Opinie | Laat ChatGPT rommelig zijn niet van ons afpakken

‘Het is er nu eenmaal, dus we moeten ze ermee om leren gaan”. Deze uitspraak gaat natuurlijk over AI in het onderwijs, en ik heb die de afgelopen jaren in talloze varianten uit allerhande hoeken gehoord. Van de politiek tot schoolleiders en ouders: iedereen vindt dat wij leraren maar even aan de leerlingen moeten uitleggen hoe ze zich tot de alwetend-lijkende machine moeten verhouden.

Nu kun je daar, denk ik, heel wat op afdingen. Waarom moeten wij dat eigenlijk? Het onderwijsveld heeft bij niemand deze algoritmes besteld, ze zijn zomaar door Silicon Valley over ons allemaal uitgestort.

Leerlingen zitten trouwens ook de hele dag op TikTok en Insta, moeten we ze daar ook mee leren omgaan? Dat hoor je lang niet zo vaak, alhoewel tieners daar nu, vaker dan op andere plekken, hun nieuws vinden. Er wordt eerder over een verbod gesproken. En voor een hoop andere uitvindingen, hoe nuttig ook, vinden we dat er niet onmiddellijk een plaats is in de les; leerlingen op de basisschool gebruiken bijvoorbeeld over het algemeen geen spellingscontrole of rekenmachine. Eerst moet de basis op orde voordat je aan zulke hulpmiddelen moet beginnen.

Feitenkennis als wapen

Dus moeten we leerlingen wel met AI om leren gaan? Maar goed, ik ben de beroerdste niet, ik wil wel best eens nadenken hoe ik ze er dan mee om moet leren gaan. Stap één in de cursus om leren gaan met AI moeten natuurlijk die vermaledijde ‘hallucinaties’ zijn, dat zijn de fouten die onlosmakelijk verbonden zijn met Large Language Models, omdat die modellen op basis van statistiek werken. Simpel gezegd gokken ze dus steeds het volgende woord, en dat gaat soms mis. Maar hoe moet ik mijn leerlingen in de bovenbouw van de havo of het vwo dat ‘kritisch denken’ aanleren?

Je kunt natuurlijk zeggen: „Let op, controleer goed wat eruit komt hoor, het kan fout zijn”, maar dat is – in mijn ervaring – net zo effectief als zeggen dat ze niet moeten vapen, veilig moeten vrijen en gezond moeten eten. Het zijn pubers en die denken dat ze zelf heus wel weten wat goed voor ze is; dus snel even met AI je huiswerk maken en dan door naar andere dingen die niet goed voor je zijn.

Uiteindelijk is er maar één wapen tegen hallucinaties, en dat is veel feitenkennis

En zelfs voor de leerlingen die wel luisteren (je hebt ze er altijd tussen) rijst de interessante vraag hoe en waar de leerlingen de informatie dan moeten controleren. Het hele internet zit inmiddels vol slop en dat wordt steeds erger, dus waar moet ik ze heen sturen voor controle? Naar een papieren encyclopedie? Ze zien me aankomen. En nog fundamenteler is de vraag wat je precies moet controleren, hoe weet je of iets een ‘controle-googletje’ waard is?

Vroeg in de AI-hype zocht ik informatie over het Studiehuis, een onderwijsvernieuwing uit mijn jeugd, en ChatGPT kwam met de informatie dat Paul Rosenmöller in die tijd „rector van het Alberdingk Thijm College” was. Mijn alarmbellen gingen af, klopte dat wel? Ik wist het niet zeker, maar ik twijfelde wel, is dat een waarschijnlijke vroegere baan van een Kamerlid en partijleider? Maar zou een leerling ook weten dat je dát moet opzoeken (en niet bijvoorbeeld of het Alberdingk Thijm College daadwerkelijk in Hilversum staat, of dat Rosenmöller bij het Studiehuis betrokken was)?

Uiteindelijk is er maar één wapen tegen hallucinaties, en dat is veel feitenkennis. En die kun je prima aanleren zonder AI, dat doen we al jaren. En die feitenkennis is toevallig niet alleen handig tegen onzin die uit ChatGPT komt, maar ook uit andere bronnen.

Doorzetten is moeilijk

Dan is er nog een tweede aspect waarmee ik leerlingen moet leren omgaan: doorzetten als het moeilijk is. Toen ik onlangs mijn studenten in de lerarenopleiding vroeg wanneer hun leerlingen naar AI grijpen werden creatieve opdrachten zoals een essay schrijven het meest genoemd. Zomaar AI vragen om tekst uit te spugen, dat is toch (nog?) not done, maar AI om wat ideetjes vragen als je vastzit wordtvaak genoeg gedaan. Het is ook het moeilijkste wat er is – creatief zijn, iets nieuws verzinnen, je eigen gedachten vormen – en ik ben blij dat ik niet ben opgegroeid in een tijd dat er een magische machine was die mij zomaar gratis allerhande denkrichtingen kon presenteren.

Maar hoe moet ik dan leerlingen leren daarmee om te gaan? Door ze te laten zien met welke prompts ze de beste essays krijgen? Natuurlijk niet! Want het doel van een essay, profielwerkstuk of boekverslag schrijven is niet het document zelf. Er zijn maar weinig leerlingen wier stukken de school ooit verlaten, en dat is meestal maar goed ook.

Het doel van zulke werken schrijven is je warrige, rommelige, slechte of maffe gedachten in een vorm te gieten en daarbij hoort niet weten wat je moet doen. Het is een essentieel onderdeel van schrijven, ik noem dat in de les vaak „zitten op je billen”. Je moet zitten, blijven zitten, zitten met je ongemak, en schrijven tot je jezelf aan je schoenveters uit de put van je verwarring hebt getild. En hoe leer je dat aan? Het is als naar de sportschool gaan, elke dag oefenen, en dan kun je steeds een beetje meer. Dus leerlingen om leren gaan met ChatGPT betekent voor mij ze leren dat er geen shortcut is naar een goed stuk, dat het hard werk vereist, en dat een eigen slecht stuk mij veel liever is dan een gepolijst AI-werkje.

En dan kom ik uit bij lesgeven zoals we dat ook voor ChatGPT deden: een capabele en bevlogen docent die in een goede volgorde en met een goed tempo kennis overdraagt, en een context waarin leerlingen veel zelf oefenen in kleine stapjes. Dat is niet wat werkt omdat we dat al decennialang doen, dat doen we al decennialang omdat het werkt.


Lees ook

Een Nederlandse arts laat zich liever niet de AI-ethiek van big tech opdringen

Op de IC wordt veel gemeten, in zulke gegevens kan AI patronen ontdekken.