Lionel Messi loopt in de nacht van 10 november teleurgesteld van het veld van het Chase Stadium in Fort Lauderdale, Florida. De 37-jarige Argentijnse superster wordt die avond met Inter Miami uitgeschakeld in de play-offs om het kampioenschap van de Verenigde Staten. Het lager ingeschatte Atlanta United blijkt over drie wedstrijden nipt te sterk. De ruim 20.000 fans die vooral voor hem zijn gekomen, druipen af. Messi stapt de volgende dag met zijn gezin op het vliegtuig naar Argentinië.
Met de aftocht van Messi wenden ook de meeste ogen zich wereldwijd af van de Amerikaanse voetbalcompetitie. Dat New York Red Bulls en LA Galaxy deze zaterdag in de finale om de landstitel tegenover elkaar staan in Californië, zal het grootste deel van het internationale voetbalpubliek ontgaan. Maar in de schaduw van Messi ontwikkelt de Major League Soccer zich tot een competitie die onder meer de Nederlandse Eredvisie structureel voorbij wil gaan.
Het heeft lang geduurd voordat voetbal voet aan de grond kreeg in de VS. Na mislukte pogingen in de jaren zestig, zeventig en tachtig, werd in 1993 de huidige Major League Soccer (MLS) opgericht. De opzet is anders dan die van Europese voetbalcompetities zoals de Eredivisie. In de MLS zijn alle clubs eigendom van de competitie. Rijke investeerders kunnen zich inkopen in de competitie en de leiding krijgen over een club als franchise. Er wordt in een gesloten competitie gespeeld, zonder promotie of degradatie, om de investeringen te beschermen. Een potentiële degradatie vermindert namelijk de waarde van een club en dat willen de miljardairs die een clubfranchise kopen niet hebben.
Daarnaast is er een salary cap voor spelers ingevoerd om de clubs zo gelijkwaardig mogelijk te maken. Om ondanks dit salarisplafond ook grote, voornamelijk buitenlandse sterren te kunnen aantrekken, voerde de MLS in 2007 een speciale regel in. David Beckham werd dat jaar door LA Galaxy van Real Madrid overgenomen. De MLS voerde de zogenaamde designated player rule in zodat LA Galaxy de Britse superster kon betalen.
Clubs mochten vanaf dat moment een speler onder contract hebben staan die buiten het salarisplafond viel. De meestal steenrijke investeerder van een club mag die speler zoveel betalen als zij of hij wil. Later werd die regel uitgebreid. Op dit moment mag elke MLS-club drie designated players onder contract hebben. Via deze regel trokken MLS-clubs de afgelopen decennia sterren aan als Thierry Henry, Zlatan Ibrahimovic en Messi.
Meer toeschouwers
In de eerste jaren van de MLS werden er miljoenenverliezen geleden en hielden meerdere clubs ermee op. Maar het afgelopen decennium heeft voetbal stukje bij beetje aan populariteit gewonnen in de VS. Aanvankelijk speelden veel MLS-clubs nog in American Football- of honkbalstadions, wat de beleving niet ten goede kwam.
Zo speelt New York City FC vandaag de dag bijvoorbeeld nog steeds in het honkbalstadion van de New York Yankees. Zo’n stadion heeft een heel andere vorm dan een voetbalstadion, waardoor een deel van het publiek ver van het veld zit. Maar de afgelopen jaren bouwden steeds meer clubs een voetbalstadion en stijgen de toeschouwersaantallen.
Dat laatste komt ook doordat de MLS-clubs hun marketing meer zijn gaan richten op het Latijns-Amerikaanse deel van de Amerikaanse bevolking. Voorheen werd voetbal in de VS gezien als een elitaire witte sport. Met name nieuwe clubs als Los Angeles FC richten zich nu juist op de latino’s. In 2011 bezochten 5,5 miljoen mensen een MLS-wedstrijd, in 2023 waren dat er bijna twee keer zoveel met 10,9 miljoen. Dat deze groei niet alleen afhankelijk is van sterren als Messi, blijkt uit de populariteit van clubs als Charlotte FC en Atlanta United, die afgelopen seizoen niet zo’n grootheid onder contract hadden. Toch waren zij het populairst in de VS met gemiddeld respectievelijk 35.544 en 47.526 bezoekers, hogere gemiddelden dan bijvoorbeeld PSV (34.217) afgelopen seizoen.
De MLS verkoopt steeds meer licenties voor clubs aan nieuwe investeerders. Het aantal clubs in de competitie is sinds 2014 gestegen van 20 naar 29. Volgend jaar komt daar met San Diego FC de dertigste bij, PSV’er Hirving Lozano heeft bij deze club getekend.
De groeiende populariteit van voetbal in de VS leidt ertoe dat de waardebepaling van MLS-clubs flink stijgt. Volgens Sportico, een nieuwssite gericht op de zakelijke kant van de sportwereld, zijn 20 van de 50 meest waardevolle voetbalclubs ter wereld inmiddels MLS-clubs. Los Angeles FC wordt van de MLS-clubs het hoogst ingeschat met omgerekend ruim een miljard euro.
Een groot deel van de inkomsten (gemiddeld ruim 66 miljoen per club) komt uit een nieuwe mediadeal. In 2022 tekende de MLS een tienjarig contract met Apple TV ter waarde van 2,3 miljard euro, waarmee de competitie gegarandeerd een bedrag van 230 miljoen euro per jaar ontvangt.
Talent opleiden
Om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse sterren, is de MLS zich afgelopen jaren gaan richten op het opleiden en doorverkopen van jonge spelers. Een voorbeeld is FC Dallas, een Texaanse club die zich concentreert op de ontwikkeling van eigen jeugd. Spits Ricardo Pepi van PSV komt uit de jeugdopleiding van deze club.
FC Dallas verkocht hem in 2022 voor ruim 16 miljoen euro aan FC Augsburg in de Bundesliga, waarna hij via een verhuur aan FC Groningen terechtkwam bij PSV. Amerikaanse internationals als Tanner Tessmann (Olympique Lyon) en Weston McKennie (Juventus) komen uit dezelfde opleiding als Pepi. Andere sterspelers uit het nationale elftal van de VS, zoals Christian Pulisic (AC Milan), vertrokken ook op jonge leeftijd naar Europa.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data124972798-0080e2.jpg|https://images.nrc.nl/sYJ6z5uSnrVbZlRSl5E3O5D9emc=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data124972798-0080e2.jpg|https://images.nrc.nl/st5FfCbbI3LQCYx47a8kj806TRs=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data124972798-0080e2.jpg)
Naast het opleiden van Amerikaanse spelers zet de MLS tegenwoordig in op het aantrekken en doorverkopen van met name Zuid-Amerikaanse talenten. De competitie heeft in 2021 een regel ingevoerd waardoor clubs meer geld uit kunnen geven aan spelers onder de 23 jaar. Zo werden de afgelopen jaren talenten als Brenner (Brazilië), Esequiel Barco (Argentinië) en Thiago Almada (Argentinë) voor transfersommen van boven de tien miljoen gekocht door MLS-clubs.
„Steeds meer jonge spelers komen hier voordat ze naar een grotere competitie in Europa gaan”, vertelt Thomas Schaling-De Herder. Hij werkte voorheen als scout voor AZ en PSV. Sinds 2020 is hij directeur van de scouting van Charlotte FC (woensdag werd bekend dat hij terugkeert bij PSV). „Dit is een onwijs interessante competitie voor talenten uit Zuid-Amerika om zich door te ontwikkelen. Het is een goede plek om Engels te leren en qua niveau is het beter dan de meeste competities in Zuid-Amerika.”
Clubs uit de VS pikken steeds vaker smaakmakers weg uit Europa. Zo was de club van Schaling afgelopen zomer dicht bij het aantrekken van Feyenoorder Calvin Stengs, een van de betere spelers uit de Eredivisie. Door twijfel over de knie van Stengs, ging de transfer van de 25-jarige aanvaller op het laatste moment niet door. MLS-club FC Cincinnati zorgde onlangs voor verbazing door aanvaller Kévin Denkey (23), gezien als een toptalent, voor ruim 15 miljoen euro te kopen van Cercle Brugge. Nooit eerder gaf een Amerikaanse voetbalclub zo’n hoge transfersom uit aan een speler.
Door de toenemende financiële mogelijkheden kunnen Amerikaanse clubs spelers steeds beter betalen. Toch denkt Schaling dat het niveau op dit moment niet hoger is dan de Eredivisie. De manier van spelen is er ook anders dan in Nederland. „In MLS wordt er veel fysieker en vanuit de transitie gespeeld, terwijl de gemiddelde ploeg in de Eredivisie zich meer richt op het spel in balbezit.”
Zo wordt de Amerikaanse voetbalcompetitie langzaam volwassen. Qua niveau en financiële slagkracht, hoopt de MLS binnen vijf jaar net onder de topvijf van Europa te zitten. Schaling: „Ik denk dat het wat langer zal duren, maar ik zou niet weten waarom het uiteindelijk niet kan.”
