Na tien jaar heerst Mathieu van der Poel nog altijd in zijn speeltuin

Over zijn zegegebaar hoefde Mathieu van der Poel niet lang na te denken. Zeven vingers stak hij in de lucht, ook nog even met gekruiste armen voor de finishfoto. Opnieuw een wereldtitel veldrijden, zijn zevende sinds 2015, een evenaring van het record van de Belgische legende Erik De Vlaeminck uit 1973. „Toch wel speciaal”, sprak hij na afloop bij de NOS. Gaat hij het record volgend jaar al verbeteren in het Zeeuwse Hulst? „Dat weet ik nog niet. Eerst nog even van deze wereldtitel genieten.”

Vader Adrie van der Poel, zelf wereldkampioen in 1996, had het tien jaar geleden bij de eerste wereldtitel van zijn zoon in het Tsjechische Tabor al gezien. „Alsof hij in de speeltuin rondrijdt”, becommentarieerde senior destijds. Net twintig was het wondertalent toen en hij loste daarmee Erik De Vlaeminck af als jongste wereldkampioen veldrijden. Ook toen al streed hij tegen Wout van Aert, die dat WK veel pech had en zichzelf nog „de beste man in koers” noemde.

Daar kon zondag op het zware parcours in het Noord-Franse Liévin geen sprake van zijn, dat wist Van Aert zelf ook. Niet voor niets nam de Belg op de finishlijn symbolisch zijn pet af. Pas op het laatste moment, vorige week na de wereldbeker in Maasmechelen, had hij besloten om toch aan het WK mee te doen. Donderdag deed hij nog een zware training: 9,3 kilometer rennen („character building”, noemde hij het op Strava), dan op de crossfiets 73 kilometer door het bos en als ‘toetje’ nog 60 kilometer op de wegfiets met 42 kilometer per uur achter de brommer. Maar tegen Van der Poel was zondag geen kruid gewassen.


Lees ook

In mijnwerkersstadje Liévin jaagt Van der Poel op ruim vijftig jaar oud WK-record

Mathieu van der Poel voor de start  van de wereldbekerwedstrijd in Hoogerheide.

Geplande aanval

Direct na de start reed de Nederlandse kopman weg bij de rest, hij domineerde van start tot finish. Op de streep had hij 45 tellen voorsprong op Van Aert en meer dan een minuut op diens landgenoot Thibau Nys, die Joris Nieuwenhuis (vierde) van het brons hield. Zijn vroege aanval was gepland, vertelde Van der Poel na afloop. Zaterdag zag hij land- en ploeggenoot Tibor del Grosso hetzelfde doen en zijn wereldtitel bij de beloften prolongeren. „Daar had ik gezien dat je het beste meteen voorop kunt gaan rijden om zo veel mogelijk risico te vermijden. Ik heb de kop gepakt en kon daarna mijn ding doen. Dat geeft vleugels, neemt een stukje stress weg ”

Op het technisch lastige en door de modder zware parcours hield hij zijn rondetijden vlak als een topschaatser op de tien kilometer. Hoewel de renners tussen een imposante mensenmassa op de zonovergoten heuvels vaak van de fiets moesten, bleef zijn gemiddelde snelheid boven de 22 kilometer per uur. Door een lekke band ging alleen de derde ronde tien seconden langzamer. „Daarna ben ik ietsje voorzichtiger gaan rijden.” Toch vergrootte Van der Poel zijn voorsprong snel weer tot boven de minuut. Verend liep hij de zware trap op, technisch perfect stepte hij met één been over de schuine passages en koos hij precies het juiste spoor in de afdaling.

‘Acrobaat op de fiets’

Met zijn uitzonderlijke technische vaardigheid deed Van der Poel eer aan de man die hij in Liévin evenaarde. Ook Erik De Vlaeminck, wereldkampioen in 1966 en van 1968 tot en met 1973 was „een acrobaat op de fiets”. Zijn broer Roger De Vlaeminck – bijgenaamd monsieur Paris-Roubaix na vier zeges in de Franse klassieker en wereldkampioen veldrijden in 1975 – vertelde in aanloop naar het WK bij de NOS geëmotioneerd hoe bijzonder zijn in 2016 op 70-jarige leeftijd overleden broer was. „Hij kon zeker vijf kilometer rijden over een tramspoor” en „springen over een ladder van een centimeter of dertig”. Zoals Van der Poel op de weg kilometers lang in het gootje kan rijden of spectaculaire sprongen maakt in het veld.

In zijn ‘speeltuin’ doet de wereldkampioen wat hij wil. Zelfs een gebroken rib, vlak na kerst in Loenen, hield hem dit seizoen niet tegen. Acht keer gestart, acht keer gewonnen. En dan is het veldrijden nog ondergeschikt aan zijn ambities op de weg. Zijn volgende wedstrijd? „Normaal gesproken zal dat Parijs-Nice of Tirreno zijn.” Daar wil hij zich optimaal voorbereiden op de klassieker Milaan-Sanremo, hoewel hij er vorig juist voor koos om geen voorbereidingswedstrijd te rijden.„Maar het jaar dat ik Sanremo won (2023), heb ik dat wel gedaan.”