
Waar het geld vandaan moet komen voor het fonds voor uitgeweken wetenschappers dat minister Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, NSC) donderdag aankondigde, is nog onduidelijk, maar het komt in elk geval niet van de universiteiten.
Dat laat de koepelorganisatie van Nederlandse universiteiten UNL weten in reactie op het plan voor dat fonds, waar door de instellingen bij het ministerie op is aangedrongen. De organisatie kaartte de mogelijkheid om iets te doen voor Amerikaanse wetenschappers aan bij de minister, maar maakte meteen duidelijk dat financiering elders moet worden gezocht, nu zij kampen met zware bezuinigingen die het kabinet-Schoof hen heeft opgelegd.
De alarmerende berichten uit de VS over financiële sancties tegen universiteiten en aantasting van academische vrijheid leidden bij verschillende partijen tot de behoefte om in actie te komen. De eerste gedachten over een fonds werden enkele weken geleden besproken, laat een woordvoerder van het ministerie weten.
Braindrain
De Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO), die veel onderzoek financiert, klopte rond die tijd aan bij het ministerie „of er niet iets moest gebeuren”, aldus NWO-voorzitter Marcel Levi. Met een tweeledig doel: Amerikaanse wetenschappers die zich beknot voelen soelaas bieden én inspringen op de kans om toptalent aan te trekken.
In enkele internationale organisaties waar hij lid van is, zoals de Global Research Council, had Levi al gehoord dat andere landen fondsen wilden opzetten om topwetenschappers uit onder meer de VS binnen te halen. „Ik kreeg ook persoonlijk vragen binnen van wetenschappers of ze naar Nederland konden komen.”
Ook de universiteiten drongen aan. UNL-voorzitter Caspar van den Berg waarschuwde dinsdag bij BNR dat Nederland kansen laat lopen nu uit de VS een braindrain op gang komt. Het gaat daarbij om bescherming van de vrije wetenschap, aldus de UNL-voorzitter, maar ook om „welbegrepen eigenbelang”, zoals innovatie in het bedrijfsleven.
In de gevoelige internationaal-politieke context rond de VS en president Trump wilde het kabinet-Schoof uitdrukkelijk geen fonds dat alleen zou mikken op Amerikaanse wetenschappers. Minister Bruins vroeg NWO een breder fonds op te zetten, los van nationaliteit.
Restgeld
En het geld? „We kijken nu hoe we het kunnen financieren”, zegt NWO-voorzitter Levi. „We doen daarvoor een beroep op het ministerie. Maar we kijken ook of we derde partijen zoals bedrijven kunnen interesseren. En we zoeken in onze eigen begroting naar restgeld. We gaan in elk geval niet kannibaliseren op andere fondsen.” Ook de UNL denkt, behalve aan een rijksbijdrage, aan financiering door private fondsen en ondernemingen die op zoek zijn naar wetenschappelijke expertise.
De omvang van het fonds, dat volgens het ministerie enkele tientallen wetenschappers naar Nederland moet halen, valt alleen nog te schatten. Levi zegt: „Een hoogleraar, die eventueel eigen mensen wil meenemen, kost al gauw een half tot één miljoen euro per jaar. Wil je vijftien mensen hierheen halen, dan heb je het over 7,5 tot 15 miljoen.”
Hoogleraar Herman Russchenberg van de TU Delft, die zich bij NWO sterk maakte voor het fonds, hoopt dat er extra geld voor komt en dat het niet gaat om het „omleiden” van bestaand onderzoeksgeld. „Want dat geeft binnen de academie nog meer scheve ogen.” Het fonds zou zich moeten richten op het „vergroten van de nationale weerbaarheid”, met aandacht voor klimaat, defensie en de energietransitie. Door dat belang te onderstrepen hoopt hij dat gemakkelijker extra geld vrij komt.
Pril
De aankondiging van het fonds leidt ook tot verbazing en kritiek. Sommige wetenschappers wijzen op de loodzware bezuinigingen die het kabinet het hoger onderwijs heeft opgelegd en op de uitgesproken wens van NSC, de partij van minister Bruins, om de internationalisering van de universiteiten en het gebruik van Engels terug te dringen.
Andere Europese initiatieven zijn nog pril. De universiteit van Aix-Marseille deed een oproep aan Amerikaanse academici en ontving naar eigen zeggen reacties van zo’n veertig wetenschappers van onder meer Yale en Stanford. Met name onderzoekers in de biomedische wetenschappen en technologie hebben belangstelling van Europese instellingen.
