Honderdduizenden Palestijnen zijn donderdag Rafah ontvlucht, nadat grondtroepen van het Israëlische leger de stad verder zijn binnengetrokken. Dat meldt persbureau Reuters. Verspreid over de Gazastrook zijn donderdag zeker 62 inwoners gedood bij Israëlische aanvallen, schrijft Al Jazeera.
Woensdag kondigde Israël aan dat het „grote delen” van Gaza militair zal innemen. Het zou om ruim een kwart van het gebied gaan. Daarmee wil Israël „veiligheidszones” in Gaza uitbreiden.
Een dergelijke strategie is strijdig met het internationaal recht. De mensenrechtenchef van de VN sprak eerder al over de kans op een „oorlogsmisdaad”.
Israël heeft zogenaamde ‘veilige zones’ aangewezen, waaronder het zuidelijke al-Mawasi, maar het bombardeert die locaties evenzeer. Volgens Reuters zijn veel ontheemde Palestijnen uit Rafah donderdag naar de naburige stad Khan Younis getrokken.
„Rafah wordt weggevaagd”, zegt een man op de vlucht tegen Reuters. „Ze breken af wat er nog over is aan huizen en eigendommen.”
Palestijnen met hun bezittingen op de vlucht in Gaza. Foto Omar Al-Qatta/AFP
Een enorm succes of een lichte teleurstelling: op het grandprixweekend van Red Bull Racing in Japan kun je beide etiketten plakken. Max Verstappen won zondag op circuit Suzuka zijn eerste race van het jaar, wat gezien de perikelen met zijn auto van de afgelopen weken geen makkelijke klus was. Tegelijkertijd maakte zijn nieuwe teamgenoot Yuki Tsunoda in diezelfde moeilijk bestuurbare RB21 weinig indruk.
Verstappen hield de McLarens van Lando Norris (tweede) en Oscar Piastri (derde) achter zich. In het kampioenschap ligt de regerend wereldkampioen tweede, op nog maar één punt van leider Norris. Tsunoda finishte als twaalfde, waarmee Verstappen na drie races de enige Red Bull-coureur blijft die punten heeft gescoord.
De grote vraag in Japan was of Tsunoda bij zijn eerste optreden als vervanger van Liam Lawson wél enigszins in de buurt van Verstappen zou kunnen blijven. Lawson kon totaal niet overweg met de RB21 en werd teruggezet naar Red Bull’s satellietteam in de Formule 1, Racing Bulls.
Het weekend begon goed voor Tsunoda: in de trainingen eindigde hij in de top tien, niet ver achter Verstappen. En ook in het eerste segment van de kwalificatie op zaterdag zat er nauwelijks tijd tussen de twee Red Bull-rijders: 0.025 seconde, in het voordeel van Verstappen. Daarna ging het mis. In het tweede kwalificatiedeel (Q2 in vaktermen) reed Tsunoda een slordige ronde. Resultaat: vijftiende.
Banden opwarmen
Ook hij kwam erachter dat de RB21 een auto is die een speciale behandeling vereist. Niet alleen tijdens snelle kwalificatieronden, waarin alle stuur- en remhandelingen van de coureur exact juist moeten zijn om wegglijden van de achterbanden te voorkomen, maar ook in de voorbereiding daarop. Tsunoda slaagde er in de voorbereidingsronde tijdens de tweede kwalificatie niet in zijn banden goed op temperatuur te krijgen. „De warm-up moet haast perfect zijn”, zei Tsunoda na afloop. „Maar ik kreeg dat in ‘Q2’ niet voor elkaar.”
Verstappen liet even later zien dat de RB21, mits met uiterste precisie bestuurd, wel degelijk een snelle auto is. Zijn laatste kwalificatieronde kwam zo dicht bij de perfectie, dat hij er onverwacht beide McLarens mee versloeg en pole position pakte. Tv-camera’s filmden Fernando Alonso, de meest ervaren coureur van het veld, terwijl hij met een grote glimlach naar Verstappens ronde keek.
Een dag later zette Verstappen zijn pole position om in de overwinning, in een op het oog weinig opwindende race. Geen ongelukken, nauwelijks inhaalacties. Maar voor de top drie was het wel degelijk hard werken. Vanwege de lage temperatuur sleten de banden trager, dus konden Verstappen, Norris en Piastri het tempo hoog houden. De hele race zat er hoogstens vier seconden tussen het trio, een marge waarin ze zich niet het kleinste foutje konden veroorloven. Fouten maakte Verstappen dan ook niet: hij finishte 1.4 seconde voor Norris, en 2.1 voor Piastri.
Tsunoda reed anoniem rond in het middenveld. Hij haalde al snel Lawson in – die zich ironisch genoeg vóór hem had gekwalificeerd – maar maakte daarna amper nog voortgang. Op het krappe en slingerende Suzuka is inhalen lastig, waardoor Tsunoda al snel vast kwam te zitten achter op papier langzamere auto’s. Aan de finish lag hij bijna een minuut achter Verstappen.
Meer controle
Verzachtende omstandigheden zijn er wel voor Tsunoda. Hij had voor afgelopen vrijdag nog nooit in de RB21 gereden. Het kost tijd om een auto echt goed te leren kennen, dus pas over een paar races zal écht duidelijk zijn hoe snel Tsunoda is. Hoopgevend is in elk geval dat hij over het algemeen meer controle over de auto lijkt te hebben dan Lawson. Hij laat zich ook minder lamleggen door de vrees dat de achterbanden wegslippen. „Ik heb vertrouwen in de auto”, zoals hij dat na de kwalificatie in coureursjargon verwoordde.
En vertrouwen is onmisbaar als Tsunoda de laatste paar tienden van een seconde van zijn rondetijden af wil schaven, om zo binnen acceptabele afstand te komen van Verstappen – die intussen heeft laten zien dat hij tegen de superieure McLarens is opgewassen. De Nederlander kan de strijd om zijn vijfde wereldtitel aangaan. Maar daarbij staat hij er voorlopig nog alleen voor.
Harmen Siezen gaf aan het NOS Journaal een menselijk gezicht: „Altijd een heer en soms een subtiel grapje met een voorzichtige maar schalkse glimlach”. Zo reageerde minister Eppo Bruins (Media, NSC) op het overlijden van de nieuwslezer zaterdag.
Harmen Siezen (84) presenteerde van 1969 tot en met 2002 het NOS Journaal en was voor veel kijkers de verpersoonlijking van het tv-nieuws, dat in de beginjaren nog simultaan op de twee netten werd uitgezonden. Siezen begon in de tijd dat nieuwslezers nog „versteend” achter hun desk zaten, zo vertelde hij in het boek De iconen van het NOS Achtuurjournaal (2012): „Geen glimlachje, niets”. De lossere stijl die in de jaren tachtig opgang maakte, paste hem beter. „Hij had een soort lichtheid, een vrolijkheid, en daarbij ook gezag”, typeerde oud-collega Marga van Praag hem, volgens de NOS.
Geregeld werd hij verkozen tot de beste nieuwslezer van het jaar, maar dat maakte niet veel indruk op hem: „Als ik hier in huis zou vragen wie ze de beste nieuwslezer vinden, dan zeggen ze ook dat ik het ben” (‘Iconen’, 2012). Het was maar een baan, wist hij. „Het gaat niet om mij, maar om de berichten. Ik ben een doorgeefluik. Feitelijk ben ik een verlegen man met een raar beroep.”
Hoewel hij ruim zeventienduizend uitzendingen met volmaakte zelfbeheersing presenteerde, zal juist die ene keer dat hij in de lach schoot, herinnerd worden. Tijdens het item ‘Zadelpijn’ in 1991 kon hij zich niet meer inhouden, vooral omdat hij de technici aan de andere kant van het raam over de grond zag rollen. Volgens Siezen moest hij voorlezen dat zadelpijn kon leiden tot „afnemende de seksuele belangstelling” (er stond ‘libido’ maar dat vond hij een te moeilijk woord) terwijl er in beeld „stomme ouwe lullen’’ langsfietsten. Die combinatie vond hij onweerstaanbaar.
Vader naar Berlijn
Harmen Siezen werd geboren op Tweede Kerstdag in het oorlogsjaar 1940 in het ziekenhuis van Noordgouwe, op het Zeeuwse eiland Schouwen-Duivenland. Hij groeide op in het nabije ringdorp Dreischor waar zijn vader predikant was. Door dat werk moest het gezin een paar keer verhuizen, tot verdriet van de jonge Siezen: Zaltbommel, Den Haag, Peize en uiteindelijk Rotterdam. Thuis lazen ze Het Parool, Siezen luisterde graag naar de sportverslagen op de radio en imiteerde die dan met een bandrecorder. Toen hij op het gymnasium zat, verliet zijn vader het gezin voor een baan in Berlijn: „Hij zei: ik moet je wat vertellen. Ik ga nu weg. Ik ga van je moeder af”. Voor Siezen was dat een grote schok: „Scheiden in de jaren vijftig, dat was wat hoor! Ik schaamde me er voor, zei altijd dat hij op vakantie was.”
Siezen begon in 1962 bij de Haagse vestiging van het Amerikaanse persbureau UPI, stapte in 1963 over naar de radiopiraat Radio Veronica die uitzond vanaf een schip op de Noordzee. In 1966 kwam hij bij actualiteitenrubriek TROS Actua en in 1969 begon hij als verslaggever bij het NOS Journaal. De veteranen Frits Thors en Rien Huizing gaven hem na de uitzendingen les in nieuwslezen. De eerste keer op tv had hij de zenuwen: „Toen dacht ik wel even: O, mijn god. Je bedenkt dan dat al die mensen naar je zitten te kijken.” Maar dat ging tijdens de uitzending snel over.
Harmen Siezen presenteerde van 1969 tot en met 2002 het NOS Journaal. Foto NOS
Siezen bleef 33 jaar bijna onafgebroken bij het NOS Journaal. Alleen in 1989 vertrok hij naar TV10, de commerciële omroep-in-oprichting van Joop van den Ende die uiteindelijk geen uitzendvergunning kreeg, waarna de producent iedereen moest ontslaan. Siezen vertelde in ‘Iconen’ dat Van den Ende vaderlijk een arm om zijn schouder sloeg en zei: „Dat was toch niks voor jou, Harmen, jij bent een jongen voor een solide club, met een pensioen”. Siezen werd in genade weer aangenomen bij de NOS, maar mocht hierna niet meer het Achtuurjournaal presenteren.
Van de vele wereldbranden waar Siezen kond van deed, is de vliegramp op Tenerife van 1977 – de grootste ooit – hem het meest bijgebleven. Hij vloog als verslaggever naar het Spaanse eiland en zag daar in een loods de meer dan vijfhonderd slachtoffers liggen. Siezen was ook de man die op 6 mei 2002, rechtstreeks in het journaal van zes uur, de dood van Pim Fortuyn aan Nederland moest melden. De radicaal-rechtse politicus werd om de hoek bij de NOS-studio vermoord. „Mijn vrouw zat thuis te kijken met onze 4-jarige kleindochter Pien. Zij zag ook de bebloede Fortuyn liggen. Hij heeft pijn aan zijn knie, verklaarde mijn vrouw” (‘Iconen’, 2011).
Rocky over The Rainbow
In september 2002 stopte hij met het journaal. Hij had duidelijk gezegd dat hij met stille trom wilde vertrekken, maar tijdens de laatste uitzending kwam collega Philip Freriks het decor binnenwandelen met een bos bloemen en een afscheidswoordje. Siezen vond het geen leuke verrassing: „Ik vond die bloemen afschuwelijk, ik was er echt kwaad over”.
Het werk heeft hij daarna geen moment gemist, zei hij later. Hij liet enige spijt horen dat hij altijd bij het journaal was gebleven, terwijl zijn humoristische, losse kant beter tot zijn recht kwam in bijvoorbeeld de Nationale Nieuwsquiz die hij ook presenteerde, of in de vertellersrol die hij had in de musicalparodie Rocky over the Rainbow (2001), waarin hij zichzelf introduceerde met: „U kent me maar tot hier. Vanavond kunt u zien dat ik ook benen heb.”
Siezen genoot met zijn vrouw van het pensioen in het Gelderse dorp Hoevelaken waar ze meer dan een halve eeuw woonden. „Ik hoef niet meer op tv. Als de volgende generatie me vergeten is, vind ik het ook goed.” Op Schouwen-Duivenland hadden ze een vakantiehuisje. Soms werd hij daar nog ‘herkend’, zo vertelde hij in 2017 in het ouderenblad Plus. Dan riepen ze: „Hé Fred Emmer. Ben je nog op televisie?” Siezen antwoordde dan: „Nee, ik ben Joop van Zijl”.
Niemand wil de overlastgevende Hassan Roukas opvangen. Jarenlang schuiven instanties hem als een hete aardappel heen en weer. Tot er geld op tafel komt.
Heb je vragen, suggesties of ideeën over onze journalistiek? Mail dan naar onze redactie via [email protected]