N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Schikking Of de narcolepsie is veroorzaakt door de vaccinatie staat nog niet vast, maar een verband valt niet uit te sluiten. Vanwege de ernst van de ziekte besloot kabinet Rutte-II al te schikken.
Het kabinet gaat een financiële tegemoetkoming bieden aan een kleine groep narcolepsiepatiënten, die zijn gevaccineerd tegen de Mexicaanse griep. Dat schrijft staatssecretaris Maarten van Ooijen (Volksgezondheid, ChristenUnie) woensdag in een brief aan de Tweede Kamer. Om hoeveel tegemoetkomingen het gaat en hoe hoog de bedragen zijn, wil de staatssecretaris uit privacyoverwegingen niet bekendmaken.
Het gaat om kinderen die binnen dertien maanden na de vaccinatie narcolepsie ontwikkelden, een chronische hersenaandoening die zich kenmerkt door plotselinge slaapaanvallen, ook overdag. De kinderen zijn daardoor grotendeels blijvend invalide geworden. Of de narcolepsie is veroorzaakt door de vaccinatie, staat nog niet vast. De wetenschappelijke discussie is nog in volle gang, maar een verband valt nog niet uit te sluiten.
Vanwege de ernst van de ziekte, de „onomkeerbaarheid” van de klachten en het feit dat de kinderen „op alle terreinen van het leven” ernstig beperkt worden, heeft kabinet Rutte-II al besloten de discussie niet af te wachten, maar te schikken. Het betreft een tegemoetkoming en geen schadevergoeding omdat er geen bewijs is voor een verband en de staat daarom geen aansprakelijkheid erkent. In andere Europese landen als Zweden en Finland hebben getroffen gezinnen ook compensatie gekregen.
600.000 gevaccineerde kinderen
In 2009 verspreidde de Mexicaanse griep zich over de wereld. Om een pandemie te voorkomen, werden zo’n vijf miljoen Nederlanders tegen het virus gevaccineerd, onder wie zo’n 600.000 kinderen van zes maanden tot en met vier jaar oud. Een jaar later werd in Europa een stijging waargenomen in het aantal kinderen met narcolepsie.
Uit de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bleek in 2018 dat het Rijk vijf miljoen euro beschikbaar heeft gesteld voor de schikkingen. Om hoeveel tegemoetkomingen het gaat, en hoe hoog de bedragen zijn, wil de staatssecretaris niet zeggen „om de privacy van deze beperkte groep betrokkenen te beschermen”. Wel schrijft hij dat de bedragen onder andere zijn vastgesteld op basis van het percentage blijvende invaliditeit, het verlies aan verdienvermogen, huishoudelijke hulp en begeleiding bij wonen.
De Nederlandse staat en de vaccinproducenten Pandemrix en Focetria zijn in 2014 formeel aansprakelijk gesteld voor het ontstaan van narcolepsie bij 23 voornamelijk minderjarige personen. De overheid kreeg toen het verwijt het verkeerde advies te hebben gegeven over het inenten van kinderen én te weinig informatie te hebben gedeeld over mogelijke bijwerkingen.
De laatste tijd heb ik geregeld gedacht aan fysicus en Nobelprijswinnaar Peter Debye. En dan moest ik ook denken aan mannen met plastic tasjes. Daarover straks meer.
Eerst de theoretisch natuurkundige Paul Ehrenfest die in 1910, jong en begaafd, een rondreis langs Duitstalige universiteitssteden maakte. Ehrenfest was op zoek naar een aanstelling aan een van die universiteiten.
In München sprak hij lang met de befaamde mathematisch-fysicus Arnold Sommerfeld. En ach, de kinderen zijn hier zo blozend, schreef Ehrenfest aan zijn vrouw Tatiana Afanassjewa. Nog aantrekkelijker vond hij daarna Zürich, met zonnige straten en parken. Hij wandelde er met Debye, die hoogleraar aan de universiteit van Zürich was. Wat zouden we hier gelukkig kunnen zijn, schreef hij aan Afanassjewa.
Na een tocht langs Praag en nog oostelijker gelegen steden was Ehrenfest alweer bijna thuis, toen Debye een brief aan Sommerfeld in München schreef. Ook Ehrenfest kwam ter sprake. „Een jood van het type hogepriester”, zo karakteriseerde Debye hem, die „met zijn lastige Talmoedische logica een uiterst schadelijke invloed [kan] uitoefenen.” Debye was bang dat al Ehrenfests kritische vragen nieuwe ideeën in de kiem zouden smoren – en daarmee leken de kansen van de (onwetende) Ehrenfest in Zürich verkeken.
Geschopt tot directeur
Kort daarna kwam het toch goed. Nobelprijswinnaar en theoretisch natuurkundige Hendrik Lorentz koos de in Wenen opgegroeide Ehrenfest tot zijn opvolger in Leiden. Debye verruilde intussen Zürich voor Utrecht en schopte het via posities in onder meer Göttingen uiteindelijk tot directeur van het Kaiser Wilhelm Institut für Physik in Berlijn. Hij volgde er in 1934 de voor het nationaal-socialisme gevluchte Einstein op. En in Berlijn schreef Debye in 1938 als voorzitter van het Deutsche Physikalische Gesellschaft ook de brief waarin hij Joodse leden van het DPG opriep om afstand van hun lidmaatschap te doen. Heil Hitler!, sloot hij af.
Zo komen dan de oudere fysici – destijds louter mannen – met hun plastic tasjes in beeld. Want die, opnieuw opgedoken, brief leidde een kleine twintig jaar geleden tot rumoer. Dat rumoer leidde vervolgens tot een rapport van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Dat rapport werd daarna gepresenteerd in het Verzetsmuseum. En daar kwamen op een miezerige dag fysici – de achterliggende documenten in die tasjes – hun visie geven. Want: Debye was geen antisemiet.
Hij had ook Lise Meitner helpen vluchten. Debye had louter de voortgang van de wetenschap voor ogen; was een gewone fysicus in een ongewone tijd; boog mee omdat het onvermijdelijk was. En hij had ook veel gevoel voor humor, voegde iemand toe.
Het NIOD-rapport benadrukte intussen Debye’s meerduidigheid. Debye presenteerde zich als ‘buitenstaander’ en ‘onschendbare vertegenwoordiger van de wetenschap’. Maar vanuit die ‘comfortabele onbetrokkenheid’ accepteerde hij ook dat hij als bestuurder soms met de nationaal-socialisten moest samenwerken. Hij werd met reden een opportunist genoemd, aldus het rapport.
Hoeveel meer een man uit één stuk was dan de eerder genoemde, sobere en kreukvrije Lorentz. Meerduidig was hij net zo goed: wie is dat niet. Lorentz was tuinderszoon én Nobelprijswinnaar. Hij werkte graag in afzondering aan zijn elektronentheorie of later, voor de maatschappij, aan berekeningen voor de bouw van de Afsluitdijk. Maar hij was ook een ‘wetenschapsdiplomaat’ die meerdere talen sprak en met visie de internationale Solvay-conferenties leidde die zo’n belangrijke rol speelden bij het ontwikkelen van de quantummechanica.
Feministische lectuur
Lorentz geloofde niet alleen dat internationale samenwerking de wetenschap zelf ten goede kwam, maar net als de Leidse rechtsgeleerde Cornelis van Vollenhoven dacht hij ook dat zulke samenwerking vrede kon bevorderen – en streefde dat na. En wat ik zelf erg leuk vind is dat Lorentz vier vrouwelijke promovendi had en feministische lectuur verspreidde onder de eerste generatie vrouwelijke natuurkundestudenten.
Lorentz overleed in 1928. Hij maakte niet meer mee hoe de nationaal-socialisten de wetenschap in Duitsland verwoestten en ook de wetenschap in de rest van Europa grotendeels om zeep hielpen. Hij maakte evenmin mee hoe Debye in 1940 met de staart tussen de benen naar de Verenigde Staten uitweek. Maar na de Tweede Wereldoorlog kregen Lorentz’ ideeën navolging bij onder meer de oprichting van het Europese instituut voor deeltjesonderzoek Cern, dat de deeltjesfysica én de Europese samenwerking vooruit hielp en een succesvol voorbeeld werd voor nog veel meer Europese onderzoeksinstituten. Inmiddels heeft natuurlijk elke onderzoeksgroep een minder of meer internationaal karakter – en dat is trouwens vaak óók essentieel omdat wetenschappelijke kennis net zo goed van strategisch en militair belang is.
En nee, ik denk hieraan niet voor niks. Want waar staan we nu? De vragen die spelen lijken misschien minder zwaar dan die uit de tijd van Debye. Maar toch. Buigen we mee met mensen die discriminerende uitspraken ‘gewoon’ vinden? Met rancuneus wetenschapsbeleid? Of kiezen we toch het voorbeeld van Lorentz? Ik hoop het. Slopen gaat zo oneindig veel sneller dan opbouwen.
Margriet van der Heijden is natuurkundige en hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de TU Eindhoven.
Het is de grote angst van veel politici en bestuurders: kan Europa de concurrentiestrijd met de VS en China nog wel aan? In deze aflevering onderzoeken Maarten en Marike niet alleen in hoeverre die zorgen terecht zijn, maar ook wat Europa moet doen om zijn positie in de wereldeconomie te versterken. Moeten wij meedoen aan industriepolitiek? Aan protectionisme? Hoe zorgen we dat jonge bedrijven meer risico’s kunnen nemen, en niet zomaar naar Amerika vertrekken? Oftewel: hoe zorgen we voor meer innovatie in Europa? En wordt het niet (eindelijk) eens tijd voor een echte gemeenschappelijke markt?
Heeft u vragen, suggesties of ideeën over onze journalistiek? Mail dan naar onze ombudsman via [email protected].
Morgen is het Black Friday, de dag waarop we dat ene product zo goedkoop mogelijk op de kop kunnen tikken. Maar is dat wel zo? Economieredacteur Timo Nijssen zocht uit hoe consumenten verleid – en soms zelfs misleid – worden met zogenaamd hoge kortingen.