Milorad Dodik, de president van Republika Srpska, een deelstaat van Bosnië en Herzegovina, is afgereisd naar Rusland, terwijl afgelopen week een internationaal arrestatiebevel tegen hem werd uitgevaardigd. In een filmpje dat Dodik maandagavond op zijn sociale media heeft geplaatst, is te zien hoe hij voor een oorlogsmonument bij het Kremlin in Moskou staat. Dodik onderhoudt nauwe banden met de Russische leider Poetin, die hij regelmatig bezoekt.
In februari werd Dodik door de hoogste rechter van Bosnië veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf en zes jaar uitsluiting van de politiek, voor het tegenwerken van het Dayton-akkoord. Die vredesovereenkomst regelde dat Bosnië na de bloedige burgeroorlog (1992-1995) werd opgedeeld in een federatie waar voornamelijk Bosniakken (moslims) en Bosnische-Kroaten (katholieken) wonen, en de Republika Srpska, waar voornamelijk Bosnische Serven (orthodoxen) wonen. De republiek wordt geleid door Dodik, die in het noordelijke gebied regelmatig het Servisch nationalisme aanwakkert en bovendien dreigt met afscheiding.
Dodik voerde in 2023 een wet in die alle beslissingen van het Constitutioneel Hof van Bosnië en Herzegovina schrapt in de door hem geleide Republika Srpska. Ook weigert hij Christian Smidt, de Hoge Vertegenwoordiger die toezicht houdt op naleving van het vredesakkoord, te erkennen. Dodik is „intensief bezig met het ondermijnen van de staat„, zei Smidt vorig jaar in een interview met NRC.
Behalve naar Rusland, reisde Dodik sinds zijn arrestatiebevel de afgelopen dagen ook naar buurland Servië. Daarnaast bezocht hij een omstreden antisemitisme-conferentie in Israël die veel internationale radicaal-rechtse politici trekt.
Lees ook
Kwetsbaar Bosnië wordt op de proef gesteld door arrestatiebevel tegen Servische leider
Johanna Soller wordt de nieuwe artistiek leider en dirigent van de Nederlandse Bachvereniging. „Ik voel een mix van geluk, eer en respect voor het ensemble. Het is een droombaan”, zegt ze in een telefonisch interview een paar dagen voor het nieuws deze donderdag officieel naar buiten mag.
Wie het intussen 104 jaar oude, wereldvermaarde Bachkoor en Bach-orkest volgt, kent de Duitse dirigent, klavecinist en organist al. Soller (36) dirigeerde vorig jaar (als eerste vrouw) de Matthäus-Passion bij het ensemble. Daarvoor was ze achter de schermen als koordirigent driemaal eerder bij de Bachvereniging, toen nog onder artistiek leider Shunske Sato. Sinds Sato’s vertrek in 2023 zat het ensemble zonder artistiek leider.
Johanna Soller komt uit het Duitse Burghausen aan de grens met Oostenrijk. In München specialiseerde ze zich in koordirectie, orgel en oude muziek, en richtte ze twee barok-ensembles op naast haar aanstellingen als organist van de Münchner Peterskirche en haar werk als docent aan de Hochschule für Musik. Door deze drukke werkzaamheden kan ze zich volgend seizoen nog niet vrijmaken – dan staat ze slechts één keer voor de Bachvereniging en werkt ze verder achter de schermen aan de volgende seizoenen. Vanaf 1926/27 zal ze „de helft van de concerten dirigeren.”
Hoe kijk je terug op de Matthäus-Passionconcerten?
„Dat waren drie heel bijzondere weken. Een muzikale omhelzing die maar beter en beter werd. Die niet, zoals je bij veel ensembles hebt, halverwege de tournee een beetje verslapte. Het muziek maken werd steeds intenser.”
Waarom is het een droombaan?
„De Bachvereniging is olympisch niveau oude muziek, een instituut met een enorm wereldwijd bereik, vooral door ‘All of Bach’ [een project waarin de Bachvereniging alle werken van Bach opneemt en gratis online zet]. Voor ik met hen mocht werken, volgde ik ze al jaren. De musici zijn fantastisch. Ze bieden alle muzikale mogelijkheden die je als dirigent kunt wensen.”
Hoe wil je die mogelijkheden benutten, heb je al plannen?
„Niet concreet. Bach blijft natuurlijk de hoofdzaak, maar ik zou meer muziek willen laten horen van componisten die naar Bach geleid hebben, of die op een of andere manier aan hem verbonden zijn. En af en toe ook daarbuiten, met hedendaagse muziek. Ik zoek naar connecties, intertekstualiteit en krachtige verhalen die bekendere en onbekendere werken aan elkaar koppelen. Ik ben ook musicologisch gemotiveerd: er is nog zo veel muziek uit de vroege barok niet ontdekt.”
Wat is een ‘krachtig verhaal’?
„Een krachtig verhaal krijg je als zowel de uitvoerders als het publiek een connectie zien tussen de muziek in een programma en een overkoepelende dramaturgie. Je kunt niet zomaar wat muziek achter elkaar spelen. Als publiek moet je een programma in getrokken worden.”
Speelt het heden nog een rol?
„Absoluut. Elke uitvoerder moet zichzelf altijd verplicht de vraag stellen: ‘waarom speel ik deze muziek nu?’ ‘Omdat het mooie muziek is’, is geen afdoende antwoord. Dat de muziek van Bach nú nog een impact kan hebben op ons leven, is wel een goed antwoord. Zelfs al sluiten de teksten niet altijd meer goed aan bij het heden, de muziek kan ervoor zorgen dat de betekenis ons op een metaniveau toch bereikt.”
De Bachvereniging is voor mijn gevoel die connectie met het heden een beetje kwijtgeraakt. Ze kunnen wel een energieke, moderne impuls gebruiken. Ben je het daarmee eens?
„Ik denk dat wat energie en opfrissing, en de wil om wat kleine dingetjes te veranderen, het ensemble een heel waardevolle, mooie toekomst biedt.”
Welke veranderingen?
„Ik denk dat het belangrijk is meer te gaan touren. Er is een discrepantie tussen het online en offline bereik van het ensemble. Terwijl de Bachvereniging zou moeten spelen op alle grote internationale Bach- en oude muziekfestivals. En een betere balans tussen bekende en onbekende stukken, waar ik het eerder over had, kan ook helpen. Dus óók de [bekende] Messiah van Händel een keer doen. De Bachvereniging hoeft zijn repertoire niet klein te houden. Ze heeft zo veel potentieel, dat wil ik graag helemaal benutten.”
Je doet nu indrukwekkend veel in Duitsland. Wil je dat blijven doen?
„Nee, ik moet keuzes gaan maken. De Nederlandse Bachvereniging wordt mijn belangrijkste werk.”
Lees ook
Dirigent Johanna Soller: ‘Iemand moet de eerste vrouw zijn, ik hoop vooral dat ik niet de laatste ben’
In april is het denken geblazen: het is weer de jaarlijkse Maand van de Filosofie. Nu is er het hele jaar genoeg stof tot nadenken, maar deze maand vestigt de organisatie speciaal de aandacht op het thema ‘Mij een zorg’. Volgens de website ontvouwt dit thema zich rond essentiële vragen als: ‘Wat is zorg? Wie heeft zorg nodig?’
Dat dit tegenwoordig een urgente kwestie is, staat buiten kijf: zorg is essentieel. Ieder mens heeft tijdens één of meerdere periodes van diens leven behoefte aan zorg. Ook máken we ons vooral veel zorgen. Drie op de vier Nederlanders maakt zich bijvoorbeeld zorgen over het klimaat. Hier zien filosofen bij uitstek een schone taak voor zich weggelegd. Met name lang geleden gestorven denkers (meestal mannen) worden aangehaald om ons bij te staan tijdens momenten van existentiële zorgenmakerij. Niet zelden gaat dit gepaard met twijfelachtige interpretaties van de ideeën van bijvoorbeeld de stoïcijnse denkers, die door allerlei zelfhulpgoeroes worden ingezet op manieren die deze stoïcijnen vermoedelijk allerminst zouden bevallen. Hoe kunnen we de denkers van weleer dan wél lezen in deze tijd? Hebben ze ons überhaupt nog wel iets te zeggen, en zo ja, wat?
Lees ook
Misbruik de filosofie niet voor hippe zelfhulp
Recent is het eerste deeltje uitgekomen van de serie De originelen: een reeks waarin eigentijdse denkers de ideeën van oude filosofen nieuw leven inblazen. Het eerste deel, Ik denk dat ik ben, is een door filosoof en schrijver Coen Simon geïnterpreteerde vertolking van René Descartes’ Meditaties over de eerste filosofie. Het boekje volgt nauwgezet de vorm van de originele Meditaties, en Simon schrijft in nieuwe woorden op wat er misschien door het hoofd van de filosoof ging.
In tegenstelling tot de eerder genoemde zelfhulpstoïcijnen geeft Ik denk dat ik ben een goed beeld van de aard van Descartes’ gedachtegoed: nietsontziend aan alles twijfelend, altijd zoekend naar de waarheid. In de serie staan voor later dit jaar David Hume en Simone de Beauvoir nog op het programma, die op hun beurt op soortgelijke wijze weer tot leven zullen worden gewekt, maar dan in het nu. Ik kijk ernaar uit; vooral De Beauvoir, schrijver van De tweede sekse, heeft waarschijnlijk nog wel het één en ander in te brengen.
Twijfelen
Dit geldt ook voor Descartes. Simon laat zien dat de beroemde Cartesiaanse twijfel ook uitstekend in toegankelijke, moderne taal kan worden uitgelegd: ‘Zelfs als ik aan alles twijfel, weet ik zeker dat ik besta, anders kan ik immers niet twijfelen’. Dit soort filosofische gedachten zijn niet per se tijd- of plaatsgebonden, en ze kunnen soms een beetje losgezongen lijken van hun maatschappelijke context. Simon laat echter ook overtuigend zien hoe de Cartesiaanse twijfel maatschappelijk bewustzijn kan creëren. Hiermee voegt hij echt iets toe aan de originele filosofie: het besef ‘dat ik niet alleen op de wereld ben’.
Dat is een goede zaak. Descartes zelf twijfelde namelijk wel aan alles, maar op een hele abstracte manier. Hij twijfelde niet aan de wereldorde van zijn tijd, althans niet openlijk, en heeft geen politieke filosofie nagelaten. Ook vond hij het pijnigen van dieren geen probleem (hoewel het nooit is bewezen dat hij daadwerkelijk anatomische studies uitvoerde op levende dieren). Kunnen we, in deze filosofiemaand met zorgthema, de werken van zo’n figuur wel lezen en hervertellen zonder de persoon erachter te bevragen?
Je kunt filosofie namelijk ook gebruiken om concreet over dingen in het hier en nu na te denken. In Op de schouders van reuzen kiest de Duitse denker en schrijver Michael Schmidt-Salomon voor deze invalshoek. Het boek is niet opgedeeld per filosoof, maar in plaats daarvan aan de hand van thema’s waar we filosofen bij kunnen gebruiken. Niet de filosofen staan op één, maar hoe ze ons ‘helpen de wereld te begrijpen’. Epicurus, een denker die meer dan tweeduizend jaar geleden leefde, wordt bijvoorbeeld aangehaald als iemand wiens werk nog steeds kan helpen met de ‘zoektocht naar zin’.
Zowel de abstracte, tijdloze lezing van oude teksten als de concrete, maatschappelijk bewuste lezing hebben hun voor- en nadelen. We moeten er wel voor waken dat we geen ideeën zomaar uit hun context trekken. Aan de andere kant is er het risico dat we juist aan die context te veel waarde toekennen en zo opgescheept komen te zitten met een canon van onbruikbare ideeën, die mijlenver van de huidige wereld afstaan. Waar de balans ligt, is aan ons.
Waar te beginnen over de afgelopen dagen in kabinet en Kamer? Wie nog vertrouwen had in de landelijke politiek, kan niet anders dan hoofdschuddend hebben gekeken naar het zoveelste moment waarop het niet ging over het woningtekort, het huisartsentekort, het stroomtekort, het cellentekort.
Niet over de geopolitieke vraagstukken, de Amerikaanse invoerheffingen, Russische gps-verstoringen, defensie. Niet over stikstof, drinkwater, luchtkwaliteit. Noch over doorstroomtoetsen, wachtlijsten, verdwijnend ov, de hogere eigen zorgbijdrage, uitbuiting van arbeidsmigranten. Beschamende taferelen tijdens raadsvergaderingen over de komst van asielzoekerscentra, waarbij lokale politici worden bedreigd. De instorting van de sociale advocatuur. De Voorjaarsnota.
Een lichtpuntje was dat er een dag lang in de Tweede Kamer kon worden gedebatteerd over een fundamentele kwestie als de eenheid van kabinetsbeleid. Immers een kernwaarde in het staatsbestel, een in de Grondwet vastgelegd beginsel. En tegelijk is het triest dat het zover moest komen. Eenheid van kabinetsbeleid hoort een vanzelfsprekendheid te zijn.
Nog droeviger is de reden van het debat, de weigering van minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie, PVV) om het koninklijk besluit te tekenen waarmee vijf vrijwilligers die zich inzetten voor vluchtelingen een onderscheiding zouden krijgen.
Iemand die heeft meegemaakt hoe gedecoreerden verrast worden, hun jarenlange en belangeloze inzet voor de samenstelling vanzelfsprekend vinden, en glunderen dat iemand dat heeft gezien en hun heeft voorgedragen voor een lintje, zou dit nooit „strijdig” noemen met enig beleid. Zoals het regeerakkoord stelt: „Het is de overtuiging van dit kabinet dat de overheid de kracht in de samenleving moet koesteren en aanjagen, niet inperken.”
Het blijft ingewikkeld dat Faber niet wilde zeggen dat ze haar handtekening had moeten zetten, noch dat ze dat de volgende keer zal doen. Net zoals de verklaring van premier Schoof ingewikkeld is. Besloten werd de kwestie niet in de ministerraad te bespreken, zoals het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau voorschrijft, maar in klein comité af te spreken dat hij en de minister van Binnenlandse Zaken het Koninklijk Besluit tekenen en aan de koning voorleggen. Een discussie binnen het kabinet is zo voorkomen.
Lees ook
Faber weigerde, maar Schoof en Uitermark blijken wel bereid om COA-vrijwilligers te onderscheiden met een lintje
Daarmee komt minister Faber opnieuw weg met een miskleun, na al een opeenstapeling van blunders en kwesties. Deze minister leunt op haar harde imago en harde woorden, op een misplaatste koppigheid die haar er van weerhoudt advies van onder meer de Raad van State, en nu zelfs het Kapittel der Civiele Orden, aan te nemen. Daadwerkelijke, uitvoerbare wetgeving heeft plaatsgemaakt voor symboolpolitiek. En nee, dat is niet de schuld van de media, zoals de premier leek te suggereren.
Premier Schoof loodste – met hulp van de vier fractievoorzitters van de coalitiepartijen – zich ditmaal behendig door het debat. Maar duidelijk is dat hij de overige kabinetsleden niet in de hand heeft. Dat baart zorgen voor al die onderwerpen waar het de afgelopen dagen níét over ging.
Lees ook
Faber hoeft van de Tweede Kamer niet weg, Wilders komt met dubbele boodschap