Onze zoon (17) zit in zijn eindexamenjaar, vorige week had hij zijn laatste schoolexamens. Die woensdag om tien uur ‘s ochtends stond het mondeling Nederlands gepland. Rond elven stuur ik hem nog een -appje om te vragen hoe het is gegaan. „Goed!”, reageert hij. „Wist alleen één boek niet zo goed helaas maar de rest ging uitstekend.” „Wat fijn!”, typ ik. „Welk boek was dat?” Zijn antwoord: „Nescio”
Sanderien de Jong
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
Bij het Openbaar Ministerie is het werk door aanhoudende ICT-problemen vrijdag vrijwel tot stilstand gekomen. Het OM houdt er volgens een woordvoerder rekening mee dat ,,er sprake is van een security-incident op ICT-gebied’’.
Het Openbaar Ministerie zegt de situatie serieus te nemen en heeft een ,,crisismanagementteam ingesteld’’. Het OM is vrijdag van het internet afgegaan om infiltratie van buitenaf te voorkomen. De organisatie laat weten ,,tijdelijk niet meer aangesloten te zijn op de buitenwereld. Andere organisaties en het ministerie van Justitie zijn geïnformeerd en worden van de uitkomst van onderzoek op de hoogte gehouden.” Verdere toelichting wil het OM niet geven.
Eerder op vrijdag kregen alle werknemers van het OM te horen dat de organisatie ,,te maken heeft met grootschalige uitval van onze infrastructuur’’. Samenwerking (,,koppeling’’) met ketenpartners zoals de politie en rechterlijke macht was niet mogelijk.
Lees ook
Het nieuws over de datadiefstal bij de politie wordt steeds onheilspellender
Het OM kampt al langere tijd met ICT-problemen. Op het eigen intranet maakte het OM een jaar geleden bekend ,,een speciale task-force te hebben ingesteld om de moeilijkheden op te lossen’’. Officieren van Justitie en hun medewerkers kunnen steeds vaker geen e-mails ontvangen, versturen of openen. Aanklagers kunnen ook niet in hun dossiers die tegenwoordig allemaal gedigitaliseerd zijn. „Op strafzittingen staan we als officieren van Justitie te improviseren omdat we tijdens de behandeling van de strafzaak vaak onze eigen stukken niet kunnen consulteren”, zegt een ervaren officier van Justitie.
De problemen komen voor het OM op een heel slecht moment. Vorige maand maakte het OM bekend strafzaken vaker zelfstandig, buiten de rechter om, af te willen wikkelen. Dat moet de verstopping van de strafrechtketen tegen gaan. Rechters zijn verontwaardigd over deze handelwijze van het OM.
Lees ook
‘Rampzalig’ ict-probleem teistert het Openbaar Ministerie: ‘Het is een veelkoppig monster’
Nooit was de ophef over de verdeling van de subsidie door het Fonds Podiumkunsten zo groot. In juli 2024 maakte het fonds bekend welke theater-, dans- en muziekgezelschappen en festivals voor een periode van vier jaar subsidie zouden krijgen. Dat veel gerenommeerde en geliefde makers de steun van het fonds verloren werd alom als onbegrijpelijk en ongelukkig ervaren. Viktorien van Hulst, directeur van het Fonds Podiumkunsten, zag het aankomen. „Vanaf half mei, toen het zich begon af te tekenen heb ik elke dag een als-dit-als-dat-scenario in mijn hoofd afgespeeld.”
Maar berekeningen van andere methodes van toekenning toepassen, leidden niet tot het inzicht dat er een minder pijnlijke uitkomst mogelijk zou zijn geweest. Het aantal aanvragers was overstelpend, het budget nu eenmaal verre van toereikend. Afgewezenen lieten het er niet bij zitten. Er kwamen 66 bezwaarprocedures. Drie met succes. Die organisaties krijgen meer geld dan het fonds ze aanvankelijk toekende. Tien tot vijftien organisaties zullen nog de stap naar de rechter zetten, verwacht Van Hulst.
40 procent van de 127 makers die in de periode 2025-2028 vierjarig subsidie krijgen, kreeg dat de afgelopen periode niet. Er was een groep van 59 instellingen die wel een positief advies kregen, maar toch geen geld, omdat ze minder punten scoorden dan andere. Ze stonden onderin de rangschikking en belandden onder de zogeheten ‘zaaglijn’: het moment dat er geen geld meer over was. Tot de afgewezenen behoorden gerenommeerde ensembles als Wunderbaum, De Warme Winkel en BOG: groepen die de afgelopen jaren bijvoorbeeld werden uitgenodigd door het Holland Festival als gelijken van makers van internationale allure.
Van Hulst: „Mijn voorganger verstuurde, mede omdat het ministerie van Cultuur bij twee rondes het budget alsnog verhoogde, 50 afwijzingen. Wij moesten er 150 sturen.”
De kritiek richtte zich onder meer op onduidelijke uitleg en criteria van het fonds. Op haar kantoor bij het fonds, gelegen in een toren op het Centraal Station in Den Haag, benadrukt Van Hulst dat de procedures correct zijn verlopen. „We zien dat we het goed gedaan hebben, want er is niets gegaan op een manier die niet klopt met de regeling die we hebben gemaakt.” Maar Van Hulst erkent ook dat „het effect is dat een grote groep organisaties, die een publiek hebben dat van ze houdt en die van belang zijn voor podia in het land, niet meer meerjarig ondersteund kunnen worden in de komende periode”.
Op basis van gesprekken met het veld maakt het fonds, voorafgaand aan de start van de procedure, een inschatting van het aantal aanvragen. Dat het er zoveel meer werden, had het niet verwacht. „Bij de afgelopen twee rondes voor meerjarige subsidie, is er telkens geld bijgekomen om degenen die onder de zaaglijn eindigden, toch te honoreren. Daardoor zijn we steeds meer instellingen gaan ondersteunen. Een groot deel van die groepen doet ook weer aan talentontwikkeling. Dus die extra ruimte zorgt uiteindelijk ook voor meer aanvragers.”
Een cruciaal twistpunt was de beslissing van het fonds om de plannen voor de toekomst en niet het getoonde werk centraal te zetten in het oordeel over kwaliteit. Volgens Van Hulst omdat op verzoek van de toenmalige staatssecretaris van Cultuur, Uslu, de afspraak is gemaakt om prestaties uit de coronatijd niet mee te wegen. Maar in de uitgangspuntenbrief van Uslu staat dat de toets van de prestaties van de afgelopen jaren „licht” moet zijn. En er staat: „De inhoudelijke beoordeling daarentegen kan nooit ‘licht’ zijn.”
Van Hulst: „We hebben naar prestaties gekeken als referentie. Om te wegen of plannen aannemelijk waren in het licht van prestaties uit het verleden.”
Hoe zwaar weegt die referentie?
„Wil je dat op een schaal van 1 tot 10? Dat kan ik je niet geven.”
Het fonds probeert elk criterium te kwantificeren. Waarom dit niet?
„Het is geen wiskunde. Het is een intersubjectief gesprek van mensen met kennis van podiumkunsten die een registratie van een voorstelling bekijken en dan beoordelen of het plan een goed beeld geeft van wat een organisatie in de toekomst voor zich ziet.”
Wunderbaum kreeg vorig de prijs voor beste voorstelling in Duitsland. Van de adviescommissie van het fonds krijgt de groep voor artistieke kwaliteit een ‘voldoende’, in de rangorde een zesje. Hoe kan dat?
„De commissie kijkt naar de artistieke kwaliteit van de plannen. Bij Wunderbaum is er waardering voor de prestaties van het gezelschap, maar vraagtekens bij de plannen voor de toekomst.”
Door de nadruk op plannen te leggen, ligt de nadruk nu eerder op de vaardigheid plannen te kunnen schrijven dan op het maken van goede voorstellingen. Is dat eerlijk?
„Met meerjarige subsidies zijn grote bedragen gemoeid. Dan verwachten we dat mensen een goed plan kunnen schrijven. Het gros van de aanvragers heeft ook echt een goed plan geschreven.”
Een van de dingen die voor de buitenstaanders moeilijk te begrijpen is, is de ‘ontschotting’ van de commissies. Kenners van dans, theater, muziek en spoken word zitten samen in een commissie, vanuit de gedachte dat er veel multidisciplinair werk wordt gemaakt en ze elkaar kunnen aanvullen. Het leidt er ook toe dat bijvoorbeeld danskenners over theater en theaterkenners over dans moeten oordelen.
Het voelt alsof de bakker de slager keurt en de slager de bakker. Het fonds vindt dat geen probleem. Waarom niet?
„Met ontschotting hebben we goede ervaringen met commissies in andere regelingen. Daar gaat het best goed met ‘de bakker en de slager’. Wij moeten ervoor zorgen dat er voldoende disciplinekennis in iedere commissie aanwezig is. Een groot aantal zaken kun je ook beoordelen als je verstand hebt van podiumkunsten in de brede zin van het woord.”
Theatermakers werden ook afgerekend op weinig informatie over het verhaal of de spanningsboog van te maken werk. Maar zij zeggen: zo voorbedacht maak je geen kunst. Dat ontstaat in het repetitieproces. Zulke makers worden benadeeld.
„Ik denk dat dat niet waar is, want we hebben heel veel makers gehonoreerd die op die manier werken. Als je weet langs welke lijnen je wilt gaan werken en vertelt hoe je dat repetitielokaal ingaat en met welke thema’s je gaat werken, dan kun je een goed plan schrijven zonder dat je precies weet hoe een voorstelling eruit gaat zien.
Nieuwe makers die nu instromen in de regeling hebben zelf berekend dat zij, met 40 procent nieuwe instroom in elke periode, er over acht jaar weer uit liggen. Is dat een duurzaam systeem?
„We hebben te veel makers die meerdere periodes achter elkaar ondersteund zouden willen worden met rijkssubsidie. Dat is de koude realiteit.”
Als zich gaat aftekenen dat zoveel relevante makers afgewezen worden, maakt u als fondsdirecteur dan nog een integrale afweging om ongelukken te voorkomen?
„Ik heb wel eens aan een collega gevraagd: hoe kan het nou dat dit of dat? Maar dan was er een goed verhaal. Ik kijk of het proces goed is verlopen. Als de directeur de macht zou hebben om hier en daar zelf nog wat te veranderen, dan heet dat willekeur. Al onze aanvragers hebben recht op dezelfde beoordeling. Anders kan ik als een verlicht despoot het geld net zo goed in mijn eentje verdelen.”
Een andere nieuwigheid was een politieke opdracht die de subsidieverdeling flink opschudde: meer regionale spreiding. Het fonds gaf punten voor een standplaats buiten de Randstad, en voor ‘evenredige spreiding’ van de optredens over het land. De precieze norm werd gebaseerd op de door de aanvrager in het plan genoemde aantal uitvoeringen in de regio, als percentage van het totaal aantal uitvoeringen. Een groep die vaker speelt in ‘de regio’ dan een andere groep, maar ook nog vaker in de eigen standplaats dan die andere groep, krijgt daardoor toch minder punten, omdat het aandeel regio kleiner is.
De norm werd dus na het indienen van de plannen bepaald. Gevolg is dat afgewezenen zeggen dat ze met twee optredens in Nijmegen meer, wél subsidie hadden gekregen. Van Hulst: „Daar is een keuze in gemaakt en iedere keuze kun je betwisten. Dat het verschil soms klein is, is pijnlijk en vervelend. Dat snap ik.”
Gaat het fonds dat een volgende keer anders doen?
„Voorheen is besloten dat we niet kijken naar aantallen optredens, op verzoek van het veld, opdat makers zich niet over de kop werken. We kijken naar hoe goed je werk in verhouding verspreid is over het land, ongeacht hoe veel voorstellingen je speelt. Het effect is dat mooie grote tournees niet méér gewaardeerd worden dan kortere tournees. Dat voelt gek. Of dat anders moet, is zeker iets waar wij over nadenken. Maar alles hangt af van wat de politiek wil.”
Zijn er meer regels waarvan je kunt concluderen dat die een volgende keer beter anders kunnen?
„Ik zou het fijn vinden als we de volgende keer op de een of andere manier ook meer, of weer, waarde kunnen toekennen aan het feit dat je een groot draagvlak hebt, aan dat je dus veel mensen bereikt. Dat is nu een gemis, en dat is andere jaren niet zo uitgepakt. Ook voor podia is die uitkomst vervelend, horen we overal.”
Met Maybach liet Mercedes 28 jaar geleden een vooroorlogs Duits elitemerk herrijzen. De twaalfcilinder Maybachs moesten de beste limousines ter wereld worden. Het was een psychologisch domme zet. Mercedes-Benz moest zelf de top zijn. Door daar iets bovenuit te laten steken wurgde het zijn eigen mythe.
Het werd ook geen succes. In 2012 was het over en uit. Mercedes gebruikt de naam Maybach sindsdien alleen voor exclusieve varianten van de eigen topmodellen. Die dragen dan het Maybach-label, zoals een budgetsupermarkt LUXE zet op een blik chic bedoelde kalfsragout. Indruk maken is er niet eenvoudiger op geworden sinds de middenklasse óók met verwarmbaar stuur en stoelmassage rondrijdt. Wilde je Versailles zijn in Emmeloord, wordt Emmeloord net zelf Versailles, hoe ironisch kan het worden. Maar Mercedes was die weg nu eenmaal ingeslagen en de meest stijlvolle uitgang voor een merk dat zich geen nederlagen kan veroorloven is de geleidelijke terugtrekking.
Zoom in voor alle details van de Mercedes-Maybach EQSKlik op de punten voor uitleg over de details.Foto Merlijn Doomernik
Ik reed de eerste elektrische Maybach, de als een Gucci-tas met logogarnituur versierde Mercedes-Maybach EQS SUV 680. Voor exhibitionistische vermogenden is hij dankzij zijn A-milieulabel de eerste foute Duitser met een schoon geweten. ‘680’ staat om en nabij voor de hoeveelheid paardenkrachten, al zijn het er 22 minder, het ‘Maybach’ voor een weelde die je drie ton armer maakt na het aanvinken van opties als het MANUFAKTUR lederpakket, tweekleurige Maybach-lak (21.175 euro) en het Night Series-pakket (halve ton). Night Series staat voor ‘sublieme sportiviteit en mysterieuze elegantie’, gecommuniceerd met ‘geselecteerde details in donker chroom en zwart, bijzondere bekledingskleuren en sierdelen, alsmede unieke contrasten en briljante velgen’. Hij moet de Prins der Duisternis voorstellen, staat er eigenlijk, want intimideren is het handelsmerk van de bestuurder. Ik, Heer der Heerscharen.
Maybach rijden doe je zo, dacht ik naïef. Strak 130 over de linkerbaan met Wagners Götterdämmerung op de fenomenale Burmester-stereo en de stoelmassage in het programma Hot Relaxing Rug. Gloeihitte van de stoelverwarming als Midalgan op je huid, denkend aan grote Duitse dingen. Mis. In de EQS van de praktijk klinkt gangstarap, en uitsluitend buiten kantooruren. Night Series is de perfecte naam voor een auto die alleen ’s nachts actief is om te moorden, te flaneren en te fuiven. Wie in een Maybach EQS rijdt regeert de onderwereld. Die had principiële bezwaren uitgesproken tegen auto’s zonder cilinders en geluid, boeven zijn petrolheads, maar niet tegen deze. De EQS is de droom van inbrekers en premiejagers. Je hoort hem niet komen, je ziet hem niet gaan.
Voor het stukje duisternis van het Night Series-programma mag je een halve ton bijbetalen.In een auto van drie ton mogen de lijnen op de middentunnel beter op elkaar aansluiten.Een lichtrand in de kleur van de sfeerverlichting rond de Burmester-speakers. Ze zitten als het traliewerk voor oude liften zelfs in de wielen.Naast je tablet heb je achterin natuurlijk ook nog de gewone schermen. Echte luxe is nooit genoeg.De printstructuren met het Maybachlogo doen aan bonbons en Gucci-tassen denken.
Foto’s Merlijn Doomernik
Moet hij zelf wel boven de wet staan. Hij moet het anderen moeilijk maken, niet zijn kopers. Doet deze wel. Een storing kan niet in een Maybach. Beeldscherm: „Momenteel geen vrij zicht van camera op de bestuurder. Betrokken functies; zie handleiding.” Je hoort in Maybachs geen slecht nieuws te krijgen. Geen zorgen mensen. Terwijl de foutmelding verschijnt wordt op de achterbank toch net een stille vennoot afgemaakt en de chauffeur kan niet lezen. De geur van het kwaad wordt verdreven met het air balance-pakket vanuit het dashboardkastje, waar een geurflaconnetje terstond begint te parfumeren als het dood en verderf ruikt, bij wijze van spreken.
Het nieuwe normaal
Meesterlijke auto. Tweehonderdveertig luchtgeveerde kilometers ongehoord ontspannen kunnen snelwegblazen en dan ruim een halve acculading over hebben is een zegen. Wereldkampioen snelladen is hij met 200 kW niet, maar een 22 kW boordlader schiet bij AC-laadpalen lekker op. Toch denk ik, kijkend naar dat scheepsdekhout met witte strepen die niet overal perfect op elkaar aansluiten, in deze Maybach vaak aan vroeger, toen exclusiviteit nog indruk maakte. Nu kopen alleen nieuwe rijken in opkomende markten nog zo’n wagen. Hier is dit gesnoef passé. Chinezen bieden EV’s met dito comfort aan voor tweeënhalve ton minder en voor 25 mille een stadsauto met gadgets waar je vroeger voor moest moorden. Zelfs Mercedes verkoopt je voor de prijs van een Night Series-pakket inmiddels een geruisloze elektro-suv met een bevredigend bereik. De logogeilheid is bedwongen. Deze Maybach is de laatste stuiptrekking van de grote statuswedstrijd, een in memoriam voor een tijdperk en een wereldbeeld, gemaakt door mensen in de ban van een verwaaide Maybach-droom. Het nieuwe normaal is koele handel, waar voor je geld. Een Chinees zegt bij de aanblik van een Maybach: zoiets bouw ik voor een ton. Dat is het drama van de nieuwe wind, want het lukt hem ook nog. Hij plakt LUXE op zijn budgetblik en kassa.