Opinie | Hillary Clinton over de regering-Trump: ‘Sterk’ zijn in plaats van slim. Hoe dom wil je het hebben?

Het is niet eens de hypocrisie die me zo stoort, maar de domheid. We zijn allemaal geschokt – geschokt! – dat president Trump en zijn team zich niets gelegen laten liggen aan het beschermen van geheime informatie of het naleven van federale dataretentiewetten. Maar dat is niets nieuws. Wat veel erger is, is dat hooggeplaatste functionarissen binnen de regering-Trump onze troepen in gevaar hebben gebracht door militaire aanvalsplannen te delen op een commerciële berichtendienst en per ongeluk een journalist hebben uitgenodigd voor de groepschat. Dat is gevaarlijk. En het is oerstom.

Dit is het nieuwste incident in een hele reeks zelf aangebrachte wonden die de kracht van de Verenigde Staten ondermijnen en onze nationale veiligheid in gevaar brengen. Honderden mensen ontslaan die zijn belast met de bescherming van onze kernwapens is ook dom. Net als het stopzetten van alle inspanningen om pandemieën te bestrijden, net nu in Afrika een dodelijke ebola-uitbraak om zich heen grijpt. Het is gespeend van elke logica om zuiveringsacties uit te voeren onder getalenteerde generaals, diplomaten en spionnen in een tijd waarin rivalen als China en Rusland hun mondiale invloedssfeer proberen te vergroten.

In een gevaarlijke en complexe wereld voldoet het niet om sterk te zijn. Je moet ook slim zijn. Als minister van Buitenlandse Zaken in de regering-Obama heb ik me ingespannen voor slimme kracht, voor het samenbrengen van de harde kracht van ons leger en de zachte krachten van onze diplomatie, ontwikkelingshulp, economische macht en culturele invloed. Geen van deze elementen afzonderlijk is in staat de klus te klaren. Samen maken ze de Verenigde Staten van nu tot een supermacht. De Trumpaanpak is die van de dommekracht. In plaats van een sterk Amerika dat al onze krachten gebruikt om een wereldleider te zijn en onze vijanden het hoofd te bieden, zullen de Verenigde Staten van Trump in toenemende mate blind en blunderend te werk gaan, ontdaan van macht en vrienden.

Strijd voor de bühne

Laten we beginnen met het leger, waarvan Trump beweert dat hij het hoog in het vaandel heeft. Laat u niet misleiden door de bravoure. Trump en zijn minister van Defensie, Pete Hegseth (bekend van de groepschat), hebben duidelijk meer affiniteit met hun strijd voor de bühne tegen woke dan met de voorbereidingen voor de echte strijd met tegenstanders van de Verenigde Staten. Is er werkelijk iemand die gelooft dat ons land veiliger wordt door elk eerbetoon aan de Tuskegee Airmen [de eerste groep Afro-Amerikaanse luchtmachtpiloten, red.] te verwijderen? Het Trump-Pentagon heeft beelden verwijderd van het vliegtuig dat de atoombom afwierp, waarmee een einde werd gemaakt aan de Tweede Wereldoorlog, enkel en alleen omdat het vliegtuig Enola Gay heette. Dom.

Honderden mensen ontslaan die onze kernwapens beschermen. Zuiveringsacties uitvoeren onder generaals, diplomaten en spionnen. Stoppen met pandemieën bestrijden. Allemaal dom

In plaats van samen te werken met het Congres om het defensiebudget te moderniseren zodat het aansluit op de veranderende dreigingen, ontslaat de president zonder geloofwaardige argumentatie hooggeplaatste generaals. Vijf voormalige ministers van Defensie, zowel Republikeinen als Democraten, hebben terecht gewaarschuwd dat dit onze „geheel vrijwillige krijgsmacht ondermijnt en onze nationale veiligheid in gevaar brengt”. Ook inlichtingendiensten hebben te maken gekregen met massaontslagen. Om de woorden van een voormalig spion te gebruiken: „We schieten onszelf door het hoofd, niet in de voet.” Ook niet slim.

Als er al zo roekeloos wordt omgegaan met Amerika’s hard power, zal het geen verbazing wekken dat ook onze soft power het moet ontgelden. Als voormalig minister van Buitenlandse Zaken maak ik me met name zorgen over de plannen van de regering om ambassades en consulaten te sluiten, diplomaten en te ontslaan en USAID te ontmantelen. Ik zal uitleggen waarom dat ertoe doet, want het belang hiervan wordt vaak minder goed begrepen dan dat van tanks en straaljagers.

De waarde van diplomatie

Als Amerikaans topdiplomaat heb ik 112 landen bezocht en bijna anderhalf miljoen kilometer gereisd, en ik heb gezien hoe belangrijk het voor ons land is om in afgelegen gebieden een vertegenwoordiging ter plaatse te hebben. Het Amerikaanse leger is zich er al heel lang van bewust dat onze troepen proactief moeten worden ingezet om de Amerikaanse macht te beschermen en om snel te kunnen reageren in het geval van een crisis. Hetzelfde geldt voor onze diplomaten. Onze ambassades zijn onze ogen en oren, en ze leveren informatie voor de beleidsbeslissingen die in Washington worden genomen. Ze fungeren als uitvalsbases voor de operaties die onze veiligheid en welvaart borgen, variërend van het trainen van buitenlandse antiterrorisme-eenheden tot het helpen van Amerikaanse bedrijven bij het aanboren van nieuwe markten.

China begrijpt de waarde van diplomatie ter plaatse en heeft dan ook over ter wereld nieuwe ambassades en consulaten geopend, waardoor het er inmiddels meer heeft dan de Verenigde Staten. Als de regering-Trump zich terugtrekt, laat ze het speelveld open voor Beijing, dat ongehinderd zijn invloedssfeer verder kan uitbreiden.

Diplomaten sluiten vriendschappen waardoor de Verenigde Staten er niet alleen voorstaan in deze competitieve wereld. Zo waren mijn collega’s en ik in staat om zware sancties op te leggen tegen het nucleaire programma van Iran, waardoor we Teheran uiteindelijk wisten te dwingen de ontwikkeling van een bom te staken – iets wat Trump met zijn stoere praat niet is gelukt. (Sterker nog, hij heeft de financiering stopgezet van de inspecteurs die toezicht hielden op Iraanse onderzoeksfaciliteiten. Dom.)

Diplomatie is betrekkelijk goedkoop, zeker in vergelijking met militair ingrijpen. Het is goedkoper om oorlogen te voorkomen dan om ze uit te vechten. Trumps eigen voormalige minister van Defensie, Jim Mattis, een gepensioneerde viersterrengeneraal van het Korps Mariniers, heeft tegen het Congres gezegd: „Als u het ministerie van Buitenlandse Zaken niet volledig financiert, zal ik meer munitie moeten kopen.”

De sloophameraanpak van de regering-Trump: het overheidsapparaat wordt nu niet hervormd, het wordt met de grond gelijk gemaakt

Onze ontwikkelingshulp, die nooit meer dan een klein deel heeft uitgemaakt van het federale budget, heeft een ongekende invloed gehad op de internationale stabiliteit, zeker in combinatie met effectieve diplomatie. Wanneer Amerikaanse hulpgelden een hongersnood of een uitbraak weten te voorkomen, wanneer we te hulp schieten bij een natuurramp of wanneer we scholen openen, winnen we de hearts and minds van de bevolking, van wie de loyaliteit anders misschien zou uitgaan naar terroristen of rivalen als China. We zorgen voor een vermindering van het aantal migranten en vluchtelingen. We versterken bevriende regeringen die anders wellicht omvergeworpen zouden worden.

Overheid versterken

Ik zal niet beweren dat het allemaal makkelijk is, of dat het Amerikaanse buitenlandbeleid niet gebukt is gegaan onder verkeerde inschattingen. Leiderschap is bepaald niet eenvoudig. Maar we maken de meeste kans om het goed te doen, en om ons land sterker te maken, door onze overheid te versterken in plaats van te verzwakken. We zouden moeten investeren in de patriotten die ons land dienen, in plaats van hen te beledigen.

Door slimme hervormingen kunnen federale instanties, waaronder hetministerie van Buitenlandse Zaken en USAID, efficiënter en effectiever worden. Tijdens de regering-Clinton is met het Reinventing Government Initiative van mijn man, onder leiding van vicepresident Al Gore, in samenwerking met het Congres op doordachte wijze de bureaucratie gestroomlijnd en het personeelsbestand gemoderniseerd, waardoor er miljarden dollars zijn bespaard. In meerdere opzichten was dit het tegenovergestelde van de sloophameraanpak van de regering-Trump. Het overheidsapparaat wordt nu niet hervormd; het wordt met de grond gelijk gemaakt.

Dit alles is zowel dom als gevaarlijk. En dan heb ik het nog niet eens over de schade die Trump aanricht door aan te pappen met dictators zoals de Russische president Vladimir Poetin, door onze bondgenootschappen op te blazen – samenwerkingsverbanden die onze invloedssfeer vergroten en onze lasten verlichten – en door met het ondergraven van de Amerikaanse rechtsstaat onze morele invloed te verkwanselen. Of kijk hoe hij onze economie ondermijnt en onze staatsschuld laat oplopen. Propagandisten in Beijing en Moskou weten dat er wereldwijd een debat op gang is gekomen over verschillende staatsvormen. Over de hele wereld kijken mensen en leiders toe, benieuwd of democratie nog altijd vrede en voorspoed kan garanderen, of überhaupt nog kan functioneren. Als Amerika wordt bestuurd als een bananenrepubliek, met een stuitende corruptie en een leider die zichzelf boven de wet plaatst, verliezen we die discussie. Dan verliezen we ook de kwaliteiten die de Verenigde Staten uniek en onontkoombaar maken.

Als er al sprake mocht zijn van een alomvattende strategie, dan zou ik niet weten wat die is. Misschien hoopt Trump terug te keren naar negentiende-eeuwse invloedssferen. Misschien wordt hij enkel gedreven door persoonlijke rancune en groeit het hem allemaal boven het hoofd. Als zakenman heeft hij zijn casino’s in Atlantic City failliet laten gaan. Nu heeft hij de veiligheid van de Verenigde Staten als inzet genomen. Als dit zo doorgaat is een stommiteit met een groepschat kinderspel, en zullen alle vuist- en vlagemoji’s ter wereld ons niet kunnen redden.

Dit artikel verscheen eerder in The New York Times en werd geselecteerd en vertaald in samenwerking met 360 Magazine.


In ‘Lady Macbeth’ zien we wat gewoonlijk verborgen blijft

Het is merkwaardig, vinden choreografe Helen Pickett en regisseur James Bonas. Het volgens hen meest intrigerende personage in Macbeth, de rol die van William Shakespeare nota bene de beste teksten kreeg, blijft in de tweede helft van het toneelstuk buiten beeld terwijl ze juist dan een enorme dramatische transformatie doormaakt. Alle reden dus om haar verhaal te vertellen, vinden de Amerikaanse en de Brit.

In Lady Macbeth, dat zaterdag bij Het Nationale Ballet in première gaat, zien we dus wat gewoonlijk verborgen blijft. Hoe zij, door haar man afgedankt en door schuldgevoelens geteisterd, afglijdt in krankzinnige wanen die uiteindelijk tot zelfvernietiging leiden. Een ballet over Lady Macbeth biedt ook de mogelijkheid om het negatieve imago van het personage te corrigeren. Pickett: „Haar hele handelwijze, wat ze allemaal voor hém doet. Ze is absoluut in staat tot liefde en loyaliteit. Haar schuldgevoel wijst ook op een morele structuur.” Machtige vrouwen worden tot op de dag van vandaag afgeschilderd als heksen of psychopaten, ziet zij. In opkomende autoritaire regimes zijn ze bruikbaar, tot de machtsstructuur is gevestigd. „Dan worden ze aan de kant gezet.”

In de studio zit langs de kant de gebruikelijke verzameling wachtende en toekijkende dansers op de grond, in een ruim assortiment aan balletpakjes, hoodies, beenwarmers, thermo-booties en andere trainingskleding. De banken en stoeltjes voor de spiegelwand zijn voor de makers en vijf balletmeesters die geconcentreerd toekijken en regelmatig opspringen voor uitleg of correcties.

Machtige vrouwen worden tot op de dag van vandaag afgeschilderd als heksen of psychopaten

Artistiek directeur Ted Brandsen komt halverwege even binnen waaien om zich, ruim twee weken voor de première, op de hoogte te stellen van de voortgang. Na het zien van The Crucible, een ballet gebaseerd op Arthur Millers toneelstuk, gaf hij het creatieve duo de opdracht voor een avondvullend ballet. „Letterlijk direct na de voorstelling. Ik was totaal overdonderd”, zegt hij met gedempte stem om de repetitie niet te verstoren.

Als Pickett een scènenummer roept, zoekt iedereen zijn plaats op. Eerste soliste en sterballerina Olga Smirnova, die zaterdag bij de première de rol van Lady Macbeth zal dansen, komt een van ‘de trappen’ af. Twee lappen linoleum, gesneden in de vorm van het vloerplan van die decorelementen, dienen in de studio als provisorische plaatsbepaling. In de volgende scène voert de muziek van componist Peter Salem met sterkere, luidere pulse de spanning op, als voorbode van de komst van koning Duncan, een zogeheten ‘looprol’ van ex-HNB-danser Casey Herd. Tijdens een korte onderbreking legt de repetitor hem zijn rol uit. Zittend aan de rand van de vloer bevrijdt Smirnova haar voeten even uit de spitzen.

Olga Smirnova en dansers van Het Nationale Ballet.
Foto Altin Kaftira

Zwanenkoningin

Het door blinde ambitie en weinig scrupules gedreven personage van Lady Macbeth ligt mijlenver van de rollen waarin Smirnova excelleert: Odette, de kwetsbare zwanenkoningin in Het Zwanenmeer, Giselle, het bedrogen boerenmeisje dat, gestorven aan een gebroken hart, als geest vergiffenis schenkt aan haar geliefde, Aurora, de op en top klassieke Schone Slaapster. Maar al meteen na haar aankomst in Nederland liet zij weten dat er óók een Carmen in haar huist, of „een slechterik als Aegina uit Spartacus”.

Echt ingewikkeld vindt Smirnova het niet om nu de ingetogen, gecontroleerde klassieke stijl af te schudden waarin zij in Sint-Petersburg aan de fameuze Vaganova Academie is opgeleid. „Voor je het toneel opgaat, heb je de vorm van de bewegingen al bepaald en in een structuur opgenomen. Eenmaal op het toneel raak je heel snel in je personage, met de sfeer, het decor, de anderen om je heen. Dan kun je jezelf de vrijheid toestaan om de waanzin toe te laten.”

Wel moeilijk: dat alle bewegingen op telling zijn gebaseerd. Pickett telt vaak hardop met de muziek mee, en balletmeester (en voormalig eerste soliste) Larissa Lezhnina doet het zachtjes, terwijl ze de repetitie op haar tablet filmt. „Alles tellen is voor mij minder natuurlijk”, zegt Smirnova. „In klassieke balletten hoeft dat niet. Hier wel, maar ook weer niet té regelmatig. Als je je frasering precies op de tel zou afstemmen, wordt het saai.”

In Picketts danstaal is moeiteloos haar verleden bij William Forsythe te herkennen – elf jaar danste zij in het gezelschap van de man die de klassieke danstaal deconstrueerde en vernieuwde. De bewegingen zijn ook bij zijn ‘leerling’ groot, de lijnen lang of juist grillig gebogen, de posities extreem, maar alles is zachter en minder radicaal.

„Wie lacht naar de koning, zal worden onthoofd!” Picketts vrolijke dreigement schalt door de studio als de ‘onderdanen’ van de koning tijdens een plechtige scène geknield hun trouw zweren. De sfeer is opvallend licht en ontspannen, er is tijd voor grapjes . „Ik ga een ballet voor jullie twee maken”, roept de choreografe naar dansers Edo Wijnen en Joseph Massarelli, die tijdens bijna elke onderbreking van de repetitie lol trappen met elkaar. „He jongens, er is wel een journalist bij, hè!”

Olga Smirnova en choreografe Helen Pickett.
Olga Smirnova danst lady MacBeth.

Foto’s Altin Kaftira

Openheid

Pickett en Bonas hechten aan openheid en gelijkwaardigheid in de studio. Pickett: „Ik heb jaren gebouwd om in deze sfeer te kunnen werken.” Als choreografe creëerde zij sinds 2005 balletten voor een keur aan meestal Amerikaanse gezelschappen. De laatste jaren legt zij zich in samenwerking met Bonas toe op avondvullend werk, zoals The Crucible (2019, Scottish Ballet), Emma Bovary (The National Ballet of Canada, 2023) en Crime and Punishment (American Ballet Theatre, 2024).

Tijdens het werk strooit zij kwistig met lovende woorden. „Thát was nice!”, roept ze na een korte, virtuoze solo van Massarelli (Banquo in het ballet), en „Thát was fast!”, naar Daniel Silva die laat zien dat hij in korte tijd de rol van Macduff onder de knie heeft gekregen. Niet alleen Smirnova wordt regelmatig aangesproken met ‘my love’.

Bonas, die sprekend lijkt op Songfestivalkenner Cornald Maas, observeert vooral vanaf zijn stoel voor de spiegelwand. Een enkele keer loopt hij naar de dansers om iets aan te geven over hun plaats in de ruimte. Bij hun opkomst door een grote deur in het decor, gebaart hij beeldend, moeten ze nu al rekening houden met de hoogte – de maten en indeling van het decor zijn van invloed op hun bewegingsruimte.

Terwijl hij het uitlegt, beent Pickett door de studio en markeert, armen in de lucht, een lift uit het duet van Smirnova en Timothy van Poucke (Macbeth). „Dus het is: tatatieda, tatiedatata, oké?” Dansers begrijpen dergelijke uitleg.

Tien minuten voor tijd beëindigt Pickett de repetitie. „Great day”, roept de onvermoeibaar positieve Amerikaanse. Met Smirnova en Van Poucke neemt ze nog even een scène door. Smirnova laat haar handen verkrampt over haar lichaam omhoog glijden, alsof ze de opstijgende razernij volgt die in haar binnenste woedt.

Olga Smirnova en Timothy van Poucke.
Foto Altin Kaftira

Na de repetitie bekent de danseres dat ze soms moeite heeft met het realisme dat Pickett en Bonas nastreven. De zelfmoord van Lady Macbeth bijvoorbeeld, met een mes waaruit straks (nep-)bloed zal vloeien. „Ik vind het mooie van ballet juist de manier waarop je zoiets kunt suggereren met een geabstraheerd gebaar of een metafoor.”

Voor het makersduo staat echter voorop dat ook mensen die helemaal niet bekend zijn met het verhaal van Macbeth hun ballet moeten kunnen begrijpen. „Wij willen onze versie van het verhaal zo helder mogelijk vertellen”, verdedigt Bonas hun stijl. „Maar het is ook niet de bedoeling dat het publiek achterover leunt.”

Afwijken van Shakespeare

Een paar dagen later wordt bij de doorloop van de tweede akte hun visie op Lady Macbeth’ Werdegang duidelijker. Hier wijken de makers radicaal af van Shakespeares toneelstuk en focussen volledig op Lady Macbeth. Smirnova spaart deze dag haar gepijnigde voeten. De rollen van de Macbeths worden dit keer gedanst door Anna Tsygankova en Giorgi Potskhishvili; twee uitgesproken dramatische dansers die voluit hun expressieve kwaliteiten etaleren. Zij, de haren los, probeert slaapwandelend het bloed van haar handen te vegen. Het gesleep en gedraai met de lappen linoleum, in de voorstelling twee monumentale, barokke trappen, symboliseert de mallemolen in het hoofd van Lady Macbeth. Later ‘ziet’ zij de heksen die haar man hun fatale voorspellingen deden – een van de ingrepen van Pickett en Bonas, een afwijking van Shakespeare.

Ook de innige vriendschap tussen de Lady’s Macbeth en Macduff is zo’n vrijheid. De Amerikaanse: „Dat vond ik belangrijk. Ik heb me altijd gesteund gevoeld door vrouwen.” Bonas knikt instemmend. Floortje Eimers bekommert zich als Lady Macduff om haar vriendin die steeds verder afdaalt in een psychotische hel. Uiteindelijk zet Tsykankova zonder voorbehoud het mes in haar onderarm en stort ter aarde.

Langs de kant van de studio markeert Smirnova dezelfde bewegingen, de ogen dicht. Voorlopig nog een tikje terughoudend.


Zeker 19 doden bij Israëlische aanval op UNRWA-kliniek in Gaza

Minstens negentien Palestijnen zijn woensdag gedood bij een Israëlische luchtaanval op een medisch centrum van het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen, UNRWA. Dat meldt onder meer Al Jazeera. Onder de doden bevinden zich zeker negen kinderen. De kliniek bevindt zich in het vluchtelingenkamp Jabalia, in het noorden van Gaza.

In het UNRWA-medisch centrum worden ontheemde Palestijnse gezinnen opgevangen. Een woordvoerder van het Israëlische leger bevestigde woensdag de aanval op de kliniek in Jabalia. Hij zei dat het gericht was op een „commando- en controlecentrum” voor Hamas.

William Deere, directeur van het UNRWA-kantoor in Washington, vertelde in september 2024 dat Israëlische troepen in de loop van de Gaza-oorlog zeker 190 door de VN gerunde faciliteiten hebben aangevallen. Het agentschap zegt met het Israëlische leger actief gps-coördinaten te delen van locaties waar hulp wordt verleend. De aanvallen op VN-faciliteiten vinden plaats door heel Gaza.

Liveblog
Crisis in het Midden-Oosten


Nederlands kabinet veroordeelt aanval op hulpverleners in Gaza: ‘afschuwelijk en onacceptabel’


Column | Mevrouw Odysseus herkent die ouwe man best

Films over het klassieke Griekenland zijn er te over. Meestal zijn ze gezellig, met Griekse helden in fantasie-wapenrusting, ronddartelend in fotogeniek mediterraan gebied: azuren zee, mooie meiden, mooie jongens. Ik denk aan de plofkraak-Achilles van Brad Pitt, de pestkoppige Helena van Irene Papas. Favoriet is Homerus’ Odysseus, de staalgespierde, de godgeplaagde, de snaaksgebreinde – om het maar eens zogenaamd-homerisch te zeggen.

Ook The Return draait om Odysseus, en ik denk, dat weet ik wel, ik sla deze maar eens over.

Maar ja, Juliette Binoche speelt Penelope, mevrouw Odysseus. Binoche ligt me na aan het hart. Ze is zo goed, ik stel er een eer in om elke nieuwe film met haar te zien, wat het ook is.

Dus ik ga toch naar de bioscoop.

Gelukkig, want ik zie een meesterlijke film. Zonder wonderen, zonder monsters, geen Cycloop in zicht. Zonder hedendaags-getinte glamour. Met inactieve goden – ze worden wel aangeroepen maar god geeft nooit thuis, dat is bekend. Natuurlijk is er geweld en smerig ook, maar het is onspectaculair.

Wel voldoet The Return aan de piketpaaltjes. Odysseus’ ouwe hond die zijn baas terugziet en dan sterft (brekende ogen, check). De bejaarde voedster die hem herkent aan een litteken (haar verbijstering, check). Het huwelijksbed dat Odysseus sneed uit de stam van een olijfboom (check, maar alleen te zien als je goed oplet).

Juliette Binoche als Penelope in ‘The Return’ van Uberto Pasolini

Foto Fabio Zayed

Lees ook

het interview met regisseur Uberto Pasolini over ‘The Return’

Ralph Fiennes als Odysseus in ‘The Return’, van Uberto Pasolini.

Kalm ontrolt zich een huwelijksdrama met oude liefde en gerijpte woede, met inachtneming van Homerus’ timeline: Odysseus voer naar Troje, hij komt terug naar Penelope en nu zijn we twintig jaar verder. Beiden zijn rond de zestig, beiden zijn overlevers. Hij schaamt zich. En zij? Zij herkent hem niet. Althans, ze doet alsof en Juliette Binoche speelt dat weergaloos. Ze houdt Penelopes gezicht in de plooi, tegelijk laat ze ons voelen dat Penelope best weet wie die man met die ouwe kop is. En ook dat ze het hem niet gemakkelijk gaat maken. Homerus kon schrijven wat hij wilde, The Return gaat over haar. Ik zie een film over een oudere vrouw, met een Griekse held in de bijrol.

Wat hij deed in die oorlog, wil ze weten. Deed hij als de mannen die haar een huwelijk in wilden terroriseren?

Odysseus’ vrijersmoord? Check. (Hoezo ‘vrijers’? Dit zijn zedendelinquenten). De twintig ‘dienstmaagden’, op gezag van Odysseus op een rijtje opgeknoopt, als „lijsters met hun lange vleugels”? Check? Hé, ze ontbreken.

Odysseus verdenkt deze gedienstigen van seksuele diensten aan de vrijers. Alsof ze een keuze hadden. „Zij spartelden nog met hun voeten, eventjes, maar niet lang.” Die zin van Homerus pakte schrijfster Margaret Atwood op en schreef Penelopiad, een hartverscheurende en Homerus-aanvullende roman.

The Return is incompleet zonder de meisjesmoord (meisjes? Nee, vrouwen). Homerus laat Penelope er vanaf weten en erover zwijgen. Dat is essentieel. Trouwens, Binoche kan vast prachtig wetend zwijgen. Nu zie ik niet langer een meesterlijke film, nu is hij meesterlijk-min. Helaas.


Met zijn opgeschroefd absurdisme toont Martijn Crins zijn talent als cabaretier

Are you ready?”, vraagt Martijn Crins het publiek. Die clichématige opening van zijn cabaretprogramma ondermijnt hij meteen door na een paar ‘yeahs’ van het publiek rustig uit te leggen dat we eigenlijk niet weten waarvoor we ready zijn. En dat we dat niet toegeven omdat „Ik weet het niet” zo moeilijk is om uit te spreken. Terwijl het zo mooi is, en het enige dat we met zekerheid weten, stelt hij. Daarom is het zijn mantra: „Ik weet het niet, ik snap het niet, ik kan het niet.”

Hij legt zelf het verband niet, maar die twijfel kun je plakken op het opvallende carrièreverloop van Crins (1984). Hij kwam net van school, de Academie voor Drama in Eindhoven, toen hij in 2009 de cabarettalentenwedstrijd Cameretten won. Hij achtte zichzelf nog niet rijp genoeg, en in plaats van een praktijk als cabaretier op te zetten, maakte hij jarenlange omzwervingen als muzikant en acteur. Pas twee jaar geleden debuteerde hij als cabaretier, met de voorstelling Mesthoop.

Nu is er een tweede show, Hè Fijn, en etaleert hij het vak onder de knie te hebben. Grotendeels, want evengoed kan hij als veertiger nog wel stappen in zijn ontwikkeling maken.

Lef

Interessant is de lef waarmee hij lange verhalen durft op te zetten, waarbij je je lang afvraagt waar het heen gaat, voordat de clou komt. Zo begint hij een absurde fantasie over wat er zit achter een opmerking die hij hoort in de trein: „Daar moet je Anja niet op zetten.” Door de uitgebreide opsomming van mogelijkheden komt het antwoord alsnog als een geestige verrassing.

De keren dat de clou minder sterk is, levert een tussentijdse grap of een zijpad een mooi stukje op. Zoals bij een verhaal over een gift aan de voedselbank, waarbij zijn onbaatzuchtigheid naar zijn zin onvoldoende wordt gewaardeerd. Halverwege slaat hij af naar de lol van het staan popelen: waarom „popelen” we niet vaker, waarom is het geen sport, een teamsport, en zo verder, alsmaar gekker.

In dat opgeschroefde absurdisme ligt zijn kracht. Ook als hij dat fysiek uitspeelt, zoals in een memorabele imitatie van het vertrokken gezicht van zijn vader als die klaarkomt. Maar als hij probeert veel grapjes achter elkaar te plakken, zoals in een lang verhaal over het kopen van een auto, dan worden die geforceerd en flauw. Terwijl het wel prachtig is hoe hij bij de autodealer met zijn dochter verzeild raakt in de speelhoek en helemaal opgaat in zijn legokunstwerk, en haar daarbij afblaft.

Wat strakker kan, zijn pogingen een thematisch verband te leggen tussen alle anekdotes. Het „Ik weet niet” uit het begin, dat de mens als falend wezen kenschetst, hangt er verder wat bij, net als passages waarbij hij zich afvraagt hoe hij zijn driften en frustraties moet bedwingen.

Daar staat tegenover dat hij een verdwaald verhaal over een Amazone-documentaire knap weet te verknopen aan een poëtisch einde, over opmerkzaam kijken naar wat echt belangrijk is in het leven. Zo rijst uit deze bonte avond al met al het beeld van een laatbloeier, die zijn plek op het podium heeft gevonden.


Wie in Georgië opkomt voor de rechtsstaat, riskeert nu zelf celstraf

Is de eens zo levendige Georgische ngo-sector nog te redden? Veel Georgiërs vrezen van niet. Dinsdag nam het Georgische parlement een alom gevreesde wet aan, waarmee ngo’s die meer dan 20 procent van hun inkomen uit het buitenland ontvangen, nog harder kunnen worden aangepakt. Ook hamerde het parlement, dat onder volledige controle staat van Georgische Droom, enkele andere omstreden wetten af. Daaronder een herziene mediawet, die de overheidscontrole op de media vergroot en buitenlandse financiering verbiedt. Critici stellen dat de wetten het doel hebben het al maanden durende burgerprotest te smoren, het land af te sluiten van westerse samenwerking en Georgië verder in Russische armen te drijven.

Salome Sjoebladze, programmadirecteur bij de Georgische ngo Social Justice Centre.
Foto Salome Latsabidze

De nieuwe wet op ‘buitenlandse agenten’, die begin februari werd aangekondigd, vervangt de al even omstreden ‘Wet op transparantie inzake buitenlandse invloed’, die vorig jaar onder hevig protest werd aangenomen. Volgens Georgische Droom is de nieuwe wet „effectiever” in de aanpak van organisaties, die met buitenlandse (lees: westerse) financiering de stabiliteit van het land ondermijnen. Met de wet kunnen ngo-medewerkers, oppositie-politici en activisten individueel worden vervolgd, indien zij weigeren hun organisatie of zichzelf te registreren als „buitenlands agent”. Naast hoge boetes dreigt nu ook een gevangenisstraf van zes maanden.

„We zitten in een ontzettend gevaarlijke situatie”, zegt de 29-jarige Salome Sjoebladze in een kantoor in de bruisende wijk Vera in het centrum van hoofdstad Tbilisi. Sjoebladze is programmadirecteur bij het Social Justice Centre (SJC), een ngo die zich al jaren inzet voor de versterking van democratie en rechtsstaat, en rechtsbijstand verleent aan burgers. Elders in de wijk zijn de kantoren gevestigd van de VN en de EU en van de vele lokale en internationale ngo’s, die de Georgische premier Irakli Kobachidze eind december „centra van liberaal fascisme” noemde.

Dat de regering haar en haar collega’s neerzet als rijke parasieten die de staat omver willen werpen, raakt Sjoebladze diep. „Wij werken hard om van Georgië een democratisch land te maken en verdienen niet veel. Met die nieuwe wetgeving dreigen we onze banen te verliezen of zelfs in de gevangenis terecht te komen”, zegt de jonge vrouw. Als leidinggevende kan Sjoebladze straks hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden als haar organisatie zich niet registreert.

chart visualization

Amerikaans voorbeeld

De nieuwe wet komt op een moment dat het werk van organisaties als het SCJ juist hard nodig is. Sinds de autocratische en pro-Russische regeringspartij Georgische Droom bij verkiezingen vorig najaar haar greep op de macht verstevigde, gaan duizenden Georgiërs dagelijks de straat op. De regering slaat hard terug. Demonstranten worden via gezichtsherkenning opgespoord en beboet, of opgepakt en zonder duidelijke aanklacht opgesloten. Juristen van het SCJ behandelen zaken van burgers die te maken krijgen met illegale boetes, detentie, politiegeweld en onterecht ontslag.

Pro-Europese demonstranten in Georgië tijdens een protest tegen het uitstel van de toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie, buiten het parlement in het centrum van Tbilisi, 11 december 2024.
Foto Jerome Gilles/Getty Images
Duizenden demonstranten proberen een snelweg te blokkeren in de buurt van de Tbilisi Mall, voor de vrijlating van politieke gevangenen en tegen het uitstel van de toetredingsonderhandelingen van de Georgische regering, 2 februari 2025.
Foto Jerome Gilles/Getty Images

Georgische demonstranten vrezen ‘door Europa te worden vergeten’

De Georgische regering pareert het verwijt ‘Russische’ wetgeving in te voeren, met het argument dat de nieuwe wet een kopie is van de Amerikaanse Foreign Agents Registration Act (FARA), die in 1938 in de VS werd ingevoerd om nazistische en communistische invloeden in te dammen. Maar waar de VS de wet gebruikt tegen spionage door buitenlandse regeringen, hanteert Georgische Droom de term ‘buitenlands agent’ om zowel ngo’s als demonstranten verdacht te maken. Volgens Kobachidze pogen zij een revolutie te ontketenen naar voorbeeld van de Maidan-opstand (2013-2014) in Oekraïne. Eind vorig jaar zette hij een streep door de EU-toetredingsgesprekken. Ook is Georgische Droom bezig oppositiepartijen te verbieden, zoals het UNM van de gevangen oud-president Micheïl Saakasjvili.

Digitaal bommetje

Naast de acute dreiging vanuit de regering kregen Georgische ngo’s dit jaar nóg een grote klap te verwerken: het vertrek van hulporganisatie USAID, op bevel van de Amerikaanse president Trump. De maatregel heeft veel impact: de afgelopen decennia was Georgië wereldwijd een van de grootste ontvangers van Amerikaanse hulp per hoofd van de bevolking.

Bij Salome Sjoebladze landde het nieuws als een digitaal bommetje in haar mailbox. Met het vertrek van USAID verliest de organisatie zo’n 100.000 dollar aan subsidie voor juridische projecten. Toch wil ze niet klagen. „Als relatief grote ngo hebben wij meerdere donoren. Ik ken organisaties, die voor 100 procent van USAID afhankelijk waren.”

‘Als dit niet stopt zit straks een op de twee Georgiërs vast’

De voormalige president van Georgië, Salome Zurabishvili, spreekt pro-Europese demonstranten toe tijdens een antiregeringsbijeenkomst buiten het parlementsgebouw in Tbilisi op 31 maart 2025.
Vano Shlamov / AFP

Voor Georgische Droom kwam het vertrek van USAID als een geschenk. Eind februari sprak premier Kobachidze jubelend van een „zwarte dag voor de radicale oppositie” en zei hij met belangstelling naar Trumps argumenten te hebben geluisterd. „De nieuwe Amerikaanse regering heeft verklaard, dat hun voorgangers deze subsidies gebruikten om onrust te zaaien en revoluties te organiseren om landen te destabiliseren,” aldus Kobachidze. Hij zei de banden met de regering-Trump graag aan te halen.

Ironisch genoeg is het juist de regering van Georgische Droom die de afgelopen tien jaar een groot deel van het USAID-geld heeft opgesoupeerd. Volgens de Georgische denktank Gnomon Wise ontving Georgië tussen 2012 en 2023, de periode waarin Georgische Droom het land bestuurde, bijna 2 miljard dollar aan ontwikkelingshulp, waarvan een flink deel ging naar projecten om goed bestuur en democratische processen te verstevigen. Vanwege de repressieve koers van de regering bevroren de VS en de EU afgelopen jaar al en flink deel van de subsidies.

Net als andere Georgiërs volgt Salome Sjoebladze met angst en beven Trumps ogenschijnlijk pro-Russische opstelling in de onderhandelingen over vrede in Oekraïne. Want, zo is de angst in het overwegend pro-Europese Georgië: als Poetin in Oekraïne zijn zin krijgt, zal Moskou dat zien als vrijbrief om zijn greep op Georgië te versterken. Sjoebladze: „Er gebeuren zoveel vreselijke dingen en er zitten al zoveel burgers vast. Zij hebben recht op een goede advocaat. Zolang ze ons niet gevangen gooien, is dat het enige wat telt.”


Nederlandse mannen waren – 200 jaar geleden – dus tóch modieus

Alles glimt in de vitrines van de tentoonstelling Suit Yourself in het Rijksmuseum in Amsterdam. Er hangen jasjes, gilets en kamerjassen van glanzend zijde en fluweel, bijna allemaal volgeborduurd met bloemenprints van glanzend draad en versierd met knopen vol grote glanzende stenen. Het zijn Nederlandse mannenkleren uit de periode 1750 tot 1850. Een nogal flamboyante periode waarin kleren vooral welvaart moesten etaleren.

De tentoonstelling, of nou ja, met slechts twee vitrines is het meer een presentatie, is het debuut van Vanessa Jones, sinds een jaar kostuumconservator bij het Rijksmuseum. Haar voorganger Bianca du Mortier ging in 2023 na 43 jaar met pensioen. Als Britse – hiervoor werkte Jones bij de Leeds Museums and Galleries – bekijkt ze Nederlandse mode van een afstandje.

„Ik wilde heel graag laten zien dat Nederlanders in die tijd enorm creatief waren en hun eigen ding deden”, zegt ze. „Daar staan Nederlanders namelijk totaal niet om bekend. Bij Nederlandse mode denken de meeste mensen alleen aan de sobere, zwarte kleding uit de zeventiende eeuw.”

Terwijl de meeste Europeanen naar Italië keken, haalden Nederlanders hun inspiratie van over de hele wereld.

In de achttiende en negentiende eeuw kleedden mannen in heel Europa zich flamboyant, maar Nederlanders deden dat volgens Jones op eigenzinnige en inventieve wijze. In de archieven van het Rijksmuseum kwam ze kledingstukken tegen die haar verbaasden. Zoals een blauw jasje waarin karton verwerkt is om het torso langer en platter te laten lijken. En een gilet van katoen waar zilverdraad doorheen geweven is waardoor het zijde lijkt. „Zoiets heb ik oprecht nog nooit eerder gezien.”

Hergebruikte, handbeschilderde zijde uit China. Nu een gilet, maar oorspronkelijk een damesjurk. Foto Rijksmuseum

Invloed van de VOC

Terwijl de meeste Europeanen in die tijd vooral naar Italië keken, haalden Nederlanders hun inspiratie van over de hele wereld. De VOC bracht stoffen als zijde, katoen en linnen naar Nederland. In de vitrine staat een gilet met bloemenborduursels geïnspireerd op een palempore: een handbeschilderde bedsprei uit India. Er zijn lange kamerjassen met overduidelijk uit Japan afgekeken kimonomouwen. Een knalrood jasje is versierd met een dessin vol Turkse invloeden. Dat jasje geldt als klederdracht en werd gedragen op het platteland. Bijzonder, want vaak is alleen de kleding van de stedelijke elite – die het zich konden permitteren hun kleren niet tot de laatste draad af te dragen – bewaard gebleven.

Het is verfrissend om te zien hoe traag de mode in honderd jaar veranderde, zeker nu trends tegenwoordig vaak al binnen een paar maanden afgedankt worden. En áls de mode veranderde, kwam dat door historische keerpunten als de Franse Revolutie, die ervoor zorgde dat de mode een stuk ingetogener werd. Rijkdom werd nog steeds geëtaleerd, maar nu subtieler. Niet meer met weelderige bloemenprints in een rijk kleurenpalet, maar bijvoorbeeld met een overbodige tweede rij knopen op een gilet. Soldaten in uniform golden als hét toonbeeld van mannelijkheid, waardoor er steeds meer militaire invloeden terugkwamen in alledaagse mannenkleren.

Jas geïnspireerd door typisch Franse hofkledij.

Foto Rijksmuseum

Machinaal

Ook de industrialisatie was van grote invloed. Toen die in de negentiende eeuw goed op stoom kwam, werden stoffen steeds vaker machinaal geborduurd of geweven. Kleren werden niet meer uitsluitend op maat gemaakt door kleermakers, maar hingen voortaan kant-en-klaar in warenhuizen. Het aanbod werd groter en toegankelijker.

Wat opvalt is dat veel kleding in de tentoonstelling gerepareerd of vermaakt is. Een gilet gemaakt van Chinese zijde waar met de hand bloemetjes op geschilderd zijn, blijkt geüpcycled: eerst was het een damesjurk. In een jasje is een zijpand van een andere stof genaaid, omdat de eigenaar dikker is geworden of omdat het jasje is doorgegeven aan iemand met een grotere maat. „Heel duurzaam”, zegt Jones. „Maar puur uit noodzaak. Zeker niet om morele of ethische redenen. Textiel was zó kostbaar dat mensen er wel zuinig op móésten zijn. Zelfs als je steenrijk was, had je nog geen vijftig kledingstukken. Eerder tien. How times have changed.”

Suit Yourself is t/m 15 maart 2026 te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam. Info: rijksmuseum.nl


Ja, er is echt een huisartsentekort: een op de twintig mensen kan geen dokter vinden

Is er nu wel of geen landelijk huisartsentekort? Nee, schreef oud-minister Pia Dijkstra (Medische Zorg, D66) vorig jaar aan de Tweede Kamer. Ja, dat is er wel, stelden onderzoeksinstituut Nivel en de Landelijke Huisartsen Vereniging. Om aan alle onduidelijkheid een einde te maken, ging de Algemene Rekenkamer aan de slag met de vraag: wie heeft er gelijk? Na vier maanden presenteert Ewout Irrgang, collegelid van de Algemene Rekenkamer, deze woensdag het verlossende antwoord in het rapport Focus op huisartsentekort.

Zegt u het maar, wel of geen tekort?

Irrgang: „Ja, er is een tekort. Een op de twintig mensen is op zoek naar een huisarts. Een deel heeft helemaal geen huisarts. De schattingen variëren van 45.000 tot 194.000 mensen, al is het moeilijk er een exact cijfer op te plakken. Ruim 730.000 mensen hebben nu wel een huisarts, maar ze willen wisselen en dat kan niet. Ze zijn bijvoorbeeld verhuisd en er is geen huisarts in hun nieuwe buurt.”

Als je op internet zoekt, vind je door heel Nederland praktijken met patiëntenstops of wachtlijsten.

„60 procent van de huisartsen had vorig jaar een patiëntenstop. Het tekort zal verder toenemen: 56 procent van de huisartsen gaat de komende twintig jaar met pensioen of op zoek naar een andere baan. Er is echt wel iets aan de hand.”

Waar gaan mensen naar toe als ze geen huisarts hebben?

„Je kunt bij een acute klacht uiteindelijk wel als ‘passant’ terecht bij een huisarts, maar vaak stellen patiënten dat uit. Dat is echt onwenselijk. Je gaat noodzakelijke zorg mijden, dat kan later tot duurdere en meer ingrijpende zorg leiden.”

De Rekenkamer schrijft dat de meeste patiëntenstops vorig jaar in de regio’s Haaglanden, Gooi en Vechtstreek, de Drechtsteden en Amersfoort waren. De Nederlands Zorgautoriteit (NZa) constateerde vorige maand dat het aantal mensen dat via bemiddeling bij de zorgverzekeraar een huisarts probeert te vinden in een jaar is gestegen, van zo’n vijfduizend tot zo’n zevenduizend.

Den Haag, Het Gooi? Niet de regio’s die je direct zou verwachten…

„Je kunt niet makkelijk zeggen: ‘daar is het huisartsentekort het ernstigst’. Neem Haaglanden, waar 75 procent een patiëntenstop heeft. Dat is een verstedelijkt gebied. Misschien kun je je bij die andere 25 procent gewoon inschrijven, en zijn die ook nog in de buurt. In bijvoorbeeld Friesland, Drenthe en Zeeland is het aantal patiëntenstops kleiner. Maar als daar een patiëntenstop is en je moet vervolgens twintig kilometer rijden, heb je geen huisarts meer in je directe omgeving.”

Waarom vragen zo weinig mensen hulp van hun zorgverzekeraar?

„Onbekendheid, vermoeden we. Veel mensen weten niet dat ze zich kunnen melden. Maar zorgverzekeraars weten misschien wel waar nog ruimte is. Of ze vragen een huisarts om toch nog iemand aan te nemen, omdat het echt nodig is.”

Minister Fleur Agema (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, PVV) vindt het belangrijk dat iedereen zich kan inschrijven bij een huisarts in de buurt, schreef ze eerder aan de Kamer. Het kabinet ziet een belangrijke rol voor de huisarts, als iemand die moet voorkomen dat mensen te snel worden doorverwezen naar dure, specialistische zorg. Het goede nieuws is dat de Rekenkamer stelt dat het aantal huisartsen tussen 2000 en 2024 is gegroeid van 8.600 naar 14.300. Tegelijkertijd daalde het aantal patiënten per huisarts van ruim 1.800 naar 1.250.

Als die huisartsen allemaal wat extra patiënten nemen, is het tekort dan niet opgelost?

„Rekenkundig klopt dat. Maar het gaat voorbij aan de dubbele vergrijzing. Er komen steeds meer ouderen die steeds ouder worden, en die gaan vaker naar de huisarts. Ook wordt er zorg verplaatst vanuit het ziekenhuis naar de huisarts. En soms is er ruimtegebrek: dan kunnen er gewoon geen patiënten meer bij.”

Wat verder speelt, zegt Irrgang, is dat patiënten op de wachtlijst van de ggz en de jeugdzorg zich – ter overbrugging – bij de huisarts melden. Zo krijgt die er nog meer taken bij. „De huisarts is de frontlinie van de samenleving; die sluit nooit zijn deuren.”

Maar terwijl de vraag stijgt, neemt het aanbod van dokters juist af. Huisartsen die met pensioen gaan, hebben moeite een opvolger te vinden voor hun praktijk. Jonge huisartsen werken vaker in deeltijd of worden waarnemer.

U schrijft ook dat een kwart van de huisartsen na vijftien jaar iets anders gaat doen.

„Dat is heel veel. Administratieve lasten spelen een rol, werkdruk, de werk-privébalans. Het aantal opleidingsplaatsen is de afgelopen jaren verhoogd, maar lang niet alle plekken worden opgevuld. Het zou goed zijn om te kijken of we iets aan die in- en uitstroom kunnen doen.”

Dokters krijgen steeds meer ondersteunend personeel zoals doktersassistenten en praktijkondersteuners. Is dat de oplossing?

„Ook daar zijn personeelstekorten, die zie je overal in de zorg.”

En digitalisering, zoals thuisarts.nl of apotheek.nl?

„Ik ben zelf ook enthousiast, maar vier miljoen Nederlanders kunnen niet goed omgaan met digitale mogelijkheden. Digitalisering is geen magic bullet.”

Onze huisartsenzorg, zegt Irrgang, „is een heel mooi systeem waar ook internationaal met enige jaloezie naar wordt gekeken. Laagdrempelige, toegankelijke basiszorg, met een huisarts die de patiënten kent. Dat systeem moeten we koesteren. Maar het piept en het kraakt.”

Lees ook

De dokter zit straks gewoon in je achterzak: de digitalisering in de huisartsenzorg neemt rap toe

Jan Frans Mutsaerts, een van de oprichters van Arene, in zijn praktijk in Etten-Leur. „Ik deed  al veel met  digitale toepassingen en dacht: kunnen we dit niet uitbreiden, gezien het enorme huisartsentekort?”


‘Zij hebben wapens en stokken, wij hebben camera’s’ – kolonisten terroriseren Palestijns dorp in Masafer Yatta

In de heuvels net buiten het dorp komt er een kolonist op een quad aanrijden en valt een vader en zoon aan die daar met hun schapen zijn. De zeventienjarige Osama Maher Ahmed ziet hoe zijn vader met een steen in zijn gezicht wordt geslagen. Zelf krijgt hij ook klappen.

„Hij probeerde ons te verjagen, en had ook een mes bij zich”, zegt de jongen, nog steeds aangeslagen, enkele dagen later op het terras voor zijn huis in Jinba, een afgelegen dorpje in Masafer Yatta, een regio in het uiterste zuiden van de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Zijn vader is net terug uit het ziekenhuis met een gebroken neus.

Masafer Yatta – bekend van de Oscar-winnende documentaire No Other Land – was afgelopen vrijdag opnieuw het toneel van kolonistengeweld. Kolonisten in de omgeving van Jinba beweerden vrijdag al snel dat het om een aanval door een Palestijn op een kolonist zou gaan, maar videomateriaal bevestigt het tegendeel. Nog diezelfde ochtend valt een groep kolonisten met de auto Jinba binnen. Ze zijn gemaskerd, en bewapend met stokken.

Een camera bij de ingang van het huis van de familie Al-Amur registreert dat een jonge, gemaskerde man met een stok hard op de zeventienjarige Qusai in begint te slaan, met in zijn kielzog drie andere mannen, die ook schoppen en slaan met stokken, en dan vertrekken. Even later liggen vader Aziz (64) en zijn zestienjarige zoon Ahmed bebloed op de grond van hun huis. De schedel van Aziz is ingeslagen, en Ahmed is gewond aan zijn nek nadat een man daarop was gaan staan. De zeventienjarige Qusai heeft een gebroken arm.


Oscar

Jinba is een van de ongeveer twintig Palestijnse dorpjes in Masafer Yatta, een gebied met glooiende heuvels die bedekt zijn met grijsbruine stenen, gras en bloemen. Er grazen kuddes geiten en schapen, her en der zijn er olijfboomgaarden.

En overal is kolonisatie: op heuvels liggen caravans van buitenposten, waarmee kolonisten een – volgens het internationaal recht illegale – nederzetting beginnen. Andere witte gebouwtjes vormen een Israëlische militaire basis, zoals op een steenworp afstand van Jinba.

Door de Oscar-winnende documentaire No Other Land is het geweld tegen Palestijnen in Masafer Yatta, door zowel kolonisten als het Israëlische leger, internationaal onder de aandacht gekomen. De film volgt de Palestijnse Basel Adra onder de constante dreiging van geweld, arrestatie en verdrijving in Masafer Yatta. Ook zijn vriendschap met de Israëlische activist Yuval Abraham komt aan bod, en de radicale ongelijkheid tussen hen.

Lees ook

Controversiële docu ‘No Other Land’ is de ‘must-see’ docu van het afgelopen jaar

‘No Other Land’ is opgenomen in Masafer Yatta, een conglomeratie van Palestijnse bedoeïenendorpjes op de Westelijke Jordaanoever.

De prijs heeft aandacht en discussie gegenereerd, maar op de grond is er weinig veranderd. Sterker: het geweld in Masafer Yatta is geïntensiveerd. Vorige week werd de Palestijnse co-regisseur Hamdan Ballal in elkaar geslagen door kolonisten. Het was wraak voor de film, zei hij later in een interview; hij had de kolonisten ‘Oscar’ horen zeggen.

Het kolonistengeweld en het landjepik in Masafer Yatta is, net als elders op de Westoever, al jaren aan de orde van dag. Maar de afgelopen anderhalf jaar is het geweld toegenomen. Het VN-kantoor voor de mensenrechten rapporteerde een gemiddelde van 118 maandelijkse geweldsincidenten op de Westoever tussen november 2023 en oktober 2024.

In diezelfde periode is ook de kolonisatie van Westoever in rap tempo doorgegaan: de Israëlische regering heeft 20.000 nieuwe wooneenheden in nederzettingen in bezet Oost-Jeruzalem goedgekeurd, plus 10.300 in de rest van de bezette Westoever.

Ook zijn er 49 nieuwe buitenposten gelegaliseerd. Die buitenposten zijn zelfs illegaal onder de Israëlische wet, maar worden later doorgaans alsnog gelegaliseerd. Volgens het internationaal recht zijn nederzettingen en buitenposten beide illegaal.

Gestolen schapen

„De afgelopen anderhalf jaar zijn er in Masafer Yatta acht nieuwe buitenposten gesticht door kolonisten, en is een groot deel van de weidegrond ingenomen”, zegt Nidal Younis, de burgemeester van Masafer Yatta, terwijl hij in zijn stevige auto over de rotsige wegen rijdt. Vanuit het raam wijst Younis op een kudde schapen in de verte. „Die zijn van een kolonist, maar de dieren en het land zijn gestolen. Iedere Palestijnse herder die zijn dorp verlaat dreigt te worden aangevallen of bestolen.”

Burgemeester Nidal Younis van Masafer Yatta.

In Masafer Yatta dragen kolonisten steeds vaker legeruniformen, of ze nemen deel in lokale bataljons en plegen in die hoedanigheid geweld. Younis: „Overdag zijn ze herders, ’s avonds dragen ze legeruniformen”.

Het onderscheid tussen het leger en de kolonisten raakt op de Westoever steeds meer vervaagd. Het leger is op de hand van de kolonisten, en grijpt zelden in bij geweld – of neemt daar actief aan deel. „Kolonistengeweld is staatsgeweld”, aldus de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem. Volgens de organisatie is kolonistengeweld een „belangrijk informeel instrument” waarmee steeds meer Palestijnen van hun land worden verjaagd.

‘Militaire zone’

Masafer Yatta is door Israël tot ‘militaire zone’ of ‘vuurzone 918’ verklaard – een van de manieren waarop Israël een deel van de Westoever de facto annexeert. Ook van Jinba wil Israël een trainingsgebied voor het leger maken.

„In mei 2022 besloot het Israëlische Hooggerechtshof dat het leger de bevolking van Jinba en andere dorpen in de zogenaamde schietzone mag verplaatsen”, zegt activist, docent en journalist Mahmoud Makhamreh (28), die opgroeide in Jinba. Niet lang daarna plaatste het leger maandenlang een wegblokkade op enkele honderden meters van Jinba vandaan, om het dorp te isoleren. „Alleen inwoners mochten het dorp betreden. Niemand van buiten kon op bezoek komen. Ze proberen druk uit te oefenen op de bewoners, totdat zij weggaan, als een langzame dood. Maar we gaan niet weg.”

Een door Israëlische troepen gebroken raam.
Foto Kobi Wolf
De heuvels bij Jinba.
Foto Kobi Wolf
Vernielingen in de school in Jinba.
Foto Kobi Wolf
Vernielingen in de school in Jinba.
Foto Kobi Wolf
Restanten van een verbrande Palestijnse vlag in een school. <p>Foto Kobi Wolf</p>
Foto Kobi Wolf

Makhamreh laat de vernielingen zien die werden aangericht toen het geweld in Jinba het afgelopen weekend doorging. In de nacht van vrijdag op zaterdag kwamen circa 140 soldaten en kolonisten het dorp binnen. Ze doorzochten huizen en richtten vernielingen aan.

In de twee klaslokalen van de school in het dorp is het een puinhoop. Op de grond liggen posters en schriften, glas van de gebroken ramen, kapotte stoelen en de resten van een verbrandde Palestijnse vlag.

In Jinba zijn er holen in de grond, van steen. Hierin woonde men vroeger; nu wordt er eten opgeslagen. Ook daar werden vernielingen aangericht. Voedsel werd op de grond gesmeten, net voor het Suikerfeest.  

Een Palestijnse vrouw ruimt een kamer op nadat Israëlische soldaten haar kleren over de grond gegooid hadden en de ramen hadden gebroken.
Foto Kobi Wolf

Ook in het huis van de familie Jabarin zijn ramen ingegooid en spullen overhoopgehaald. Ula Jabarin (25) is met haar schoonmoeder aan het opruimen. In een hoek van de woonkamer liggen nieuwe glitterjurken voor haar dochters, vanwege het Suikerfeest. Maar „die blijven ongedragen zolang hun vader niet thuis is”, zegt Jabarin.

Haar man is een van de 22 Palestijnse mannen plus een minderjarige jongen die op vrijdagmiddag door het leger zijn opgepakt in Jinba. Ze werden uit hun huizen gehaald en samengebracht, geblinddoekt en geboeid, en in pick-uptrucks en auto’s meegenomen naar een politiebureau in de nederzetting Kiryat Arba.

Afgelopen dinsdagmiddag werd na een zitting in een militaire rechtbank duidelijk dat zeven van hen – onder wie vermoedelijk Jabarins echtgenoot – weer worden vrijgelaten. De vijftien anderen kwamen in het weekend al vrij.

Camera als wapen

Ondertussen wordt het structurele kolonistengeweld vrijwel nooit bestraft. Als kolonisten al worden opgepakt, volgen er zeer milde straffen, opgelegd door civiele rechtbanken. De Palestijnse inwoners van de Westoever vallen onder het militaire recht.

Afgelopen maandagavond zei het Israëlische leger in een verklaring over het geweld in Jinba dat lokale commandanten een reprimande hebben gekregen. Eén commandant en twee soldaten kregen zeven dagen militaire detentie opgelegd, een andere commandant is ontslagen. Het leger zegt dat het geweld in Jinba niet was gemeld door soldaten, maar „onthuld door documentatie op het internet”. Dat verwijst naar de video’s die gedurende het weekend op sociale media werden verspreid van het geweld in Jinba.

Afgelopen zaterdag, toen kolonisten en soldaten opnieuw Jinba binnenvielen, waren camera’s in het dorp de eerste dingen die ze vernielden, zeggen de bewoners. De gewonde Aziz al-Amur zegt dat hij, zodra hij weer terug kan keren naar Jinba, opnieuw camera’s zal installeren bij zijn huis.

Ook activist Mahmoud Makhamreh is vastbesloten om, ondanks de risico’s, te blijven filmen: „Het is essentieel om het dagelijkse geweld vast te leggen, of het nou in Masafer Yatta, de rest van de Westoever, of in Gaza is. Hun wapens zijn stokken, wapens, en verdrijving. Onze wapens zijn onze camera’s.”


Tv-recensie | In talkshows wordt aan de lopende band ‘de grens nu écht bereikt’, nu weer met Faber

Het was zo’n vraag waarvan ik hem niet zelf had durven stellen, dus toen ze er dinsdag spontaan over begon was dat een meevaller. Het antwoord kwam opnieuw en opnieuw en opnieuw en opnieuw, telkens even ongevraagd, steeds in exact dezelfde bewoordingen. En daarom kan ik hier nu met zekerheid opschrijven: Marjolein Faber is géén stempelmachine.

Trouwe fans van het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer hoorden de Asiel- en Migratieminister die nieuwe mantra ’s middags al introduceren, maar voor wie het had gemist had de redactie van Eva (AvroTros) ’s avonds een mooie stempelmachinecompilatie gemaakt. Daarin beantwoordde Faber vragen van Kamerleden over haar weigering om te tekenen voor lintjes voor COA-medewerkers met de woorden: „Als ik iets niet wil tekenen, dan teken ik het niet.” En met de mededeling dat ze „geen stempelmachine” is, dus. Bij Eva vonden CU-leider Mirjam Bikker en DD6-leider Rob Jetten dat het nou wel héél gek werd allemaal, bij Bar Laat (BNNVARA) zou CDA-leider Henri Bontenbal de boel weer onfatsoenlijk komen vinden. Nu was écht de grens bereikt.

Je zou denken dat je inmiddels een telescoop nodig hebt om die grens nog ergens ver achter ons te zien liggen, maar misschien was er inmiddels een nieuwe gevonden. Kijkend naar talkshows met politici en duiders bekruipt me geregeld het gevoel dat er nog veel grenzen in het vooruitzicht liggen; veel tafels vol verontwaardigde mensen; veel pogingen om daarna weer ‘op de inhoud te focussen’ en te roeien met de riemen die je hebt, doorpeddelend naar de volgende grens.

Dat unheimliche gevoel was dinsdagavond misschien extra sterk omdat ik ’s middags al (mea culpa) Ongehoord Nieuws (ON!) had gekeken – een even ongezonde als verslavende gewoonte. Een soort alternatief voor roken. De nicotine zit ’m in uitspraken als: „Assad was zeker geen perfecte democraat” (door terugkerende gast Filip Dewinter), en: „Laat je niet verleiden door de serene zang van Frans Timmersmans” (door presentator Tom de Nooijer). Deze dinsdag werd de presentatie verzorgd door Raisa Blommestijn, wier trademark het is om ieder item op zichzelf te betrekken en dan te zeggen: wat vervelend dat het nu over mij moet gaan.

Nu kondigde ze vanuit de studio een item aan over de steekpartij op de Dam. „Afgelopen weekend werd Amsterdam opgeschrikt door een mesaanslag”, zei Blommestijn, waarna ze overschakelde naar de verslaggever ter plaatse: Raisa Blommestijn. In het weekend had ze namelijk ook alvast zelf een reportage gemaakt. „Ik sta hier nu in Amsterdam”, zei verslaggever Blommestijn. Er volgden wat door ON gemaakte beelden van de Dam, afgewisseld met van andere omroepen geleende duidingen en voxpopjes. Toen terug naar presentator Blommestijn in de studio. Van Blommestijn naar Blommestijn en weer terug naar Blommestijn. Op dat punt van de dag was mijn brein al dermate gebroken dat het stempelmachineverhaal me niet eens meer verbaasde. Raisa Blommestijn bestaat in meervoud, Marjolein Faber is wél beleid en géén stempelmachine. Je doet het er maar mee.

Sesamstraat

Toen het tijd was voor Bar Laat wist ik dat ik zou accepteren wat er ook maar komen ging. Daar zat Paul Haenen, die ik ooit leerde kennen als de stem van Bert in Sesamstraat, tussen Bontenbal en politiek verslaggever Elodie Verweij. Als ik mijn ogen dichtdeed kon ik weer even de gele pop horen praten die ik vaak heb gemist. „Er blijkt toch ook dat er in het Kabinet veel ruzie en wantrouwen is, al heel lang.” Het leek hem tijd voor een verlossing „uit deze lijdensweg”. Wie moest er dan verlost worden, vroeg Pauw: Faber? Of het hele kabinet? „Het hele kabinet”, zei Bert. „En ik ben intussen ook wel benieuwd hoe een stempelmachine eruitziet.” Ik zou nog steeds elke avond naar hem kunnen luisteren.