Zes jaar en vele omgekeerde vlaggen na de befaamde stikstofuitspraak van 2019 dreigt een nieuw heet chemisch hangijzer. De Raad van State deed woensdag in hoger beroep uitspraak met mogelijk grote gevolgen voor de landbouw in het hele land. Het oordeel van de hoogste bestuursrechter: het is „niet uitgesloten” dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen negatieve gevolgen heeft op beschermde natuurgebieden. Bijvoorbeeld sterfte van beschermde soorten.
Zolang er aanwijzingen zijn dat pesticiden schade kunnen aanrichten aan beschermde natuur moeten telers aantonen dat hun pesticidegebruik géén negatieve effecten veroorzaakt. In sommige gevallen zal dat niet mogelijk zijn. Dan moet een teler een natuurvergunning aanvragen om pesticiden te spuiten, die door mogelijke schade aan natuurgebeiden geweigerd kan worden.
Het is gek hoeveel verantwoordelijkheid er nu naar een boer wordt geschoven
Lelieteelt in Vledder
De uitspraak van de Raad van State gaat in de eerste plaats over een lelieteler bij de Drentse plaats Vledder, dicht bij het Natura 2000-gebied Holtingerveld. In 2018 verzocht Milieudefensie het college van gedeputeerde staten van Drenthe om op te treden tegen bestrijdingsmiddelengebruik van de teler, omdat dat het nabijgelegen natuurgebied zou aantasten. Het college weigerde, maar in 2021 stelde de rechtbank van Noord-Nederland Milieudefensie in het gelijk. De provincie ging in hoger beroep, maar nu oordeelt ook de Raad van State grotendeels in het voordeel van de milieugroep.
In de kwestie over mogelijke schade aan beschermde natuur was de afstand tussen perceel en natuurgebied van belang. Zo voerde de provincie Drenthe aan dat een afstand van 250 meter tot een natuurgebied voldoende zou zijn om negatieve gevolgen uit te sluiten, maar de rechter ziet daar geen wetenschappelijke onderbouwing voor. Een recent onderzoek van de Universiteit Utrecht lijkt dat standpunt te ondersteunen: pesticideresten in de lucht en stof nemen in de eerste 250 tot 500 meter rond een perceel nauwelijks af. Het burgerinitiatief Meten=Weten, dat ook betrokken is bij de zaak, toont in eigen metingen dat pesticideresten „kilometers diep” in Natura 2000-gebieden te vinden zijn. De Raad ziet dat in Holtingerveld „concentraties gewasbeschermingsmiddelen zijn gevonden die mogelijk negatieve effecten kunnen hebben op onder andere insecten”.
Impact op lelieteelt
Onduidelijk is hoeveel boeren door de uitspraak geraakt worden. Volgens Henk Baptist, die als jurist van Meten=Weten de milieugroepen vertegenwoordigt, zal een vergunningplicht overal voor alle soorten landbouw gaan gelden – dus niet alleen in de lelieteelt. Maar „iedereen gaat het lezen op zijn eigen manier. Je zult allerlei vervolgdiscussies krijgen.”
„Ik kan er zeker in meegaan dat de uitspraak in bepaalde gevallen grote gevolgen kan hebben”, zegt Edwin Alblas, universitair hoofddocent milieurecht aan de universiteit van Wageningen. „In Nederland staat de natuur er zo slecht voor dat elk extra beetje impact de emmer verder doet overlopen. Maar het is niet zo dat de situatie nu voor elke boer op de tocht staat.” Hij verwacht dat de uitspraak „in principe voor lelieteelt” impact heeft – en dat het verkrijgen van een vergunning voor lelietelers lastig zal worden.
Toch lijkt de Raad van State een uitweg te bieden aan lelietelers, zoals die in Vledder, als zij kunnen aantonen dat hun middelen geen natuurschade veroorzaken. Maar Baptist heeft „geen idee” hoe een teler dat zou kunnen doen. „Het is gek hoeveel verantwoordelijkheid er nu naar een boer wordt geschoven.”
Om die reden noemt ook Land- en tuinbouworganisatie LTO de uitspraak „in praktijk onuitvoerbaar”. „Hoe onderbouwt een ondernemer dat ieder denkbaar, theoretisch risico uitgesloten kan worden? Deze uitspraak maakt van het ‘voorzorgsprincipe’ een verlammingsprincipe.”
De rechtspraak gaat het druk krijgen, verwacht Baptist. „Enerzijds is er nu een vergunningplicht, anderzijds zijn in de uitvoering tal van onduidelijkheden.” Hij verwacht „honderden” handhavingsverzoeken van verschillende milieugroepen. In die rechtszakenregen zal ook zeker zijn organisatie Meten=Weten een rol spelen.
De brandweer in de omgeving van Ede is donderdagmiddag massaal uitgerukt voor een grote natuurbrand op de Veluwe, tussen Ede en Otterlo. Een „klein aantal” huizen is ontruimd, voor zover bekend zijn er geen gewonden gevallen.
De brand was even na zes uur nog niet onder controle, aldus een woordvoerder van de veiligheidsregio. Ook kon de brandweer nog niet zeggen hoe groot het gebied is dat in brand staat.
Rond het einde van de middag waren 330 brandweerlieden op de been om de brand te blussen. Ook zette de Luchtmacht een helikopter in.
NL-Alert
De overheid verstuurde rond half vijf een NL-Alert, maar doordat het telefoonnetwerk overbelast was, is die niet bij iedereen aangekomen. De gemeente Ede heeft daarnaast een liveblog ingericht.
Daar roept de gemeente bewoners die last hebben van de rook op om naar binnen te gaan en ramen en deuren te sluiten. Door de veranderende windrichting kan de richting van de rook snel veranderen, waarschuwt de gemeente. Ook het blussen wordt door de weersomstandigheden bemoeilijkt.
Door klimaatverandering komen natuurbranden wereldwijd steeds vaker en steeds noordelijker voor. In Nederland is het risico op natuurbranden nu bijzonder hoog doordat het eerst twee jaar veel heeft geregend, maar er dit jaar erg weinig regen is gevallen. In maart alleen woedden er al zo’n 80 natuurbranden, bijna evenveel als in heel 2024.
Lees ook
Na twee natte jaren is het nu heel droog. En juist dan brandt het in de natuur
Honderdduizenden Palestijnen zijn donderdag Rafah ontvlucht, nadat grondtroepen van het Israëlische leger de stad verder zijn binnengetrokken. Dat meldt persbureau Reuters. Verspreid over de Gazastrook zijn donderdag zeker 62 inwoners gedood bij Israëlische aanvallen, schrijft Al Jazeera.
Woensdag kondigde Israël aan dat het „grote delen” van Gaza militair zal innemen. Het zou om ruim een kwart van het gebied gaan. Daarmee wil Israël „veiligheidszones” in Gaza uitbreiden.
Een dergelijke strategie is strijdig met het internationaal recht. De mensenrechtenchef van de VN sprak eerder al over de kans op een „oorlogsmisdaad”.
Israël heeft zogenaamde ‘veilige zones’ aangewezen, waaronder het zuidelijke al-Mawasi, maar het bombardeert die locaties evenzeer. Volgens Reuters zijn veel ontheemde Palestijnen uit Rafah donderdag naar de naburige stad Khan Younis getrokken.
„Rafah wordt weggevaagd”, zegt een man op de vlucht tegen Reuters. „Ze breken af wat er nog over is aan huizen en eigendommen.”
Palestijnen met hun bezittingen op de vlucht in Gaza. Foto Omar Al-Qatta/AFP
De Amerikaanse president Trump zette woensdag concrete stappen in de handelsoorlog met zijn belangrijkste handelspartners. Hij kondigde invoerheffingen aan per land die nog hoger waren dan economen vreesden. Volgens Trump zijn het ‘wederkerige’ heffingen, waarmee hij reageert op het in zijn ogen oneerlijke handelsbeleid van de betrokken landen. Wat bedoelt hij en wat wil hij bereiken? Vijf vragen over de laatste salvo’s in de door de VS ontketende handelsoorlog.
1. Wat zijn importheffingen ook alweer?
Invoerrechten, tariffs, importheffingen, handelstarieven: al deze termen verwijzen naar de extra belasting die een land heft op goederen. Meestal wordt die extra belasting berekend als een percentage van de prijs van die geïmporteerde goederen. Landen houden heel precies, per product, bij wat de heffingen moeten zijn in het zogeheten Harmonised System (HS).
Bedrijven die de buitenlandse producten invoeren, betalen de heffingen zoals bepaald in het HS door de import ervan te melden bij de Amerikaanse belastingdienst. Als de VS importheffingen instellen, betaalt de Amerikaanse importeur dus de heffingen, niet de exporteur. In veel gevallen rekenen bedrijven de extra belasting door aan hun consumenten. De opbrengst van de heffingen gaat naar de overheid.
Soms komt de rekening uiteindelijk bij de exporteur te liggen: de exporteur kan ervoor kiezen de verkoopprijs te verlagen om zo een deel van de importheffing voor eigen rekening te nemen. Zo kan de exporteur proberen zijn product toch voor een aantrekkelijke prijs te kunnen verkopen in het land dat de extra belasting heft. Hoe hoger het tarief, des te lastiger dat zal zijn. De winstmarges in de internationale handel zijn vaak al erg smal, waardoor er weinig ruimte is voor prijsverlagingen.
Handelstarieven belemmeren de wereldwijde vrijhandel en zijn bedoeld om de nationale industrie te beschermen. De hogere prijzen moeten consumenten stimuleren om binnenlandse alternatieven te zoeken, waardoor de binnenlandse productie groeit.
2. Wat hoopt Trump ermee te bereiken?
Volgens Trump zal door zijn handelsbeleid de Gouden Eeuw van de Verenigde Staten aanbreken, en is het een belangrijke stap „to make America wealthy again”, zoals hij woensdag zei. Zijn belangrijkste doel is om de internationale economische positie van de VS te versterken en Amerikaanse werknemers te beschermen.
In eerste instantie wil hij een eind maken aan de handelstekorten die de VS hebben met talloze landen. Amerika importeert veel meer dan het exporteert (vorig jaar was het verschil 1.200 miljard dollar) en dat is slecht voor de VS, vindt Trump. Om dit te veranderen, voert hij de importheffingen in, die import moeten afremmen door die duurder te maken.
Bij de bekendmaking van zijn handelsmaatregelen kwam Trump met een lange lijst bedrijven op die volgens hem al „miljarden en miljarden dollars” hebben geïnvesteerd in de VS sinds zijn aantreden. De lijst bestond overigens goeddeels uit oude toezeggingen. De import beperken is immers een middel om het uiteindelijke doel van de president te bereiken: bedrijvigheid en daarmee de werkgelegenheid in de VS vergroten. „Als je een tarief van nul procent wilt, moet je je product gewoon hier in Amerika produceren”, aldus Trump.
Trump lijkt zich met zijn plannen vooral te richten op het tevredenstellen van fabrieksarbeiders, die hij ook had uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de aftrap van de handelsoorlog. Dat is opmerkelijk, omdat in de VS, net als in Europa, het merendeel van de mensen in de dienstensector werkt.
3. Waar heeft Trump zijn wederkerige heffingen op gebaseerd?
Al op de dag van zijn aantreden kondigde Trump aan een team aan het werk te zetten om oneerlijke handelspraktijken van andere landen in kaart te brengen, en woensdag was de dag dat de resultaten daarvan bekend zouden worden. Trumps wederkerige tarieven zouden een antwoord zijn op allerlei handelsbeperkende maatregelen van de handelspartners van de VS, zoals belastingen als de btw, maar ook valuta-manipulatie en overheidssubsidies. Die maatregelen zouden worden omgerekend naar de facto invoerheffingen, waarop de importheffingen van de VS zouden worden gebaseerd.
De lijst met tarieven die Trump woensdag presenteerde, kwam echter voor velen als een grote verrassing. De Europese Unie, die volgens de gangbare handelsregels een gemiddeld tarief van iets meer dan 3 procent hanteert voor Amerikaanse goederen, stond ineens voor 39 procent op de lijst. Zelfs als de btw zou worden meegeteld, waar Trump op had gezinspeeld, komt dat nog niet in de buurt. Hoe kon dit? Welke som had team-Trump gemaakt?
Al snel sloegen economen aan het rekenen. Hoe kwam het Witte Huis aan de lijst met oneerlijke ‘tarieven’? Het antwoord is ontluisterend in zijn eenvoud: de Amerikaanse regering heeft de omvang in dollars van het handelstekort in goederen dat de VS hebben met een bepaald land gedeeld door het totale bedrag waarvoor uit dat land is geïmporteerd. Volgens Trump hangt dat handelstekort direct samen met de hoeveelheid oneerlijke maatregelen die een land tegen de VS neemt. Het Witte Huis bevestigde min of meer deze methode toegepast te hebben: een economische formule met een hoop Griekse letters moet exactheid en deskundigheid uitstralen, maar het is niet meer dan rekenen op basisschoolniveau.
Een voorbeeldje: met Bangladesh heeft Amerika een handelstekort van 6,2 miljard dollar. De totale Amerikaanse import van goederen uit Bangladesh bedroeg vorig jaar 8,4 miljard dollar. Als je 6,2 deelt door 8,4 kom je uit op 0,738. En inderdaad staat Bangladesh voor 74 procent op het bord dat de president omhooghield. China? Handelstekort van 295 miljard, totale import 438 miljard: 295/438 = 0,68. En ja hoor: China staat voor 68 procent op de ‘oneerlijke heffingen’-lijst.
De laatste stap, het bepalen van de wederkerige tarieven, is daarna simpel. Deel het tarief van het land door twee en je hebt het ‘milde’ of zelfs ‘vriendelijke’ Amerikaanse wederkerige tarief.
Simpel is het zeker, maar economisch gezien totaal onbegrijpelijk, zoals veel analisten schrijven. Het doel, de handelsbalans terugdringen naar nul, heiligt hier de middelen. Met handelseconomie, laat staan handelseconomie binnen de mondiale afspraken in de Wereldhandelsorganisatie, heeft het allemaal weinig meer te maken.
4. Wat zullen Nederlandse bedrijven merken die exporteren naar de VS en hoe gaan zij hiermee om?
Bedrijven hebben nu vooral last van extreme onzekerheid. Hoewel de heffingen niet uit de lucht komen vallen en Trump tijdens zijn ‘Bevrijdingsdag’ concrete stappen in de handelsoorlog heeft gezet, hebben bedrijven nog steeds een hoop vragen over de invulling ervan. „We weten nog niet hoe de Europese Unie gaat reageren”, zegt Marc ter Haar, directeur van Amcham, belangenbehartiger voor Amerikaanse bedrijven in Nederland. Gaat de EU terugslaan met eigen importheffingen tegen de VS, waardoor het importeren van Amerikaanse producten hier duurder wordt? Lukt het de EU om te onderhandelen over lagere heffingen op Europese goederen?
Naast alle onzekerheid die ze veroorzaken, zullen de Amerikaanse maatregelen Nederlandse bedrijven zeker pijn doen. De woensdag aangekondigde heffingen zijn hoger dan wat de meeste economen vreesden (al noemde Trump ze ‘mild’). Ter Haar: „Nederland wil geen enkele handelsbeperking. Wij exporteren voor 51 miljard euro per jaar naar de VS. En die producten worden duurder gemaakt. Dat is niet goed voor onze export.” VNO-NCW, de grootste ondernemersorganisatie van Nederland: „De maatregelen zullen waarschijnlijk grote gevolgen gaan hebben voor de internationale handel.”
Wijnmaker Neleman Organic Vinyeards ziet de handelsoorlog nu al terug in hun magazijn in Zutphen. „De handel is in shock, orders worden gecanceld of op z’n minst vooruitgeschoven”, mailt de wijnmaker naar zijn klanten. „Ook voor ons is het slikken. Orders, containers die klaarstonden om naar Amerika te gaan, zijn geannuleerd.” Neleman maakt van de nood een deugd en roept zijn klanten op Europese wijn te kopen. Made in Europe kopen is een sentiment dat steeds meer voet aan de grond lijkt te krijgen.
De Woerdense aardappelverwerkingsmachinefabrikant Kiremko ziet dat de heffingen vooral impact hebben op „de organisatie”, zegt directeur Marcel van Huissteden. Het bedrijf werkt samen met een Amerikaans partnerbedrijf in Idaho: dat bouwt al langer af en toe machines voor Amerikaanse klanten van Kiremko. Het contact is in de aanloop naar de heffingen „geïntensiveerd”, zodat ze in Idaho meer machines kunnen bouwen. „We hebben meer bouwtekeningen overgedragen.” Kiremko krijgt daar een licentiebetaling voor terug, de omzet is voor het partnerbedrijf.
Zo kan het Amerikaanse klanten blijven bedienen zonder al te grote financiële impact. Maar praktisch verandert er veel. „Wij sturen nu mensen daarheen voor de productie, en om de productielijnen op te starten.” Gelukkig, grapt Van Huissteden, zitten er nog geen heffingen op de invoer van medewerkers.
5. Wat betekent dit voor de portemonnee van Nederlandse consumenten?
Voorlopig helemaal niks. De importheffingen van Trump maken goederen die naar Amerika gaan duurder, ze doen niets met de goederen die elders op de wereld geproduceerd en geconsumeerd worden.
Dat wordt anders als landen vergeldende maatregelen nemen. Als de EU in reactie op Trumps heffingen tegenheffingen gaat invoeren op Amerikaanse producten, zullen die hier duurder worden. Dan zouden ook Europese consumenten er wat van kunnen merken.
Europa weet dit en probeert daarom een zorgvuldige reactie met minimale schade voor de eigen burgers te formuleren. Zo overweegt de EU maatregelen die de consument niet direct treffen, zoals het dwarszitten van Big Tech en grote Amerikaanse banken. Voor het eerste pakket tegenmaatregelen (na de heffingen op aluminium en staal) was bijvoorbeeld gekozen voor heffingen op Amerikaanse producten waarvoor de Europese consument makkelijk een alternatief kan vinden (zoals spijkerbroeken) of die alleen door een kleine groep liefhebbers worden aangeschaft (Harley Davidson-motoren). Van de voorgestelde Amerikaanse producten waar Europese heffingen op kunnen komen, is soja met een importwaarde van 2 miljard euro het grootst in omvang. Maar die soja kan even makkelijk uit landen als Brazilië worden gehaald en verdwijnt vooral in veevoer.
Er is nog een andere route waarlangs Europese en andere consumenten iets kunnen gaan merken van de Amerikaanse heffingen: het verplaatsen van handelsroutes. Als het voor China niet meer aantrekkelijk is om producten naar Amerika te exporteren, kan dat land ervoor kiezen om ze in Europa af te zetten. Dat leidt tot overaanbod ten opzichte van de huidige situatie en kan dus prijsverlagingen met zich meebrengen. Dit dumpen van producten is in eerste instantie goed voor consumenten (lagere prijzen) maar kan uiteindelijk Europese producenten uit de markt drukken, met alle nadelige economische gevolgen van dien (minder bedrijvigheid, meer werkloosheid, lagere economische groei).
Dit is al gebeurd met bijvoorbeeld zonnepanelen: die mocht China niet meer aan de VS leveren, waarna de Europese markt werd overspoeld met goedkope Chinese panelen. Daar konden Europese panelenbouwers niet tegenop en velen gingen failliet.