‘Flink doorspringen’ lukt recordhouder Hondema niet altijd

Pauline Hondema loopt naar de zijkant van de 200-meterbaan van Omnisports en probeert boven de oorverdovende housebeats uit te komen. Richard Coté, haar coach, zit een aantal meter hoger op de tribune van de immense sporthal in Amersfoort. Hij zwaait druk met zijn handen en probeert iets uit te leggen. Hondema spits haar oren en kijkt geconcentreerd omhoog. Al liplezend probeert ze te begrijpen wat Coté bedoelt. Dat het om haar aanloop gaat, kan alleen zij opmaken uit de gebaren.

Nadat ze eerder dit seizoen twee keer in korte tijd het 38 jaar oude Nederlandse record verspringen had verbeterd, zijn bij de NK indooratletiek afgelopen weekend alle ogen op Hondema gericht. Ze is de grote favoriet en wil haar nationale titel verdedigen. Hoe? „Even flink door springen”, is haar eenvoudige suggestie, voorafgaand aan het toernooi.

Ze weet dat ze dat kan maar, ‘flink doorspringen’ lukt tijdens haar eerste pogingen in Apeldoorn nog niet. Een paar weken geleden ging het er anders aan toe. Tijdens een indoorwedstrijd in Düsseldorf weet ze het langstaand Nederlandse indoorrecord van 6,63 meter, dat sinds 1987 op naam stond van Edine van Heezik, te verbreken. De 24-jarige atlete uit Krommenie maakte een sprong van 6,65 meter. „We zaten al een tijdje op dat record te azen,” legt coach Coté uit.

‘Aangename verrassing’

Met de afstand die ze in Düsseldorf sprong, wist Hondema zich te kwalificeren voor het indoortoernooi in Berlijn. Nog geen week later deed ze het daar nóg eens: al bij haar eerste sprong verscheen 6,70 meter op de borden. „Kwalificeren was al een doel op zich,” vertelt Coté. „Wéér een Nederlands record, dat was een zeer aangename verrassing”.

„Eindelijk” en „euforisch” zijn de woorden waarmee Hondema zelf haar nieuwe record omschrijft. De samenwerking met Coté, die drie jaar geleden tot stand kwam, werpt duidelijk zijn vruchten af. „Deze afstanden springen geeft vertrouwen en laat zien dat ik op de juiste manier aan het trainen ben, en rollen er vanzelf mooie resultaten uit”, zegt Hondema. „Uiteindelijk wil ik op de EK over twee weken goed springen en de finale halen.”

In de Omnisport-atletiekhal in Apeldoorn is niet alleen Hondema met haar wedstrijd bezig. Marijn Kieft doet een poging om al polsstokhoogspringend over een lat van 4,40 meter te komen, de scores van de kogelstoters galmen door de hal en even later klinkt het startschot voor de hordenlopers op de 60 meter.

In die kakofonie probeert Hondema zich te concentreren op haar volgende pogingen. Een goede sprong bestaat simpel gezegd uit een harde aanloop, een precieze afzet en een mooie landing, legt ze uit. „Bij mij begint het bij de stuwpassen, hierdoor bouw ik snelheid op die ik moet zien vast te houden totdat ik bij de afzetbalk kom.” Eenmaal bij de afzetbalk, komt het voor de springers aan op extreme precisie. Vóór het einde van de 20 centimeter brede balk dient de atleet te springen. Eén millimeter over de balk en de sprong wordt afgekeurd.

Te veel ‘foutsprongen’

Er is veel te doen over de zogenoemde ‘foutsprong’. Tijdens de WK in Boedapest (2024) werd een derde van alle sprongen foutief verklaard. „Dat werkt niet en is een totale verspilling van tijd,” betoogde Jon Ridgeon, directeur van de mondiale atletiekbond World Athletics, na het evenement. Feit is dat verspringen een sport is waarin sinds 1988 geen mondiale records meer zijn verbroken, althans bij de vrouwen. Zo staat het olympisch record sindsdien op naam van de Amerikaanse verspringster Jackie Joyner-Kersee met 7,40 meter, en het wereldrecord werd in datzelfde jaar gevestigd door de Russische atlete Galina Tsjistjakova met een afstand van 7,52 meter.

De wereldatletiekbond voerde in 2024 het strategische plan ‘Pioneering Change’ in, wat ertoe moet leiden dat klassieke atletiekonderdelen spannender en aantrekkelijker worden voor het publiek. Als onderdeel van dit plan werd tijdens het toernooi in Düsseldorf een nieuw idee getest: de afzetzone.

‘1 aprilgrap’

De zone is twee keer zo breed als de 20 centimeter brede afzetbalk. Elke sprong die vanuit de zone wordt gemaakt, wordt gemeten vanaf het afzetpunt van de atleet tot de landing, in tegenstelling tot de traditionele methode, waarbij sprongen altijd vanaf het einde van de balk tot aan de landing worden gemeten. Het doel van de zone is om het aantal foutsprongen drastisch terug te draaien.

In de verspringwereld is men verdeeld over het nieuwe idee. Jazmin Sawyers, Europees indoorkampioene, liet via TikTok weten dat met het invoeren van een afzetzone een „essentieel aspect van vaardigheid” uit de sport wordt geschrapt. Wereldkampioene Ivana Spanovic hekelde op X dat de wereldatletiekbond met de nieuwe afzetzone geheel op eigen houtje heeft ingevoerd „De regels van het spel zijn veranderd zonder overleg met de mensen die de sport mogelijk maken.”

Carl Lewis, meervoudig olympisch kampioen, reageerde op hetzelfde medium met de woorden: „Je moet tot 1 april wachten met dit soort grappen.”

Pauline Hondema is er ook stellig over. „De afzetbalk is het enige onderdeel dat voor iedereen gelijk is. Als dat wegvalt, is het geen verspringen meer.” Haar coach Coté: „Als je een dartbord twee keer zo groot maakt, gooit iedereen ook veel makkelijker in de roos.”

Ondertussen heeft de Atletiekbond de wedstrijden, gesprongen met zone, geanalyseerd. Op 21 februari verklaarde de bond dat de verwachte verbetering van 10 centimeter in afstanden oplevert. Daarnaast is er door middel van enquête–onderzoek naar de voorkeur van toeschouwers gevraagd. Hieruit bleek dat twee derde van de ‘casual fans’ voorstander was van de zone, maar supporters met meer kennis van de sport neigden naar de traditionele afzetbalk.

In Apeldoorn wordt op het NK gewoon nog gesprongen op traditionele wijze. Tijdens de verspringfinale rent Hondema met grote passen op het 20 centimeter brede balkje af. Enkele centimeters voor het einde van de balk plant ze haar voet, zet ze af, vliegt ze een aantal seconden door de lucht en eindigt ze in de zandbak. 6,53 meter wordt genoteerd. Het is genoeg om voor de derde keer de nationale titel op haar naam te schrijven, maar over het flinke doorspringen is ze niet tevreden. „Ik zat er gewoon niet helemaal lekker in.”

Over twee weken staat Hondema aan de start van de EK-indoor, dat ook in Apeldoorn zal plaatsvinden. Haar devies daarvoor: „Ik wil leren van vandaag: wat ging er mis en hoe kan dat over twee weken beter?”