Grote natuurbrand bij Ede, luchtmacht zet helikopter in

De brandweer in de omgeving van Ede is donderdagmiddag massaal uitgerukt voor een grote natuurbrand op de Veluwe, tussen Ede en Otterlo. Een „klein aantal” huizen is ontruimd, voor zover bekend zijn er geen gewonden gevallen.

De brand was even na zes uur nog niet onder controle, aldus een woordvoerder van de veiligheidsregio. Ook kon de brandweer nog niet zeggen hoe groot het gebied is dat in brand staat.

Rond het einde van de middag waren 330 brandweerlieden op de been om de brand te blussen. Ook zette de Luchtmacht een helikopter in.

NL-Alert

De overheid verstuurde rond half vijf een NL-Alert, maar doordat het telefoonnetwerk overbelast was, is die niet bij iedereen aangekomen. De gemeente Ede heeft daarnaast een liveblog ingericht.

Daar roept de gemeente bewoners die last hebben van de rook op om naar binnen te gaan en ramen en deuren te sluiten. Door de veranderende windrichting kan de richting van de rook snel veranderen, waarschuwt de gemeente. Ook het blussen wordt door de weersomstandigheden bemoeilijkt.

Door klimaatverandering komen natuurbranden wereldwijd steeds vaker en steeds noordelijker voor. In Nederland is het risico op natuurbranden nu bijzonder hoog doordat het eerst twee jaar veel heeft geregend, maar er dit jaar erg weinig regen is gevallen. In maart alleen woedden er al zo’n 80 natuurbranden, bijna evenveel als in heel 2024.

Lees ook

Na twee natte jaren is het nu heel droog. En juist dan brandt het in de natuur

Klimaatsysteemwetenschapper Sander Veraverbeke loopt over het verbrande deel van de Sallandse Heuvelrug.


Israëlische leger trekt Rafah binnen, ‘honderdduizenden Gazanen ontvluchten de stad’

Honderdduizenden Palestijnen zijn donderdag Rafah ontvlucht, nadat grondtroepen van het Israëlische leger de stad verder zijn binnengetrokken. Dat meldt persbureau Reuters. Verspreid over de Gazastrook zijn donderdag zeker 62 inwoners gedood bij Israëlische aanvallen, schrijft Al Jazeera.

Woensdag kondigde Israël aan dat het „grote delen” van Gaza militair zal innemen. Het zou om ruim een kwart van het gebied gaan. Daarmee wil Israël „veiligheidszones” in Gaza uitbreiden.

Een dergelijke strategie is strijdig met het internationaal recht. De mensenrechtenchef van de VN sprak eerder al over de kans op een „oorlogsmisdaad”.

Israël heeft zogenaamde ‘veilige zones’ aangewezen, waaronder het zuidelijke al-Mawasi, maar het bombardeert die locaties evenzeer. Volgens Reuters zijn veel ontheemde Palestijnen uit Rafah donderdag naar de naburige stad Khan Younis getrokken.

„Rafah wordt weggevaagd”, zegt een man op de vlucht tegen Reuters. „Ze breken af ​​wat er nog over is aan huizen en eigendommen.”

Palestijnen met hun bezittingen op de vlucht in Gaza.
Foto Omar Al-Qatta/AFP

Wat wil Trump eigenlijk bereiken? En nog vier vragen over de importheffingen

De Amerikaanse president Trump zette woensdag concrete stappen in de handelsoorlog met zijn belangrijkste handelspartners. Hij kondigde invoerheffingen aan per land die nog hoger waren dan economen vreesden. Volgens Trump zijn het ‘wederkerige’ heffingen, waarmee hij reageert op het in zijn ogen oneerlijke handelsbeleid van de betrokken landen. Wat bedoelt hij en wat wil hij bereiken? Vijf vragen over de laatste salvo’s in de door de VS ontketende handelsoorlog.

1. Wat zijn importheffingen ook alweer?

Invoerrechten, tariffs, importheffingen, handelstarieven: al deze termen verwijzen naar de extra belasting die een land heft op goederen. Meestal wordt die extra belasting berekend als een percentage van de prijs van die geïmporteerde goederen. Landen houden heel precies, per product, bij wat de heffingen moeten zijn in het zogeheten Harmonised System (HS).

Bedrijven die de buitenlandse producten invoeren, betalen de heffingen zoals bepaald in het HS door de import ervan te melden bij de Amerikaanse belastingdienst. Als de VS importheffingen instellen, betaalt de Amerikaanse importeur dus de heffingen, niet de exporteur. In veel gevallen rekenen bedrijven de extra belasting door aan hun consumenten. De opbrengst van de heffingen gaat naar de overheid.

Soms komt de rekening uiteindelijk bij de exporteur te liggen: de exporteur kan ervoor kiezen de verkoopprijs te verlagen om zo een deel van de importheffing voor eigen rekening te nemen. Zo kan de exporteur proberen zijn product toch voor een aantrekkelijke prijs te kunnen verkopen in het land dat de extra belasting heft. Hoe hoger het tarief, des te lastiger dat zal zijn. De winstmarges in de internationale handel zijn vaak al erg smal, waardoor er weinig ruimte is voor prijsverlagingen.

Handelstarieven belemmeren de wereldwijde vrijhandel en zijn bedoeld om de nationale industrie te beschermen. De hogere prijzen moeten consumenten stimuleren om binnenlandse alternatieven te zoeken, waardoor de binnenlandse productie groeit.

2. Wat hoopt Trump ermee te bereiken?

Volgens Trump zal door zijn handelsbeleid de Gouden Eeuw van de Verenigde Staten aanbreken, en is het een belangrijke stap „to make America wealthy again”, zoals hij woensdag zei. Zijn belangrijkste doel is om de internationale economische positie van de VS te versterken en Amerikaanse werknemers te beschermen.

In eerste instantie wil hij een eind maken aan de handelstekorten die de VS hebben met talloze landen. Amerika importeert veel meer dan het exporteert (vorig jaar was het verschil 1.200 miljard dollar) en dat is slecht voor de VS, vindt Trump. Om dit te veranderen, voert hij de importheffingen in, die import moeten afremmen door die duurder te maken.

Bij de bekendmaking van zijn handelsmaatregelen kwam Trump met een lange lijst bedrijven op die volgens hem al „miljarden en miljarden dollars” hebben geïnvesteerd in de VS sinds zijn aantreden. De lijst bestond overigens goeddeels uit oude toezeggingen. De import beperken is immers een middel om het uiteindelijke doel van de president te bereiken: bedrijvigheid en daarmee de werkgelegenheid in de VS vergroten. „Als je een tarief van nul procent wilt, moet je je product gewoon hier in Amerika produceren”, aldus Trump.

Trump lijkt zich met zijn plannen vooral te richten op het tevredenstellen van fabrieksarbeiders, die hij ook had uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de aftrap van de handelsoorlog. Dat is opmerkelijk, omdat in de VS, net als in Europa, het merendeel van de mensen in de dienstensector werkt.

3. Waar heeft Trump zijn wederkerige heffingen op gebaseerd?

Al op de dag van zijn aantreden kondigde Trump aan een team aan het werk te zetten om oneerlijke handelspraktijken van andere landen in kaart te brengen, en woensdag was de dag dat de resultaten daarvan bekend zouden worden. Trumps wederkerige tarieven zouden een antwoord zijn op allerlei handelsbeperkende maatregelen van de handelspartners van de VS, zoals belastingen als de btw, maar ook valuta-manipulatie en overheidssubsidies. Die maatregelen zouden worden omgerekend naar de facto invoerheffingen, waarop de importheffingen van de VS zouden worden gebaseerd.

De lijst met tarieven die Trump woensdag presenteerde, kwam echter voor velen als een grote verrassing. De Europese Unie, die volgens de gangbare handelsregels een gemiddeld tarief van iets meer dan 3 procent hanteert voor Amerikaanse goederen, stond ineens voor 39 procent op de lijst. Zelfs als de btw zou worden meegeteld, waar Trump op had gezinspeeld, komt dat nog niet in de buurt. Hoe kon dit? Welke som had team-Trump gemaakt?

Al snel sloegen economen aan het rekenen. Hoe kwam het Witte Huis aan de lijst met oneerlijke ‘tarieven’? Het antwoord is ontluisterend in zijn eenvoud: de Amerikaanse regering heeft de omvang in dollars van het handelstekort in goederen dat de VS hebben met een bepaald land gedeeld door het totale bedrag waarvoor uit dat land is geïmporteerd. Volgens Trump hangt dat handelstekort direct samen met de hoeveelheid oneerlijke maatregelen die een land tegen de VS neemt. Het Witte Huis bevestigde min of meer deze methode toegepast te hebben: een economische formule met een hoop Griekse letters moet exactheid en deskundigheid uitstralen, maar het is niet meer dan rekenen op basisschoolniveau.

Een voorbeeldje: met Bangladesh heeft Amerika een handelstekort van 6,2 miljard dollar. De totale Amerikaanse import van goederen uit Bangladesh bedroeg vorig jaar 8,4 miljard dollar. Als je 6,2 deelt door 8,4 kom je uit op 0,738. En inderdaad staat Bangladesh voor 74 procent op het bord dat de president omhooghield. China? Handelstekort van 295 miljard, totale import 438 miljard: 295/438 = 0,68. En ja hoor: China staat voor 68 procent op de ‘oneerlijke heffingen’-lijst.

De laatste stap, het bepalen van de wederkerige tarieven, is daarna simpel. Deel het tarief van het land door twee en je hebt het ‘milde’ of zelfs ‘vriendelijke’ Amerikaanse wederkerige tarief.

Simpel is het zeker, maar economisch gezien totaal onbegrijpelijk, zoals veel analisten schrijven. Het doel, de handelsbalans terugdringen naar nul, heiligt hier de middelen. Met handelseconomie, laat staan handelseconomie binnen de mondiale afspraken in de Wereldhandelsorganisatie, heeft het allemaal weinig meer te maken.

4. Wat zullen Nederlandse bedrijven merken die exporteren naar de VS en hoe gaan zij hiermee om?

Bedrijven hebben nu vooral last van extreme onzekerheid. Hoewel de heffingen niet uit de lucht komen vallen en Trump tijdens zijn ‘Bevrijdingsdag’ concrete stappen in de handelsoorlog heeft gezet, hebben bedrijven nog steeds een hoop vragen over de invulling ervan. „We weten nog niet hoe de Europese Unie gaat reageren”, zegt Marc ter Haar, directeur van Amcham, belangenbehartiger voor Amerikaanse bedrijven in Nederland. Gaat de EU terugslaan met eigen importheffingen tegen de VS, waardoor het importeren van Amerikaanse producten hier duurder wordt? Lukt het de EU om te onderhandelen over lagere heffingen op Europese goederen?

Naast alle onzekerheid die ze veroorzaken, zullen de Amerikaanse maatregelen Nederlandse bedrijven zeker pijn doen. De woensdag aangekondigde heffingen zijn hoger dan wat de meeste economen vreesden (al noemde Trump ze ‘mild’). Ter Haar: „Nederland wil geen enkele handelsbeperking. Wij exporteren voor 51 miljard euro per jaar naar de VS. En die producten worden duurder gemaakt. Dat is niet goed voor onze export.” VNO-NCW, de grootste ondernemersorganisatie van Nederland: „De maatregelen zullen waarschijnlijk grote gevolgen gaan hebben voor de internationale handel.”

Wijnmaker Neleman Organic Vinyeards ziet de handelsoorlog nu al terug in hun magazijn in Zutphen. „De handel is in shock, orders worden gecanceld of op z’n minst vooruitgeschoven”, mailt de wijnmaker naar zijn klanten. „Ook voor ons is het slikken. Orders, containers die klaarstonden om naar Amerika te gaan, zijn geannuleerd.” Neleman maakt van de nood een deugd en roept zijn klanten op Europese wijn te kopen. Made in Europe kopen is een sentiment dat steeds meer voet aan de grond lijkt te krijgen.

De Woerdense aardappelverwerkingsmachinefabrikant Kiremko ziet dat de heffingen vooral impact hebben op „de organisatie”, zegt directeur Marcel van Huissteden. Het bedrijf werkt samen met een Amerikaans partnerbedrijf in Idaho: dat bouwt al langer af en toe machines voor Amerikaanse klanten van Kiremko. Het contact is in de aanloop naar de heffingen „geïntensiveerd”, zodat ze in Idaho meer machines kunnen bouwen. „We hebben meer bouwtekeningen overgedragen.” Kiremko krijgt daar een licentiebetaling voor terug, de omzet is voor het partnerbedrijf.

Zo kan het Amerikaanse klanten blijven bedienen zonder al te grote financiële impact. Maar praktisch verandert er veel. „Wij sturen nu mensen daarheen voor de productie, en om de productielijnen op te starten.” Gelukkig, grapt Van Huissteden, zitten er nog geen heffingen op de invoer van medewerkers.

5. Wat betekent dit voor de portemonnee van Nederlandse consumenten?

Voorlopig helemaal niks. De importheffingen van Trump maken goederen die naar Amerika gaan duurder, ze doen niets met de goederen die elders op de wereld geproduceerd en geconsumeerd worden.

Dat wordt anders als landen vergeldende maatregelen nemen. Als de EU in reactie op Trumps heffingen tegenheffingen gaat invoeren op Amerikaanse producten, zullen die hier duurder worden. Dan zouden ook Europese consumenten er wat van kunnen merken.

Europa weet dit en probeert daarom een zorgvuldige reactie met minimale schade voor de eigen burgers te formuleren. Zo overweegt de EU maatregelen die de consument niet direct treffen, zoals het dwarszitten van Big Tech en grote Amerikaanse banken. Voor het eerste pakket tegenmaatregelen (na de heffingen op aluminium en staal) was bijvoorbeeld gekozen voor heffingen op Amerikaanse producten waarvoor de Europese consument makkelijk een alternatief kan vinden (zoals spijkerbroeken) of die alleen door een kleine groep liefhebbers worden aangeschaft (Harley Davidson-motoren). Van de voorgestelde Amerikaanse producten waar Europese heffingen op kunnen komen, is soja met een importwaarde van 2 miljard euro het grootst in omvang. Maar die soja kan even makkelijk uit landen als Brazilië worden gehaald en verdwijnt vooral in veevoer.

Er is nog een andere route waarlangs Europese en andere consumenten iets kunnen gaan merken van de Amerikaanse heffingen: het verplaatsen van handelsroutes. Als het voor China niet meer aantrekkelijk is om producten naar Amerika te exporteren, kan dat land ervoor kiezen om ze in Europa af te zetten. Dat leidt tot overaanbod ten opzichte van de huidige situatie en kan dus prijsverlagingen met zich meebrengen. Dit dumpen van producten is in eerste instantie goed voor consumenten (lagere prijzen) maar kan uiteindelijk Europese producenten uit de markt drukken, met alle nadelige economische gevolgen van dien (minder bedrijvigheid, meer werkloosheid, lagere economische groei).

Dit is al gebeurd met bijvoorbeeld zonnepanelen: die mocht China niet meer aan de VS leveren, waarna de Europese markt werd overspoeld met goedkope Chinese panelen. Daar konden Europese panelenbouwers niet tegenop en velen gingen failliet.


Opinie | Elke vierkante meter stedelijk groen is er één

Het NK Tegelwippen is weer begonnen – en tegels wippen is hard nodig. Onze steden zijn steeds meer versteend geraakt, wat leidt tot milieuproblemen. Water kan niet goed in de grond zakken, de stenen houden hitte vast waardoor steden nauwelijks afkoelen en de biodiversiteit lijdt doordat dieren als bijen en vogels geen geschikte schuilplaatsen en voedsel kunnen vinden.

Het jaarlijkse NK Tegelwippen, een initiatief van allerlei maatschappelijke organisaties en het ministerie van Infrastructuur van Waterstaat waarbij steden proberen zoveel mogelijk tegels te vervangen door groen, is daarom niet enkel een ludieke actie. Tegels wippen is essentieel voor de leefbaarheid en klimaatbestendigheid van onze steden.

Dit sentiment lijkt helaas niet te leven bij de Nederlandse regering. De coalitiepartijen willen, schreven ze vorig jaar in het Hoofdlijnenakkoord, alleen nog grote („robuuste”) natuurgebieden. Voor kleinere stukken groen heeft het kabinet weinig achting. „Snippernatuur” noemt het die, een term die impliceert dat kleinere groene initiatieven onbelangrijk zijn. Dat geldt dus ook voor stedelijk groen, dat volgens de regering dus prima kan plaatsmaken wanneer andere projecten ruimte nodig hebben.

Maar dat er geen ruimte is voor stedelijk groen, is een misvatting. Burgemeester Anne Hidalgo bijvoorbeeld heeft Parijs de afgelopen tien jaar flink vergroend, terwijl die stad vier keer zo dicht bevolkt is als Amsterdam. Door een gebrek aan politieke wil en een illusie van ruimtegebrek blijft Nederland helaas vast zitten aan beton en asfalt.

Hete dagen

Tegelwippers zien wél het nut en de noodzaak van groen in de stad. Dat is namelijk niet alleen leuk, maar blijkt ook – zo wijzen talloze onderzoeken uit – geld te besparen en zelfs levens te redden.

Een paar voorbeelden: een groenere stedelijke omgeving voert regenwater beter af, en houdt dat bovendien vast voor droge dagen. Hete dagen zijn er aangenamer omdat de temperatuur zomaar enkele graden Celsius lager kan zijn dan in een compleet betegeld en bestraat gebied. In een groene stad komt minder smog voor, doordat allerlei typen luchtvervuiling met wel 60 procent verlaagd worden. De biodiversiteit profiteert ook, net als de mensen die van de stedelijke natuur genieten.

Al deze factoren dragen bij aan de gezondheid van stadsbewoners, en besparen de maatschappij kosten. Hitte en luchtvervuiling staan immers in de top tien van factoren die ademhalingsproblemen en hart- en vaatziekten veroorzaken.

Geveltuintje

Pessimisten zullen zich nu afvragen wat die paar tegels nou helemaal zullen bijdragen aan het oplossen van het milieuprobleem. Dat lijkt een logische gedachte. Maar in werkelijkheid kan zelfs een geveltuintje al enorm bijdragen.

Onderzoek dat wij laatst deden aan de Universiteit Leiden, liet zien dat zelfs kleine geveltuinen van 1 à 2 vierkante meter een zeer positief effect hebben op insectenpopulaties. In 65 gevel-snippergroentuintjes hebben we 235 planten- en 154 insectensoorten gevonden. Bijna vierhonderd soorten, die anders niet zouden zijn voorgekomen op deze plekken.

In deze minituintjes in hartje Amsterdam en Den Haag zaten ook acht verschillende bijen (2 procent van de circa 350 soorten in Nederland) en zeventien verschillende zweefvliegen (4,6 procent van de 363 soorten in Nederland). Alles bij elkaar is dus bijna 3 procent van de belangrijke bestuivende soorten te vinden in geveltuintjes die minder dan 0,0000003 procent van oppervlakte van Nederland innemen. Dat is nog eens ecologische impact! Zo’n geveltuintje kan je bovendien maken terwijl je een kopje koffie drinkt met de buren, dus je krijgt er nog sociale verbinding bij ook.

Het is kortom belangrijk dat Nederland niet alleen naar grootschalige natuurprojecten kijkt, maar juist ook naar de kleine vergroeningen die op buurt- en straatniveau plaatsvinden. Het NK Tegelwippen is dan een uitstekende, laagdrempelige manier om bij te dragen aan een groenere, veerkrachtigere toekomst.


Israël intensiveert strijd tegen Hamas – ‘niemand is ook maar ergens in Gaza veilig’

De militaire actie op de grond wordt uitgebreid, meer gebied wordt ingenomen en er komt een extra oost-westcorridor. Israël is, in de woorden van premier Benjamin Netanyahu, „van versnelling veranderd” in zijn strijd tegen Hamas.

De ruim twee miljoen inwoners van Gaza krijgen het ene na het andere bevel van het Israëlische leger om te evacueren. Zo moeten de inwoners van een wijk in Gaza-Stad en van de zuidelijke stad Rafah opnieuw hun huizen verlaten. De meesten komen terecht in Al-Mawasi, een gebied aan de kust dat Israël tot ‘veilige zone’ verklaard heeft – al bombardeert het dit gebied ook.

Inmiddels valt 64 procent van Gaza onder een bevel tot gedwongen verplaatsing of een bufferzone, zegt Jonathan Whittall, de hoogste VN-hulpfunctionaris voor bezet Palestijns gebied. „Niemand is ook maar ergens in Gaza veilig.”

Volgens een verklaring van minister Israel Katz (Defensie) wil Israël „grote delen” van Gaza „innemen”. Dat zou kunnen duiden op een strategische wijziging sinds de hervatting van de oorlog, twee weken geleden. In de eerste fase van de strijd waren de Israëlische militaire acties op land steeds tijdelijk van aard.

Toch is het de vraag of er van een echte koerswijziging sprake is, zegt brigadegeneraal Han Bouwmeester, hoogleraar militair-operationele wetenschappen aan de Nederlandse Defensie Academie. „De tijd zal uitwijzen of Israël echt van plan is om dat ingenomen gebied permanent te annexeren.”

Bouwmeester ziet overwegend hetzelfde beeld als voor de oorlog: de Israëliërs hebben de kaart van Gaza in ‘vierkantjes’ opgedeeld, en per gebiedje bekijken ze of ze het binnenvallen en of er geëvacueerd moet worden. „Dat is een beproefde strategie tegen terroristische organisaties als Hamas, waarvan de strijders zich tussen de bevolking begeven en soms ondergronds gaan.”

Morag-corridor

Wel nieuw is de Morag-corridor. Tot nu toe beheerste Israël twee oost-westverbindingen in Gaza. In het noorden loopt de Netzarim-corridor, waarmee Israëlische troepen de bewegingen tussen het noordelijke en zuidelijke deel van Gaza kunnen beheersen. En in het uiterste zuiden bezetten de Israëliërs de Philadelphi-corridor: het gebied langs de grens met Egypte.

De Morag-corridor, genoemd naar een voormalige Israëlische nederzetting op die plek, scheidt Rafah van de iets noordelijker gelegen stad Khan Younis. Er hoeft niets voor te worden gesloopt; de bebouwing in die zone was al vernietigd. Onduidelijk is nog waar de nieuwe corridor aan de westkant zal eindigen. Daar stuit hij op Al-Mawasi, het tentenkamp waar de bewoners van Rafah juist naartoe worden gedwongen.

Met deze nieuwe corridor en het evacuatiebevel hoopt Israël dat het Rafah kan belegeren, om Hamas er volledig uit te schakelen. Bouwmeester acht het waarschijnlijk dat inlichtingen uitwijzen dat Hamas-strijders zich vooral in Rafah bevinden.

Voor elke strijder die je doodt, staan er twee nieuwe op

Han Bouwmeester
hoogleraar

Al met al ziet de brigadegeneraal vooral een intensivering van de strijd, aangevoerd door de ‘hardliner’ Eyal Samir, die afgelopen maand aantrad als de nieuwe chef-staf van het Israëlische leger. „Maar één punt blijft hetzelfde als voor het staakt-het-vuren: Hamas roei je niet zomaar uit. Het is een ideologie, die voortkomt uit frustratie over de manier waarop Israël de Gazanen behandelt. Voor elke strijder die je doodt, staan er twee nieuwe op.”

Palestijnen op de vlucht uit het oosten van Gaza-Stad.

Foto Haitham Imad/EPA

Ontheemding

De inwoners van Gaza worden door alle invasies en evacuatiebevelen naar een steeds kleiner gebied gedwongen. Hierdoor neemt hun angst voor permanente ontheemding toe, zeker omdat Israëlische leiders hebben gezegd dat ze van plan zijn het vrijwillige vertrek van Palestijnen uit Gaza mogelijk te maken. Eerder riep de Amerikaanse president Donald Trump al op alle ruim twee miljoen Gazanen weg te sturen en het gebied te herontwikkelen als een kustresort onder Amerikaans gezag.

De acties van Israël in Gaza „schenden op meerdere manieren het oorlogsrecht”, zegt Marten Zwanenburg. Hij is hoogleraar militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en de Nederlandse Defensie Academie. Zo mag een oorlogvoerende partij volgens het internationaal recht alleen eigendommen vernietigen als daar een strikte militaire noodzaak voor is, aldus Zwanenburg. „En die lijkt hier te ontbreken.”

Ook evacuatiebevelen mogen niet zomaar uitgevaardigd worden. Die moeten óf noodzakelijk zijn voor de veiligheid van de burgers, óf er moet een strikte militaire noodzaak voor zijn. „En dan nog moet de evacuatie op een menselijke manier gebeuren, met een duidelijke bestemming, en er moet onder meer voldoende voedsel en water voor de geëvacueerden zijn.”

Palestijnen verlaten hun buurt in Gaza-Stad na een Israëlisch evacuatiebevel.

Foto Mahmoud Issa/Reuters

Aan geen van de voorwaarden wordt volgens Zwanenburg echt voldaan. „Israël heeft de hulp aan Gaza juist afgesloten, naar eigen zeggen omdat er tijdens het staakt-het-vuren genoeg binnen zou zijn gekomen. Maar de Verenigde Naties spreken dat tegen. Bovendien is het simpelweg een verplichting van Israël om de hulp door te laten.”

Lees ook

Waarom sluiten de bakkerijen in Gaza? En vier andere vragen over voedselhulp

Een Palestijnse vrouw bakt brood in een opvangcentrum voor ontheemden in het Strand-vluchtelingenkamp in Gaza-Stad. Foto Mahmoud Issa/Reuters

Volgens sommigen kan de gedwongen verplaatsing van bewoners „etnische zuivering” worden genoemd, maar dat is volgens Zwanenburg geen afgebakend juridisch begrip. „Wel kun je het hebben over de vraag of Israëliërs oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid plegen. Die laatste zijn in essentie ernstige mensenrechtenschendingen die worden gepleegd als onderdeel van een systematische of wijdverbreide aanval op de burgerbevolking. Het zou mij niet verbazen als deze gebeurtenissen de discussie daarover aanwakkeren.”


Maaltijdbezorgers roekeloos op de fiets? Niet erger dan gewone fietsers – en ze dragen tenminste een helm

Maaltijdbezorgers rijden niet onveiliger dan reguliere gebruikers van elektrische fietsen – in tegenstelling tot het overheersend negatieve beeld van hoe die bezorgers zich begeven in het verkeer. In enkele opzichten gedragen deze weggebruikers zich zelfs veiliger, zo staat in een onderzoek van Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).

Uit het SWOV- rapport blijkt dat maaltijdbezorgers en „normale” elektrische fietsers ongeveer even vaak onbedoeld of doelbewust de verkeersregels overtreden. Ze nemen daarnaast vergelijkbare risico’s. En bezorgers gebruiken hun telefoon niet vaker tijdens het fietsen dan reguliere elektrische fietsers. Slechts een klein deel gebruikt de mobiel daadwerkelijk tijdens de rit (3,7 procent).

Het onderzoek werd uitgevoerd tussen 2022 en 2024 en bestaat uit een vragenlijst, een observatieronde en een mediaonderzoek. Eerst werden 118 maaltijdbezorgers en 33 normale gebruikers van een elektrische fiets ondervraagd. Vervolgens noteerden enkele observanten op drukke kruispunten de verschillen tussen beide groepen weggebruikers. Ten slotte hebben onderzoekers berichten tussen 2015 en 2022 over ongevallen met bezorgers op het toenmalige Twitter, nu X, geanalyseerd.

Roekeloos

Opmerkelijk is dat maaltijdbezorgers zich soms juist veiliger gedragen in het verkeer. Zo dragen fietskoeriers beduidend vaker een helm dan andere fietsers en rijden ze minder vaak door rood.

Volgens de onderzoekers druist dit in tegen het beeld dat over maaltijdbezorgers door de loop van de jaren in de media is ontstaan. Door een nadruk op ongevallen en roekeloos rijgedrag staan fietskoeriers over het algemeen zeer negatief bekend. „Mensen denken vaak dat ze het niet zo nauw nemen met de verkeersregels. Over de stoep fietsen, door een rood licht gaan of schuin een kruispunt oversteken. Maar die gedachte blijkt dus niet helemaal terecht”, legt de SWOV-woordvoerder uit.

Het onderzoek laat ook zien dat het negatieve beeld van maaltijdbezorgers ertoe leidt dat andere weggebruikers negatiever of brutaler reageren op bezorgers. Automobilisten, motorrijders en overige fietsers „toeteren, bellen, maken gebaren, of [zoeken] fysiek contact met de fietser”, zo staat in het rapport.

We werken wel met coördinatoren die op drukke locaties bezorgers controleren, maar het blijft moeilijk

Thuisbezorgd.nl
maaltijdbezorgersbedrijf

Maaltijdbezorgdienst Thuisbezorgd.nl is blij met de onderzoeksuitkomst. Volgens het bedrijf is die het resultaat van jarenlange voorlichting om bezorgers bewust te maken van verkeersveiligheid. „Iedereen moet per jaar een cursus volgen waarbij situaties tijdens het fietsen worden nagebootst. Er steekt bijvoorbeeld een kind over, wat doe je dan?”, zegt een woordvoerder. Beginnende bezorgers moeten ook verplicht een helm dragen en opvallende kleding, zoals een reflecterend vest.

Bezorgers die dat niet doen, worden gewaarschuwd. „Als iemand zich herhaaldelijk niet aan deze regels houdt, leidt dat tot ontslag”, aldus de bezorgdienst.

Die naleving blijft wel een heikel punt. De woordvoerder noemt het uitermate lastig om het verkeersgedrag van werknemers na te gaan: „We kunnen meestal niet met eigen ogen zien wat bezorgers doen. We werken wel met coördinatoren die op drukke locaties staan en die controleren, maar het blijft moeilijk.”

Andere bezorgdiensten weigerden om te reageren.

Capriolen

Het fietsgedrag van bezorgers lijkt overigens afhankelijk van hóé ze worden betaald. De onderzoekers hebben sterke aanwijzingen dat bezorgers die per uur en niet per bestelling worden betaald, veiligheid hoger in het vaandel hebben staan. De eerste groep zou minder tijdsdruk ervaren. „Ze gaan dan minder gehaast de weg over. Daardoor is de kans kleiner dat ze gevaarlijke capriolen uithalen”, aldus de SWOV-woordvoerder.

Thuisbezorgd.nl kan zich daarin vinden. De bezorgdienst betaalt bezorgers per uur: „Dan jekkeren ze niet met een noodgang door de stad.”

Lees ook

Fietsen moet veiliger worden, daar lijkt iedereen het over eens: ‘verdubbeling van ernstig gewonden als er niets gebeurt’

Fietsers  in het centrum van Den Haag. Experts pleiten voor wegen waar auto’s en fietsers elkaar zo min mogelijk kruisen.


Als hij naar zijn universiteit in de VS reist, zegt deze Nederlandse racisme-onderzoeker liever niet meer wat hij precies doet

Tot voor kort maakte socioloog Jacob Boersema zich nog geen zorgen als hij langs de Amerikaanse douane moest. Zijn koffer met academische artikelen over racisme, gender en kolonialisme werd soms wel geïnspecteerd, maar dan bleef het bij een licht sarcastisch commentaar: „Goh, u houdt wel van lezen.”

Nu is het anders. Toen Boersema, die werkt aan New York University, onlangs voor een lezing naar Nederland kwam, nam hij een paar exemplaren van zijn boek Can We Unlearn Racism? What South Africa Teaches Us About Whiteness toch maar niet mee. „Ik wil tenslotte ook terug en je weet nooit”, zegt Boersema in een Leidse lunchroom, een paar dagen voor zijn terugreis naar de VS.

Met de jacht die de Amerikaanse staat heeft geopend op wetenschap die zich bezighoudt met gender, racisme en andere ‘knettergek linkse’ onderwerpen kan ook een Nederlandse socioloog met een green card maar beter oppassen. Hij doceert over racisme en kolonialisme, maar houdt het bij de douane op zijn formele leeropdracht, zegt hij: „Sociologische methoden en technieken.”

Veilig ver weg

Jacob Boersema doceert in New York.
Foto Privéfoto

Jacob Boersema (47), naast socioloog ook historicus, promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam en doceert alweer jaren in de VS, eerst aan Columbia University en nu aan New York University. Ook die universiteit siddert onder het offensief dat Trump heeft ingezet.

En die, benadrukt Boersema, staat niet los van wat in Nederland gebeurt. „Je voelt hier toch een soort buzz dat het bij ons allemaal zo’n vaart niet zal lopen. Mensen zeggen me: wat erg, wat er in Amerika gebeurt. Wij hullen ons graag in een soort neutraliteit, veilig ver weg. Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen Nederland en de VS, maar dezelfde mechanismen werken ook hier. De opgeklopte paniek over ‘woke’ in politiek en media die het voorstadium was van Trumps maatregelen, die zie je hier ook.”

Heb ik het er voor over om mijn baan en inkomen op het spel te zetten?

Na de Gaza-protesten die eind 2023 begonnen – en aan Columbia University op verzoek van de instelling door de politie werden beëindigd – sloeg ook aan zijn universiteit de angst toe, zegt Boersema. „In het gebouw is inmiddels alles afgegrendeld om protesten te ontmoedigen. Mensen letten op wat ze zeggen, of ze zwijgen gewoon. Collega’s van kleur doen de deur dicht als ze in gesprek zijn. Openlijk zeggen ze niets controversieels, ook studenten niet.” Ook hijzelf weegt tijdens colleges zijn woorden. „Lang niet alle studenten denken hetzelfde over Trump. Er hoeft er maar één tussen te zitten die aanstoot neemt aan wat je zegt en je kunt de klos zijn.”

Is er verzet? „Het is voor iedereen nu een kwestie van moed. Heb ik het er voor over om mijn baan en inkomen op het spel te zetten? Ik heb zelf geen tenure, een vaste aanstelling, dus het kan zomaar afgelopen zijn.” Uit voorzorg deed hij niet mee aan de Gaza-protesten vorig jaar. En dan is het gevaar voor hem nog betrekkelijk laag, zegt hij. „Ik ben me erg bewust van mijn privileges. Mensen zeiden me: wat is het ergste wat jou kan gebeuren? Gedwongen terug naar Nederland, is dat nu zo’n ramp? Ik heb collega’s van kleur voor wie de bedreiging vele malen groter is. Zij kunnen geen kant op.”

Onverholen

Bovendien, ook een gewetensvraag: verdient de universiteit het in de huidige opzet eigenlijk om verdedigd te worden? „Universiteiten als de mijne zijn in de VS neoliberale instellingen die zich met torenhoge collegegelden richten op een mondiale elite. De zeggenschap van staf en studenten is maar heel beperkt.”

In artikelen voor het Nederlandse magazine OneWorld schrijft Boersema sinds 2020 onverholen over het gevaar van een nieuw fascisme in de VS – en hier – ook als historicus. „Ik zeg graag: het gaat er niet om wat de jaren dertig ons over Trump kunnen leren, maar wat Trump ons over de jaren dertig kan leren. Je leert begrijpen hoe het destijds werkte. Dan kun je constateren dat we soms de verkeerde lessen hebben getrokken.”

Ik maak me vooral zorgen over acceleratie, over een autoritaire olievlek die zich uitbreidt

Hij bedoelt, bij voorbeeld: kijk eens hoe de tech-giganten van Silicon Valley zich in korte tijd naar het nieuwe regime hebben gevoegd – en dat zelfs aanjagen. „Tech-ondernemers waren heel lang de helden van progressief Amerika, nog onder Obama. Ze steunden bij de verkiezingen in 2016 Hillary Clinton tegen Trump. Nu is Elon Musk Trumps grote uitvoerder geworden. Dat verbaast mensen maar zo ging het ook in de jaren dertig, toen het kapitaal zich schikte naar de nieuwe machten. Een les die we vergeten zijn.”

Reden genoeg dus voor sombere verwachtingen. „Ik maak me vooral zorgen over acceleratie, over een autoritaire olievlek die zich uitbreidt. In Nederland zien we daar ook tekenen van met het huidige kabinet. Dat is een veel groter gevaar dan een paar radicale studenten die iets willen doen aan de ellende in de wereld.”

Omineuze vraag

Hij werkt nu aan een boek over racisme in het Nederlandse koloniale rijk, van eind achttiende eeuw tot de Tweede Wereldoorlog. Aan bod komen historische notabelen als de antirevolutionaire staatsman Abraham Kuyper en de oriëntalist Christiaan Snouck Hurgronje, vanuit hun eigen teksten. „Ik ben meer van de empirie dan van het moraliseren, je kunt de feiten heel goed voor zichzelf laten spreken. Je moet de bronnen openslaan, daar staat het allemaal open en bloot. Dat gebeurt nog steeds te weinig als het om dit onderwerp gaat.”

Maakt zijn boek – dat zal wemelen van woorden die door Trump verdacht zijn gemaakt – nog kans bij een Amerikaanse academische uitgeverij? Ook dat is nu een open, omineuze vraag. „Ik hoop het.”


Signalgate? Het kabinet in Den Haag zit nog gewoon op WhatsApp

Met „verbazing” keek premier Dick Schoof vorige week naar het Signal-lek in de Verenigde Staten. Journalist Jeffrey Goldberg bleek daar per ongeluk toegevoegd aan een besloten chatgroep met onder anderen vicepresident JD Vance, minister van Defensie Pete Hegseth en de Nationaal Veiligheidsadviseur Mike Waltz. Gisteren bleek uit onderzoek van het Amerikaanse nieuwsplatform Politico dat Waltz meer dan twintig werkgerelateerde groepsgesprekken op Signal heeft opgezet.

De richtlijnen voor de digitale communicatie van het Nederlandse kabinet zijn „volstrekt helder”, volgens Schoof, oud-directeur bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Maar wat zijn die richtlijnen, en hoe goed is het onderlinge overleg van ministers en staatssecretarissen beveiligd? Vier vragen.

1. Communiceert het Nederlandse kabinet met gewone appjes?

Ja, onder meer. Het kabinet-Schoof heeft een gezamenlijke WhatsApp-groep. Maar landbouwminister Femke Wiersma (BBB) zegt dat hierin „geen diepgravende inhoudelijke dingen” worden besproken. De groepschat is voornamelijk bedoeld om elkaar „op de hoogte” te houden.

Minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel (VVD) zit zelf in „een stuk of acht” werkgerelateerde groepschats, zegt hij. Een communicatiegroepsapp bijvoorbeeld, waarin persberichten worden doorgestuurd en ‘reactielijnen’ van de minister worden besproken. „Daar is niks geheims aan”, zegt Van Weel.

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Judith Uitermark (NSC) noemt Whatsapp „ook handig”. Uitermark zegt dat het communicatiemiddel door bewindspersonen gebruikt mag worden, maar niet voor „vertrouwelijke informatie”, noch voor „besluitvorming”.

2. Mogen kabinetsleden onderling appen volgens de richtlijnen?

Ja, onder voorwaarden. De integriteitscode voor digitale middelen (2022) uit het Handboek voor bewindspersonen schrijft voor dat bewindspersonen terughoudend moeten zijn met gebruik van hun privé-mail of commerciële berichtenapps voor werkgerelateerde doeleinden. Over het algemeen wordt het bewindspersonen „ernstig ontraden”.

Maar daarbij wordt ruimte gelaten voor praktijksituaties waarbij „afgeweken” mag worden als een bewindspersoon dit noodzakelijk acht. Landbouwminister Wiersma bijvoorbeeld noemt het gebruik van commerciële berichtenapps „onvermijdelijk in dit soort functies”– zolang er daarbij „geen ongewenste deelnemers” aan groepschats worden toegevoegd, zoals in de VS.

Begin vorig jaar nam de Tweede Kamer wel een motie van NSC-Kamerlid Sandra Palmen aan voor het gebruik van speciale, veilige chatapplicaties door bewindspersonen en ambtenaren. Die oproep was geïnspireerd op Frankrijk, waar de regering al gebruik maakt van de speciaal ontworpen chatsapps Olvid en Tchap. Met die laatste wordt momenteel geëxperimenteerd, zo blijkt uit een Kamerbrief van staatssecretaris Zsolt Szabó (PVV) van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De invoering van zo’n app is een langdurig traject. Het Rijk heeft in november van 2024 de opdracht gekregen om dit nieuwe beveiligde communicatiemiddel binnen Rijksoverheid in gebruik te nemen. Met de toekomstige implementatie kan het zakelijke chatverkeer tussen bewindspersonen en geselecteerde Rijksambtenaren beter worden beveiligd en automatisch worden gearchiveerd.

3. Worden de appjes van bewindspersonen wel bewaard?

Ja, de archiefwetgeving uit 1995, aangescherpt in 2021, verplicht bewindspersonen hun werkgerelateerde berichten te bewaren – dus ook appjes, sms’jes en mailtjes.

Oud-premier Mark Rutte kwam in 2022 bijvoorbeeld in politieke problemen, toen bleek dat hij jarenlang sms’jes had verwijderd vanwege „beperkte opslagruimte” op zijn oude Nokia-telefoon. Hij overleefde een motie van wantrouwen.

Minister Uitermark omschrijft werkgerelateerde appjes als een „bron van informatie” die via een aanspraak op de Archiefwet ook kunnen worden „teruggelezen”.

Minister Van Weel gebruikt zijn privémail naar eigen zeggen overigens alleen voor „protocollaire dingen” zoals een uitnodiging voor „een kerkdienst”. Minister Wiersma zegt dat privémail „gedoe” kan opleveren en zegt het daarom niet te gebruiken.

4. Hoe kan het kabinet over gevoelige informatie communiceren?

Bewindspersonen hebben de mogelijkheid om via een beveiligde lijn te communiceren. Minister Uitermark gebruikt de beveiligde telefoon, genaamd Tiger, „elke week”, zegt ze. Van Weel legt zijn beveiligde telefoon altijd in zijn dienstauto. „De auto is vaak dichtbij” en heeft „een kluis,” verklaart van Weel.

Voor eigen telefoons van bewindspersonen gelden soms ook speciale veiligheidsmaatregelen. Zo is onder premier Schoof afgesproken dat iedereen voor de ministerraad in het Catshuis zijn of haar telefoon opbergt in een kluisje. De besluitvorming in het overleg is dan ook strikt vertrouwelijk, totdat deze schriftelijk wordt vrijgegeven aan de Eerste of Tweede Kamer. De notulen van de ministerraad worden pas na twintig jaar vrijgegeven.

Het opbergen van de telefoons heeft nog een voordeel, zegt minister Uitermark. Iedereen zit ook „meer gefocust” aan de vergadertafel.

Lees ook

Bewindspersonen nog steeds slordig met opslaan appjes en sms’jes

PVV'ers Fleur Agema, Gidi Markuszower en Geert Wilders tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer.


Europa is huiverig voor een handelsoorlog: slagen de ‘krachtige onderhandelingen’ of komen er tegenmaatregelen?

Europa werd donderdagochtend wakker met een verwachte maar toch fikse kater. Die werd veroorzaakt door de Amerikaanse president Donald Trump, met zijn importtarieven van 20 procent voor Europa. Volgens Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zullen de gevolgen daarvan wereldwijd „immens” zijn – en „direct groot” voor Europese consumenten.

In Brussel blijven concrete reacties vooralsnog uit. Hoe diplomatiek gaat Europa reageren, zullen er tegenmaatregelen worden getroffen? Een oplopend handelsconflict met de Verenigde Staten komt op een ongelukkig moment voor de EU, vanwege de oorlog met Oekraïne, de hardere opstelling van de VS in de NAVO en de Russische dreiging.

De Litouwse Eurocommissaris voor defensie en ruimtevaart, Andrius Kubilius, sprak zich donderdagochtend uit voorafgaand aan een bijeenkomst over defensie in Brussel. De EU moet nog „afwachten wat de politieke gevolgen zijn” van de zogenoemde „wederkerige importheffingen”, die het handelstekort van de VS moeten oplossen. „Dit is absoluut wat de Europese Unie niét wilde dat er zou gebeuren”, aldus Kubilius.

 In Straatsburg is de sfeer onder Europarlementariërs tijdens hun maandelijkse plenaire vergadering bedrukt. Aan discussies over het behoud van de Green Deal of Big Tech komen ze niet toe. Binnenskamers gaat het vrijwel uitsluitend over de tarieven. „Het ziet er slecht, slecht uit voor Europa”, aldus parlementaire bronnen.

Want praten mocht duidelijk niet baten. Dat ondervond Gerben-Jan Gerbrandy, Europarlementariër voor D66, recent aan den lijve toen hij met een delegatie van zijn liberale fractie Renew Europe aanklopte in Washington. De deur bleef dicht. „Het is daar totale chaos. Wat maandag gezegd wordt, kan vrijdag 180 graden zijn gedraaid.” Gerbrandy wilde graag in gesprek, onder meer om „de banden met de helft van Amerika die niet op Trump gestemd heeft aan te halen”. Buiten zijn kantoor in het Winston Churchill-gebouw van het Europese Parlement wapperen Europese vlaggen: de Franse, Duitse, Nederlandse, Italiaanse vlag. Gerbrandy: „Iedereen hier weet: een handelsoorlog kent geen winnaars”.

Ondertussen haalt Europa de banden aan met andere handelszones. Eind februari trok een zware delegatie van de Europese Commissie naar India. In december zette Commissievoorzitter Von der Leyen haar handtekening onder een handelsakkoord met Mercosur, het Zuid-Amerikaanse landenblok.

Pindakaas en spijkerbroeken

De EU heeft een breed arsenaal aan vergeldingsmaatregelen tot haar beschikking. Denk aan importquota, hogere heffingen op Amerikaanse import, exportrestricties of de uitsluiting van Amerikaanse bedrijven bij openbare aanbestedingen.

Dirk Gotink, Europarlementariër voor NSC, pleit voor tegenmaatregelen om „de eigen markten te beschermen”. Hij stelt: „Er is een diepe kras in het vertrouwen gezet, die niet zomaar kan worden hersteld.” Europa moet ten tijde van Trump-II volgens Gotink verder denken dan „pindakaas en spijkerbroeken”. Een proportionele reactie zou volgens hem „het aanpakken van Amerikaanse techbedrijven (X, Amazon, Apple, Meta)” zijn.

Brussel wil meegaan in de Amerikaanse handelschaos het liefst vermijden, en verkiest vooralsnog de onderhandelingstafel. Dat is mede ingegeven door de gedachte dat Europa zich niet uiteen moet laten spelen. Zeker nu een escalatiespiraal van heffingen niet kan worden uitgesloten in een wereldwijd economisch conflict.

„Wat er nu binnen Europa gebeurt, is het tegenovergestelde van wat Trump wil bereiken”, aldus D66’erGerbrandy. „Zelfs de Italiaanse premier Giorgia Meloni wordt in de armen van de rest van Europa geleid.”

Italië spreekt bij monde van Nicola Procaccini, Europarlementariër voor Fratelli d’Italia en vertrouweling van premier Meloni, nog altijd van een „militair en commercieel bondgenootschap” met de Verenigde Staten. Voor Rome is een handelsrelatie met de VS, de tweede exportmarkt van Italië, cruciaal. Van een handelsoorlog wil hij niets weten.

 „Er zijn twee manieren om te reageren: de ene is met tegenmaatregelen die daadwerkelijk een handelsoorlog uitlokken, want dan komen er weer Amerikaanse tegenmaatregelen. Dat komt neer op een waarschijnlijk eindeloze en verwoestende escalatie voor de internationale handel”, aldus Procaccini, aan de telefoon. „Of er is een andere oplossing, namelijk aan tafel gaan met de regering-Trump en tot een overeenkomst komen, waarbij de vermindering van Europese heffingen die nu gelden op Amerikaanse producten wordt besproken, en we vrijhandelszones oprichten.”

Procaccini geeft aan wel „enig begrip” te hebben voor Trump. Procaccini: „Als voor auto’s die in Amerika worden geproduceerd een heffing van 10 procent geldt op de Europese markt, terwijl voor auto’s die in Europa worden geproduceerd slechts een heffing van 2,5 procent geldt in Amerika, dan zegt Trump: of je verlaagt de heffingen op Amerikaans niveau, of we verhogen ze op Europees niveau.” En die verdubbeling dan? „Een wat overdreven reactie, maar wel een die berust op een objectieve reden.”

Net als Italië dringen ook Spanje en Duitsland sterk aan op ‘krachtige onderhandelingen’. Bovenal, is het gedeelde credo, moeten de „Europese belangen worden beschermd”. Zo lijkt de eerste Europese reactie op de 20-procent-regen vooral constructief van opzet.

 Commissievoorzitter Von der Leyen liet zich donderdagmorgen in een persverklaring niet uit over de inhoud van mogelijke vergeldingsmaatregelen, al verwees ze wel naar de maatregelen die de EU neemt in reactie op de eerder aangekondigde Amerikaanse staalheffingen. Achter de schermen wordt hard gewerkt aan verdere maatregelen „voor als de onderhandelingen mislukken”. Eventuele dumping op de EU-markt, door een overaanbod van producten als gevolg van de Amerikaanse heffingen, zal de EU „niet toestaan”.


Ook in Azië ontziet Trump vriend noch vijand

De eerste twee maanden van Trumps tweede presidentstermijn stemden Beijing misschien nog voorzichtig optimistisch. Hij legde weliswaar al tweemaal 10 procent importheffing op Chinese producten, maar dat was nog altijd een stuk minder dan de 60 procent waarmee hij dreigde tijdens zijn verkiezingscampagne. Nu, na de Amerikaanse aankondiging van hoge importheffingen op producten uit vrijwel de hele wereld, nadert de invoerlast voor China – ten minste 54 procent – alsnog dat percentage.

Trump kondigde woensdag in de tuin van het Witte Huis een extra invoerheffing aan van 34 procent op alle Chinese waar. Daarnaast gaat een reeks gerichte heffingen in die hij eerder aankondigde: 25 procent op staal en aluminium, 25 procent op auto’s en auto-onderdelen. Ook maakte de president woensdag een eind aan de belastingvrije status van postpakketten met een waarde tot 800 dollar. Die maatregel was eerder een tijdje van kracht, maar leidde tot chaos bij de Amerikaanse posterijen. de herintroductie treft vooral Chinese webwinkels als Temu en Shein hard.

Het Chinese ministerie van Handel beschuldigde de VS donderdag van „typisch unilateraal pestgedrag” en „protectionisme” en riep Washington op van de heffingen af te zien. De kans is klein dat de VS hiernaar luisteren; onderhandelen over lagere tarieven lijkt dan vrij nutteloos.

Weinig ruimte

Na eerdere heffingen reageerde China relatief terughoudend. Het besloot tot beperkte heffingen op enkele categorieën Amerikaanse producten, zoals landbouwvoertuigen. Zo hoopte het ruimte te laten voor overleg en een akkoord met de VS. Nu lijkt zo’n diplomatieke oplossing niet in zicht; de spanningen tussen beide landen zijn alleen maar opgelopen.

China en de Verenigde Staten ruziën nog altijd over de bestrijding van fentanyl. Eerdere heffingen kreeg China opgelegd omdat het te weinig zou doen tegen de toestroom van bestanddelen van deze zeer verslavende drug naar de VS. Ook legde Washington deze week sancties op aan zes Chinese functionarissen vanwege hun rol bij onderdrukking in Hongkong.

China op zijn beurt lijkt de verkoop van havenactiviteiten van het Hongkongse CK Hutchison aan de Amerikaanse vermogensbeheerder Blackrock te blokkeren. Het stelde mededingingsonderzoek in naar de deal.


De Amerikaanse minister van Financiën reageerde woensdag na presentatie van de heffingen afhoudend op vragen over de ruimte voor onderhandelingen en waarschuwde voor represailles: „Als je niet terugslaat, is dit het hoogste tarief.”

Tegenmaatregelen kondigde het Chinese ministerie van Handel donderdag inderdaad nog niet aan, hoewel Beijing eerder had gezegd die te treffen. Een woordvoerder legde liever nadruk op maatregelen om investeerders naar China te lokken en de banden met onder meer Europa aan te halen.

Tijdens recente bijeenkomsten met de Chinese leider Xi Jinping en premier Li Qiang en kopstukken van binnen- en buitenlandse bedrijven bleek al dat China meer ruimte wil bieden aan de eigen grote techsector, die het enkele jaren geleden nog met strenge regels aan banden legde.

Consumptie aanwakkeren

China kondigde tijdens de jaarvergadering van het Volkscongres, vorige maand, al maatregelen aan om de kwakkelende economie uit het slop te trekken. Daartoe moet vooral de binnenlandse consumptie worden aangejaagd, die nog niet is hersteld van de corona-epidemie en de crisis in de lokale vastgoedsector. Zo accepteert China nu een begrotingstekort van 4 procent, een procentpunt meer dan eerder, waardoor het omgerekend zo’n 200 miljard euro vrijspeelt voor leningen aan bedrijven en om de gevolgen van de handelsoorlog te dempen.

Lees ook

China wil zich beschermen tegen geopolitieke turbulentie en economische afhankelijkheid

Afgevaardigden verlaten de Grote Hal van het Volk na de openingsceremonie van het jaarlijkse Nationale Volkscongres, afgelopen woensdag.

Beijing heeft voor dit jaar een economische groei van circa 5 procent tot doel. De nieuwe handelsbelemmeringen maken dat moeilijker. Juist doordat de binnenlandse markt hapert, maakt export nog altijd een belangrijk deel uit van de Chinese economie. Veel van de maatregelen die het land tijdens Trumps eerste termijn trof, zullen nu minder effectief zijn. Chinese bedrijven hebben te kleine winstmarges om de effecten van de heffingen op te vangen, constateerde de Britse bank Barclays vorige maand.

Tegen eerdere Amerikaanse importheffingen wist China zich nog te wapenen door productie en handel via derde landen: de ‘China+1-strategie’. Trumps jongste ingreep treft echter ook landen die een grote rol in die strategie speelden, zoals Vietnam (45 procent) en Thailand (36 procent). Dat maakt die route minder aantrekkelijk.

De renminbi kan door de handelsoorlog onder druk komen te staan. Analisten verwachten echter dat de centrale bank de Chinese munt niet devalueert, omdat zo’n goedkopere valuta nieuwe heffingen kan uitlokken.

Toenadering tot Europa

De handelsoorlog biedt China ook kansen. Op het World Economic Forum in Davos zei voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie dat, nu „overal ter wereld defensieve handelsmaatregelen worden getroffen”, een kans ontstaat „onze relatie met China te verdiepen, en waar mogelijk onze handels- en investeringsrelatie uit te breiden”. Trump stelde de EU woensdag een generiek importtarief van 20 procent in het vooruitzicht.

Vorige week bezocht de Eurocommissaris van Handel, Maros Sefcovic, handelsminister Wang Wentao. De twee zeiden daarbij een „gelijk speelveld” voor onderlinge handel te willen scheppen – al betwijfelen analisten of China tot wezenlijke concessies bereid is. Een Chinese woordvoerder zei donderdag dat beide partijen gaan praten over minimumprijzen voor Chinese elektrische auto’s. Daarop voerde de EU vorig jaar fikse heffingen in, omdat door staatsubsidies sprake is van oneerlijke concurrentie.

Auto-industrie

Trumps tarieven troffen woensdag ook andere grote economieën in Azië. En Washington ontzag belangrijke bondgenoten niet: op import uit Japan en Zuid-Korea komt 24 respectievelijk 26 procent toeslag.

De Japanse premier Shigeru Ishiba bracht in februari een grondig voorbereid bezoek aan het Witte Huis om zich te vergewissen van Amerikaanse bescherming tegen bedreigingen door China en Noord-Korea. Tegelijk had hij de hoop heffingen op Japanse import af te wenden. Ishiba beloofde investeringen van Japanse autofabrikanten in de VS en zegde toe meer Amerikaans vloeibaar gas te importeren.


Hij toonde zich donderdag dan ook teleurgesteld dat Japan geen uitzonderingspostie krijgt. De heffing van 25 procent op auto’s raakt het land al flink. De auto-industrie is goed voor zo’n 3 procent van het Japanse bbp.

Landbouwminister Taku Eto noemde Trumps bewering dat Japan 700 procent belasting zou heffen op rijstimport „onbegrijpelijk”. „Geen enkele berekening leidt tot dat cijfer.”

Ishiba beloofde steun voor Japanse bedrijven, met onder meer gunstige leningen voor het mkb, maar concrete tegenmaatregelen kondigde hij niet aan. Volgens de economische denktank Daiwa kan het bbp van Japan met 0,6 procent krimpen, terwijl de economie vorig jaar nog – met een schamele 0,1 procent – was gegroeid. De belangrijkste beursindex van Japan, de Nikkei, sloot donderdag bijna 2,8 procent lager.

Zuid-Korea zag de bui al hangen

Voor Zuid-Korea komt de nieuwe ‘wederkerige’ heffing van 26 procent niet onverwacht: volgens Washington bedroeg het bilterale handelstekort vorig jaar zo’n 66 miljard dollar. En ook in dit land komt de importheffing van 25 procent op auto’s al hard aan. Met merken als Kia en Hyundai zijn auto’s het belangrijkste Zuid-Koreaanse exportproduct naar de VS. Waarnemend president Han Duck-soo noemde de heffingen „een zware last” voor de economie en beloofde steunmaatregelen.

Zuid-Korea verkeert al maanden in politieke verlamming, sinds president Yoon Suk-yeol begin december een couppoging deed. Daarna heeft Seoul geen rechtstreeks contact met de intussen aangetreden Trump gehad. Vrijdag maakt het Constitutioneel Hof in Seoul bekend of het geschorste staatshoofd definitief uit zijn ambt wordt gezet.

De aangekondigde importheffingen hadden er al toe geleid dat China, Japan en Zuid-Korea, drie landen met veel onderlinge conflicten, voor het eerst in vijf jaar bijeenkwamen om over economische samenwerking te praten. Volgens Chinese staatsmedia spraken de drie afgelopen week in Seoul af „gezamenlijk” te reageren. De Japanse minister Yoji Muto ontkende die lezing naderhand, terwijl een Zuid-Koreaanse regeringswoordvoerder het „enigszins overdreven” noemde.

Halfgeleiders

Bondgenoot Taiwan ontspringt de dans evenmin, en krijgt liefst 32 procent heffing opgelegd – al geldt voor halfgeleiders voorlopig een uitzondering. Taiwan is ’s werelds belangrijkste producent van geavanceerde chips, van cruciaal belang voor moderne computers, smartphones en andere apparatuur. In 2024 exporteerde het land voor een kleine 33 miljard dollar aan computeronderdelen naar de VS, waaronder grafische processoren van Nvidia, die belangrijke zijn voor AI-toepassingen.

Volgens de Taiwanese analist Andy Hsu biedt de uitzondering een inkijkje in de onderhandelingsstrategie van Trump. „Trump dreigde eerst met heffingen, en vervolgens zegde TSMC grote investeringen in de VS toe”, merkt hij op tegen Channel News Asia. En vorige maand kondigde de chipmaker aan 100 miljard dollar in de VS te investeren, onder meer om in Arizona een fabriek te bouwen.

De uitzonderingspositie voor halfgeleiders kon niet verhinderen dat TSMC, net als branchegenoten Nvidia, AMD en Broadcom donderdag flink aan waarde verloren. Hun aandelen aan de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq daalden met zo’n 5 procent.