
De taakomroep NTR, die programma’s maakt als Nieuwsuur, Klokhuis, Andere Tijden, Top 2000 à Gogo, en het Sinterklaasjournaal, gaat verdwijnen. Dat is het meest saillante detail uit de brief die minister Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, NSC) vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde over de hervorming van het publieke omroepbestel. Het „mooie en waardevolle” programma-aanbod van de NTR zal ondergebracht worden bij de vier of vijf omroephuizen die centraal staan in het hervormingsplan van Bruins.
De minister wil het huidige bestel op fundamentele punten aanpassen. De dertien (aspirant)omroepen moeten worden samengevoegd tot vier à vijf omroephuizen, die samen met de NOS en de NPO het bestel zullen vormen. Nieuwe omroepen zullen niet langer kunnen toetreden tot het bestel, waarmee feitelijk een einde komt aan de externe pluriformiteit die de Nederlandse publieke omroep uniek maakte. In plaats daarvan wil Bruins in de gewijzigde Mediawet vastleggen dat de omroephuizen „de perspectieven, geluiden en behoeften van de samenleving in het aanbod een plek moeten geven”.
Bruins’ brief bevat wel voorwaarden voor de clustering van omroepen in omroephuizen, maar de minister vindt dat het uiteindelijk aan de omroepen zelf is om te bepalen met wie ze samengaan. De clustering gaat een stuk verder dan de vorige fusieronde in 2014. Hoewel omroepverenigingen met leden in principe kunnen blijven bestaan, nemen de omroephuizen in de praktijk hun rol binnen het bestel over. Elk omroephuis krijgt één bestuur en één raad van toezicht. En het budget zal voortaan worden verdeeld over de omroephuizen, waardoor meer medewerkers een vast contract kunnen krijgen.
‘Rust en stabiliteit’
De hervorming moet volgens Bruins leiden tot meer rust en stabiliteit in de publieke omroep, die onbestuurbaar dreigde te worden door de toetreding van nieuwe omroepen en de onduidelijke rolverdeling tussen de omroepen en de NPO. De hervorming moet leiden tot een compacter bestel, waarbij de NPO meer gelijkwaardig is aan de andere omroephuizen en niet langer over elk individueel programmavoorstel hoeft te beslissen. Dit moet ook leiden tot langjarige financiering van programma’s en meer zekerheid.
De hervormingen zijn volgens Bruins nodig om de publieke omroep toekomstbestendig te maken. Want een sterke en onafhankelijke publieke omroep is van groot belang voor de democratische rechtsstaat. „We zien dat er nu veel bestuurlijke drukte en onderlinge concurrentie is”, zegt Bruins. „Elke vijf jaar weer de strijd om leden en zichtbaarheid. Wat we nodig hebben is een publieke omroep die beter samenwerkt, en waar men met elkaar ervoor zorgt dat meer geluiden uit de samenleving doorklinken in het aanbod.”
Achterhoedegevecht
Mohammed Mohandis, mediawoordvoerder van GroenLinks-PvdA, spreekt in een reactie op Bruins’ plannen van een „kille bezuinigingsoperatie”. „Het sneuvelen van alleen al de programmering van taakomroep NTR is ongekend en onaanvaardbaar”, vindt hij. „Wat dit kabinet vooral lijkt te willen doen, is een achterhoedegevecht tussen de omroepen en de NPO beslechten, zonder een oplossing te bieden voor de grote uitdaging waar de publieke omroep voor staat: relevant blijven in een sterk veranderend medialandschap.”
Volgens Bruins raakt de hervormingsoperatie wel aan de bezuinigingen, maar zijn het in principe twee aparte trajecten. De bezuinigingen van 156 miljoen euro gaan vanaf 2027 in, terwijl het nieuwe publieke omroepbestel pas op 1 januari 2029 gereed moet zijn. De Tweede Kamer debatteert op 14 april over de voorgestelde maatregelen van Bruins. De minister erkent dat de hervorming niet het volledige bezuinigingsbedrag kan dekken. Hoewel hij verwacht dat de omroepen de programma’s zoveel mogelijk zullen proberen te ontzien, is snijden in de programmering volgens hem uiteindelijk onvermijdelijk.
