Het blijft toegestaan om asielzoekers vast te houden in het detentiecomplex bij Schiphol. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State woensdag opnieuw in hoger beroep geoordeeld. Met deze uitspraak trekt de hoogste bestuursrechter een andere conclusie dan de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Amsterdam), die eind januari juist had geoordeeld dat het opsluiten van een asielzoeker „van meet af aan onrechtmatig” is.
De zaak draaide om een man die op 1 januari 2025 vanuit de Taiwanese hoofdstad Taipei op Schiphol is aangekomen, waar hij direct asiel heeft aangevraagd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) plaatste hem vervolgens in het Justitieel Complex Schiphol (JCS), een detentiecomplex waar ook strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen verblijven. Kern van de zaak was of het deel waar asielzoekers verblijven voldoet aan Europese eisen voor asielopvang, meer specifiek de regels voor een „speciale bewaringsaccommodatie”.
Asielzoekers mogen in principe niet worden opgesloten, juist omdat ze om internationale bescherming tegen vervolging hebben gevraagd. Uit de Europese Opvangrichtlijn volgt dat asielzoekers die toch worden gedetineerd, moeten worden gescheiden van strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen. Ook moeten asielzoekers in de buitenlucht kunnen rondlopen.
Strafregime
Drie rechters van de rechtbank Amsterdam besloten het JCS in januari te bezoeken, om zelf na te gaan onder welke omstandigheden asielzoekers die niets hebben misdaan worden vastgehouden. Uit deze zogeheten schouw bleek dat de twee groepen vreemdelingen elkaar kunnen tegenkomen. Zij konden op sommige plekken met elkaar communiceren, ondanks een muur die de twee delen van het detentiecomplex van elkaar scheidt.
Nog erger vonden de rechters dat asielzoekers tussen 22.00 uur en 08.00 uur worden opgesloten, verplicht in een tweepersoonscel moeten verblijven en alleen onder begeleiding naar buiten mogen. Dit alles leek volgens de rechters te veel op een strafregime. Ook zagen zij geen goede reden voor het afpakken van mobiele telefoons en de beperkte toegang tot het internet.
Lees ook
Raad van State: Oekraïeners onterecht vastgezet op Schiphol
Europese regels
De Raad van State oordeelde eerder al dat het complex bij Schiphol in lijn is met Europese regels. Voor de uitspraak van woensdag zag het geen reden om net als de rechtbank Amsterdam zelf bij het JCS te kijken, omdat de feiten die de rechters in hun uitspraak presenteerden niet werden betwist door minister Marjolein Faber (PVV) van Asiel en Migratie.
Zij besloot eind januari in hoger beroep te gaan tegen de rechtbankuitspraak. Zo vond de minister dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met het gegeven dat bepaalde maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat asielzoekers „ongeoorloofd vertrek[ken]”, nog voordat de IND heeft kunnen beslissen of een asielzoeker Nederland binnen mag. Ook zou personeel er alles aan doen om te voorkomen dat de twee groepen vreemdelingen elkaar kunnen tegenkomen in gangen of trappenhuizen.
De Raad van State beaamt dat de delen waar asielzoekers en strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen verblijven identiek zijn. Maar beide groepen worden wel degelijk aan andere beperkingen onderworpen, schrijft de Raad. Veroordeelde vreemdelingen mogen slechts één uur per dag luchten, tegenover de 13,5 uren die asielzoekers krijgen. Dat beide groepen elkaar bij „falend toezicht” kunnen tegenkomen, maakt niet dat het JCS niet meer voldoet aan Europese eisen.
Het innemen van mobiele telefoons is volgens de Raad noodzakelijk voor de veiligheid van het personeel van het detentiecomplex. Wel krijgt minister Faber op één punt huiswerk mee: de beperkte toegang tot het internet is „een aandachtspunt” waarvoor zij „een oplossing moet bedenken”.
‘Lagom’ is Zweeds. Het is zo’n woord dat zich moeilijk laat vertalen – zoals ons Nederlandse ‘gezellig’ – omdat het steeds net weer een andere lading kan hebben al naargelang de context waarin het gebruikt wordt. Lagom betekent zoiets als ‘precies goed’. Niet per se in de zin van perfect. Maar het is meer dan adequaat of voldoende. Gewoon precies goed voor de gelegenheid. Of, zoals de Vlamingen zo mooi kunnen zeggen: meer moet dat niet zijn.
Precies goed. Dat kun je opvatten als een tamelijk pretentieuze naam. Of juist een realistische, haalbare ambitie. Hoe je het ook opvat, ik kan me goed voorstellen dat je op een aangename middag in een waterig lentezonnetje op het terras zit met uitzicht over de pittoreske haven van Harderwijk. Glaasje muskateller in de hand – strak, droog, met een zweempje ordinair tropisch fruit – waarvan je er zonder dat je er erg in hebt opeens al drie hebt gedronken. Dat je besluit dan maar een hapje te blijven eten. Dat je een amuse van bospeentartaar met vadouvan krijgt, een hap neemt en denkt… ‘ja, dit is eigenlijk precies goed voor het moment’. Meer moet dat niet zijn.
Lagom is een doorstart van restaurant Chez Brochard, onder nieuwe eigenaar Hugo Hond, met dezelfde chef, Peele Koops. Hond en chef Koops staan samen in de keuken en sparren veel.
Dat de mannen kunnen koken is duidelijk. De smaakcombinaties zijn overwegend goed en vooral de cuissons zijn allemaal dik in orde. Een prachtig lijvig stuk skrei (winterkabeljauw) valt exact in lamellen uit elkaar zonder ook maar een seconde te lang te zijn gegaard. De hollandaise heeft exact de juiste balans tussen hoog zuur en filmende vettigheid, ze is mega-fluffy en licht, maar nog wel een saus, niet van dat broze schuim.
Ook de garnituren hebben een heel precieze garing meegekregen. De parelgort (op wijze van risotto) is smeuïg, maar niet papperig, de graankorrels hebben exact de juiste bite. De prei in de ravioli van het vega-hoofdgerecht is heerlijk romig zacht gestoofd. Andere groenten zijn net niet meer rauw, maar wel nog knapperig. Neem die bospeen in de amuse, die is in héle fijne vierkantjes gesneden (‘suiker snijden’ in vaktermen) en zeer kort geblancheerd, met een smaakvolle vadouvan-olie en gebrande zilveruitjes die zuur en roostersmaak geven.
Zeebaarsceviche in ponzu met mango en kokos-limoenvinaigrette klinkt gevaarlijk banaal, als een veel te zoete vakantiecocktail. Maar ook dit is behoorlijk geraffineerd gedaan. De miso in de yuzucreme en de soja in de ponzu bieden een umami-ankertje. We meren aan op een tropisch eiland, maar er staat nog een stevige Atlantische bries. Het werkt eigenlijk nog beter in de vega-variant: de ragfijne sliertjes knolselderij geven een soort krabsensatie en laten zich minder snel ondersneeuwen dan de delicate zeebaars. Lagom is overwegend een visrestaurant, maar vlees kunnen ze ook: prima ossenstaart met nagelholt en gedroogde bloedsinaasappel (en heel aardige rendang van jackfruit voor de vegetariër) – de hartige tonen van de lavas-vinaigrette erbij flirten leuk met de minty finish van de friszure montepulciano.
Bon. Helaas is niet alles precíés goed. We komen nogal wat verplichte krokantjes tegen en de ‘parels’ (zie inzet) zijn tot twee keer toe taai. Groter probleem is als ingrediënten hun draai niet kunnen vinden op het bord en daarmee de rest dwarszitten. Octopus en pecorino-kaas kunnen prima naast elkaar bestaan in een risotto-achtige context (in dit geval met die parelgort). Maar een komkommerlint in zoetzure sushi-azijn snijdt daar lelijk doorheen, waardoor het allemaal een beetje dissonant wordt.
Een gemütlich tafereeltje
De skrei, met een leuke vissige verdieping van een quenelle gerooktemakreelsalade, op een zalvige koolraapcrème met hartige boerenkoololie vormen een gemütlich tafereeltje. Dat wordt verstoord door een surrealistische veeg rodepaprika-beurre blanc. In beide gevallen was het een prima gerecht geweest zonder die vreemde eend in de bijt – die komkommer en rode paprika kunnen zonder enige pijn gewoon weggelaten worden.
Wat goed is en beter kan komt eigenlijk precies samen in het hoofdgerecht. Een prachtig gegaarde hoender is een mals en sappig canvas voor een geweldig huwelijk tussen een intense zoet-vissige bouillabaisesaus en een geconcentreerde, plakkerige kipjus met dragon, die van twee kanten naar elkaar vloeien. Slim bedacht, mooi uitgevoerd, wil ik morgen nog een keer eten. Maar daar liggen dan drie ministukjes kreeft naast waar je nooit iets van gaat terugproeven. Kreeft als garnering is echt het verkeerde soort decadentie (al zal het niet zo bedoeld zijn). Beter was de ravioli naast de kip gevuld met kreeftenfarce (dan had het een functie gehad) in plaats van een wat taai kipgehakt dat naast dat mooie hoen niet veel toevoegt.
Wat vooral begint op te vallen is dat nagenoeg alle gerechten volgens dezelfde blauwdruk zijn opgebouwd: aangemaakte brunoise gesneden groente als basis, daarop vlees of vis, vaak uit hetzelfde stekertje – alles is daardoor cirkelvormig – telkens een andere lichter- of donkerder-groene vinaigrette (van lavas, rucola, boerenkool of cavolo nero), en dan afgemaakt met een schuimige saus. Dat wordt snel sleets, daarin mag wat meer creativiteit gestoken worden.
Het zijn evenwel allemaal punten waar op zich makkelijk wat aan te doen is. En daarbij: Lagom is nog net geen jaar open, dus ze zullen er zeker meer in groeien. In de tussentijd kunt u daar prima neerstrijken op het terras als u eens in Harderwijk bent.
Voor de klassieker van vorige maand reisde ik af naar Rio de Janeiro. Zo hoefde ik voor de klassieker van maart alleen maar een stukje door te vliegen naar Caracas of Bogotá. Nee hoor, dit lieg ik. Dat ik in Brazilië was en daar een moqueca at, klopt. Maar in Venezuela of Colombia ben ik nog nooit geweest. Daarom wendde ik mij tot Raul Lansink met het verzoek me alles te leren over de arepa, een traditioneel Venezolaans/Colombiaans maisbroodje, dat in het kielzog van emigranten ook populair is geworden in landen als de Verenigde Staten, Peru en Spanje.
Raul kwam hier al eens eerder voorbij, in een column over een magistraal auberginegerecht dat ik destijds had geproefd in zijn Peruaanse restaurant Nazka in Amsterdam. De horeca-ondernemer groeide op in Venezuela en is goed thuis in de gehele Zuid-Amerikaanse keuken. „Grappig dat je belt”, reageerde hij. „Ik ben as we speak op zoek naar een locatie in Amsterdam om een arepera te beginnen, een arepazaakje.” Bijna lyrisch vertelde hij me vervolgens over de arepa’s die zijn moeder vroeger bakte voor het ontbijt, hoe hij de zoetwarme toastgeur van de broodjes al rook bij het ontwaken en dat je hem nog steeds wakker kunt maken voor een arepa-ontbijt.
Wat de arepa volgens hem zo smakelijk maakt, is de brosse, krokante textuur en de zachte, fluffy maissmaak. En de vulling natuurlijk. De broodjes worden meestal rijk gevuld met zaken als avocado, bonen, kip, bakbanaan, eieren of, Rauls favoriet: carne mechada ofwel Venezolaanse pulled beef. „Wil je een recept?” Wat denk je zelf?
Omdat de ruimte hiernaast te krap is om én het recept voor de carne mechada én het recept voor de arepa’s te geven, beginnen we hier alvast met de broodjes. U heeft er harina precocida voor nodig, voorgekookt maismeel van het beroemde Venezolaanse merk PAN. Dit meel is te koop bij vrijwel iedere supermarkt, en ook bij toko’s en online. Het mag wit of geel zijn, dat maakt niet uit.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius. Doe 300 g harina precocida, 200 ml melk, 200 ml water en 1 theelepel zout in een kom. Voeg 3 eetlepels zonnebloemolie en wat versgemalen zwarte peper toe. Kneed snel met de hand tot een samenhangende deegbal. Laat afgedekt met een theedoek 10 minuten rusten. Verdeel het deeg in 8 gelijke stukken. Vet uw handen lichtjes in met zonnebloemolie en rol de 8 stukken deeg uit tot balletjes. Druk deze enigszins plat; de diameter mag ergens tussen de 7 en 10 cm zijn – als de randen een beetje scheuren kunt u ze met geoliede handen weer glad boetseren. Bescherm de broodjes die al gevormd zijn liefst onder vershoudfolie, zodat ze niet uitdrogen.
Leg de arepa’s op een bakplaat en bak ze 10 minuten in het midden van de oven. Keer de broodjes en bak ze in nog eens 6 tot10 minuten gaar. Een arepa is klaar wanneer de buitenkant stevig aanvoelt en licht krokant is en de binnenkant warm en fluffy. (Als hij moeilijk te snijden blijkt, is hij te kort in de oven geweest.) Haal de arepa’s uit de oven en laat ze nog 3 minuten rusten voor u ze opensnijdt en vult.
In maart 2022 zit Boris van der Vorst met zijn vrouw Ingeborg op een bankje aan de Schelde in Antwerpen. De wereld staat op z’n kop, Rusland is net Oekraïne binnengevallen. Maar aan de Schelde is de oorlog ver weg. De temperatuur is aangenaam voor de tijd van het jaar, het water klotst zachtjes tegen de kade. „Ik ga het doen”, zegt Van der Vorst tegen zijn vrouw.
Met ‘het’ bedoelt hij: ervoor zorgen dat de bokssport olympisch blijft. Wat hij dan nog niet weet is dat hij een eigen boksbond moet oprichten, omdat hij zich zal stuk bijten op een Russische opponent met belangrijke contacten in het Kremlin. Van der Vorst ziet als voorzitter van de Nederlandse boksbond met lede ogen aan hoe zijn sport naar de rand van de afgrond wordt gebracht door machtsmisbruik, omkoping en financieel wanbeleid van wereldboksbond IBA en voorloper AIBA.
Lees ook
Olympische erkenning World Boxing, boksen op Spelen LA van 2028 binnen bereik
Een paar maanden voor het bezoek aan Antwerpen heeft Richard McLaren, jurist en integriteitsspecialist, een onderzoek gepresenteerd naar de gang van zaken op het olympisch bokstoernooi van 2016 in Rio de Janeiro. Hij concludeert dat de uitslag van elf boksduels vooraf vaststond. Terecht kregen alle juryleden en scheidsrechters die in Rio actief waren hun congé.
Van der Vorst zat tijdens een van de meest besproken duels op de tribune: de kwartfinale tussen de Ier Michael Conlan en de Rus Vladimir Nikitin in het bantamgewicht. Conlan is duidelijk de betere, en als de jury de zege aan Nikitin toekent, weet Van der Vorst: slechte reclame voor de bokssport. Met een dubbel gevoel zit hij niet veel later in het vliegtuig met de medaillewinnaars, onder wie Nouchka Fontijn, die zilver heeft gewonnen in de categorie tot 75 kilogram.
Hij is opgelucht als het IOC in 2019 besluit zélf het olympisch bokstoernooi van 2021 in Tokio te organiseren, de financiële en bestuurlijke chaos bij IBA-voorloper AIBA ten spijt. Het is gênant dat de boksbond wordt kaltgestellt, maar veel boksers zien de Spelen als het hoogst haalbare, weet Van der Vorst, die vreest voor de Spelen van 2024 in Parijs en die van 2028 in Los Angeles. Wie garandeert dat IOC-baas Thomas Bach nog eens met de hand over het hart strijkt?
Hij is er niet gerust op en stuurt begin 2022, met elf andere voorzitters van nationale boksbonden, een brief naar Oemar Kremlev, voorzitter van de internationale boksbond. Ze schrijven dat het hun „topprioriteit” is om boksen op het olympische programma te houden, en vragen om een ontmoeting op het IBA-hoofdkwartier in Lausanne, zodat ze hun zorgen kunnen delen.
Het antwoord volgt vier dagen later. Kremlev is voor een ontmoeting, maar de corona-maatregelen verhinderen dat. Het zou „niet eerlijk” zijn om andere bonden de kans op een ontmoeting te ontzeggen, schrijft hij.
Al die dingen schieten door zijn hoofd als Van der Vorst op het bankje in Antwerpen tegen zijn vrouw zegt dat hij het tegen de machtige Russische voorzitter gaat opnemen. Hij wil er alles aan doen om te zorgen dat de bokssport olympisch blijft. Whatever it takes.
De strijd om het voorzitterschap
Boris van der Vorst denkt dan nog dat hij dat doel alleen kan bereiken met hervormingen van binnenuit. Daarvoor zal hij eerst de IBA-verkiezingen, twee maanden later in Istanbul, moeten zien te winnen van de in 2020 aangetreden Kremlev, die voor een herverkiezing gaat.
In 2020 stonden de twee ook tegenover elkaar. Met zijn boodschap dat de bokssport „een eerlijke en duurzame benadering verdient”, legde Van der Vorst het af tegen de grote zak met geld die Kremlev aan Afrikaanse stemgerechtigden beloofde. Een belofte die de Rus kon nakomen, want hij heeft nauwe banden met oliegigant Gazprom en het Kremlin. Kremlev ontving de Orde van Sint-Joris, de hoogste militaire onderscheiding van de Russische Federatie.
Van der Vorst vindt het vreemd dat bij die eerste verkiezing alle laptops uitvielen toen hij vanuit Nieuwegein aan zijn online toespraak voor het IBA-congres – het was coronatijd – begon. En wat te denken van de mail die vanuit een onbekend adres naar alle stemgerechtigden werd gestuurd? ‘Beroepsoplichter Boris van der Vorst’ zou betrokken zijn bij prostitutie en drugsdelicten. Zijn kandidatuur zou zijn ingegeven door „de wens illegale gelden wit te wassen” via de boksbond.
Bewijzen kan hij niets, en eigenlijk wil Van der Vorst er ook niet op terugkijken. Maar feit is dat hij weet waar hij aan begint als hij kort na zijn besluit in Antwerpen opnieuw de strijd met Kremlev aangaat. De Rus heeft „veel geld en tijd in de bokssport gestoken”, zegt hij kort voor de verkiezing in Istanbul tegen NRC. Een groot deel van de miljoenenschuld is weggewerkt, al is Kremlev niet transparant over het contract dat hij met Gazprom heeft gesloten.
In hetzelfde gesprek zegt Van der Vorst dat het IOC Kremlev „niet in de armen heeft gesloten” en dat de Russische inval in Oekraïne het er niet beter op heeft gemaakt. Hij stelt zich kandidaat „zodat de leden een alternatief hebben”.
Van der Vorst maakt in Istanbul meer kans dan bij zijn eerste poging. Niet alleen is zijn netwerk omvangrijker dan toen, maar de Afrikaanse landen zijn ditmaal verdeeld, en de vraag is of Kremlev genoeg steun krijgt met financiële beloften in oorlogstijd – enkele Russische bestuurders bij andere sportbonden hebben zich teruggetrokken. Daar komt bij dat IOC-voorzitter Bach een brandbrief naar alle nationale boksfederaties heeft gestuurd, waarin hij aandringt op nieuw leiderschap. En die nieuwe leider moet híj zijn, denkt Van der Vorst, want hij is de enige tegenkandidaat.
Waarom niemand anders het in Istanbul tegen Kremlev opneemt weet Van der Vorst niet. Je zou dat wel verwachten, zegt hij, vooral van een groot boksland als de VS. Durfden ze het niet tegen Kremlev op te nemen? Vestigden ze hun hoop op hém? Het blijft speculeren.
Nog voor het congres wordt duidelijk hoe Kremlev en Van der Vorst verschillen. De Rus arriveert met veel uiterlijk vertoon – iets waar de bokswereld gevoelig voor is. Alsof er een lid van het koninklijk huis wordt ingevlogen. Kremlev heeft een grote groep beveiligers om zich heen, alles wordt afgeschermd. Zelf moet Van der Vorst het als voorzitter van de Nederlandse boksbond met minimale middelen doen.
Maar hij laat zich niet afleiden en zet zijn sterkste wapens in: overredingskracht en charisma. Van der Vorst zal nooit vergeten hoe hij de dag voor de verkiezing in een theetuin in Istanbul zit, met een groep boksbondvoorzitters die berekenen wat zijn kansen zijn. Het heeft er alle schijn van dat hij een meerderheid gaat behalen. „We willen de olympische status niet kwijtraken”, zeggen ze tegen hem. „We gaan voor jóu.”
Van binnen naar buiten
Een paar uur na de ontmoeting in de theetuin zit Van der Vorst op zijn hotelkamer als de telefoon gaat. Of hij het al weet, vraagt een journalist. „Je bent niet langer verkiesbaar.” Van der Vorst kijkt vragend naar een bevriende afgevaardigde uit Nieuw-Zeeland, die hem in zijn hotelkamer heeft opgezocht. Is dit een grap?
De uitspraak van IBA’s interim nomination unit krijgt hij per mail. Hij is niet langer kandidaat, omdat hij al maanden voor de toegestane termijn campagne zou hebben gevoerd. De boksfederaties van Servië en Venezuela hebben bezwaar aangetekend.
Het begon met de brief die hij en elf andere boksbestuurders aan Kremlev stuurden. De Common Cause Alliance, waarin zij zich verenigd hebben, wordt in de uitspraak een „parallelle macht” genoemd. Ook van vier andere bestuurders die de brief ondertekenden, wordt de kandidatuur voor IBA-bestuursfuncties ingetrokken. Ze kunnen in beroep bij het sporttribunaal CAS.
In de beslissing wordt uitgebreid geciteerd uit correspondentie tussen IBA en Van der Vorst. De situatie is te bizar voor woorden, vindt hij, maar hij weet óók dat de procedure bij het CAS – waar hij zijn beklag zal doen – veel langer gaat duren dan de tijd die nog rest tot de verkiezingen. Hij kan niet verhinderen dat Kremlev „bij acclamatie” wordt herkozen in Istanbul.
‘We gaan voor jóu’, zeggen boksbondbestuurders in een theetuin in Istanbul tegen Van der Vorst, vlak voor hij onverkiesbaar wordt gesteld
Van der Vorst wordt een maand later door het CAS in het gelijk gesteld. Hij is weliswaar te vroeg begonnen met campagne voeren, maar had daarvoor hooguit een waarschuwing mogen krijgen. Bovendien voerde de voorzitter zelf óók te vroeg campagne, en is hij daarvoor niet bestraft. De verkiezingsuitslag wordt door het CAS ongeldig verklaard.
Enkele maanden later stelt Kremlev de IBA-leden op een congres in Armenië voor de keus: wel of geen nieuwe verkiezingen? Bijna driekwart van de 146 bonden stemt tegen, 36 stemmen voor en vier onthouden zich. „Een heel bijzondere ervaring” noemt Van der Vorst het. Hij krijgt politiebescherming in Armenië en wordt de avond voor de verkiezingen bezocht door een afgevaardigde van een voormalig Sovjet-land, die aankondigt dat „de stemkastjes morgen gaan uitvallen” – wat gebeurt. Van der Vorst weet niet wat ervan te denken.
Bang is hij niet. Bezorgd wel, want de hoop op een bestendige olympische toekomst slinkt met de dag. Vlak voor het congres wordt de Oekraïense boksbond (die leden oproept niet op Kremlev te stemmen) op non-actief gezet. Bij de opening van een Russische boksschool drukt Kremlev de Russische president Poetin, een vertrouweling, de hand.
Hoe verder Kremlev van het IOC komt te staan, weet Van der Vorst, hoe meer die olympische droom uit zicht raakt. Weliswaar heeft het IOC besloten de organisatie van het olympisch bokstoernooi in Parijs op zich te nemen, maar over de Spelen van 2028 in de VS, ’s werelds boksmekka, is nog veel onduidelijk. Langzaam komt het besef dat die hervormingen van binnenuit er nooit van zullen komen. Er zit er maar één ding op: een nieuwe boksbond oprichten.
Ontmoeting in het kasteel
Kasteel Cammingha in Bunnik wordt aangeprezen als ‘de perfecte accommodatie voor intieme diners, stijlvolle zakelijke bijeenkomsten en huwelijksplechtigheden’. Het is zes eeuwen oud, maar de karakteristieke houten balken laten zich goed combineren met moderne lampen en dito meubilair.
Op 19 november 2022 ontvangt Van der Vorst er een aantal internationale boksbestuurders. Hij spreekt nu eufemistisch van een „brainstorm”, maar de genodigden komen voor een steering committee meeting. Samen bedenken ze de naam voor het redelijke alternatief voor IBA: World Boxing. „Een noodzakelijk kwaad” noemt Van der Vorst het een half jaar later tijdens een druk bezochte persconferentie in Londen.
World Boxing zorgt voor optimisme. De oprichters moeten in tweeënhalf jaar tijd – dan wordt het programma voor ‘Los Angeles’ bepaald – het onmogelijke voor elkaar zien te krijgen. Bij het runnen van een sportfederatie komt veel kijken, van sponsoren tot competities en leden. Maar voor het organiseren van het olympisch bokstoernooi in LA is meer nodig. World Boxing moet aan zo’n zeventig eisen voldoen, laat het IOC, dat in mei 2024 een officiële gesprekspartner wordt, weten. Voldoende steun van boksbonden is cruciaal.
Foto Merlijn Doomernik
‘Ik wil geen hartslagen aan de Russen spenderen’
Boris van der Vorst
Na de lancering brengt Van der Vorst meer tijd dan ooit met sportbestuurders door. In Mongolië drinkt hij wodka met ze. In Senegal gaat hij met ze hardlopen op het strand. In India vergezelt hij ze bij een bezoek aan een boksschool. Hij doet ook dingen waar hij een paar jaar eerder voor zou bedanken, zoals speechen voor een volle zaal in het Engels. Met een van zijn drie dochters heeft hij aan zijn uitspraak gewerkt.
Tijdens al die bezoeken vraagt Van der Vorst bestuurders niet om steun, maar vraagt hij ze om hun olympische droom na te jagen. Die benadering slaat aan, al groeit het ledental van World Boxing aanvankelijk minder snel dan gehoopt, en wordt hij door de IBA in de pers belachelijk gemaakt. Pas als India in mei 2024 over de brug komt, volgen veel meer bonden.
Intussen doet IBA verwoede pogingen het tij te keren. Twee Russische komieken bellen IOC-voorzitter Bach, en doen zich voor als Afrikaanse sportbestuurders. Ze ontlokken hem de uitspraak dat Kremlev ‘corrupt’ is. Kremlev schrijft ook een brief aan de herkozen president van de VS, Donald Trump, waarin hij zich beklaagt over de olympische bond, en voorstelt samen te werken. Of hij antwoord heeft gekregen is onbekend.
Onbedoeld drijft Kremlev zijn Nederlandse concurrent richting het IOC, waar die een graag geziene gast wordt. Van der Vorst stopt als algemeen directeur van FysioHolland, zodat hij op elk gewenst moment in het vliegtuig kan springen. Alleen een paar commissariaten bij Nederlandse bedrijven houdt hij aan. Zijn hele gezin helpt hem bij het verwezenlijken van zijn droom. Zo ontwerpt zijn vrouw het logo van World Boxing en helpen zijn dochters met campagnevideo’s en online vergaderen.
Epiloog
Het gaat hard met het ledental van World Boxing. Als Van der Vorst afgelopen week een grote sponsor binnenhaalt, hakt het IOC de knoop door. Tijdens een bezoek aan Lausanne krijgt hij te horen dat World Boxing een olympische erkenning krijgt, waardoor de kans groot is dat het IOC in maart, bij de sessie in Griekenland, beslist dat boksen weer op het programma van LA komt. Daarmee wordt voorkomen dat er voor de tweede keer in 121 jaar niet gebokst wordt op de Spelen.
Van der Vorst wil zijn sport weer transparant en eerlijk maken, zegt hij tijdens een lunch in een congrescentrum. Hij wil dat andere sportorganisaties profijt hebben van zijn ervaringen en contacten. Het recente IOC-besluit voelt niet als een overwinning op de Russen, aan wie hij „geen hartslagen wil spenderen”. Spijt van de „giga-klus” heeft hij nooit gehad. Het wordt zijn nalatenschap.