Ministeries zijn het eens over windmolennormen, maar nu ligt BBB-minister Mona Keijzer dwars

Hoeveel afstand moet er tussen een windmolen en een woning zitten? Het is een actuele vraag die het rechtse kabinet verdeelt, en waarbij coalitiepartijen VVD en BBB lijnrecht tegenover elkaar staan. Het lukt de regering niet het eens te worden over milieu- en afstandsnormen voor windmolens, bevestigen ingewijden na berichtgeving in De Telegraaf. En dan moeten de grote besluiten over extra geld voor meer klimaatmaatregelen – of niet – nog komen.

Het is een strijd om de schaarse ruimte in Nederland, waarbij plannen voor windmolens en woningen elkaar verdringen. Een voorstel over zulke windmolennormen, waarover op de ministeries Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Klimaat en Groene Groei (KGG) overeenstemming was, kreeg onlangs in het kabinet felle tegenstand van BBB-minister Mona Keijzer, zeggen Haagse bronnen tegen NRC.

Sinds de Raad van State vier jaar geleden de bestaande normen voor windmolens ongeldig verklaarde, omdat adequate milieubeoordeling ontbrak, zoekt de politiek naar nieuwe regels voor de bouw van windmolens. Daarbij moet rekening gehouden worden met geluidsoverlast van windturbines. Ook wilde de politiek graag een ‘afstandsnorm’: dat is duidelijk voor omwonenden.

‘Tiphoogte’

Een paar weken geleden leek die norm zo goed als gevonden op de ministeries van IenW (verantwoordelijk voor milieu) en KGG. Het plan was: tussen een windmolen en woning moet twee keer de lengte zitten van een windmolenblad: de ‘tiphoogte’.

Maar daar ging minister Keijzer voor liggen, zeggen Haagse bronnen. Keijzer wilde niet twee, maar vier keer die lengte. Iets wat de nieuwe aanleg van windparken op land vrijwel onmogelijk maakt, zegt de windsector. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wilde donderdag niet inhoudelijk reageren.

Het ministerie van Klimaat en Groene Groei, onder leiding van VVD-minister Sophie Hermans, benadrukt juist dat het voorstel van ‘twee keer de tiphoogte’ al een flinke aanscherping van de huidige situatie is. Daarmee blijft nog „maximaal 20 procent” van alle mogelijke locaties voor windparken op land beschikbaar, laat het ministerie weten.

Principekwestie voor BBB

Voor de BBB is windenergie op land een principekwestie. Het „stoppen van nieuwe projecten” op land was een van campagnebeloften van de partij. Bovendien heeft de BBB in regionale besturen veel te maken met onvrede over windmolens.

Dat de BBB aarzelt over nieuwe klimaatmaatregelen bleek al eerder. In oktober pauzeerde minister Keijzer voorlopig extra duurzaamheidseisen voor woningen. Alle regelgeving die woningbouw zouden kunnen vertragen, moesten geëvalueerd worden, liet ze aan de Kamer weten.

Ik zeg het een keer: we leven in een klein land waar we veel willen. Economische activiteit én schone energie, dat moet naast elkaar bestaan

Sophie Hermans
minister van Klimaat en Groene Groei, VVD

In Nederland staan nu 2.500 windmolens op land. Voor 2030 moeten daar zo’n 100 bijkomen. Wat na 2030 nodig is, moet nog worden vastgelegd door dit kabinet. Tegelijkertijd is duidelijk dat Nederland de Europese richtlijnen voor de opwek van duurzame energie in 2030 (net als in 2020) niet zal halen.

Als strenge normen nieuwe windparken op land onmogelijk maken, verlegt dat de opgave naar andere plekken, bijvoorbeeld meer wind op zee, of naar kernenergie zoals BBB en PVV vooral willen.

Middenpositie VVD

In de Tweede Kamer probeerde de VVD zich donderdag te presenteren als het redelijke midden tussen de „klimaatdrammers” en degenen die „niks willen”. Kamerlid Silvio Erkens vond het best om een groot deel van de beoogde windlocaties via strengere normen te schrappen, om de BBB tegemoet te komen, maar wil windenergie op land niet uitsluiten.

PVV-Kamerlid Alexander Kops herhaalde de tekst van zijn partijleider Geert Wilders op X dat de PVV meer windmolens op land „in geen honderdduizend jaar” zou steunen.

De oppositie keek ondertussen met verbazing toe. Zo constateerde CU-Kamerlid Pieter Grinwis dat de meeste „oppositie uit de coalitie zelf” komt. „Btw, windmolens, er is nog geen voorstel of het wordt weer afgefakkeld op X”.

GL/PvdA-Kamerlid Suzanne Kröger zei zich „grote zorgen” te maken over de klimaatafspraken in het voorjaar, nu klimaatminister Hermans „gegijzeld lijkt te worden door de coalitie”.

De komende tijd moet duidelijk worden of minister Hermans wil vasthouden aan de afstandsnormen voor windturbines op land. In de Tweede Kamer sprak de minister zich donderdag in ieder geval uit tegen het BBB-voorstel van „vier keer de tiphoogte”. „Ik zeg het een keer: we leven in een klein land waar we veel willen. Economische activiteit én schone energie, dat moet naast elkaar bestaan.”

Het kabinet heeft de deadline van 1 juni 2025 voor de nieuwe milieunormen onlangs alvast uitgesteld.


Lees ook

Tegenstellingen binnen de coalitie over klimaat worden scherper, onder invloed van financiële krapte en Trump

Het terrein van Sif Offshore Foundations op de Tweede Maasvlakte. Sif maakt onderdelen voor windmolens op zee. Foto Bart Maat