De Universiteit van Amsterdam (UvA) heeft aangifte gedaan vanwege de demonstratie die momenteel gaande is op de Roeterseilandcampus. De Mobiele Eenheid (ME) is ter plaatse. Tientallen betogers zijn maandagmiddag het hoofdgebouw van de campus binnengetreden. Ingangen worden met meubels gebarricadeerd en ramen zijn met rode verf beklad.
Alle gebouwen van de Roeterseilandcampus zijn gesloten, deelt de UvA via X. De universiteit verzoekt iedereen naar buiten te gaan. Het Parool schrijft dat demonstranten binnen journalisten de deur wijzen en camera’s het zicht ontnemen. Uit voorzorg heeft de UvA ook het Maagdenhuis, in het centrum van Amsterdam, gesloten.
Ook in andere studentensteden worden meldingen gemaakt van bezette universiteitsgebouwen. Op de campus van de Radboud Universiteit in Nijmegen zijn tenten opgezet. Daar is de politie niet aanwezig en lijkt de sfeer vooralsnog gemoedelijk.
Lees ook UvA doet aangifte en sluit bezette gebouwen, ME ter plaatse
‘Met sommige foto’s wil ik aan mijn familie vertellen hoe moeilijk het was om mijn gevoel van verantwoordelijkheid voor hen los te laten”, vertelt fotograaf Dominique de Vries (27). Meer dan drie jaar lang fotografeerde hij het landschap achter zijn ouderlijk huis, een sociale huurwoning, gelegen tegen de polder bij Hellevoetsluis (Zuid-Holland). Niet met een expositie of boek in gedachten, maar om voor zijn verhuizing naar Rotterdam afscheid te nemen.
Toch kwam er een project uit voort, Now I Know How to Tell You. Het is ingetogen werk dat toont wat De Vries niet in woorden wist uit te drukken: gemis, schuldgevoel, maar ook de lichtheid van jong zijn tussen de modderpoelen en groene sloten.
„Ik was zeven toen mijn ouders scheidden”, vertelt hij aan de telefoon. Hij wil over de omstandigheden weinig kwijt, wel vertelt hij dat zijn vader vanaf toen niet meer bijdroeg aan het gezin.
Hij bleef achter met zijn moeder en broertje. Als puber voelde hij druk om er voor hen te zijn. „Mijn moeder besprak alles met mij – hoe we de zorg voor mijn broertje moesten aanpakken, bijvoorbeeld. En als zij het emotioneel zwaar had, zag ik het als mijn taak om haar te steunen.”
Foto Dominique de Vries
Foto’s Dominique de Vries
Ze leefden van het minimumloon van zijn moeder. „Ik was me constant bewust van onze situatie. Toen ik naar de middelbare school ging, wilde ik wel hangen en puberen met vrienden, maar nog meer dan dat voelde ik me geroepen om thuis te helpen. En zo was de polder nauwelijks een plek waar ik mijn jonge jaren beleefde, maar gewoon een uitzicht uit mijn raam. De weg waar ik reed, van en naar huis.”
Totdat zijn vertrek in zicht kwam. Hij kreeg een vaste baan kreeg en wilde een eigen thuis. Het leven zoals dat jarenlang vanzelf had doorgedraaid, maakte plaats voor een gevoel van onvoldaanheid. „Als ik later aan deze plek zou terugdenken, wat moest ik me dan voor de geest halen?” Met de camera kon hij in beeld brengen wat hij eerder niet had kunnen vastpakken. „Ik kwam mijn jeugd tegen – juist ook het deel dat ik gemist had.”
Op foto’s: een boomhut, een mandje met appels. Een sloot vol drab. „Als kind zat ik bij zulke sloten te vissen en te prutsen. Ik kijk naar het plaatje en voel me weer speels. Maar ik zie ook een troosteloze plek in een verlaten landschap.”
Foto Dominique de VriesFoto Dominique de Vries
Zijn moeder en oma hadden in Polen hun familie en hun kansen om zelf door te leren achtergelaten. Het was midden jaren negentig, Polen was al een paar jaar een democratie, maar het land leefde nog met de naweeën van het communistische bewind. Er was weinig werkgelegenheid en de koopkracht was laag.
Beiden begonnen ze in Nederland als schoonmaakster. Hun afscheid daar werd een erfenis voor zijn toekomst hier. „Ik kon het niet maken om niet te gaan studeren, of om niet een stabiele baan te vinden [in de GGZ, red.]. Als ik alleen maar fotograaf was geworden, had ik het gevoeld alsof ik niet genoeg had gedaan met de kansen die zij met hun opofferingen voor mij mogelijk hebben gemaakt.
„Als jonge gast stond ik soms vol spanning met mijn camera tegenover boeren. Zo was er een meneer die in zijn eentje op een enorm stuk land leefde. Tussen de modder en de kou. Zijn vrouw en kinderen waren bij hem weggegaan. Ik herkende de situatie: een volwassen man, in een harde omgeving, die in zijn eentje alle zorgen op zijn schouders droeg. Ik besefte toen dat ik niet zo wil worden.”
De hoofdverdachte in de afpersingszaak van fruitbedrijf De Groot Fresh Group in Hedel heeft vrijdag in hoger beroep de maximale celstraf van 26,5 jaar opgelegd gekregen. Die straf is gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie (OM).
Ali G., een 40-jarige man uit Bussum, is volgens het gerechtshof in Arnhem de drijvende kracht geweest in een grootschalige afpersings- en bedreigingszaak van een van de grootste fruitbedrijven van Nederland. In 2019 vond de directie van het bedrijf 400 kilo cocaïne tussen een lading bananen, waarna G. dreigende sms’jes begon te sturen waarin hij grote geldbedragen eiste van het bedrijf. Als niet aan de betaling zou worden voldaan, zou een medewerker van het bedrijf worden geliquideerd, dreigde G.
Omdat het bedrijf weigerde te betalen, volgden in 2020 en 2021 vijftien aanslagen met vuurwerkbommen en beschietingen op meerdere huizen in Hedel. Een boerderij brandde volledig af.
Blunder van OM
In 2019 werd de verdachte veroordeeld tot negentien jaar cel, maar zijn verdediging ging in hoger beroep. Vrijdag oordeelt het gerechtshof echter dat ook sprake was van poging tot moord, waardoor de straf hoger uitvalt. Nog elf verdachten stonden terecht tijdens het hoger beroep. Zij zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen tussen de twee en tien jaar. Eén verdachte werd vrijgesproken.
Het OM keerde eerder aan meer dan honderd slachtoffers van de zaak een schadevergoeding uit, vanwege een blunder die gevoelige persoonsgegevens van personeelsleden van het fruitbedrijf blootlegde. Een deel van de aanslagen werd voorbereid toen G. en andere verdachten al vastzaten. Toen werd ontdekt dat namen van honderden personeelsleden van De Groot Fresh Group per ongeluk waren opgenomen in het strafdossier van de zaak.
Lees ook
‘OM betaalt ruim honderd slachtoffers na fouten afpersingszaak Hedel’
De knolcyperus is een hardnekkig onkruid dat zich graag nestelt in landbouwgewassen. Gevreesd, zegt advocaat Redmer Keizer, omdat het zich zo razendsnel verspreidt. Voor je het weet zit de knolcyperus overal en is de hele landbouwgrond besmet.
Maar dat is niet waarom Redmer Keizer zich zorgen maakt over de knolcyperus. Hij is de advocaat van de werkgroep ‘Laat Heerle met Rust’, dat een asielzoekerscentrum in het Noord-Brabantse dorp Heerle probeert tegen te houden. En laat nou juist in het weiland waar het nieuwe azc staat gepland, de onkruidplant gevonden zijn. Daardoor kan er niet worden gebouwd, vindt Keizer. „Anders is het niet meer mogelijk om de knolcyperus die in de grond zit te bestrijden.” Hij sprak er vorige week over in de gemeenteraad die over de plannen vergaderde.
Zo kwamen we er achter dat het COA deze locatie zélf ook een slecht idee vond
Woensdagavond besloot de raad van Roosendaal, waar Heerle onder valt, om van de azc-plannen af te zien. De locatie zou bij nader inzien niet geschikt zijn. Die uitkomst zorgde volgens een verslag van BN de Stem voor luid applaus, gejuich en omhelzingen bij de honderd aanwezige burgers op de publieke tribune, die daarna buiten aan de champagne gingen.
Het gemeentebestuur van Roosendaal wilde maximaal driehonderd vluchtelingen opvangen op een locatie ten zuiden van het Brabantse dorp Heerle, maar door verzet gaat dat niet door. Belangstellenden reageren verheugd.
Marco de Swart / ANP
Zo ging het deze week in meer gemeenten. Ook in het Groningse Bedum werd woensdag besloten af te zien van een beoogde locatie. Op dezelfde dag moest in het Brabantse Best een informatieavond over een azc voortijdig worden afgebroken. Relschoppers probeerden de zaal binnen te dringen.
Actie in stilte
Spandoeken, vuurwerk en varkenskoppen: het zijn de agressieve protesten tegen asielzoekers die vaak het nieuws halen. Maar ook in stilte wordt er volop actie gevoerd: door juristen die met brieven, bezwaarprocedures en rechtszaken azc’s proberen te blokkeren.
Zoals Redmer Keizer, die in Heerle de knolcyperus onder de aandacht bracht. Het onkruid was niet zijn enige argument. „Eerst hebben we een procedure aangespannen om alle stukken over de plannen op te vragen”, vertelt Keizer. Op last van de rechter moest opvangorgaan COA al haar interne documenten over de gekozen locatie in Heerle vrijgeven. „Zo kwamen we er achter dat het COA deze locatie zélf ook een slecht idee vond. De plek ligt tussen een spoorlijn, een snelweg en een afvalverwerker. Het is eigenlijk de slechtst denkbare locatie.”
Daarmee konden de bezwaarmakers de lokale politiek onder druk zetten: waarom een plek uitkiezen die zelfs volgens het COA problematisch is? Was het bovendien niet ‘inhumaan’ voor de asielzoekers, om hun opvang neer te zetten naast een stinkende afvalverwerker? Mede op basis van die argumenten verwierp de gemeenteraad woensdag het azc-plan.
Redmer Keizer vertelt dat hij vaker verzoeken krijgt om omwonenden van beoogde azc’s bij te staan. Zo werd hij ook ingeschakeld om protest aan te tekenen tegen een azc in het Brabantse Berlicum. Maar dat bleek al niet meer nodig: de raad zette eerder deze week zelf de plannen in de ijskast, na felle protesten.
De impact op flora en fauna is niet goed onderzocht en kan ernstige gevolgen hebben voor het landschap en beschermde diersoorten
De actiegroep die de opvang in Berlicum juridisch wilde aanvechten, stelde dat de huisvesting van asielzoekers slecht zou zijn voor de natuur. De locatie stond namelijk gepland in een „waardevol natuurgebied”, het Aa-Dal, zo stelden de initiatiefnemers. „De impact op flora en fauna is niet goed onderzocht en kan ernstige gevolgen hebben voor het landschap en beschermde diersoorten.”
Geuroverlast
De natuur wordt vaker aangegrepen door juristen om asielopvang te dwarsbomen. Zo dient volgende week een rechtszaak over een azc in de gemeente Baarn, aangespannen door de stichting ‘Behoud het Borrebos’. Ook die zegt zich zorgen te maken over de impact op de natuur. De regels zouden voorschrijven dat in het bos geen nieuwe gebouwen mogen komen.
Een Haagse banketbakker deed onlangs met succes een beroep op de vereisten voor geuroverlast en geluidsoverlast, in een rechtszaak tegen een noodopvang in de buurt. De bakker won de zaak tegen de gemeente Den Haag en het COA, die opnieuw de impact van de locatie op de milieuvereisten moeten onderzoeken.
In het Zuid-Hollandse Numansdorp heet het dat omwonenden „niet tegen asielopvang zijn, maar wel tegen de gekozen locatie” – ze namen advocaat Mark West in de arm om de plannen aan te vechten. En ook daar werden alle bestuursrechtelijke argumenten van stal gehaald.
Maar is er dan nog ergens een geschikte locatie te vinden, als omwonenden overal advocaten inschakelen?
Het gebied zou „planologisch gezien” niet bestemd zijn als opvanglocatie, het zou alleen een „agrarische functie” kunnen hebben. De opvang zou bovendien niet passen binnen het „open landschap met kenmerkende doorzichten”, zo schreef Mark West in een brief „namens een groot aantal bewoners uit Numansdorp” begin november aan de gemeenteraad. Daarna vond een inspraakavond met vijfhonderd deelnemers plaats.
Nog diezelfde maand besloot de gemeente af te zien van het plan, verwijzend naar sommige argumenten uit de advocatenbrief: de asielopvang zou onder meer de „natuur- en landschapswaarden” aantasten en problemen opleveren voor de „verkeersontsluiting”.
Een verstandig besluit, vindt advocaat West, omdat de locatie bij Numansdorp volgens hem „echt niet geschikt” was. Maar is er dan nog ergens een geschikte locatie te vinden, als omwonenden overal advocaten inschakelen? „Er is vast wel ergens in Nederland een goede locatie”, zegt advocaat West. Waar, dat weet hij ook niet.
Lees ook
Waar wel vluchtelingen worden opgevangen, hebben minder mensen er een probleem mee