Er kan geen vrede in Europa zijn zonder vrede met Rusland. Deze uitspraak was tientallen jaren een van de leidende principes van de Duitse Ostpolitik, het Duitse ontspanningsbeleid in de betrekkingen van West-Duitsland met de Sovjet-Unie en Oost-Duitsland. De uitspraak is nog even onmiskenbaar waar als vijftig jaar geleden. Maar hoe kunnen we vrede bereiken met een land dat geleid wordt door een regime dat er blijkbaar op gericht is om de Europese orde te ondermijnen en dat zichzelf presenteert als het anti-Europa – een agressieve wereldmacht gericht tegen liberalisme, tegen ideologisch en cultureel pluralisme, tegen vrijheid van expressie?
Volgens NAVO-chef Mark Rutte is er maar een mogelijk antwoord op die vraag: bewapenen. Half januari stelde hij dat de Europese defensie-uitgaven moeten toenemen tot 3,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat zou voor Nederland een stijging van de defensiebegroting betekenen van 85 procent! Dit zou neerkomen op 19 miljard euro aan jaarlijkse extra uitgaven. Dat is 4 miljard meer dan het jaarlijkse budget voor het basisonderwijs. Laat dit even tot u doordringen.
Ondertussen hebben de Amerikaanse president Donald Trump en zijn minister van Defensie Pete Hegseth zich in het koor gemengd. Met hun kenmerkende stijl van grootspraak gecombineerd met onverhulde dreigementen, spreken die inmiddels over een verhoging naar 5 procent van het bbp, 1,6 procentpunt boven wat de Verenigde Staten zelf uitgeven. Een volstrekte absurditeit die alleen mogelijk zou zijn door het afbreken van een groot deel van Europa’s gekoesterde publieke voorzieningen.
Politieke hallucinatie
Er is zeker een noodzaak om de defensie-uitgaven substantieel te verhogen, maar de cijfers die Rutte noemt zijn een politieke hallucinatie – al was het maar omdat defensie er nu al niet in slaagt om het jaarlijkse budget uit te geven. Er zijn simpelweg niet genoeg wapenfabrieken en er is niet genoeg personeel om al het begrote geld aan te spenderen. In 2023 bedroeg die zogenaamde ‘onderuitputting’ bij het ministerie van Defensie meer dan 762 miljoen euro.
Het gegoochel met percentages heeft ook geen historische basis. Toen Tsjechoslowakije in 1968 werd bezet door de Sovjet-Unie en West-Europa een vijand moest vrezen die zowel militair als economisch vele malen bedreigender was dan de Russische Federatie nu, was het Nederlandse defensiebudget 3,3 procent van het bbp, dat van West-Duitsland 3,4 procent – en die budgetten daalden de jaren daarna gestaag.
Rutte legde nauwelijks uit hoe hij aan dat streefcijfer van 3,7 procent kwam. Maar er is sowieso weinig serieuze tegenspraak. Dat heeft alles te maken met de geopolitieke werkelijkheid sinds de herverkiezing van Trump. Europa moet erop rekenen dat de Verenigde Staten niet meer te hulp komen als Rusland een aanval zou beginnen op een van de Europese NAVO-leden. Dit zorgt terecht voor ongerustheid in Europese hoofdsteden. Rutte speelt daarop in door te suggereren dat Rusland na een staakt-het-vuren met Oekraïne in staat zou zijn om de manschappen en het materieel van het leger te reorganiseren en die van het slagveld in Oekraïne naar de NAVO-grenzen te dirigeren, met de bedoeling grote delen van het NAVO-territorium te bezetten.
Grotere problemen
Zou dat echt kunnen? Kijk eerst eens naar de Europese en de Russische defensie-uitgaven: het gezamenlijke budget van de Europese NAVO-leden is veel hoger dan dat van Rusland, zelfs als je rekening houdt met de relatief grotere koopkracht van het Russische budget. Toch zou Rusland er volgens Rutte in slagen om meer militair materieel te produceren dan Europa. Als dat werkelijk waar is, heeft Europa wel een groter probleem dan een te klein defensiebudget.
Zo is het ook niet. Het International Institute for Strategic Studies, een Britse denktank, laat bijvoorbeeld zien dat 85 procent van de huidige Russische tankproductie bestaat uit ‘refurbished’ Sovjet-voorraden van tanks die grotendeels in de jaren zestig tot tachtig is opgebouwd. Min of meer hetzelfde geldt voor pantservoertuigen en houwitsers. Deze voorraden raken uitgeput. Na bijna drie verwoestende jaren heeft Rusland 11.597 tanks en pantservoertuigen verloren op het slagveld. (Dit zijn de tot 19 januari met foto’s bevestigde verliezen.) Bepaalde types tanks en ander zwaar materieel zijn al bijna op, en verschijnen steeds minder aan het front.
Verschillende open-source intelligence-groepen brengen de slinkende Russische voorraden in kaart en concluderen dat Rusland al in de lente de eerste kritieke productietekorten moet zien te verwerken. Dit wordt bevestigd in een zeer uitgebreid onderzoeksartikel van het tijdschrift Foreign Policy. Het Britse Royal United Services Institute, een defensiedenktank, is iets terughoudender, maar ook volgens hen heeft het Russische leger in 2024 zijn maximale capaciteit bereikt en zal vanaf 2026 beginnen te eroderen.
Fantasieën over Russische legers die grote delen van Europa bezetten, verstevigen Poetins positie
De Russische defensie-industrie lijdt aan een nijpend personeelstekort, ook al omdat ze een geduchte concurrent heeft in de strijd om personeel: het Russische leger. Het blijkt onmogelijk om de personele verliezen op het slagveld te compenseren en tegelijkertijd de defensie-productie te laten groeien. Een nieuwe rekruut ontvangt inmiddels een salaris tot drieduizend dollar (twee tot drie keer zoveel als het salaris van een huisarts in Rusland).
Wie beweert dat Rusland na een staakt-het-vuren met Oekraïne in staat is om het leger binnen vier jaar volledig te hergroeperen, houdt behalve met de kwijnende voorraden ook geen rekening met de economische situatie in Rusland. Poetin financiert de oorlogsinspanning door belastingverhogingen en het maken van schulden, die voor een groot deel worden gemaskeerd en worden gespreid. De economische groei is kunstmatig, en leidt tot inflatie die alleen met draconische rentetarieven in toom kan worden gehouden. De reële rente van de Russische Nationale Bank (het rentepercentage minus het inflatiepercentage) is nu al het hoogste van alle ontwikkelde en opkomende economieën. Aan het begin van de oorlog heeft Poetin een wet getekend die het banken min of meer verplicht om geld te lenen aan de defensie-industrie en hun toeleveranciers, waardoor de totale particuliere schuldpositie is toegenomen met 65 procent sinds het begin van de oorlog, en de defensie-industrie diep in de schulden zit.
Dat de Russische economie het zo lang heeft uitgehouden, is ook een gevolg van de hoge kwaliteit van het Russische openbaar bestuur, iets wat Europese politieke elites blijven onderschatten. Maar ook het crisismanagement van de Russische financiële instituties kan de economische werkelijkheid niet lang meer maskeren.
Het idee dat Rusland de enorme militaire uitgaven kan volhouden na een staakt-het-vuren en die zelfs nog kan verhogen – wat echt nodig is voor een confrontatie met de Europese NAVO-landen – is een fantasie.
Overspannen slogans
Dat neem niet weg dat Europa Poetins Rusland moet vrezen. Poetins handelen wordt niet gedreven door reële veiligheidsoverwegingen, maar door historische wrok en de gedachte dat Europees liberalisme een existentieel gevaar is voor de Russische Federatie. Poetin zal om die redenen Europa blijven ondermijnen, en disruptieve militaire campagnes kunnen deel daarvan zijn. Denk aan aanvallen op het grondgebied van een van de Baltische staten of een gehele of gedeeltelijke bezetting van Moldavië (geen NAVO-lid).
Europa moet daarop voorbereid zijn. Maar fantasieën over Russische legers die grote delen van Europa bezetten, leveren geen bijdrage aan een bestendige vrede in Europa, en verstevigen Poetins positie.
Na een staakt-het-vuren zal in Rusland de maatschappelijke druk toenemen om weer in de gewone economie te investeren, maar Poetin zal de defensie-uitgaven slechts geleidelijk willen terugdraaien. Hij zoekt daarom altijd naar redenen om zijn vertoog te versterken dat Europa een bedreiging vormt voor Rusland. De overspannen slogans van Rutte en Trump geven hem die op een presenteerblaadje.
Meer Europese tanks en drones zijn nodig, maar zonder andere politieke en economische instrumenten brengen die een bestendige vrede niet dichterbij. Het belangrijkste wapen om van Poetin te winnen blijft de energietransitie, een onderwerp dat Rutte liever niet aansnijdt. Poetins Rusland functioneert nog hetzelfde als twintig jaar geleden. Een land dat met verkoop van fossiele brandstoffen een inefficiënte, onvrije en corrupte economie compenseert, en een bende roofbaronnen in het zadel houdt die via overdadige subsidies aan geheime diensten de oppositie onderdrukt en de publieke opinie manipuleert.
Zolang dit model standhoudt is de kans op betere verhoudingen tussen Rusland en Europa nihil. Maar er is op de middellange termijn reden voor optimisme. Een door de energietransitie krimpende oliemarkt zal in Rusland harder aankomen dan in menig ander olieproducerend land, omdat de Arabische OPEC-staten olie goedkoper kunnen produceren dan zij. Elektrificatie van het wegverkeer brengt het einde van het Poetinregime veel sneller dichterbij dan het vergroten van de tankvoorraad. Een Europa zonder fossiele brandstof maakt Europa bovendien energie-onafhankelijk en een gedecentraliseerd energiestelsel is veel moeilijker te verstoren door militaire of terroristische acties. Pro-fossiel beleid is niets meer dan actieve steun aan Poetins kliek.
Meer investeren
Daarnaast moet Europa meer investeren in Oekraïne. Poetin heeft in zekere zin gelijk dat een bloeiende Oekraïense staat een existentiële bedreiging is voor zijn model voor de Russische Federatie. Een vrij, open en welvarend Oekraïne laat zien dat een post-Sovjetstaat in staat is een betere samenleving voor zijn burgers te organiseren dan Poetins Rusland. Hoe eerder Oekraïne het land opbouwt en welvaart kan creëren voor zijn burgers, hoe duidelijker de Russische middenklasse ziet dat een ander Rusland mogelijk is. Een welvarend Oekraïne zal bovendien ook militaire druk op Rusland blijven uitoefenen, waardoor eventuele Russische avonturen aan de NAVO-grenzen veel risicovoller worden voor Poetin.
De laatste noodzakelijke strategie is de moeilijkste. Europa zal gematigde groepen in de Russische samenleving – de middenklasse, ondernemers, technocraten in het openbaar bestuur – moeten overtuigen dat vreedzame en productieve samenwerking met Europa mogelijk is, mits zij hun imperialistische dromen laten varen en Poetins kliek aan de kant zetten. Maar de maatschappelijke netwerken die tot Poetins bezetting van de Krim bestonden om contact te houden met die groepen zijn verdwenen. Na een staakt-het-vuren zullen die langzaam weer moeten worden opgebouwd. Dat vereist kennis, visie en culturele gevoeligheid.
Wie vrede wil in Europa moet voorbij de strijdkreten en het wapengekletter kijken. Poetins elite is Europa steeds te slim af omdat zij meer kennis heeft van onze samenleving en onze zwakten, dan wij van de hunne. Ruttes spookverhalen tonen dat eens te meer.
Lees ook
Als wij ons van Oekraïne afwenden, wendt Oekraïne zich misschien ook af van ons
