Met „verbazing” keek premier Dick Schoof vorige week naar het Signal-lek in de Verenigde Staten. Journalist Jeffrey Goldberg bleek daar per ongeluk toegevoegd aan een besloten chatgroep met onder anderen vicepresident JD Vance, minister van Defensie Pete Hegseth en de Nationaal Veiligheidsadviseur Mike Waltz. Gisteren bleek uit onderzoek van het Amerikaanse nieuwsplatform Politico dat Waltz meer dan twintig werkgerelateerde groepsgesprekken op Signal heeft opgezet.
De richtlijnen voor de digitale communicatie van het Nederlandse kabinet zijn „volstrekt helder”, volgens Schoof, oud-directeur bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Maar wat zijn die richtlijnen, en hoe goed is het onderlinge overleg van ministers en staatssecretarissen beveiligd? Vier vragen.
1. Communiceert het Nederlandse kabinet met gewone appjes?
Ja, onder meer. Het kabinet-Schoof heeft een gezamenlijke WhatsApp-groep. Maar landbouwminister Femke Wiersma (BBB) zegt dat hierin „geen diepgravende inhoudelijke dingen” worden besproken. De groepschat is voornamelijk bedoeld om elkaar „op de hoogte” te houden.
Minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel (VVD) zit zelf in „een stuk of acht” werkgerelateerde groepschats, zegt hij. Een communicatiegroepsapp bijvoorbeeld, waarin persberichten worden doorgestuurd en ‘reactielijnen’ van de minister worden besproken. „Daar is niks geheims aan”, zegt Van Weel.
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Judith Uitermark (NSC) noemt Whatsapp „ook handig”. Uitermark zegt dat het communicatiemiddel door bewindspersonen gebruikt mag worden, maar niet voor „vertrouwelijke informatie”, noch voor „besluitvorming”.
2. Mogen kabinetsleden onderling appen volgens de richtlijnen?
Ja, onder voorwaarden. De integriteitscode voor digitale middelen (2022) uit het Handboek voor bewindspersonen schrijft voor dat bewindspersonen terughoudend moeten zijn met gebruik van hun privé-mail of commerciële berichtenapps voor werkgerelateerde doeleinden. Over het algemeen wordt het bewindspersonen „ernstig ontraden”.
Maar daarbij wordt ruimte gelaten voor praktijksituaties waarbij „afgeweken” mag worden als een bewindspersoon dit noodzakelijk acht. Landbouwminister Wiersma bijvoorbeeld noemt het gebruik van commerciële berichtenapps „onvermijdelijk in dit soort functies”– zolang er daarbij „geen ongewenste deelnemers” aan groepschats worden toegevoegd, zoals in de VS.
Begin vorig jaar nam de Tweede Kamer wel een motie van NSC-Kamerlid Sandra Palmen aan voor het gebruik van speciale, veilige chatapplicaties door bewindspersonen en ambtenaren. Die oproep was geïnspireerd op Frankrijk, waar de regering al gebruik maakt van de speciaal ontworpen chatsapps Olvid en Tchap. Met die laatste wordt momenteel geëxperimenteerd, zo blijkt uit een Kamerbrief van staatssecretaris Zsolt Szabó (PVV) van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De invoering van zo’n app is een langdurig traject. Het Rijk heeft in november van 2024 de opdracht gekregen om dit nieuwe beveiligde communicatiemiddel binnen Rijksoverheid in gebruik te nemen. Met de toekomstige implementatie kan het zakelijke chatverkeer tussen bewindspersonen en geselecteerde Rijksambtenaren beter worden beveiligd en automatisch worden gearchiveerd.
3. Worden de appjes van bewindspersonen wel bewaard?
Ja, de archiefwetgeving uit 1995, aangescherpt in 2021, verplicht bewindspersonen hun werkgerelateerde berichten te bewaren – dus ook appjes, sms’jes en mailtjes.
Oud-premier Mark Rutte kwam in 2022 bijvoorbeeld in politieke problemen, toen bleek dat hij jarenlang sms’jes had verwijderd vanwege „beperkte opslagruimte” op zijn oude Nokia-telefoon. Hij overleefde een motie van wantrouwen.
Minister Uitermark omschrijft werkgerelateerde appjes als een „bron van informatie” die via een aanspraak op de Archiefwet ook kunnen worden „teruggelezen”.
Minister Van Weel gebruikt zijn privémail naar eigen zeggen overigens alleen voor „protocollaire dingen” zoals een uitnodiging voor „een kerkdienst”. Minister Wiersma zegt dat privémail „gedoe” kan opleveren en zegt het daarom niet te gebruiken.
4. Hoe kan het kabinet over gevoelige informatie communiceren?
Bewindspersonen hebben de mogelijkheid om via een beveiligde lijn te communiceren. Minister Uitermark gebruikt de beveiligde telefoon, genaamd Tiger, „elke week”, zegt ze. Van Weel legt zijn beveiligde telefoon altijd in zijn dienstauto. „De auto is vaak dichtbij” en heeft „een kluis,” verklaart van Weel.
Voor eigen telefoons van bewindspersonen gelden soms ook speciale veiligheidsmaatregelen. Zo is onder premier Schoof afgesproken dat iedereen voor de ministerraad in het Catshuis zijn of haar telefoon opbergt in een kluisje. De besluitvorming in het overleg is dan ook strikt vertrouwelijk, totdat deze schriftelijk wordt vrijgegeven aan de Eerste of Tweede Kamer. De notulen van de ministerraad worden pas na twintig jaar vrijgegeven.
Het opbergen van de telefoons heeft nog een voordeel, zegt minister Uitermark. Iedereen zit ook „meer gefocust” aan de vergadertafel.
Lees ook
Bewindspersonen nog steeds slordig met opslaan appjes en sms’jes
