Het aantal asielzoekers dat in Nederland wordt toegelaten, is sinds de zomer van vorig jaar hard gedaald. Waar voorheen meer dan 80 procent van de eerste asielaanvragen werd ingewilligd, krijgt sinds halverwege vorig jaar 65 procent een verblijfsvergunning.
Immigratiedienst IND schrijft de plotselinge daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen toe aan verschillende oorzaken. Een is een nieuwe werkwijze, waardoor de IND aanvragen strenger toetst. Vluchtelingen moeten meer moeite doen om hun asielverhaal te onderbouwen en moeten vaker aantonen dat zij persoonlijk gevaar lopen in hun herkomstland. „We denken dat deze nieuwe werkwijze van invloed kan zijn geweest op het inwilligingspercentage, maar we hebben er geen onderzoek naar gedaan”, zegt een IND-woordvoerder.
Een andere oorzaak is volgens de dienst een aanpassing van het landenbeleid. Irak en Jemen werden vorig jaar voor bepaalde groepen veiliger verklaard, waardoor mensen uit die landen minder gemakkelijk asiel krijgen verleend.
De IND voerde in de zomer van 2024 een nieuwe werkwijze door. Dat werd gedaan door demissionair staatssecretaris Eric van der Burg (VVD), vlak voordat het kabinet-Schoof aantrad. Aanleiding vormde politieke druk. De Tweede Kamer vond het Nederlandse inwilligingspercentage te hoog. Die lag eerder op 85 procent, terwijl in Europa gemiddeld de helft van de eerste asielaanvragen wordt ingewilligd. In een motie eiste de Kamer in 2023 nieuw toelatingsbeleid, waarin „de bewijslast zoveel mogelijk bij de asielzoeker” zou liggen.
Risicogroepen
In de nieuwe methode moeten asielzoekers meer doen om geloofd te worden door de IND. Als ze bijvoorbeeld geen identiteitsdocumenten bij zich hebben, moeten ze daar een goede reden voor aandragen. Anders kan hun aanvraag worden afgewezen.
Daarnaast is het beleid voor ‘risicogroepen’ aangescherpt. Zo kreeg bijvoorbeeld een journalist uit Rusland gemakkelijker een verblijfsvergunning, omdat werd aangenomen dat diens hele groep gevaar loopt. In het nieuwe beleid zou een journalist uit Rusland dat alsnog individueel moeten aantonen.
De nieuwe werkwijze leidt volgens de IND tot betere beslissingen. „Waar onze besluiten eerder een opsomming waren van diverse argumenten, wordt nu duidelijker gezegd: dít is waarom wij afwijzen”, aldus een woordvoerder.
Als je geen voorrang meer geeft aan een groep die je voorheen grotendeels inwilligde, gaat dat percentage naar beneden
Er is ook kritiek. Vluchtelingenwerk volgt de uitwerking van het nieuwe beleid via haar netwerk van asieladvocaten. Volgens de ngo is door de werkwijze sprake een „veel strengere toets”, waar echte vluchtelingen het slachtoffer van worden. „Soms wordt een aanvraag op basis van een ontbrekend document niet verder behandeld”, zegt Myrthe Wijnkoop van Vluchtelingenwerk. „Terwijl dat niets hoeft te zeggen over de geloofwaardigheid van de vluchteling.”
Als voorbeeld noemt Wijnkoop de afwijzing van een alleenstaande moeder uit Jemen met vijf jonge kinderen. De vrouw vreesde voor eerwraak en wilde haar kinderen beschermen tegen besnijdenis – in het gebied waar haar ex-man vandaan komt, is vrouwenbesnijdenis aan de orde van de dag. Terwijl de IND haar verhaal in grote lijnen gelooft, werd de aanvraag afgewezen om procedurele redenen. Onterecht, oordeelde de rechter onlangs: de IND had tal van relevante omstandigheden niet meegewogen.
Landenbeleid
Een andere reden voor het dalende inwilligingspercentage is het aangepaste landenbeleid. Tot halverwege vorig jaar kregen bijvoorbeeld christenen en jezidi’s uit Irak makkelijker asiel verleend. Omdat ze niet langer gelden als ‘kwetsbare minderheidsgroepen’, is dat lastiger geworden. Ook voor Jemen is het beleid aangepast. Hoewel de situatie daar nog altijd onstabiel is, neemt de IND niet langer aan dat alle Jemenieten gevaar lopen.
De IND wijst nog op een andere factor die het inwilligingspercentage zou drukken. Eerder gaf de dienst voorrang aan aanvragen van Syriërs, die vrijwel standaard werden ingewilligd. Rond de zomer van vorig jaar stopte de IND daarmee. „Als je geen voorrang meer geeft aan een groep die je grotendeels inwilligt, dan gaat je inwilligingspercentage naar beneden”, zegt de IND-woordvoerder.
Sinds de val van het Assad-regime neemt de IND helemaal geen beslissingen meer over asielaanvragen van Syriërs.
Lees ook
Door nieuwe wetten van minister Faber zal het alleen nog maar drukker worden bij de vreemdelingenrechtbank
Een dag nadat Haagse politici besloten om consumentenvuurwerk te gaan verbieden, begon in Maastricht het jaarlijkse congres van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG). Daar loopt ook de grootste voorvechter voor dat verbod rond, glunderend. NRC zocht hem op.
Kinderoogarts Tjeerd de Faber (69) is op zegetocht. Uitgerekend in Zuid-Limburg, de streek waar hij opgroeide, en waar ze de Nederlandse liefde voor vuurwerk maar slecht begrepen. „Wij zagen misschien een of twee pijlen in de hele straat. Je gaat daar – paf, weg – toch niet al je geld aan uitgeven? Hier spaarden mensen voor carnaval, dat was hét feest. En van het geld voor een paar pijltjes kon je ook twee biertjes kopen.”
De vrouw bij de balie van het congrescentrum zei dat ze „een groot zwak” voor u en uw campagne heeft. U wordt gevierd.
„Ja, ja. Laat ik het zo zeggen: veel mensen feliciteren me. Het is eindelijk gelukt, zeggen ze dan. Dit is de kroon op mijn carrière. Als ik zie hoe lang we hiervoor hebben moeten strijden…”
De Faber opereerde in de jaren negentig op 2 of 3 januari zoveel jonge vuurwerkslachtoffers in het Rotterdamse Oogziekenhuis dat hij wel eens wilde kijken hoe het er tijdens de jaarwisseling aan toeging. „Ground zero”, noemt hij dat. Helaas is 31 december óók de trouwdag van De Faber en zijn vrouw. „Ik heb in mijn leven één hele goede beslissing gemaakt, en dat was om met mijn vrouw te trouwen. Maar dat deed ik wel op de verkeerde datum. Ik heb sinds 2000 geen trouwdag helemaal met mijn vrouw kunnen vieren, behalve toen we 25 jaar getrouwd waren.”
U begon vuurwerkslachtoffers te turven, eerst alleen in Rotterdam en toen u voorzitter van het NOG werd pakten jullie het landelijk op. Was een vuurwerkverbod toen al een thema binnen uw beroepsgroep?
„Twintig jaar geleden was ik een roepende in de woestijn, een ouwe zeiksnor. Dan was het 1 januari en schreef de pers: het was weer een rustige jaarwisseling. En dan dacht ik: goddomme, moeten jullie eens hier komen kijken. Het ene jaar had je een ramp in Utrecht, dan in Nijmegen, dan weer in Den Haag. Al die kindertjes… en dan hun ouders erbij.”
Waarom grijpt hun leed u zo aan?
„Ik heb met mijn eigen kinderen het nodige meegemaakt. Mijn oudste zoon werd geboren met een ernstige handicap aan zijn handen. Zijn klasgenootjes vroegen of dat door vuurwerk kwam. En mijn dochter is na vijf maanden overleden aan wiegendood. Dan krijg je toch antennes voor het verdriet van andere ouders. Die machteloosheid, die is zo herkenbaar. Een kind verliezen is het ergste wat een ouder kan overkomen.”
Het ging van kinderlijk onschuldig naar een jaarlijks terugkerende horrornacht
Hoe zag u de vuurwerktraditie de afgelopen twintig jaar veranderen?
„Dat ging van kinderlijk onschuldig naar een jaarlijks terugkerende horrornacht. In mijn jeugd zei men: tel je vingers na. Je vingers, dat was het eigenlijk, want er was vooral knalvuurwerk. Het zit in ons menselijk wezen om onszelf ieder jaar te willen overtreffen, denk ik. Het moet altijd harder. Op een gegeven moment is die vuurwerktraditie helemaal uit de hand gelopen, het werd een vrijbrief voor anarchie.”
Wanneer merkte u dat de publieke opinie begon te kantelen?
„Samen met collega’s heb ik in 2014 op advies van Ahmed Aboutaleb een website opgericht met een vuurwerkmanifest dat mensen konden ondertekenen. Het eerste jaar hadden we zo’n tienduizend handtekeningen. Dat waren vijfduizend échte mensen en vijfduizend namen van huisdieren. In 2020 kregen we er na die ramp in Arnhem, waar een vader en zijn zoontje om het leven kwamen door vuurwerk, in één klap vierhonderdduizend handtekeningen bij. De sneeuwbal werd steeds groter.”
Had u dat verwacht, dat ‘uw’ vuurwerkverbod er zou komen tijdens het meest rechtse kabinet ooit?
„Toen deze regering afgelopen zomer aantrad, dacht ik: dat wordt nog eens vier jaar wachten. Ik had altijd het plan mijn pensioen uit te stellen totdat het was gelukt, maar ik wilde niet nog eens vier jaar wachten omdat er een rechts kabinet zit. Maar ik ben afgelopen jaarwisseling toch weer gaan werken, dat werkt voor mij als een soort supercharger, ik was daarna weer helemaal opgeladen. Toen zeiden na de jaarwisseling ook de politie, brandweer en hulpverleners: zo kunnen we niet meer door. Dat is waar de politiek nu voor zwicht.”
Als je het nog een jaarwisseling laat doorrotten, wacht ons een oerknal
Het is nog niet zeker of het verbod dit jaar of pas volgend jaar wordt ingevoerd.
„Als je het nu weer een jaarwisseling laat doorrotten, dan zal dit een van de ergste jaren ooit worden. Want iedereen denkt: dit is de laatste keer, dan maar dubbel inkopen. Dan wacht ons een oerknal. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.”
Hoe dan ook: u kunt met pensioen.
„Ik heb altijd gezegd: mijn patiënten in het ziekenhuis kunnen me nog niet missen en thuis ben ik nog niet welkom. Maar komende jaarwisseling zit ik met mijn familie in het buitenland. Dan zijn mijn vrouw en ik 43 jaar getrouwd. De jeugd mag het van mij overnemen, en jullie zullen steeds minder van mij zien.”
Lees ook
Een vuurwerkverbod hangt in de lucht. Maar hoe duur is dat? ‘Vernietiging alleen al kost 250 miljoen’
‘Hoe marxisme het onderwijs ruïneerde’, ‘Waarom wordt Ramadan gepromoot door de Nederlandse overheid?’, ‘Energiebedrijven trekken de stekker uit windturbinepark op zee’, ‘Verliest communistisch China de controle over zijn burgers?’
Zomaar wat koppen boven artikelen op de website van Civitas Christiana. Dat is de conservatief-katholieke stichting waartegen kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers een kort geding heeft aangespannen dat deze donderdag dient. Rutgers dagvaardt de stichting vanwege de „aanhoudende leugens en laster die Civitas blijft verspreiden over Rutgers en de Week van de Lentekriebels”. Deze jaarlijkse projectweek op basisscholen over seksualiteit is afgelopen maandag begonnen. Dit jaar kwam Civitas met het Zwartboek Lentekriebels waarin de stichting Rutgers onder andere beschuldigt van het seksualiseren van schoolkinderen.
Civitas Christiana maakt zich druk om een ogenschijnlijk allegaartje aan onderwerpen, zo lijkt na een snelle blik op de website. Dat is precies waardoor religiewetenschapper Ernst van den Hemel van het Meertens Instituut een paar jaar geleden geïntrigeerd raakte door de organisatie en er onderzoek naar begon te doen. „Ze voerden succesvolle campagnes op gebieden die weinig met elkaar te maken leken te hebben, zoals Zwarte Piet, schoolexcursies naar de moskee en het aardgasverbod.” In 2018 bijvoorbeeld, trok Civitas veel aandacht met een flyer in het Reformatorisch Dagblad, die bedoeld was als tegenreactie op posters van herenpakkenzaak SuitSupply, waarop twee mannen elkaar zoenen.
Wat al die onderwerpen met elkaar gemeen hebben, zegt Van den Hemel, is dat ze de zorgen van veel Nederlanders aanwakkeren over het behoud van hun cultuur. „Het zijn onderwerpen die inspelen op de emoties van mensen. Zo spreekt Civitas er ook niet-gelovigen mee aan, die zich er vaak niet van bewust zijn dat het om een christelijke organisatie gaat. En ze zijn goed met campagnes op sociale media. Als ze bijvoorbeeld de energietransitie agenderen, dan doen ze dat met een plaatje van zo’n blauwe gasvlam. Dat is een herkenbaar beeld dat doet denken aan vroeger, toen iedereen nog een gasfornuis had.”
Mailinglijst
Als je een petitie ondertekent van de stichting kom je op de mailinglijst, zegt Van den Hemel. „En via die mails probeert Civitas je geïnteresseerd te maken voor het christelijke geloof, als je dat nog niet bent.”
Civitas Christiana werd in 2014 opgericht door Hugo Bos (1971). Hij stopte in dat jaar met zijn werk als ergonoom om zich fulltime in te zetten voor de stichting. Hij zag „hoe alles kapot gaat in Nederland”, zei hij in 2019 in een interview met NRC. Het begon bij zijn verontwaardiging over abortus, maar al snel besefte hij dat dat onderdeel was van een groter geheel. „Hoe kijk je tegen het menselijk leven aan? Tegen voortplanting, het gezin?”
Hij haalde inspiratie uit het gedachtegoed van de van oorsprong Braziliaanse organisatie TFP (Tradition, Family, Property). De oprichter daarvan bepleitte een contrarevolutie: terug naar de christelijke, conservatieve waarden die sinds de Verlichting steeds meer naar de achtergrond zijn verdwenen. Bos begon de Nederlandse tak van TFP en noemde die Civitas Christiana.
Het gedachtegoed van TFP komt uit de anticommunistische theologie; die invloed zie je terug bij Civitas
Civitas heeft een aantal doorlopende campagnes: Cultuur onder Vuur („tegen socialisme, islamisering en klimaatdwang”), Gezin in Gevaar (tegen „genderideologie, de lhbt-dictatuur en tegen de seksualisering van kinderen”), Stirezo Pro Life („voor de ongeboren kinderen, tegen de massamoord door abortus”).
Volgens Van den Hemel is Civitas „traditionalistisch katholiek”. „Ze vinden de huidige koers van de kerk te progressief, willen de paus weer aan de macht in Europa en zien een groot gevaar vanuit links voor de westerse cultuur. Het gedachtegoed van TFP komt uit de anticommunistische theologie; die invloeden zie je terug bij Civitas.”
Donaties
Tegen NRC zei Bos in 2019 dat de stichting aanvankelijk financiële steun kreeg van TFP, maar toen niet meer. Uit de laatste gedeponeerde jaarrekening van Civitas, uit 2022, blijkt dat Civitas bijna 1,6 miljoen euro aan donaties kreeg. Hoe groot de achterban precies is, is onduidelijk. Tegen De Gelderlander zei Bos in 2019 dat hij over een adressenbestand beschikte dat 220.000 namen telde van mensen die ooit een petitie van de stichting hebben ondertekend. Voor antwoorden op vragen om recentere cijfers was Civitas niet bereikbaar.
Al in 2019 had Civitas Christiana de wind in de zeilen. Christelijk rechts begon zich toen steeds vaker en met succes in het publieke debat te mengen. Zoals rond de Nashvilleverklaring, waarin homoseksualiteit en trans identiteit worden afgewezen en die zo’n 250 handtekeningen kreeg van onder anderen predikanten en voorgangers. Of bij de grote winst van Forum voor Democratie tijdens de Provinciale Statenverkiezingen van 2019. Partijleider Thierry Baudet flirtte destijds regelmatig met het religieus geïnspireerde conservatisme, met uitspraken als „God is rechts”, en zag samenwerkingen met de SGP wel zitten.
Na 2019 heeft Civitas de wind alleen maar méér mee gekregen. Tijdens de coronapandemie vond conservatief Nederland meer en meer medestanders in het wantrouwen tegen de overheid en de coronamaatregelen. De Nederlandse politiek maakte een ruk naar rechts, met als meest recente voorbeeld de overwinning van de PVV bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023. En waar de afgelopen jaren meer aandacht kwam voor thema’s als genderdiversiteit, euthanasie en abortus, werd het tegengeluid ook steeds luider.
Zo werd schrijver Pim Lammers twee jaar geleden met de dood bedreigd toen bekend werd dat hij het kinderboekenweekgedicht zou schrijven, vanwege een eerder gepubliceerd verhaal van zijn hand over seksueel contact tussen een kind en diens voetbaltrainer. Conservatieve organisaties, influencers en BN’ers beschuldigden Lammers ervan pedoseksuele fantasieën te verspreiden. Civitas Christiana begon de petitie ‘Geef geen podium aan pedofilie-schrijver’ en verzamelde in korte tijd zesduizend handtekeningen.
Lees ook
De ‘antigenderbeweging’ klinkt steeds luider in Nederland. ‘Hun waarden worden bedreigd. Dus worden ze uitgesprokener’
Zwartboek Lentekriebels
Dit jaar heeft de stichting de aanval geopend op de Week van de Lentekriebels. Op het omslag van het 75 pagina’s tellende Zwartboek Lentekriebels – dat gratis als e-book te bestellen is via de website van Civitas – staat een klein meisje dat met opengesperde ogen in de camera kijkt en van achteren bij haar schouders wordt gegrepen door twee grote mannenhanden. In het boek neemt Civitas Christiana het lesmateriaal van Rutgers en voorlichtingsboeken van anderen uitgebreid door. Daar verbinden de schrijvers vervolgens conclusies aan, zoals dat Rutgers kinderen zou aanzetten tot zelfbevrediging en „lhbt-indoctrinatie”.
Goede voorlichting leidt er juist toe dat jongeren láter seksueel actief worden, omdat ze hun eigen grenzen kunnen aangeven
Volgens Luc Lauwers, adjunct-directeur van Rutgers, zijn losse zinnetjes in een andere context opgeschreven. Als voorbeeld noemt hij een les die gaat over grenzen aangeven en voor jezelf herkennen wanneer iets wel of geen fijn gevoel is. Door het uit de context te halen, lijkt het alsof kinderen worden aangezet tot seksueel gedrag, zegt Lauwers. Rutgers heeft inmiddels bewust een aantal demolessen online gezet die in het Zwartboek worden aangehaald, zodat mensen zelf kunnen zien waar het lesmateriaal uit bestaat.
„Het gaat van pedofilie tot het zogenaamd seksualiseren van kinderen. Daar klopt niks van”, aldus Lauwers. „Wij gaan uit van een wetenschappelijke onderbouwing. Goede voorlichting leidt er juist toe dat jongeren later seksueel actief worden, omdat ze hun eigen grenzen kunnen aangeven.”
Katholieke kerk
De stichting heeft het Zwartboek ook in fysieke vorm verspreid. Pastoor Jan-Jaap van Peperstraten van het bisdom Haarlem-Amsterdam kreeg het op de deurmat, maar heeft het ongelezen weggegooid. „Dat is een standaardtactiek van traditionalisten, ze bombarderen je met proza. Daar ben ik vrij immuun voor.”
Hij kijkt met „de nodige scepsis” naar Civitas Christiana. Hij vindt dat de „confronterende manier van communiceren” een dialoog over „gevoelige en intieme onderwerpen” heel lastig maakt. „En waar ik veel bezwaar tegen maak is hun terugkerende suggestie dat ze op een bepaalde manier een erkende katholieke organisatie zijn. Terwijl ze dat niet zijn.” Van Peperstraten wordt weleens aangesproken op standpunten van de stichting. „Dan wordt me gevraagd of dat het standpunt van de katholieke kerk is en denk ik: hó, nee!”
In kerkelijk Nederland is de invloed van Civitas en soortgelijke clubs goed merkbaar, zegt Gert-Jan van Leeuwen. Hij is voorzitter van ChristenQueer, een organisatie voor christelijke lhbti’ers, maar benadrukt dat hij over dit onderwerp op persoonlijke titel spreekt. „We gaan graag het gesprek aan met kerken over dit onderwerp, maar merken dat we de laatste tijd bij sommige moeilijker binnen komen. Daar worden we minder makkelijk gevraagd om een lezing te geven of een programma te verzorgen. Daarom doen we nu meer digitaal.” Van Leeuwen merkt die terugtrekkende beweging vooral in de orthodox-protestantse en de orthodox-evangelische kerken.
Dat is een ontwikkeling van de laatste paar jaar, ziet Van Leeuwen. „Het is een beweging die steeds meer de overhand krijgt. Je merkt in gesprekken dat het narratief van Civitas zorgt voor scepsis. Vroeger was die tegenkracht er ook, maar toen kon je nog wel goed met elkaar in gesprek. Nu de lobby hardnekkiger wordt, merken we dat gesprekken sneller verharden.”
Lees ook
Blootplaatjes in de klas? Gender in groep 2? Dilemma’s in lesmethodes
Ook op een doorsnee dinsdagochtend, vlak voor het middaguur, zit een rij patiënten te wachten op de bruinleren banken van de spoedpost van ziekenhuis Medisch Spectrum Twente (MST). De bezoekers ogen bezorgd. Maar niet omdat ze met spoed zijn binnengebracht. Tijdens kantooruren doet dit deel van het ziekenhuis in Enschede momenteel dienst als huisartsenpraktijk voor passanten.
Huisartsenpraktijk Thoen is vorig jaar opgericht voor inwoners van Enschede die geen eigen huisarts hebben, laat praktijkmanager Miranda Verleun zien aan de hand van een grafische schets. Het ging na het faillissement van Co-Med om naar schatting – een officieel aantal is er niet – tienduizend mensen. „Urgentie!” staat met stift op het kaartje geschreven, boven een tekening van een grote groep poppetjes die de huisartsloze populatie voorstellen.
Het hangt van zoveel zaken af, als er een simpele verklaring was hadden we het allang opgelost
Enschede kampte sowieso al jaren met een fiks huisartsentekort – een van de grootste van Nederland. Maar door de gedwongen sluiting van de commerciële keten Co-Med kwamen daar nog eens 8.600 mensen bij. Dat was een „hele zware domper”, zegt Foke Dijkstra. Ze is regiomanager huisartsenzorg Twente bij Menzis, de zorgverzekeraar met het grootste marktaandeel in Enschede. Dijkstra: „Maar in plaats van de moed te verliezen, hebben we er echt onze schouders onder gezet. En zo zijn er veel nieuwe initiatieven gekomen.”
Huisarts Marieke Nijhof.Huisarts Marloes van Geenen.Praktijkmanager Miranda Verleun.
Foto’s Eric Brinkhorst
Oorzaken
Hoe valt het grote huisartsentekort in Enschede te verklaren? Niemand die daar een eenduidig antwoord op heeft. Zelfs niet de spin-in-het-web van de Twentse huisartsenzorg, Marieke Nijhof. Naast praktijkhoudend huisarts is ze voorzitter van belangengroep Huisartsenzorg Twente, een van de aanjagers van Thoen en ook oprichter van een nieuwe huisartsenpraktijk, Twentse Oorsprong. Die opent deze maand de deuren en zal zo’n vierduizend Enschedeërs een eigen huisarts geven.
Dijkstra van Menzis doet een poging: „Het hangt van zoveel zaken af, als er een simpele verklaring was hadden we het allang opgelost. In andere regio’s is de dekking van geneeskundeopleidingen misschien beter. Drenthe wordt voorzien door studenten uit Groningen, Arnhem heeft Nijmegen, Zeeland heeft Rotterdam. Wij hebben alleen de dependance van de huisartsenopleiding van de Vrije Universiteit in Amsterdam, maar daar zitten vooral studenten die toch al uit Twente komen. Het brengt geen extra aanwas.”
Het liefst had Menzis gezien dat het eerdere plan voor een zogeheten ‘nulpraktijk’ in Enschede tot stand was gekomen, een huisartsenpraktijk zonder patiënten die gestaag zijn patiëntenpopulatie kon opbouwen. Maar dat kwam niet van de grond: er waren geen huisartsen voorhanden die het zagen zitten om praktijkhouder te worden. Dat is over de gehele breedte van de Nederlandse huisartsenzorg een probleem: praktijkhouders die met pensioen gaan en geen opvolger kunnen vinden, omdat beginnende huisartsen het vaak niet zien zitten om eindverantwoordelijk te zijn. Veel liever willen ze in het vak groeien onder de vleugels van ervaren huisartsen, zonder ondernemersrisico en zonder lange werkweken. Daarom ziet Menzis vooral toekomst voor huisartsenposten in gezondheidscentra.
Lees ook
Ja, er is echt een huisartsentekort: een op de twintig mensen kan geen dokter vinden
Bij de huisartsenpraktijk Thoen kunnen mensen terecht die geen eigen huisarts hebben.
Foto Eric Brinkhorst
Plan B
De oprichting van een passantenpraktijk, zoals Thoen genoemd wordt, was in die zin plan B. Bij het netwerk van Thoen zijn tientallen Twentse huisartsen aangesloten, onder wie gepensioneerde artsen. Zij kunnen zich, op momenten dat ze zin en tijd hebben, inschrijven op diensten, zodat huisartsloze Enschedeërs toch een huisarts kunnen zien.
Vóór Thoen moesten inwoners van Enschede zelf rondbellen of ze bij een huisarts terecht konden. Daarbij stuitten ze keer op keer op een dichte deur. Zeker in de eerste maanden na opening van Thoen zagen de huisartsen veel mensen die geen Nederlands spreken. Mensen die al zo lang geen huisarts hadden gezien dat ze niet voor één maar voor een veelheid van problemen kwamen.
In een half uur kun je veel over elkaar te weten komen. En in dat half uur kun je ook een binding aangaan met de patiënt
De zorg van Thoen doet niet veel onder voor die van een reguliere huisarts. Patiënten kunnen er op afspraak terecht, worden er gewoon doorverwezen naar het ziekenhuis of naar de geestelijke gezondheidszorg. Alleen zien ze bij Thoen steeds weer een ander gezicht. Daarbij staan sommige patiënten nergens op naam ingeschreven. Niemand beheert hun patiëntendossier. Dijkstra: „Als patiënten ’s nachts bij de spoedpost zijn geweest, is er geen huisarts die dat overdag weer oppakt.”
Op termijn een eigen huisarts
Huisarts Marloes van Geenen heeft in haar tijd bij Thoen gemerkt dat vooral mensen met psychische klachten moeite hebben „om hun verhaal bij een vreemde dokter op tafel te leggen”. Zelf ziet ze daar vooral een uitdaging in. „In een half uur kun je veel over elkaar te weten komen. En in dat half uur kun je ook een binding aangaan met de patiënt.”
Toch moeten de inwoners van Enschede „op termijn” allemaal een eigen huisarts krijgen, benadrukt Marieke Nijhof van Huisartsenzorg Twente. „Een vaste huisarts is een bekend gezicht, biedt continuïteit, een vervolg. Ik ben zelf tien jaar huisarts, je bouwt met je patiënten echt iets op. Je hebt voldoende onderling vertrouwen opgebouwd om te zeggen: u hoeft niet naar de specialist. Als een vreemde dokter je dat vertelt, kan bij de patiënt toch het idee ontstaan: hoe weet u dat nou, u kent mij helemaal niet! Mijn patiënten voelen dat ik ze ken. Dat is de kracht van de Nederlandse huisartsenzorg.”
Lees ook
Einde Co-Med zorgelijk voor artsen én patiënten: ‘Niemand neemt me aan, want niemand heeft plek’