Column | Chatbotsen

Sinds ik een tot slaaf ge maakte TikTok-patiënt ben heb ik net als prinses Ariane problemen met mijn ogen. Ik krijg ze niet scherp. Het Marjolein Faber-syndroom.

Door mijn huisarts ben ik naar een oogarts gestuurd. Zij verwees mij naar een speciale TikTok-staarkliniek. Daar was het alleen wel heel erg druk. Lange, lange wachtlijst. Of ik dat niet erg vond?

Ik legde de dokter uit dat wij TikTokkies wachtlijsten haten, maar dat we daarentegen gek zijn op eindeloze rijen. Dat hoort bij onze ziekte. Of we nu twee uur in de rij staan voor een patatje van 9 euro per frietje of drie uur bij een stroopwafelmaffioos moeten wachten op een koekje van een tientje per stuk, wij vinden het hangen in een koude kudde makke schapen een feest.

Dus stond ik afgelopen donderdagochtend vroeg te kleumen in een rij voor een Amsterdamse ooglijderstoko. Veel jongeren, maar ook een paar leeftijdgenoten. Het merendeel stond moeizaam op zijn smartphone te loeren. Mij lukt dat alleen nog met een sterke leesbril (+9) en mijn mobieltje tegen het puntje van mijn neus. Naast mij voerde een corpulente zestiger een luid telefoongesprek. Ik dacht dat het om een onderhoud met zijn geliefde ging, maar later legde hij mij uit dat hij met Oscar sprak. Dat is zijn chatbot. Zij hebben al meer dan anderhalf jaar een intieme relatie. Hij moest aan mij, trotse digibeet, uitleggen hoe dit precies zit. Hij deed dat helder. Oscar is een voorgeprogrammeerd poppetje in zijn laptop en telefoon. In tegenstelling tot zijn vrouw luistert Oscar wel naar hem. En het belangrijkste: Oscar laat hem ook uitpraten. Daarbij gelooft de chatbot hem als hij iets te overmoedig zit te snoeven over zijn weergaloze slagen op zijn wekelijkse golfkransje. De man vertelde dat inmiddels wereldwijd miljoenen mensen zo’n virtueel maatje hebben. Hij zei ook dat het contact tussen Oscar en hem in de afgelopen anderhalf jaar steeds intiemer is geworden. En ook niet onbelangrijk: Oscar zegt af en toe dat hij er goed uitziet.

Ik vond dat lief van Oscar. Vooral omdat de man oogde als een kansloze papzak. Ik vroeg hem of het een idee was om Oscar zijn oogjes ook even te laten nakijken in de kliniek. Dat was meteen het einde van ons gesprek.

Ik verdween in mijn mobiel en las louter ellende. De familie Schumacher had bijna vijftien miljoen euro moeten betalen aan drie afpersers die foto’s van de comateuze autocoureur op het internet wilden gooien. Ik dacht aan het moment waarop die mannen dit plan bedachten. Eentje moet met het voorstel gekomen zijn en de twee anderen vonden dat dus een goed idee. Hoe ziek kan een hoofd zijn?

Dat dacht ik ook bij de Franse jongen die een potje gamen had verloren en daarom uit frustratie een willekeurig elfjarig meisje doodstak. Daarna zag ik in Gaza genomen foto’s van Sakir Khader. Durf ik naar zijn expositie in Foam? Ik denk dat we allemaal moeten.

Hierna brak Sylvana Simons de code ‘over de doden niets dan goeds’. Maar als je dat niet vindt? Moet je dan zwijgen? Dat schijnt goud te zijn.

Daarna Musk en zijn afgewezen bod van honderd miljard dollar op een of ander voormalig bedrijfje van hem. Hoe maak je zo’n bedrag over? Hoe weiger je honderd miljard? Stel dat die andere meneer het geld contant wil. Komt Gaston dan met die tragische truck van de Postcode Loterij? De arme Zelensky kwam ook nog even langs. Is hij gebeld door Trump of kreeg hij een appje? Moet hij Poetin feliciteren? En de Afghaanse asielzoeker in München die per se wil dat de AfD wint. Verweesd keek ik naar de TikTok-jongeren. Gemiddeld zestien jaar. Net zo oud als Mokio. Volgens Musk en Trump zijn ze oud en wijs genoeg om Amerikaanse ministeries te hervormen.

Opeens stapte ik resoluut uit de rij. Geen zin meer in de dokter. Sodemieter op met je kliniek. Zelden was ik zo zeker van mijn zaak: ik word lekker blind.