Het Soedanese regeringsleger heeft Khartoem, de hoofdstad van het Oost-Afrikaanse land, heroverd. Dat heeft Abdel Fattah al-Burhan, het hoofd van het staatsleger, woensdagavond gezegd, schrijven internationale media waaronder de BBC en The New York Times. Inmiddels zouden troepen van de paramilitaire groepering Rapid Support Forces (RSF) de hoofdstad zijn ontvlucht.
Sinds twee jaar wordt Soedan geteisterd door een oorlog tussen de RSF, onder leiding van generaal Hemedti, en het Soedanese regeringsleger. De RSF verliezen de laatste maanden steeds meer terrein. Vorige week claimde de regeringstroepen het presidentieel paleis te hebben heroverd op de RSF.
Eerder op woensdag werd al bekend dat regeringstroepen het vliegveld in de hoofdstad heroverd hadden. Inmiddels zou de hoofdstad onder „volledige controle” van het regeringsleger staan, aldus Burhan, wat een doorbraak zou betekenen in het conflict dat al zeker 28.000 levens heeft gekost.
Onderhandelingen op korte termijn ingewikkeld
De RSF hebben nog altijd veel grondgebied in het land in handen, onder meer in de westelijke regio Darfur en in het zuiden van het land. In het noorden en oosten van Soedan heeft het regeringsleider de macht.
Dat buurlanden en regionale milities verschillende kanten kiezen in het conflict, maakt onderhandelingen over een mogelijk vredesakkoord op korte termijn ingewikkeld. Het Soedanese regeringsleger wordt bijgestaan door minstens zes milities, waarvan enkele gesteund worden door Eritrea. Ook aan de kant van de RSF vechten talloze milities mee.
Ondertussen blijft het conflict levens kosten. Dinsdag kwamen honderden burgers om en raakten er tientallen gewond bij een luchtaanval op een markt in Tora, een stad in het noorden van de regio Darfur. Het regeringsleger zou achter de aanval hebben gezeten.
Lees ook
Oorlog in Soedan gaat nieuwe fase in na zeldzame zege voor regeringsleger
Een land dat al lijdt onder een bloedige burgeroorlog werd vrijdag getroffen door een zeer krachtige aardbeving. De informatievoorziening vanuit de getroffen gebieden Myanmar is beperkt, want het militaire regime houdt liever de luiken gesloten.
Wat is tot dusver bekend? Vier vragen over een ramp waarbij zeker 1.600 mensen om het leven kwamen en die ook buurland Thailand trof.
1 Wat weten we over de aardbeving zelf?
Een aardbeving van 7,7 op de schaal van Richter trof vrijdagochtend rond half acht Nederlandse tijd Myanmar, een land met 58 miljoen inwoners. Het epicentrum bevond zich ten noorden van de stad Mandalay, met zo’n 1,7 miljoen inwoners de op één na grootste stad van het Zuidoost-Aziatische land (na de voormalige hoofdstad Yangon). De beving werd gevoeld tot in de buurlanden Thailand, Laos, Bangladesh, India en China. Een krachtige naschok van 6,4 op de schaal van Richter volgde twaalf minuten na de hoofdschok.
Het gebied, schrijft het KNMI, ligt op de grens van twee tektonische platen, de Euraziatische en Indische plaat. Myanmar heeft dan ook ervaring met zware aardbevingen, en trouwens ook met ander natuurgeweld: cycloon Nargis doodde in 2008 meer dan honderdduizend mensen in het land.
2 Wat is bekend over de schade en over de slachtoffers?
Het is lastig de situatie in Myanmar precies in beeld te krijgen. Myanmar wordt geregeerd door een militaire junta, die niet op pottenkijkers zit te wachten.
Het officiële dodental, gerapporteerd door de junta, lag zaterdagmiddag op 1.644. Er zouden 3.408 gewonden zijn gevallen. Ook zouden er 139 mensen vermist zijn. De verwachting is dat het aantal slachtoffers nog verder oploopt. Naar schattingen van het Amerikaanse Geologische Instituut (USGS) kan het dodental boven de 10.000 uitkomen.
De informatievoorziening is vooral beperkt omdat het regime de persvrijheid aan banden heeft gelegd (Myanmar staat op plaats 171 van de 180, op een ranglijst van de organisatie Reporters without Borders). Buitenlandse persbureaus als AP en Reuters die over het land berichten, werken veelal vanuit Thailand. Journalisten van het Franse persbureau AFP zijn wel aanwezig in Myanmar. Zij beschrijven dat honderden mensen bedolven liggen onder het puin van tientallen ingestorte gebouwen.
„Op de hoek van een straat is de klokkentoren van een klooster aan één kant ingestort. De gebroken wijzers geven 12.55 uur aan, een paar minuten na de dodelijke aardbeving”, staat in een reportage van AFP vanuit Mandalay. „Verderop zouden volgens een Rode Kruis-functionaris ruim negentig mensen vastzitten onder het puin van een flatgebouw. De bovenste zes verdiepingen steunen op wat overblijft van de onderste zes verdiepingen (…) De arm van een vrouw en wat haar komen uit het puin te voorschijn.”, aldus de reportage.
Beeldmateriaal komt mondjesmaat naar buiten. Op (bewegende) beelden die zijn geverifieerd door NRC, is onder meer te zien dat de Sagaing-brug, over de Irrawaddy-rivier, is ingestort.
„Infrastructuur zoals wegen, bruggen en gebouwen werden beschadigd, wat leidde tot slachtoffers en gewonden onder burgers”, zegt de junta erover in een verklaring in de staatsmedia.
Op satellietbeelden zag persbureau AP dat de luchtverkeerstoren van de luchthaven van Naypyitaw, de hoofdstad van het land, is ingestort. De elektriciteitsvoorziening is in Mandalay en Yangon ernstig verstoord.
In buurland Thailand kwamen zeker zes mensen om en raakten 26 mensen gewond op drie bouwplaatsen. Op één daarvan, in de hoofdstad Bangkok, stortte een gedeeltelijk gebouwde wolkenkrabber in. Tien mensen zijn overleden, 42 werden gewond en er worden nog 78 mensen vermist, meldden de Thaise autoriteiten zaterdag.
3 Wat is de politieke en sociale situatie in Myanmar?
De ramp treft Myanmar terwijl de toestand er toch al zeer zorgelijk is: de bevolking lijdt onder een repressief militair regime, die in een bloedige strijd is verwikkeld met een aantal oppositiegroepen. Er is armoede en een gebrek aan zorg, voedsel en schoon water.
In februari 2021 zette het leger de in 2015 democratisch verkozen en in 2020 herkozen regering af, geleid door Aung San Suu Kyi. Zo keerde een situatie van militair bestuur terug die het land had gekend in de meeste jaren sinds het in 1948 onafhankelijk werd van het Verenigd Koninkrijk.
Vanaf de militaire staatsgreep van 2021 woedt er een burgeroorlog. De junta pleegt ernstige oorlogsmisdaden, concludeerden onderzoekers van de Verenigde Naties meermaals. Volgens dit Independent Investigative Mechanism for Myanmar (IIMM) maken de Myanmarese militairen zich onder meer schuldig aan bombardementen op burgers en aan executies van gevangenen.
Lees ook
In overvolle cellen koelt de Myanmarese junta haar woede op politieke gevangenen
In grote delen van Myanmar is het militaire regime echter verdreven en wordt de dienst uitgemaakt door verschillende oppositiegroepen – veelal bestaand uit etnische minderheden, die als tweederangsburgers in het land worden behandeld. „De gevechten worden ernstiger nu de oppositie tegen het militaire bestuur toeneemt”, zei Nicholas Koumjian, IIMM-directeur, vorige maand nog. Ook in de regio Sangaing, waar het epicentrum van de aardbeving lag, wordt vaak hevig gevochten.
„Vier jaar na de machtsovername door het leger vechten burgers in Myanmar om een ongekende humanitaire crisis te overleven”, aldus een recent rapport van de Verenigde Naties. Zo’n 20 miljoen mensen (van de ongeveer 54 miljoen inwoners) heeft humanitaire hulp nodig. Zeker 15 miljoen mensen lijden onder een acuut gebrek aan voedsel.
Sinds de aardbeving is het militaire regime doorgegaan met het bombarderen, meldt de BBC op basis van berichten van oppositiegroeperingen, ook in gebieden dicht bij het epicentrum van de beving. Het regime zet vliegtuigen in van Russische en Chinese makelij. Rusland en China zijn de belangrijkste internationale bondgenoten van de junta.
Thomas Andrews, VN-rapporteur voor de mensenrechten in Myanmar, wees er vrijdag op dat de junta buitenlandse hulp bij eerdere rampen „als wapen” inzette door hulp aan rebellengebied te blokkeren, en riep de internationale gemeenschap op de hulpverlening te coördineren met de oppositie.
4 Wat voor noodhulp bieden landen en organisaties?
De leider van de junta, generaal Min Aung Hlaing, vroeg vrijdag „elk land” om hulp en donaties. Het tekent de ernst van de ramp: normaliter houdt de junta buitenlandse hulp liever buiten de deur.
De eerste internationale hulp kwam zaterdag aan in Myanmar, toen een Chinees reddingsteam arriveerde. China heeft volgens persbureaus gezegd 135 reddingswerkers te hebben gestuurd. Rusland, de andere grote bondgenoot van de junta, zegt 120 reddingswerkers ter plaatse te hebben. India en Maleisië zeggen eveneens tientallen experts te hebben gestuurd. De VS hebben ook hulp aangeboden, maar dit staat op gespannen voet met de ontmanteling door de Trump-regering van ontwikkelingsorganisatie USAID.
Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland hebben gezegd hulp te zullen verlenen via particuliere organisaties, zoals het Rode Kruis. Over hulp vanuit Europa is nog weinig bekend, behalve dat de Europese Commissie heeft gezegd hulpverleners te ondersteunen via Europese Copernicus-satellieten en zegt „klaar te staan” om op andere manieren te helpen.
Meerdere particuliere noodhulporganisaties proberen assistentie te verlenen in de getroffen gebieden. Sommige plekken – ook die waar de hulp het meest nodig is – zijn door de burgeroorlog echter moeilijk te bereiken.
„Morgen trekken verkennende teams van Artsen zonder Grenzen Myanmar in om te kijken wat de schade is”, zegt een persvoorlichter van de organisatie aan de telefoon. „Het epicentrum van de beving, in het midden van het land, is een gebied waar wij niet heen kunnen. Er wordt op dit moment besproken of onze mensen dat wel mogen.”
Conflictgebieden als Sagaing zijn de afgelopen vier jaar door het regime „hermetisch afgesloten”, zegt de woordvoerder. „Na zo’n aardbeving is het de eerste 72 uur juist essentieel dat chirurgische, trauma en wondzorg geboden wordt en dat er hulpgoederen zoals dekens en bouwmaterialen zijn. Die hulp kunnen wij daar op dit moment niet geven. We zijn hard aan het werk om een opening te creëren, want om op grote schaal te werken hebben we echt het regime nodig.”
Het Rode Kruis lijkt meer toegang te hebben tot gebieden als Sagaing. Er zitten 585 medewerkers en ongeveer zesduizend vrijwillligers van het Rode Kruis in Myanmar, zegt een woordvoerder. „Mobiele teams zijn naar de getroffen gebieden getrokken. In Sagaing zijn er vrijwilligers die de mensen ondersteunen – denk aan het uitdelen van eten, drinken en medische pakketten en het vervoer van gewonden naar ziekenhuizen. Prioriteit heeft het redden van mensen die nog onder het puin liggen.” Het plaatselijke Rode Kruis heeft gewaarschuwd dat landmijnen en andere onontplofte explosieven door de aardbeving kunnen zijn verplaatst.
Hulporganisatie Save the Children heeft middelen vrijgemaakt uit het Kindernoodfonds en zegt met spoed te werken aan een hulpoperatie. „We gaan noodhulp bieden in de vorm van voedsel, water en onderdak. Denk ook aan het uitdelen van cash en vouchers.”
De Turkse democratie is nog niet dood. Dat bewezen honderdduizenden Turken zaterdagmiddag in een uitgestrekt park in Maltepe, een verre voorstad in het Aziatische deel van Istanbul, met een massale protestdemonstratie tegen de recente arrestatie van de burgemeester van de metropool, Ekrem Imamoglu. Het was de grootste betoging in Turkije in meer dan een decennium.
Met een oorverdovend gejuich en veel gezwaai met rood-witte Turkse vlaggen en vaantjes van de CHP, de partij van Imamoglu, reageerde de reusachtige menigte op een brief van de gevangen burgemeester die in Maltepe werd voorgelezen. „Ik ben niet bang, jullie staan achter me en aan mijn zijde”, schreef hij. „Ik heb geen angst omdat de natie verenigd is, tegen de onderdrukker.”
Hoewel het protest was georganiseerd door de CHP, de belangrijkste oppositiepartij, waren er ook veel Turken die de partij gewoonlijk niet steunen komen opdagen. Ze beseffen dat de uitschakeling van Imamoglu, die volgens opiniepeilingen een goede kans zou maken om president Erdogan bij de volgende verkiezingen te onttronen, een fatale klap voor de Turkse democratie zou betekenen. Zeker, omdat die eerder ook al de media en het justitiële apparaat naar zijn hand had gezet.
„Ik stem doorgaans geen CHP maar het is nu echt van het grootste belang dat we de democratie in Turkije verdedigen”, zegt een breed geschouderde accountant van een internationaal kleurstoffenbedrijf in Istanbul die met zijn vrouw, volwassen dochter en zoon naar de manifestatie is gekomen.
Zijn naam geeft hij liever niet. „Zie je die mannen”, zegt hij, wijzend op enkele mannen met groene jassen en zonnebrillen die hier en daar tussen de menigte staan. „Dat zijn vaak stillen van de politie.” Ook zijn 70-jarige buurman, een gepensioneerde manager van de inmiddels gesloten luchthaven Atatürk, wil daarom niet met zijn naam in de krant.
Met een oorverdovend gejuich en veel gezwaai met rood-witte Turkse vlaggen en vaantjes van de CHP, de partij van Imamoglu, reageerde de reusachtige menigte op een brief van de gevangen burgemeester die in Maltepe werd voorgelezen. Louisa Gouliamaki/Reuters
Pennen en potloden
De politie is tevens met duizenden geüniformeerde agenten aanwezig. Ze dwingen de betogers door een paar sluizen te gaan, waar velen worden ondervraagd. Journalisten moeten hun pennen en potloden inleveren. „Die kunnen als wapen dienen”, licht een politieman toe, zonder zich kennelijk bewust te zijn van de dubbelzinnigheid hiervan.
„Turkije begint steeds meer op Noord-Korea te lijken”, klaagt Melike Demirag (68), een in Turkije bekende zangeres die met een bevriende journalist naar de demonstratie is gekomen. „Zelfs de advocaat van Imamoglu werd vrijdag enige tijd gearresteerd en zag je die camera’s naast de controleurs? Daarmee registreerden ze waarschijnlijk onze gezichten mee. Er is bijna niets meer van onze vrijheden over.”
Het besef dat er dezer dagen veel op het spel staat beperkt zich niet tot de stadgenoten van burgemeester Imamoglu, die vorige week ook werd gekozen als nationale presidentskandidaat voor de CHP bij de volgende verkiezingen die in principe voor 2028 staan gepland.
„Wij zijn met twee bussen vol betogers uit Pamukkale in Anatolië gekomen, acht uur rijden van hier”, zegt Olbay, een 26-jarige economiestudent. „Het gaat mij niet zozeer om Imamoglu als wel om het feit dat de Turkse democratie ernstig bedreigd wordt. Zo’n arrestatie van de belangrijkste oppositieleider hebben we nooit eerder meegemaakt. Daar moeten we ons tegen verzetten.”
Olbay wijst erop dat Erdogan al 23 jaar aan de macht is. „Bijna zolang als ik leef heb ik nooit een andere president gekend dan Erdogan. Dat hoort niet in een democratie.” Volgens hem is ook de corruptie onder de huidige regering sterk toegenomen.
Ook Olbay geeft liever alleen zijn voornaam. Veel studenten zijn bezorgd dat ze anders last met de autoriteiten krijgen. Daags voor de demonstratie in Maltepe zegt een jonge man naast een universiteitsgebouw in het centrum van Istanbul dat hij één keer aan een betoging heeft meegedaan. Zijn metgezellen – twee jonge vrouwen en twee jonge mannen – helemaal niet. Ze onderstrepen dat dit niet betekent dat ze de regering-Erdogan steunen, maar ze zijn bang voor eventuele gevolgen.
Ook een Zwitserse student psychologie, die in het kader van het Erasmus-programma enige tijd in Istanbul zit, mijdt daarom de betogingen liever. „Ik heb gehoord dat er al verscheidene buitenlandse studenten het land zijn uitgezet nadat ze aan demonstraties hadden deelgenomen”, zegt hij, zittend op een bankje naast het metrostation bij de universiteit.
Hoewel het protest was georganiseerd door de CHP, de belangrijkste oppositiepartij, waren er ook veel Turken die de partij gewoonlijk niet steunen komen opdagen.
Kemal Mustafa Atatürk
Alle sprekers bij de demonstratie, onder wie Mansur Yavas, Imamoglu’s ambtgenoot uit de hoofdstad Ankara, onderstrepen – zoals verwacht – hun steun voor Imamoglu en de Turkse democratie. In dat licht verbaast het enigszins dat dezelfde sprekers vaak in één adem ook Kemal Mustafa Atatürk noemen, de vader van het moderne Turkije en ruim een eeuw geleden de oprichter van de CHP. Atatürk staat immers bekend als een krachtig vernieuwer op tal van gebieden maar een democraat was hij allerminst. Atatürk bestuurde het land even autocratisch als Erdogan nu.
Lees ook
Goedkope buurtrestaurants in Istanbul zijn strijdtoneel tussen Erdogan en Imamoglu
Maar die wetenschap lijkt veel betogers niet te deren. Op een gegeven moment scandeert de menigte uit volle borst: „Wij zijn de soldaten van Mustafa Kemal.” Deniz, een vrouw van middelbare leeftijd, loopt opgewekt met een plakkaat, waarop ze de vraag stelt: „Waar wilt u over vijf jaar zijn?” Zelf beantwoordt ze die vervolgens: „Ik wil de weg van Atatürk volgen, dat is de juiste weg.” Daarmee bedoelt ze vooral, licht ze desgevraagd toe, Atatürks consequent seculiere beleid.
Hoewel niet iedereen er kennelijk dezelfde opvattingen over democratie op nahoudt, verlieten de honderdduizenden betogers, beschenen door een aangename voorjaarszon, over het algemeen schijnbaar tevreden Maltepe, al blijft ongewis wat het effect van hun indrukwekkende demonstratie zal zijn. „Protesteren is eigenlijk het enige wat we nog kunnen doen”, constateert zangeres Melike Demirag enigszins gelaten.
De Zweedse journalist Joakim Medin is donderdag bij aankomst in Turkije gearresteerd. Dat bevestigde de Zweedse minister van Buitenlandse zaken vrijdag na berichten van Medins werkgever Dagens ETC. Medin zou in Turkije verslag doen van de protesten tegen de regering van president Recep Tayyip Erdogan. De journalist wordt volgens Turkse media beschuldigd van belediging van de Turkse president en van lidmaatschap van een terroristische organisatie.
Donderdag liet Medin zijn werkgever weten dat hij werd meegenomen voor ondervraging. Volgens Andreas Gustavsson, hoofdredacteur van Dagens ETC, zit Medin vast in een gevangenis in de buurt van Istanboel. Op de website van de krant noemt hij de beschuldigingen tegen zijn verslaggever zaterdagmiddag onjuist. Hij roept hij de Zweedse regering op de druk op Turkije op te voeren om Medin vrij te krijgen.
Medin heeft volgens zijn hoofdredacteur in de gevangenis contact gehad met een advocaat, maar nog altijd niet gehoord waarvan hij formeel wordt beschuldigd. Sinds de arrestatie van Ekrem Imamoglu, de burgemeester van Istanboel en politieke rivaal van Erdogan, zijn grote protesten uitgebroken. Daarbij werden al bijna 1.900 mensen opgepakt. Ook een BBC-journalist werd 17 uur vastgehouden en woensdag het land uitgezet.
De zaak van Medin gaat verder terug dan de recente protesten. Het zou gaan om een actie van januari 2023, waarbij in Stockholm een pop van de Turkse president ondersteboven werd opgehangen. Medin ontkent bij die actie betrokken te zijn geweest. De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Maria Malmer Stenergard zei vrijdag de zaak serieus te nemen en contact te hebben gehad met de Turkse ambassadeur om de zaak „op te helderen”.