
De motoren zijn al even verstomd als vlak achter het teamonderkomen van Mercedes in Abu Dhabi tientallen teamleden over een reling naar beneden kijken. Daaronder glinstert het water van de middenin het circuit gelegen jachthaven in het kunstlicht. Terwijl monteurs koude biertjes pakken uit grote blauwe kliko’s vol ijswater, springt iemand over de reling. Drijfnat klimt hij weer op de kant, steekt zijn gebalde vuisten omhoog. De anderen juichen. Dan wordt de volgende persoon in de haven gegooid.
Vieren de Mercedes-mensen deze zondagavond, anderhalf uur na afloop van de race, een wereldtitel of een overwinning? Nee. Ze zijn gewoon blij dat het seizoen er eindelijk op zit.
In Abu Dhabi eindigde het langste Formule 1-jaar ooit. 24 Grands Prix waren er – twee meer dan in de afgelopen drie seizoenen, die ook al van recordlengte waren. En bijna iedereen in de sport vindt dat die 24 races er minstens een paar te veel zijn.
Neem wereldkampioen Max Verstappen, die zo’n lange racekalender eerder al op termijn „niet vol te houden” noemde. In Abu Dhabi heeft hij aan het begin van het weekend niet zo’n zin opnieuw op het onderwerp in te gaan. „Ik ben blij dat het klaar is”, zegt hij alleen als NRC hem ernaar vraagt. „Het is lang genoeg geweest.”
Toen Verstappens vader Jos dertig jaar geleden in de Formule 1 debuteerde, stonden er nog zestien wedstrijden op het programma. De reden dat het er nu anderhalf keer zo veel zijn, is simpel: geld. Elke race-organisator betaalt de Formule 1, in handen van het Amerikaanse conglomeraat Liberty Media, jaarlijks tientallen miljoenen voor het recht een Grand Prix te mogen houden. Bovendien: hoe meer races, hoe meer vip-arrangementen, reclameborden en tv-uitzendingen de Formule 1 kan verkopen.
Gestaag uitgedijd
Sinds oliestaten en andere niet-traditionele autosportlanden als China en Rusland na de eeuwwisseling interesse in de Formule 1 kregen, is de kalender gestaag uitgedijd. Nu de sport de laatste jaren populairder is geworden dan ooit, is de animo nog verder toegenomen. En omdat een flink deel van de F1-inkomsten naar de tien teams gaat, wordt uiteindelijk iedereen beter als de auto’s op meer circuits te bewonderen zijn.
Maar dat is op zakelijk niveau. Op persoonlijk niveau betekent de groei dat er voor de coureurs nogal wat is veranderd. En níet doordat ze vaker in de auto zitten. Tot in de jaren zeventig was het heel gebruikelijk dat coureurs hun F1-werk combineerden met optredens in allerlei andere autosportklassen. En later, toen de sport professionaliseerde en er geen ruimte meer was voor zulke uitstapjes, mochten teams anders dan nu onbeperkt testen tussen de wedstrijden door. Wat veel teams dan ook deden.
„Het was fysiek een stuk zwaarder”, zegt Martin Brundle (65). De Britse ex-coureur, in de jaren tachtig en negentig goed voor 158 F1-races, loopt met een zonnebril door de paddock, waar hij werkt als tv-commentator. „We gingen na de races testen op circuits als Jerez en Estoril. Dan deden we zo twee race-afstanden op een dag. Maar toen waren er tien races in Europa, en zes erbuiten. Die verdeling is nu andersom. We hoefden toen ook niet tussendoor in de simulator te rijden, en we hadden veel minder mediaverplichtingen.”
De coureurs maken nu dus veel meer lange vluchten. Doen veel meer PR-optredens. En ze staan – omdat de F1 onder zijn Amerikaanse eigenaar steeds meer een entertainmentproduct wordt – veel vaker in de aandacht. Ze zijn stuk voor stuk publieke figuren geworden, die 24 keer per jaar een weekend lang door een publiciteitsmolen gaan.
In de paddock is dat voortdurend en overal zichtbaar. Elke morgen staat er bij de toegangspoortjes een haag van fotografen om de binnenkomst van elke rijder vast te leggen. Als ze dan komen aanlopen, draaft er dikwijls ook nog een teamlid met een camera mee om filmpjes voor sociale media te schieten.
Hengelmicrofoon
Haast elke stap die de coureurs zetten wordt vastgelegd. Zelfs wanneer RB-rijders Liam Lawson en Yuki Tsunoda donderdagavond, aan het einde van een dag die al helemaal in het teken van media-activiteiten stond, met hun racefietsen aan de hand hun teamverblijf uit stappen. Ze willen nog even ontspannen door een rondje te fietsen over het circuit, waar iedereen met een F1-pasje ’s avonds mag wandelen, joggen of wielrennen. Terwijl Lawson en Tsunoda nog overleggen of het circuit al toegankelijk is, hangt er alweer een hengelmicrofoon boven hun hoofd.
En toch valt het voor de coureurs uiteindelijk wel mee, zegt Ferrari-rijder Charles Leclerc als NRC hem vraagt hoe hij zich voelt na het lange seizoen. „Zelf ben ik niet zo moe. Coureurs reizen in de best mogelijke omstandigheden. We hebben begeleiders die ons helpen herstellen. De balans bewaren tussen werk en privé vind ik het lastigst. Maar aan de andere kant bevind ik me ook in de positie dat ik mijn familie naar races toe kan laten komen”, zegt de Monegask, gezeten op een kruk in de Ferrari-hospitality. „Voor de leden van het team is het veel moeilijker.”
Voor veel mensen met een gezin slaat het nergens op om 24 races te doen
Met dat laatste is Oscar Piastri het eens. „De monteurs komen al op dinsdag of woensdag aan om de auto’s op te bouwen”, zegt de Australiër die voor Mc-Laren rijdt. „Dus wij vinden het zwaar, maar we denken veel meer aan de monteurs, en aan al de tijd die zij niet bij hun familie kunnen zijn. Voor veel mensen met een gezin slaat 24 races nergens op.”
Een behoorlijk deel van de teammedewerkers – van monteurs tot communicatiemedewerkers, van engineers tot managers – gaat naar alle races. Ze arriveren als eersten op het circuit en gaan als laatsten weer weg. Sommige teams zijn begonnen hun personeel te roteren. Maar niet voor elke positie is dat een optie, zeker niet bij kleinere teams. Zelfs bij het grote Mercedes mogen de monteurs slechts twee races kiezen om over te slaan. En waar de coureurs first class of met privéjets reizen, zitten hun monteurs gewoon opgepropt in economy class.
Red Bull-technicus Calum Nicholas staat vrijdagavond een sigaret te roken achter het Red Bull-onderkomen in de paddock. „Nog even de auto terug in elkaar zetten, en dan gaan we weg.” Hij doelt op de avondklok, een maatregel die autosportbond FIA een paar jaar geleden heeft ingevoerd om de druk op het teampersoneel te verlichten. Na een bepaalde tijd mag er niet meer aan de auto’s gewerkt worden en moet iedereen het circuit verlaten.
Maar avondklok of niet, zo’n lang seizoen is „heel zwaar”, zegt Nicholas. Zelfs één extra race zou volgens hem al te veel zijn. Vooral de blokken van drie races in opeenvolgende weekenden, de zogeheten triple headers, hakken erin. Dit seizoen telde er drie. De laatste, waarvan Abu Dhabi de afsluiter vormt, was veruit de zwaarste. Twee weken geleden vloog het F1-gezelschap van de nachtrace in Las Vegas naar Qatar, dwars door elf tijdzones. Van die klap voor hun biologische klok is veel F1-personeel in Abu Dhabi nog niet hersteld.
We zijn allemaal professionals. Het is geen probleem.
Vrachtwagenlading brokstukken
Goede prestaties kunnen de slijtageslag draaglijker maken; tegenvallers zuigen nog meer energie weg. Zoals laatst bij Williams, dat voorlaatste is geworden in het constructeurskampioenschap. De donderdag na de race in São Paulo, begin november, werd er een vrachtwagenlading brokstukken bezorgd op het hoofdkwartier in het Britse Grove. Coureurs Alex Albon en Franco Colapinto waren zwaar gecrasht. Personeel dat pas net terug was uit Brazilië – waar ze al de hele nacht hadden doorgewerkt om schade van eerdere botsingen te herstellen – ging nu direct naar de fabriek om de auto’s te repareren. Na een week zwoegen lukte het om de klus op tijd te klaren voor het transport naar Las Vegas – waar Colapinto zijn auto prompt alwéér aan gruzelementen reed. In de pits staarden de monteurs glazig voor zich uit.
Zullen er in de toekomst nog meer races bijkomen? Dat valt voorlopig te betwijfelen. In het zogenoemde Concorde-akkoord, dat de commerciële afspraken vastlegt tussen alle bij de Formule 1 betrokken partijen, staat een maximum van 25 wedstrijden per seizoen. Maar Mohammed ben Sulayem, de president van autosportbond FIA, zei in oktober nog dat zijn organisatie een extra race niet aan zou kunnen. „Dan moeten we met twee [roulerende] teams gaan werken”, aldus Ben Sulayem. Ook Formule 1-directeur Stefano Domenicali heeft al eens verklaard dat de bovengrens wat hem betreft bij 24 ligt.
Volgend seizoen belooft voor de teams in ieder geval alvast minstens even zwaar te worden als dat van 2024. Er staan opnieuw 24 races gepland. Met drie triple headers, én inclusief de gehate overgang tussen Las Vegas en Qatar.
Uitgerekend de oudste coureur in de sport zit er niet zo mee. Gedoucht en in een frisse groene Aston Martin-polo meldt Fernando Alonso (43) zich bij de pers. Een uurtje eerder heeft hij zijn 21ste F1-seizoen voltooid. Natuurlijk, die laatste paar races waren „een beetje pijnlijk”, zegt hij met een glimlach tegen NRC. „Maar we zijn allemaal professionals. Het is geen probleem.”
