencommunicatie is zo’n ‘niet-triviale compositionele combinatie’ nog niet eerder vastgesteld. Eksterbabbelaars (Afrikaanse savanne-vogels) kunnen bijvoorbeeld wel hun geluid voor ‘matig alarm’ combineren met dat voor ‘samenkomen!’ om te communiceren dat er een gevaar is dat het nodig maakt om bij elkaar te komen, maar dat geldt als niet meer dan een optelsom. Een simpel mensenvoorbeeld van een betekenisverandering dat de onderzoekers geven is het verschil tussen een ‘blonde danser’ en een ‘slechte danser’. De eerste is een triviale combinatie: een simpele optelsom, blond én danser. Maar de tweede niet: het ‘slecht’ slaat niet op de persoon, maar op zijn of haar danstechniek, de slechte danser kan best een goede dokter zijn.
De jonge bonobo Mia reageert op geroep door verre leden van haar groep. Foto Martin Surbeck/Kokolopori Bonobo Research Project
Een niet-triviale kreetcombinatie van bonobo’s is ook die van het gewone bonobo-piepje (‘ik wil iets’) met het fluitje (‘laten we bij elkaar blijven’) dat in sociaal gevoelige contexten, zoals paringen of machtsvertoon, zoiets gaat betekenen als ‘ik ben de baas’. Een andere niet-triviale combinatie is de piepkreet (‘kom samen’) met de hoge gil (‘kijk naar mij’) die in combinatie een geheel nieuwe rol krijgt in de coördinatie met andere groepen voorafgaand aan een verplaatsing.
Het aantal kreten dat in de analyses gebruikt werd was niet heel hoog: 560 enkele kreten en 175 combinaties, in 400 uur observatie in drie bonobo-groepen in de Kokolopori Bonobo Reserve in de Democratische Republiek Congo. Maar de omstandigheden werden zeer gedetailleerd bijgehouden, in een lijst van meer dan 300 mogelijke ‘omstandigheden’. Een kreet van een moeder die haar zoon achterna rent kreeg bijvoorbeeld de omstandigheden ‘spelen met een man’, ‘moeder-kindinteractie’ en ‘beweging’ mee. De onderzoekers benadrukken verder dat in hun exploratie van deze mogelijke voorloper van menselijke taal bij primaten veel buiten beschouwing is gelaten. Zoals de rol van gebaren, emotionele uitdrukkingen en ook de mogelijkheid dat een kreet ook weleens helemaal géén betekenis kan hebben.