‘Zoals je als baby melk krijgt, dronk ik als tiener bier’

Luc Schlooz (67) uit Venlo stopte met drinken op 15 oktober 2022, hij weet het nog goed. Het was uit de hand gelopen: elke dag dronk hij drie bierflesjes leeg nog voor zes uur, het smaakte gewoon zo lekker tijdens het koken. Na het eten en de thee pakte hij de fles wijn erbij. Nog één of twee glazen. Wit, rosé of rood, dat was hem om het even.

Hans van Sloten (68) uit Amersfoort hield het bij rood. Merlot, heerlijk. Alleen in het weekend. Al moet gezegd: de donderdagavond telde hij mee. Hij had er recht op aan het eind van de week, vond hij. Was het glas leeg dan vulde hij het bij en als hij goesting had nog eens en aan het eind van het weekend stond de teller op acht tot twaalf glazen.

Drinkt u dagelijks? Dat vraagt alcohol-onderzoeker Rob Bovens van Tilburg University al jaren aan deelnemers aan ‘challenges’ van de IkPas-campagne, zoals Dry January en Fris de lente in. Wat blijkt: de 65-plussers steken telkens met kop en schouder boven de jongere deelnemers uit. „Zes op de tien drinkt elke dag.” De landelijke Gezondheidsenquête uit 2023 van het CBS wijst ook in die richting. Van alle 65- tot 74-jarigen drinkt 8,4 procent „overmatig”: mannen meer dan 21 glazen per week, vrouwen minstens 14. Onder vijftigers, veertigers, dertigers en zelfs onder 25- tot en met 29-jarigen ligt dat percentage aanzienlijk lager.

Het zijn de babyboomers, zegt Rob Bovens. De zeventigers van nu. En de 65-plussers, de oudste garde van generatie X, geboren vanaf midden jaren vijftig. Wat deze ouderen bindt: ze werden groot in de tijd dat alcohol ingeburgerd raakte.

Seven-up met bier

Luc Schlooz, geboren in 1957, kreeg zijn eerste alcohol niet thuis. Hij zag zijn vader zelden drinken. Zijn moeder dronk hoogstens wat jonge jenever. Zijn eerste drank kreeg hij in de voetbalkantine. Hij was twaalf, het was 1969. „Dan mocht je sneeuwwitje drinken. Seven-up met een klein beetje bier erin.” Vanaf zijn zestiende werd het gewoon bier en in militaire dienst, eind jaren zeventig, schakelde hij over op bacardi-cola, „drie keer in de week drie à vier baco’s met m’n maten”, want de drank was belastingvrij en spotgoedkoop.

Hans van Sloten, ook uit 1957, geboren in Brunssum, begon met drinken rond zijn „veertiende, vijftiende”. „Het ging vanzelf. Zoals je als baby melk krijgt, dronk je vanaf die leeftijd bier. Thuis ja. Maar ook bij vrienden.” Hij bleef gestaag drinken als dertiger en veertiger, alleen in de weekends. Rond zijn vijftigste ging hij over op wijn. Gezond is het niet, waarom drink ik eigenlijk, zei hij als zestiger steeds vaker tegen zichzelf.

Afgelopen oktober deed Van Sloten mee aan een challenge van IkPas om een maand lang niet te drinken. Sindsdien heeft hij de merlot laten staan. Behalve een glaasje met Oud en Nieuw en onlangs op zijn verjaardag. Dan staat hij zichzelf één glas toe. „Die smaakt dan extra lekker.”

Wijn bij de lunch

„Tot in de vroege jaren zestig werd in Nederland niet zo gek veel gedronken”, zegt onderzoeker Bovens. „Af en toe een borreltje, met name in het weekend. Per hoofd van de bevolking dronk men een half glas per week.” In de jaren zestig steeg de welvaart, mensen kregen meer vrije tijd en vierden hun zomervakanties steeds vaker ver buiten de landsgrenzen, in Zuid-Europa. „Daar zagen ze de Fransen en Italianen wijn nuttigen tijdens lunch en avondeten”, zegt Bovens.

Een gewoonte die navolging vond in de polder. Waarna de bier-industrie ook wakker werd want waarom dronk iedereen alleen maar wijn? Bierreclame werd alomtegenwoordig, tot op de voetbalvelden, de reclameborden ter aanprijzing van pils zouden nooit meer uit de stadions verdwijnen. Het kopen van alcohol werd bovendien vergemakkelijkt door de komst van de supermarkt. „Eén en ander leidde ertoe”, schreef Bovens enkele jaren geleden in het rapport Ouderen en verslaving, „dat sinds 1960 het alcoholgebruik in Nederland steeg van 2,6 liter per hoofd van de bevolking op jaarbasis naar ruim 8 liter in de jaren tachtig”. Inmiddels is dat iets gedaald, naar 7,1 liter per hoofd van de bevolking in 2023.

Hans van Sloten en Luc Schlooz

Foto’s: John van Hamond

De zeventigers en 65-plussers van nu zijn niet alleen de eerste gepensioneerden die zijn opgegroeid met die maatschappelijke alcoholisering, ze zijn ook met velen. „We zien in de afgelopen twintig jaar een explosieve toename van het aantal ouderen”, zegt Astrid Aansorgh, verslavingsarts bij IrisZorg, waarbij ze opmerkt dat ouderen in de verslavingszorg steevast worden aangeduid onder de brede noemer ‘55-plus’. Want, zegt ze, „als je gifstoffen in je lichaam stopt word je eerder oud, dus bij ons geldt 55-plus als oud”.

Rond 2004 bleek het aantal 55-plussers met alcoholproblematiek in tien jaar tijd te zijn verdubbeld. Een veelzeggende timing want in die tien jaar deden de eerste babyboomers hun intrede in het cohort van 55-plus. In 2006 vormden ze 20 procent van de alcoholisten in de verslavingszorg, sinds 2018 ligt dat percentage steevast op 30 of, in absolute aantallen, een kleine negenduizend mensen.

De vergrijzing verklaart de stijging slechts ten dele, vertelt Aansorgh: „De verslavingsproblemen van de huidige 55-plussers zijn gemiddeld veel ernstiger dan die van 55-plussers in 2001.” Logisch, zegt ze, want dit zijn mensen die door de decennia heen uit gewoonte zijn blijven drinken, al noopte het stramien van werk en kinderen vaak tot matiging.

Mentale ontspanning

Luc Schlooz ging na een baan bij de PTT aan de slag als vrachtwagenchauffeur voor Multivlaai, twaalf jaar lang bezorgde hij Limburgse vlaaien bij de rest van Nederland, vier nachten per week. „Ik dronk toen veel minder want ik was brak van het nachtwerk.” In 2012 scheidde hij van zijn vrouw en op zijn 58ste, in 2015, bleek het netvlies van z’n ogen los te raken, links en rechts. Schlooz werd afgekeurd en kwam thuis te zitten. „En weet je wat je dan denkt? Dan denk je: een pilsje is lekker”, zegt hij. „En nog een pilsje. En nóg een. Je weet dat het niet goed is maar ja: je denkt dat je het nodig hebt. Mentale ontspanning, tussen aanhalingstekens.”

Meer drinken na het werkende leven: het is een patroon, zegt verslavingsarts Ansorgh. „Ineens heb je de tijd. En ouderdom gaat gepaard met verlieservaringen. Verlies van je baan, je partner misschien wel. En je kinderen zijn ook al uitgevlogen. Als drinken al een gewoonte was, dan wil men de fles nog weleens als oplossing zien.”

Ter nuancering, zegt ze: een heleboel zestigers en zeventigers letten juist wél op hun gezondheid. „Die worden gezonder oud dan ooit.” Ze eten verantwoord, ze sporten, ze drinken weinig. Bovendien zwoeren veel senioren het roken al decennia geleden af: anders dan bij drank bevinden zich onder de 65- tot 74-jarigen relatief weinig rokers ten opzichte van jongere generaties.

Zowel Schlooz als Van Sloten begon met roken rond de tijd van hun eerste biertje maar met roken stopten ze veel eerder, beiden als twintiger al. „Ik kreeg er last van”, zegt Van Sloten. „Ik hoestte veel, m’n kleren stonken en ik kocht alleen overhemden met een borstzakje. Daar paste het pakje shag in.” Schlooz’ vader had een sigarettenzaak, Luc rookte als tiener alles wat los en vast zat. Zonder filter, met filter, sigaren. „Je longen piepen”, zei de dokter toen hij begin twintig was. Hij schrok en stopte.

Meer drinken na het werkende leven: het is een patroon – ineens heb je de tijd

Van alcohol piepen je longen niet. Je gaat niet hoesten en ook niet stinken, tenzij je het bont maakt. Je proost gewoon. Op je gezondheid. Want let wel, zegt Rob Bovens: de ouderen van nu zijn gewend aan de ruimhartige drinkrichtlijnen van vroeger. „Drie glazen per dag voor een man en twee voor een vrouw, nog in de jaren negentig gold dat als tamelijk veilig.” Inmiddels is zelfs de mythe doorgeprikt dat één glas per dag goed is voor de gezondheid, zegt hij. Pas op, roepen wetenschappers, medici en kankerbestrijders nu in koor: alcohol is de veroorzaker van zeven soorten kanker. De lobby voor afschrikwekkende waarschuwingen op de etiketten van flessen, net als bij sigarettenpakjes, wint aan momentum.

Terecht, zegt Astrid Aansorgh, want alcohol en ouder worden gaan slecht samen. Zo vanaf je zestigste gaat je lichaam steeds minder water bevatten, vertelt ze. „Was je lichaam eerst een groot, vol ligbad, het verandert in een klein, halfvol zitbad. Want je krimpt ook nog eens . Gevolg: bij drinkende ouderen schiet de concentratie alcohol omhoog.” Bovendien verliezen de spieren aan kracht, daalt het uithoudingsvermogen en wordt het lichaam stram. De kans op een val stijgt.

Tussen 2013 en 2022 was er in alle leeftijdsgroepen een opvallende toename van het aantal bezoeken aan de spoedeisende hulp wegens ernstig letsel na een ongeluk waarbij alcohol in het spel was. Denk aan een val van een trap, of van de fiets. Maar de categorie senioren (van 55 jaar tot hoogbejaard) spande de kroon: een stijging met 100 procent. De vergrijzing verklaart het niet, zegt onderzoeker bij VeiligheidNL Susanne Nijman: „Er is gecorrigeerd voor veranderingen in de bevolkingsopbouw.”

Maar neem ouderen hun biertje of wijntje maar eens af. Of hun advocaatje. Een welzijnsorganisatie uit Maassluis en omstreken verbood vanaf december de verkoop en nuttiging van sterke drank in de ontmoetingsruimte die ze beheert bij een wooncomplex voor ouderen. Seniorenwelzijn, zo heet de organisatie, kon het niet langer goedpraten: hoe konden ze valpreventietrainingen geven en tegelijk de verkoop van alcohol toestaan? Waarom zouden ze praten over ‘vitaal oud worden’ en intussen bijdragen aan meer kans op kanker? Ze hebben het geweten. Vrijwilligers spraken van ‘betutteling’, bewoners hingen spandoeken over hun balkons, dat ze ‘baas’ waren in ‘eigen glas’. Seniorenwelzijn werd de kop van jut en hun bestuurder, zo sprak Johan Derksen (76, babyboomer) live op televisie, was een klootzak.

Nadat ze stopten vielen de mannen af, slapen ze beter en worden ze frisser wakker

Ouderen in woonzorgcomplexen à la Maassluis vormen niet eens het échte probleem: zij behoren vaak tot de oudere ouderen, velen hebben zorg nodig. Voor verpleeghuisbewoners geldt dat al helemaal. De meesten drinken niet veel. Hun gezondheid belet het. En al zouden bewoners wél verlangen naar meer drank, zegt Lisette de Graaf, die in Tilburg promoveert op onderzoek naar drinken en roken in verpleeghuizen, ze zijn vaak afhankelijk van beleid en opvattingen van de staf. „Bewoners kunnen hun gewoontes meestal niet zomaar voortzetten.” Het percentage overmatige drinkers onder 75-plussers daalt sowieso enorm ten opzichte van het aandeel onder jongere ouderen: van 8,4 procent naar 4 procent. Het aantal alcoholische tachtigplussers in de verslavingszorg? Verwaarloosbaar.

„Maar de babyboomers komen eraan”, zegt De Graaf over de verpleeghuispopulatie van de nabije toekomst. „Super-interessant natuurlijk: hoe gaan die reageren op strikter drankbeleid?”

Luc Schlooz en Hans van Sloten begrenzen zichzelf. Het bevalt beide mannen goed. Ze vielen af, hun cholesterol ging omlaag, ze slapen beter en worden frisser wakker. Van Sloten voelt zich fitter op zijn e-bike, Schlooz – die ondanks zijn oogproblemen 100 procent zicht heeft gehouden – zegt dat zijn gezicht gezonder kleurt. Nee, ze missen de drank niet, zeggen ze. Nee echt niet. Van Sloten is vooral jaloers op zijn oudste zoon van 41, zegt hij. Die drinkt alleen een dagelijks biertje of twee tijdens vakanties. „Zo bewust was ik op zijn leeftijd niet. Als ik toen wist over drank wat ik nu weet, had ik het heel anders aangepakt.”