Column | Terug in de slagader

Ik had nog wat unfinished business in Wormer en liep voor het eerst sinds zes maanden door de Dorpsstraat, de slagader van het dorp waar ik zeven jaar had gesleten. Op de plek van bakker Brakenhof, naast kapsalon Nico Piet, was een kapperszaak gekomen, aan de overkant van de kruising komt er binnenkort nog een. Ik had het al eens eerder opgeschreven: nergens zijn zoveel kapsalons per inwoner als in Wormer. En dat terwijl minimaal de helft van de mannen er kaal is, ik begreep ineens waarom de vrouwen er meestal zo gekortwiekt uitzien. Ze worden ongevraagd de hele tijd bijgepunt, al hun vriendinnen hebben een kapsalon.

Had ik het dorp, het leven op de vierkante centimeter, gemist? Andersom was het wel zo. Ik werd van alle kanten aangeklampt met de jongste roddels. Café het Wapen van Wormer krijgt een bestemming voor minderjarige asielzoekers, er zijn protesten, maar die gaan er vooral over dat de ambtenaren van de welstandscommissie een oogje toe lijken te knijpen, terwijl ze wel uitrukken voor iedere schuur en andere bouwsels op eigen grond waar Wormenezen hun kinderen noodgedwongen in moeten laten wonen.

„Wij zijn van de rechte lijn”, zei een man bij de Vomar op een toon alsof hij het me moest uitleggen hoe ze ook alweer gebakken zijn.

„Wij zijn van recht is recht en krom is krom, en dan voor iedereen.”

Wat ik prettig vond is dat het wereldgebeuren ze totaal koud lijkt te laten. „Heeft dat zin dan om je overal maar druk over te maken?”, hield een klant in huiskamercafé de Huiskamer me voor. „Straks krijgen we allemaal een chip van Elon Musk in het hoofd en dan kun je het leven leiden wat je wilt leiden. Ik denk dat ik dan gewoon doorga met dit leven.”

Uitbater – en Vitesse-fan – Arno had een nieuw kapsel, het zat nu ook plat van voren. Het gaf hem een zakelijker uitstraling. Zolang het aantal begrafenissen maar niet afneemt, en daar zag het niet naar uit, gingen de zaken goed.

Slagerij Gijs Tange was voor minimaal 10.000 euro opgelicht bij de reparatie van een koelsysteem, een monteur had er in plaats van een nieuwe motor een motor van twintig jaar oud ingezet en was daarna telefonisch niet meer bereikbaar. Ook Wormer: er werd tegen zijn zin een crowdfunding ‘voor onze vriendelijke en vakbekwame slager’ opgezet. Hoe goed bedoeld ook, hij was al de halve dag bezig om de liefdadigheid te stoppen.

Het gerucht ging dat wij zouden terugkeren naar het dorp, we waren al gesignaleerd bij een huis in het open veld.

Een meeluisterende klant sloeg de handen voor de mond.

„Wat heeft u hier nog te zoeken?”

Ik wist het ook niet, misschien een kapperszaak beginnen?

Marcel van Roosmalen schrijft op maandag en donderdag een column.