Op de kermis ga je eerst door het detectiepoortje en dan pas naar de botsautootjes

Piep, piep, pieppieppiep. „Ja, kom maar even hier staan”, zegt de beveiliger op de kermis in Beverwijk tegen een tiener met krulletjes, joggingbroek en gympen. Hij is net door een detectiepoortje gelopen. „Jas open, armen uit elkaar.” Hij voelt aan de rug van de jongen, hij glijdt even met zijn handen langs de benen. „Nu je tasje even open.”

Niets te zien. Hij mag door.

„Wacht”, roept Jake Hampel, de baas van beveiligingsbedrijf BJ Security & Protective Services. „Dit is een groepsleidertje dat gisteravond negatief opviel. We gaan even een gesprekje met hem voeren.” De jongen krijgt te horen: Als je vanavond vervelend doet, mag je de hele week de kermis niet op.

Dan komt een andere jongen met petje in joggingbroek aanstormen. Hij snauwt: „Hij deed niets man.” Hampel: „Nee, jij houdt je er buiten.” De jongen roept: „Doe rustig man, doe rustig!” Hampel fel: „Jij moet rustig doen en niet zo tegen mij praten.” Niet veel later staat de jongen buiten de kermis toe te kijken hoe zijn vrienden verdwijnen in het tumult van ronddraaiende attracties, opzwepende muziek en knipperende lichten.

Het kermisseizoen is begonnen en het zal bezoekers opvallen dat kermissen beveiligd worden. Door ingehuurde beveiligingsbedrijven en niet door politie – die zijn er voor de openbare orde maar niet voor de veiligheid op een particulier evenement. Het is bovendien een harde eis van gemeenten: geen beveiliging, geen vergunning. Hoeveel toezicht er is, hangt af van de grootte van de kermis en de plek. Op een kermis bij een dorpsfeest in Helmond lopen een paar surveillanten rond, in de Randstad zoals in Beverwijk, is meer nodig. Hier zie je: hekken om de kermis, metaaldetectiepoortjes, palen met camera’s verspreid over het terrein. En overal beveiligers met portofoons.

Metaaldetectiepoortjes bij de ingang van de Kermis in Beverwijk.
Foto Merlin Daleman

En dat is niet voor niets. De afgelopen jaren waren er serieuze incidenten op en rond kermissen. De kermis in Houten moest vorige week eerder dicht omdat de politie bang was voor ongeregeldheden. Vorig jaar gooiden jongeren daar met vuurwerk, het jaar daarvoor met bakstenen. Twee weken geleden gingen vijftig jongeren op een kermis in Apeldoorn met elkaar op de vuist.

En vorig jaar ging het mis in Etten-Leur, Heerhugowaard, Groningen, Emmeloord, Rotterdam, Alphen aan den Rijn, Weert, Terborg, Gennep, IJsselstein, Duiven, Dordrecht. Allemaal vechtende jongeren, tegen elkaar en tegen de politie. Hans van Tol, bestuurslid van Kermisbond Bovak, wil het graag nuanceren: het gaat over het algemeen goed hè. „Bij 10 à 15 procent van de 4.000 kermissen in het land moeten we extra opletten.” In de 42 jaar dat hij met zijn attractie ‘de spin’ (waarbij gondels aan een draaiende arm alle kanten opvliegen) op kermissen staat, heeft hij naar eigen zeggen nog nooit iets ernstigs meegemaakt.

Messen in jaszakken

Voor ondernemer Frans Stuy is dat anders. Hij organiseert al dertig jaar kermissen en in 2022 ging het flink mis in Osdorp. Jongeren gooiden vuurwerk naar de politie, ze vochten met elkaar en hulpverleners werden belaagd. De ME kwam erbij. „Zodra dat gebeurt, is de kermis overleden”, zegt Stuy. „Geen ouder die zijn kind daar nog naartoe laat gaan.” Sindsdien laat Stuy zijn kermissen beveiligen door Jake Hampel. Laatst nog in Amsterdam Westerpark, nu dus in Beverwijk. En dat bevalt uitstekend, zegt hij. „Geen gedoe, goede sfeer.”

Op een ijzeren plaat naast de botsauto’s zitten twee jongens van zeventien uit Krommenie. Ze noemen Beverwijk een getto, „maar hier is het gewoon relaxt”. Ze horen wel eens verhalen over twaalfjarigen met machetes. „Dus ik snap de beveiliging wel.” Klopt, beveiligers vissen, ook bij jonge jongens, bij elke kermis tien à vijftien messen uit jaszakken, vertelt Hampel. Maar het worden er steeds minder. „De detectiepoortjes leveren rendement.”

Dat is ook de ervaring van Jordy Grijpink van Security Services Nederland. Hij beveiligt sinds vijf jaar zo’n twintig kermissen per jaar, grotendeels in de Randstad. Hij heeft kapmessen, schroevendraaiers, keukenmessen en stanleymessen ingenomen. „Het aantal neemt af.”

„Het gaat niet goed met de jeugd”, zegt Stuy terwijl hij bij een kraam met suikerspinnen en versgebakken churros kijkt naar het binnendruppelende publiek. „Je leest het ook in de media: kinderen die elkaar neersteken, jongeren die wapens op school hebben.” Het is volgens hem de schuld van de coronatijd. „Jongeren hebben opgesloten gezeten. We konden ze niet bereiken, niet helpen en niet in de gaten houden.” Stuy kreeg in 2019 de Andreaspenning, een onderscheiding van de gemeente Amsterdam, omdat hij zich inzet voor kansarme jongeren. Hij leidt hen op en geeft ze werk op de kermis of bij andere evenementen. „Nu zijn de kinderen losgeslagen. Als je er eentje aanspreekt krijg je te horen: raak me niet aan want ik neuk je moeder.”

Door sociale media staan jongeren continu met elkaar in contact. Ruzies kunnen heel snel escaleren

Sebastian Vonk
Buro de Kermisgids

Herkenbaar, zegt Sebastian Vonk van Buro de Kermisgids, een familiebedrijf dat al sinds 1952 kermissen organiseert, zo’n 120 per jaar. „Kinderen hebben een grote bek. Gezag bestaat niet meer.” Waar dat vandaan komt, weet Vonk niet. Hij ziet wel de invloed van sociale media. „Binnen vijf seconden weet de hele wereld waar je bent en wat je doet. Jongeren staan continu met elkaar in verbinding, ruzies kunnen makkelijk escaleren.” Hij ziet: in dorpen is er meer saamhorigheid en sociale controle, in de grote steden is het grimmig en harder.

Vonk organiseert de kermis op het Malieveld in Den Haag die deze zaterdag opengaat. Tilburg heeft de grootste kermis verspreid over de stad, het Malieveld is de grootste kermis op één plek, met meer dan honderd attracties en een looppad van 1,6 kilometer. Jordy Grijpink doet de beveiling en ook hier: hekken, camera’s en beveiligers. Overdag komen gezinnen, ’s avonds de jeugd. Dus tegen een uur of zeven komen de detectiepoortjes tevoorschijn. En dat werkt hoor, zegt hij, sommige jongeren staan dan een uur zenuwachtig te dralen voor de ingang en uiteindelijk vertrekken ze. „Ik zie het elk jaar”. Soms verstopt iemand snel een wapen. „Een keer heb ik ergens, op een andere kermis, een vuurwapen aangetroffen in de bosjes buiten de kermis.”

Beveiligers bij de kermis in Beverwijk.
Foto Merlin Daleman

Technologie

Wat gebeurt er met jongeren die toch vechten of iets op zak hebben? Die moeten met de politie mee. Ze kunnen een gebiedsontzegging krijgen, een taak- of celstraf, een boete of een bezoek aan bureau Halt. Ligt aan het vergrijp. Beveiligingsbazen Hampel en Grijpink hanteren een zerotolerancebeleid. „Ben je vervelend? Dan zetten we je buiten”, zegt Hampel. „En dat werkt geweldig.” De lijntjes met de politie zijn kort en goed, zeggen de mannen. Ondanks dat kermissen zelf hun beveiliging moeten verzorgen, zijn ze wel afhankelijk van de politie. Bewakers hebben immers maar beperkte bevoegdheden. Dus zonder politie geen kermis. De politie kampt momenteel met capaciteitsproblemen, onder meer door de voorbereidingen van de NAVO-top in juni. Daarom heeft de gemeente samen met politie en Vonk afgesproken dat de kermis op het Malieveld in de avond eerder sluit én een aantal dagen dicht is.

Het beveiligen van kermissen kost een hoop geld. De materialen, de mensen. Maar denk ook aan geavanceerde technologie, zegt Grijpink. De camera’s overzien het hele gebied en als er te veel mensen op één vierkante meter staan, of als een bezoeker gaat rennen of achter een attractie probeert te komen, dan krijgen de beveiligers direct een melding. Maar ook als een van de bewakers zelf gaat rennen geeft de portofoon een seintje aan de collega’s. In een grote keet op het terrein loeren bewakers naar schermen waar de beelden van de camera’s live op verschijnen.

Sebastiaan Vonk legt voor drie weken bewaking op het Malieveld in Den Haag ruim een ton neer. En Stuy betaalt voor anderhalve week Beverwijk 60.000 euro. De gemeente betaalt niet mee. De kosten worden deels doorberekend aan de kermisbezoekers. Op de meeste kermissen kost een ritje inmiddels 3,50 euro, zegt Vonk, maar op sommige grote kermissen zoals het Malieveld kan dat wel 5 of 6 euro zijn. „Maar we zorgen er wel voor dat de consument de beleving blijft houden.”

Sorry

Want laten we wel wezen, de kermis is een geweldige en veilige beleving, zegt Vonk. „We bouwen een soort Efteling bij jou in de buurt, een sprookje waar je van kunt genieten.” Bovendien is de beveiliging ook een service aan de bezoekers. Hampel: „Beveiligers zijn gastheren, ze geven je een paracetamol of plakken een pleister.” Mensen zijn ook heel blij met ons, zegt hij. Gisteren heeft hij nog een jongen naar huis gebracht, van Beverwijk naar Heemstede. „Hij was zijn vijanden tegengekomen en doodsbang. Dan ontferm je je natuurlijk over zo’n gozertje. We zorgen er voor dat het imago van de kermis niet beschadigd wordt.”

De jongen in Beverwijk met petje en joggingbroek die lijdzaam moest toezien hoe zijn vrienden de kermis opgingen, staat nu met twee beveiligers toch op het terrein. Hij wil wat zeggen tegen Hampel. „Sorry meneer.” Hampel geeft hem een schouderklop. „Goed zo jongen, ga maar feestvieren.”