Opinie | Lidwoorden

Mijn dochter vertelt vaak over haar werk en ik ben dan een dankbare luisteraar. Zij is onder andere gastdocent en leert via een bepaalde methodiek leerlingen discussiëren. In Amsterdam is het taalgebruik niet overal heel helder wat betreft lidwoorden. ‘De’ en ‘het’ worden soms door elkaar gehaald. Zo reageerden gisteren leerlingen enthousiast op haar nieuwste voorstel, maar riepen ook dat ze hun zwemkleding niet bij zich hadden: „Juf leuk, maar ik heb m’n zwembroek niet bij me! We gaan toch zo in de bad?”

Odette Reydon

Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via ik@nrc.nl


Lezen

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Om dit formulier te kunnen verzenden moet Javascript aan staan in uw browser.

Maximaal 120 woorden a.u.b.

Vul je naam in

Opinie | Projectkoor

Ik zit in een gemengd projectkoor van circa zeventig oudere leden. Vandaag hebben we de generale repetitie. De dirigent gaat voor het koor staan en vraagt: „Kunt u mij verstaan?”

Waarop de helft van het koor gaat staan.

Maria Kiebêrt

Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via ik@nrc.nl


Column | Belediging als eer

Eerlijk gezegd voel ik me als columnist ernstig tekortgedaan. Tot driemaal toe heb ik onlangs op deze plek verslag gedaan van geheime telefoongesprekken tussen Trump en Poetin. Hoe deze teksten tot mij kwamen, moest ik geheim houden, maar ik durfde in te staan voor de authenticiteit ervan.

Tot mijn grote spijt werden deze onthullingen afgedaan als ‘satire’. Zowel Trump als Poetin had er uiteraard alle belang bij mijn werk op deze manier te bagatelliseren, maar het stelde mij zwaar teleur dat ook mijn journalistieke collega’s daarin meegingen.

En zie wat er nu gebeurt met een vergelijkbare onthulling in The Atlantic, waarvan hoofdredacteur Jeffrey Goldberg vermoedelijk per ongeluk werd toegevoegd aan een oorlogszuchtige chat met toppolitici en de veiligheidsadviseur van Trump. De heren – altijd heren – babbelden opgewekt over luchtaanvallen op Houthi-rebellen in Jemen. „Good Job Pete and your team!” „The team in MAL did a great job as well.” „Great work all. Powerful start.”

Kan iemand mij uitleggen waarom de onthulling in The Atlantic géén satire is – en de mijne wél? Ik zeg het maar uit de grond van mijn gekwetste hart: ik vind het gewoon niet rechtvaardig. Die hoofdredacteur van The Atlantic mag nu de persgeschiedenis ingaan als een nieuwe Bob Woodward, en ik moet doormodderen op deze achterpagina met stukjes waar hooguit een beetje schamper om gelachen wordt.

Het is voor mij vooral onverteerbaar dat mij daarmee ook de woede van de autoriteiten die Jeffrey Goldberg nu als een warme douche mag ondergaan, onthouden wordt. Wat zei de Amerikaanse defensieminster Pete Hegseth ook al weer over Goldberg? „Een bedriegende, zwaar in diskrediet gebrachte zogenaamde journalist die een beroep heeft gemaakt van het voortdurend verkopen van nepverhalen.”

Het moet toch heerlijk zijn om door zo’n omhooggevallen patjepeeër als deze Hegseth zó te worden beledigd? Ik zou ervoor tekenen. Hegseth die zelf wegens wangedrag uit allerlei banen werd gegooid; die een beschuldiging van verkrachting in het geheim moest afkopen; die in 2015 in een bar in Ohio op een tournee als voorzitter van de Concerned Veterans of America met dubbele tong riep: „Kill All Muslims! Kill All Muslims!

Het lijkt me zelfs een hele eer als je door zó iemand zó vals wordt aangepakt. Zo werd ik ook enigszins jaloers op een NRC-collega, de onderzoeksjournalist Joep Dohmen, die in zijn pas verschenen boek Tuig van de richel vertelt dat Geert Wilders hem in 2021 „tuig van de richel” noemde na een artikel van Dohmen over „de strapatsen van zijn protegé Dion Graus”.

„Wilders was al jaren boos op mij”, schrijft Dohmen. „Ik had in 2007 als eerste journalist gemeld dat de PVV een autoritaire en niet-democratische partijstructuur had, met maar één lid: Wilders zelf. Daarna sprak hij niet meer met mij en later ook niet meer met collega’s van mijn krant.”

Hier buig ik het hoofd. Voor Dohmen. Jarenlang heb ik in mijn columns mijn afkeer van Wilders getoond, maar nooit heeft hij mij persoonlijk voor „tuig van de richel” uitgescholden. Waaraan heb ik dat te wijten? Wat hebben Goldberg en Dohmen dat ik niet heb?

Misschien heb ik wel zo vaak satire bedreven dat niemand me meer gelooft als ik de werkelijkheid beschrijf. Of is de werkelijkheid zelf satire geworden?


Column | Onze Mowgli

Dion Graus (PVV) steeg tijdens het wolvendebat in de Tweede Kamer boven zichzelf uit. In een emotioneel, maar gloedvol betoog brak hij een lans voor ‘de wolf’. Vanachter de kansel waarschuwde hij het dier: keer om bij de grens!

„Want de wolf heeft het heel zwaar in Nederland!”

Nederland is volgens Dion geen wolvenland. Het dier wordt hier opgejaagd, en erger. Had hij maar de middelen die bijvoorbeeld zijn partijgenoot, minister Marjolein die over de vreemdelingen gaat, wel heeft. Zij kan tenminste folders in vreemde talen laten drukken en borden bij de grenzen plaatsen waarop je kunt lezen dat het hier niet leuk is, maar de wolf kan helaas niet lezen en schrijven.

Hij zou er bij wijze van spreken nog het beste zelf naar toe kunnen kruipen, want als er een Nederlander dicht bij de wolven staat is het Dion. Ik zeg niet dat hij een nieuwe Mowgli is – de hoofdpersoon uit Jungle Boek, een mensenkind dat opgroeide in een wolvenroedel en van wie ik als voormalig welp van scouting ‘De Markesteen’ uit Velp alles weet – maar ik sluit het ook niet uit.

Het zou veel verklaren. Net als een wolf heeft Dion een bovengemiddeld reukvermogen. In diverse interviews liet hij weten dat geur heel belangrijk voor hem is. Hij weet van zichzelf dat hij lekker ruikt. Zo lekker, dat hij als een van de weinige mensen geen deodorant hoeft te gebruiken. Toevallig misschien: wolven gebruiken ook geen deodorant, hooguit om mee te spelen als ze met een roedel een Kruidvat-vestiging in het oosten van het land hebben overvallen. En net als de wolf is Dion ook schuw. Van hem hoeft al die heisa rondom zijn persoon niet, hij komt alleen het bos uit voor het allernoodzakelijkste zoals dinsdag bij het grote wolvendebat. En hij bijt, net als de wolf in het nauw gedreven, ook van zich af. Wat zich ooit in en om zijn hol heeft afgespeeld blijft schimmig, maar Dion is er nooit voor veroordeeld, waarschijnlijk omdat de rechters ook wel weten dat je een dier zijn instinct niet kwalijk kan nemen. Daarom neemt Dion het wolven niet kwalijk dat ze soms ook vlees eten. Natuurlijk heeft hij weleens tegen ze gezegd dat ze beter vegetarisch kunnen worden, maar hij weet ook: zo zijn ze nu eenmaal niet gebakken.

Voor Dion is er maar één orgaan dat oordeelt over goed en fout: de goddelijke rechtbank. En daar zullen ze een dier nooit veroordelen vanwege zijn instinct, maar een mens dat dieren tart wel! Die waarschuwing kon Caroline van der Plas alvast in haar koeientas stoppen. Het liefst zou Dion Graus alle honderdvijftig ‘Nederlandse’ wolven in huis nemen, maar realistischer is dat hij zich, desnoods met een rugzak vol subsidie, weer aansluit bij een roedel en die dan meeneemt op een trektocht naar het oosten. Voor dit plan is, ook binnen de PVV, een meerderheid.

Marcel van Roosmalen schrijft op maandag en donderdag een column.


Opinie | Lentekriebels

In groep vier van een basisschool geef ik een gastles over mijn beroep (gynaecoloog). Het sluit mooi aan bij het thema ‘lentekriebels’. Midden in een kring jeugdige toehoorders vertel ik over het begin van het leven. Ik houd het simpel: „Als mama en papa elkaar heel lief vinden, gaan zijn zaadjes naar haar eitje.” Dan rijst er een vinger omhoog. Een jochie met knalrode wangen vraagt: „Die zaadjes hè, is dat gewoon sperma?”

Mieke Kerkhof

Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via ik@nrc.nl


Opinie | Geen prik

Na een wandeling strijken we met mijn zoon en zijn twee vrienden uit groep 8 neer op een terras om iets te drinken. „In ieder geval iets zonder prik”, spreken we af. Ze vinden op de kaart een drankje dat ze nog niet kennen. Daar zit inderdaad geen prik in en er staat volgens de jongens bovendien een geschikte leeftijd bij: 12 jaar oud. „Pap, wat is een Single Malt?”

Niels Crama

Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via ik@nrc.nl


Column | Wordt het RoodGroen?

Als er een fusie komt tussen GroenLinks en PvdA, hoe moet die partij dan gaan heten? Daar hoor ik weinig over – en toch is het geen onbelangrijke kwestie. Stel dat ze een verkeerde naam kiezen waarmee ze belachelijk kunnen worden gemaakt – dan is de fusie-euforie snel voorbij.

Enkele voorbeelden van slechte naamgeving zijn gemakkelijk bedacht. Neem ‘Samen Solidair’. Van die woorden zal algauw in de ogen van felle tegenstanders alleen de eerste letter overblijven – met alle gevolgen van dien.

‘Links Vooruit’ of alleen ‘Vooruit’ is evenmin aanbevelenswaardig omdat je in geval van een verkiezingsnederlaag de terugkerende vraag kunt verwachten of de naam nu niet beter aangepast kan worden. In België bestaat trouwens een sociaaldemocratische partij die ‘Vooruit’ heet, maar, sorry België, niet alles wat daar gebeurt verdient navolging.

Bovendien, het actieplan waarmee GroenLinks en PvdA in 2024 van start gingen, heette al ‘Samen Vooruit’. Voor een actieplan niet gek, maar te mager voor een politieke partij die liever niet op een wandelclub wil lijken.

Maar wat dan?

Van Ad Melkert, Gerdi Verbeet, Rob Oudkerk en Hans Spekman hoeven we het antwoord niet te verwachten. Die willen dat de PvdA gewoon de PvdA blijft, maar misschien zijn hun verdiensten voor die partij toch niet onvergetelijk genoeg om nog veel langer naar hen te luisteren.

Hoe meer ik erover pieker, hoe moeilijker het wordt. Dat geldt voor veel problemen, maar in de politiek kan het funest worden als je niet eens in staat blijkt een goede naam bij je goede bedoelingen te bedenken. Iets met ‘vrijheid’ of ‘democratie’ erin misschien? Nee, sterker nog: néén! Dit zijn in de Nederlandse politiek door foute politici gekaapte en daardoor besmette begrippen.

De fusiepartij van GroenLinks en PvdA zou zich vooral op de middenklasse moeten richten, lees ik de laatste tijd vaak. Moet het dan niet de Partij van de Middenklasse worden in plaats van de Partij van de Arbeid? Alweer: nee! De andere klassen zullen zich bij voorbaat verwaarloosd voelen. Dan maar ‘De Partij van het Midden’? Ach, hoe kleurloos.

Vervolgens zocht ik een naam met de handige woorden ‘akkoord’ of ‘’alliantie’ erin. Links Akkoord, Linkse Alliantie? Helaas. Links Akkoord bestond al tussen 1986 en 1990 als samenwerkingsverband van de linkse partijen CPN, PSP, PPR en EVP in Amsterdam, een voorloper van het in 1990 opgerichte GroenLinks. Een oude naam bij een nieuwe partij? Niet ideaal.

Linkse Alliantie? Niet slecht, maar evenmin erg origineel. Finland heeft een linkse partij met die naam die ook deel uitmaakt van de regering. Het is een reële mogelijkheid, maar vooral wanneer niemand bij GroenLinks en de PvdA een betere inval krijgt.

Links Blok of Links Front dan maar? Met dank aan het Vlaams Blok? Liever niet.

Komen we bij de meest voor de hand liggende keus: RoodGroen. Het is een aanduiding die in verschillende landen wordt gebruikt voor de samenwerking tussen sociaaleconomische en ecologische partijen. Rood als symbolische kleur voor bestaanszekerheid, groen voor milieu. ‘RoodGroen’ heette al het initiatief van leden van de PvdA en GroenLinks die hun partijen in 2021 opriepen tot een fusie.

Een geschikter alternatief heb ik nog niet gehoord, maar misschien zijn er lezers met een beter idee.


Column | Echte vogels en verbeeld verdriet

We liepen door een polder in Drenthe, zonnig wit licht, geel riet, de kleuren zoals ze zijn in de late winter als je toch al wel voelt dat het voorjaar eraan komt. We werden vervuld van licht en weidsheid, als waren we personages van Nescio. In een boom zaten aalscholvers te schreeuwen, langs de kant van de weg stond een vogelaar met een telescoop.

Heb jij wel eens een roerdomp gezien, vroeg ik aan mijn wandelvriend. Hij ook niet. Die vogelaar daar misschien wel – maar door zijn telescoop. Het verlangen om iets met eigen ogen te zien, wordt dat daardoor bevredigd? Niet echt vond ik, het is of je de waarneming nog steeds niet gedaan hebt als je in zo’n rondje een vogel ziet. Aan de andere kant: je bent buiten en je weet dat daar in dat riet daadwerkelijk die vogel ziet, misschien hoor je hem zelfs. Dan is het toch wél een ervaring, meer dan van een plaatje.

Daar praatten we over, en ook over het verdriet dat je voelt als de vader van Kees Bakels sterft, in Kees de jongen, of bij de dood van Jet van Marle uit Schoolidyllen. Zijn dat ervaringen geworden? Niet zoals je ‘eigen’ ervaringen vonden we, al hebben ze je wel gevormd. Of misschien hebben ze de basis gelegd voor de vorm van je eigen ervaringen.

Het is moeilijk te bepalen wat een ‘ervaring’ nu precies inhoudt. Ga je naar de film, dan ben je soms diep ontroerd, of geschokt – er zijn films die ik om die reden nooit heb durven zien, Funny games van Michael Haneke bijvoorbeeld. Alleen al wat ik over de film gelezen heb vervult me met diepe ontzetting, ik had liever ook niet gelezen over de wrede spelletjes van de twee jongens die een heel gezin uitmoorden, maar ik denk blijkbaar toch dat ik dat beter verdraag dan het te zien. Dat is toch ‘echter’, ook al is het een film en dus weer minder echt dan echt.

Ik heb een paar keer iemand van angst en pijn horen gillen die geslagen werd, en die ervaring vergroot de angst voor wat ik mogelijk verbeeld zal zien én vult aan wat je daadwerkelijk ziet. Of leest. Dat is onder meer waarom we eigen waarneming zo belangrijk vinden – al heb ik me nu wel heel snel verwijderd van die onschuldige vogelaar en zijn potentiële roerdomp.

Maar de vraag blijft: doe je ervaringen ook op uit een boek, of van een film? Er is een scène in een boek van Aleksandr Tisma waarin een nazi in een concentratiekamp twee zusjes afmaakt, de een na de ander, zodat de tweede ook nog moet zien en horen – ik wil het niet eens opschrijven, ik wil die scène niet teruglezen, ik vind het erg genoeg dat die in mij bestaat. Maar toch moet die ‘ervaring’ want dat is het toch wel, een andere zijn dan de echte. Mijn vriend stelde althans de doeltreffende vraag: ‘Kun je getraumatiseerd raken van een boek of een film?’

Je voorstellingswereld is aangevuld met sensaties die je weliswaar niet zelf hebt gehad maar die toch bijdragen aan je ‘eigen’ ondervinding, aan je empathisch vermogen ook. Daardoor kun je bijvoorbeeld mogelijke implicaties van het nieuws beter begrijpen, zodat je jezelf of je medemensen daarvoor kunt willen behoeden.

En dan nog de vreugde. Die kan je ook zomaar toevallen uit een film of uit een gedicht. Is dat dan wel ‘echt’? Op een bepaalde manier wel denk ik. Maar toch vooral als je iets daarvan herkent.

En nooit zó echt als die middag die witte lucht, die vogelaar, het geluid van water tegen een steiger.


Opinie | Raadsels

Mijn dochter Vanessa en haar man Jeroen tafelen wat na met hun zoontjes Boris van 7 en Oscar van 5 jaar oud. Het spelletje ‘raadsels oplossen’ is op dit moment erg in trek.

Vanessa begint met een raadsel: „Als het jong is, is het lang en als het oud is, is het kort.” Het juiste antwoord hierop is volgens haar „Een kaars”, maar Oscar van 5, heeft meteen een betere oplossing gevonden: „Het leven”.

Els Froger

Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via ik@nrc.nl