Henk Slebos was de beste vriend én leverancier van de Pakistaanse atoomspion Abdul Khan

Henk Slebos was een ondernemende man. Hij handelde in wijn, kunstmest, diepgevroren kippen, beschermende verf voor boten – en apparatuur waarmee een atoombom gemaakt kon worden. Dat materiaal verkocht hij aan zijn studievriend Abdul Qadir Khan, de Pakistaanse ‘vader van de atoombom’ die met in Nederland opgedane kennis het atoomprogramma van zijn land leidde. Slebos werd voor zijn illegale handel met Pakistan twee keer tot een celstraf veroordeeld. Hij overleed op 23 februari in verzorgingshuis Oudtburgh in Bergen, op 82-jarige leeftijd.

Slebos werd in 1943 in Elburg geboren en stapte in 1963 na een propedeuse vliegtuigbouw aan de Technische Universiteit in Delft over naar metaalkunde, waar hij Khan ontmoette. Ze werden vrienden. Aanvankelijk gingen ze na hun studie beroepsmatig ieder een eigen weg, maar ze kwamen elkaar weer tegen bij Ultra Centrifuge Nederland (UCN). Dit bedrijf maakte deel uit van Urenco, het Nederlands-Brits-Duitse samenwerkingsverband om uranium te verrijken. Zowel Slebos als Khan werkte voor Nederlandse toeleveranciers van UCN.


Lees ook

Pakistan neemt afscheid van Abdul Qadeer Khan, ‘de vader van de Pakistaanse atoombom’

Kernfysicus Abdul Qadeer Khan. Foto: Mian Kursheed

Na een vakantie in Pakistan kwam Khan begin 1976 niet meer terug bij zijn werkgever – het Fysisch Dynamisch Onderzoekslaboratorium (FDO) in Amsterdam – en nam de leiding op zich van het atoomprogramma van zijn land. Frits Veerman, Khans collega bij FDO, vermoedde al enige tijd dat de Pakistaan spioneerde, maar zijn waarschuwingen aan zijn leidinggevenden en de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) waren terzijde geschoven. Klokkenluider Veerman kreeg zelfs te horen dat hij zijn mond moest houden. De BVD en de CIA zouden Khan in de smiezen hebben.

Machtsevenwicht

De gevluchte spion koesterde de banden met zijn vriend Henk. Slebos ging regelmatig bij hem op bezoek én voorzag Khan via Slebos Research BV, of een van zijn andere bedrijfjes, van de machine-onderdelen die Pakistan nodig had om uranium te kunnen verrijken en een atoombom te bouwen. Bij de Pakistanen kwam hij bekend te staan als ‘Hanks’.

Slebos’ motivatie voor zijn daden, zo vertelde hij later aan journalisten van het tv-programma Zembla, was het feit dat Pakistans buurland India ook een atoombom had. Het was beter voor het machtsevenwicht als ook de Pakistanen over dit ultieme wapen beschikten, meende hij. Wellicht speelde ook een rol dat hij er „financieel slecht voor stond”, zoals hij later tegenover justitie verklaarde.

In een opname uit 2002, waar NRC Handelsblad indertijd de hand op wist te leggen, zei Slebos over zijn handel met Khan: „Ik leverde hem (…) de hele santenkraam, het hele gebied vanaf elektronica tot de hele grove bouw, allerlei dingen waarin het niet verboden was te handelen.”

Dat was niet het hele verhaal, want hij verkocht ook materiaal dat Nederland niet mocht verlaten. In 1985 werd Slebos veroordeeld voor het zonder vergunning uitvoeren van een kathodestraal-oscilloscoop, meetapparatuur die bruikbaar is in een ultracentrifugefabriek waar hoogverrijkt uranium – het basisingrediënt voor een atoombom – gemaakt wordt. Deze illegale export leverde hem een gevangenisstraf van een jaar op, die in hoger beroep werd omgezet in zes maanden voorwaardelijk en een geldboete.

Commotie

Hiervan ging geen afschrikkende werking uit, want Slebos ging door met zijn handel met Pakistan. De nauwe banden met zijn „beste vriend” Khan onderhield hij ook. In 1988 werd het duo in Nederland samen in een auto aangetroffen. Khan was vijf jaar eerder bij verstek veroordeeld voor spionage, maar die veroordeling was wegens een vormfout in hoger beroep vernietigd. Daarom werd hij niet naar een gevangenis gebracht, maar naar Schiphol, waar hij als ongewenst vreemdeling het land moest verlaten.

Het kon Slebos allemaal niet deren: hij zette zijn activiteiten voort. In 1998 – het jaar dat Pakistan zijn eerste kernbom liet ontploffen – ontstond er commotie toen in Nederland, België en Duitsland vijf ladingen werden tegengehouden van goederen die hij naar de Pakistanen had verscheept. In datzelfde jaar werden Khan en zijn Nederlandse vriend gesignaleerd in Dubai en Mali – een belangrijke vindplaats van uranium.

Slebos’ volharden in de handel met Pakistan kwam hem in 2005 opnieuw op een gevangenisstraf te staan – een jaar, waarvan hij deze keer vier maanden moest uitzitten.

Beschuldigingen dat hij betrokken was bij het doorleveren van Pakistaanse atoomgeheimen aan Iran, Libië en Noord-Korea, wees hij van de hand. Feit is echter dat de door hem illegaal aan Pakistan verkochte technologische kennis daar terecht is gekomen.


Lees ook

De vriend van een atoomspion