Oorlog oefenen in een digitaal Midden-Europees landschap: ‘Je vliegt gewoon tegen een tank aan en dan … boem’

Op de Bernhardkazerne in Amersfoort, voorbij het Cavaleriemuseum en de oude Sherman- en Centuriontanks langs de rijbaan, staat een gebouw dat met zijn glazen façade nogal uit de toon valt tussen de barakken. In de hal staan manshoge donkergroene metalen containers in het gelid. Daarnaast, in lange rijen, serverkasten met computers. Op de achtergrond zoemt zachtjes de ventilatie.

Dit is het ‘Simulatiecentrum Landoptreden’ en elke groene container is een pantservoertuig of een tank. Aan de buitenkant zie je het er niet aan af, maar in deze simulator komt het interieur tot in de kleinste details overeen met een Leopard 2A6: het vizier met zwartrubberen randen voor de commandant, het kleine stuurtje waarmee je het 120 mm-kanon richt, metalen schakelaars met Duitse instructies ernaast (de Leopards worden in München gebouwd). Vanaf de commandantenstoel kun je je hoofd uit de toren steken en 360 graden om je heen kijken; rechts van ons rollen drie andere tanks mee, door een glooiend Midden-Europees landschap.

Vandaag mogen enkele journalisten ervaren hoe het is om een simulator te besturen. Over de radio klinkt krakend de stem van opperwachtmeester Gerwin, onze instructeur: „In positie, we gaan nu scannen op vijand … hó!”

Een collega-verslaggever (vandaag even tankschutter) heeft de trekker overgehaald, maar de virtuele granaat mist het doel.

„Iets te enthousiast”, zegt Gerwin (zijn achternaam houdt hij om veiligheidsredenen geheim). „We gaan herladen. Daarna: éérst laseren.” Met de laser (rode knopje op de joystick) bepaalt de tank de afstand tot het doel.

Boem! Treffer!

„Heel goed”, klinkt de stem van Gerwin over de boordradio. „Je hebt duidelijk aanleg.”

Een ‘heuse’ (digitale) tankslag

In het simulatiecentrum, vertelde overste Guus Peters eerder, kunnen in totaal 81 tactische simulatoren aan elkaar worden gekoppeld – een ‘heuse’, digitale tankslag met honderden militairen tegelijk. Dat is een capaciteit die in de omringende landen niet voorhanden is. Ook de Duitsers, Denen en Noren en Esten zijn regelmatig in Amersfoort om met de simulatoren te oefenen. Als het moet, kunnen ze ook naar de militairen worden gebracht: het centrum beschikt over mobiele oefensystemen in grote trailers waarmee op locatie kan worden getraind, zoals op de kazerne in Rukla in Litouwen.

De investeringen in het simulatiecentrum, die in de honderden miljoenen euro’s lopen, maken duidelijk dat computersimulatie een steeds belangrijkere rol speelt in de Nederlandse krijgsmacht. Binnen enkele jaren, zegt Peters, moet de helft van alle oefeningen van de landmacht worden ondersteund worden door simulatie. Digitaal oefenen bespaart tijd, geld en ruimte – die in Nederland zeer beperkt voorhanden is. Vaak is de simulatie in sommige opzichten realistischer dan een oefening op de hei, zegt Peters, en dat terwijl de programmatuur dateert uit 2008 – bejaard, voor software-ontwikkelaars. De komende jaren wil Defensie de graphics – en daarmee het realisme van de simulaties – fors verhogen: „We willen dat de simulatie zó dicht bij de werkelijkheid komt dat je met het zweet op je voorhoofd uit de simulator stapt: ‘Shit, mijn buddy is omgekomen’.”

Al begin 19de eeuw

Goed beschouwd behoort simulatie tot de kern van het krijgsbedrijf. Militairen besteden het overgrote deel van hun tijd aan het nadoen van oorlogsomstandigheden. In het begin van de negentiende eeuw bestaat dat oefenen nog vooral uit het eindeloos drillen van soldaten in basisvaardigheden: marcheren in formatie en het laden en afvuren van het geweer.

Het zijn Pruisische officieren die beginnen met het oefenen van tactiek, in een zogeheten ‘Kriegsspiel’, op een stafkaart onder leiding van een scheidsrechter. In de eerste jaren zijn deze war games nog vooral gericht op het correct uitvoeren van tactische procedures, zoals het opstellen van een colonne soldaten in linie. In de loop van de negentiende eeuw worden de Kriegsspiele vrijer, en ontwikkelen Pruisische officieren de ‘Auftragstaktik’, waarin officieren niet alleen bevelen uitvoeren, maar zelf beslissingen nemen om de opdracht uit te voeren.

Tijdens de Frans-Duitse oorlog (1870) geeft het eigen initiatief van Pruisische commandanten in het veld vaak de doorslag in het gevecht. De verpletterende Duitse overwinning op grootmacht Frankrijk maakt de Pruisische praktijk tot internationale militaire standaard. De Japanse aanval op Pearl Habor in 1941 werd van tevoren uitgebreid ‘gewargamed’, net als operatie Barbarossa, Hitlers aanval op de Sovjet-Unie in datzelfde jaar. Na de Tweede Wereldoorlog is het de computer die wargamen transformeert tot een steeds realistischer oefeninstrument. De eerste bedieningssimulatoren (zoals flight simulators) doen hun intrede met de uitvinding van de microchip, eind jaren zeventig.

Kolonel Robert Meeuwsen, commandant van het simulatiecentrum, herinnert zich hoe de eerste tanksimulatoren begin deze eeuw hun intrede deden bij de landmacht. „Moet dat nou allemaal, zeiden we toen. Maar feit was dat onze schutters in 50 procent van de gevallen hun eerste schot misten. Granaten zijn duur. En als je er af en toe maar één mag afvuren, dan ben je knap zenuwachtig. Met de simulator kun je zo veel schieten als je wil, bouw je routine op. Binnen no time lag het aantal treffers ruim boven de 90 procent.”

Opleidingscentrum met simulators in ’t Harde. Foto Merlin Daleman

Meeuwsen staat in een afdeling die de militairen het Real Games Center hebben gedoopt – en die naam is niet voor niets gekozen. Hier wordt gegamed – met commerciële software, zoals Steel Beasts Pro. Wie wil weten hoe het is om een Abrams of Leopard-tank te bedienen kan een licentie kopen, maar in de commerciële versie zijn uiteraard niet de (geheime) technische gegevens van de wapensystemen verwerkt: de exacte ballistische baan van een tankgranaat, de exacte ‘doorslaggraad’ van de bepantsering. In het Serious Games Centre worden die echte waarden wel gebruikt – en moeten verschillende laptops aan elkaar worden gekoppeld. Ook in 2025 kan één processor al het rekenwerk nog niet aan.

‘Muscle memory’ opbouwen

Ook ‘low fi’ gamen met alleen een laptop en een joystick is nuttig voor de militair, zegt Meeuwsen. „Je kent de procedures, je bouwt ‘muscle memory’ op.” De apparatuur wordt gerund door twintigers met vlassige baardjes en blauw geverfd haar – burgermedewerkers met een IT-opleiding. „Als je militairen een computer geeft dan gaat hij kapot”, zegt Meeuwsen. „Dus zetten we er een paar slimme mensen bij die zorgen dat het goed gaat.”

Een daarvan is Nikay (21) – ook hij houdt zijn achternaam liever geheim. Tijdens zijn opleiding tot Game Artist in Utrecht liep hij stage bij Defensie en bleef daar hangen. Nu maakt hij de scenario’s waarmee de militairen moeten oefenen – ook met wapens die Defensie nog niet eens in gebruik heeft. Nikay bestuurt een FPV-drone (de afkorting staat voor First Person View), zoals ze worden ingezet in de oorlog in Oekraïne: niet meer dan een commerciële quadcopter met daaronder de kop van een RPG-granaat van Russische makelij.

Het ministerie van Defensie heeft nog geen besluit genomen over de aankoop van kamikazedrones, maar in Amersfoort oefenen ze er al mee, al was het maar om je er tegen te kunnen verdedigen. Nikay bestuurt de drone met de controller van een Xbox-spelcomputer: „Je vliegt gewoon tegen een tank aan en dan … boem.”

Realistisch gamen is ook een uitkomst voor hogere officieren – die kunnen oefenen met grote troepenverbanden die niet op een oefenterrein passen, maar wel in het digitale gevechtsveld van serious games. Op de afdeling is ook een commandopost ingericht, met de Battle Management Systemen die ook in het veld worden gebruikt. De meldingen die binnen komen op het scherm kunnen afkomstig zijn van échte militairen, maar ook van een gesimuleerde eenheid.

„De brigadecommandant weet echt niet waarmee hij te maken heeft, een bataljon in het veld of een kolonne tanks in Steel Beasts”, zegt Meeuwsen

Ook op de hei wordt trouwens gesimuleerd met apparatuur van het Mobile Combat Tactical Centre (MCTC), dat ook onder het simulatiecentrum valt. Geweren kunnen een laserstraal afvuren, sensoren op speciale vesten registreren wie er geraakt wordt. Ook tanks en pantserwagens zijn uit te rusten met het systeem, waardoor realistische gevechten van ‘staal op staal’ mogelijk zijn. Aangezien de computer alles opslaat, kan de operatie na afloop tot op de seconde worden geëvalueerd. „Data zijn onpartijdig en objectief”, zegt overste Guus Peters. „Je deed het goed, of je deed het fout. Dat kan nogal confronterend zijn.”

Het ministerie van Defensie is hard aan het nadenken over de enorme hoeveelheden data die de simulators opleveren. Kunstmatige intelligentie kan Big Data toegankelijk maken, of het nou gaat om echte beelden van een drone of de video van een gesimuleerd gevecht. Peters: „Als we dieper in de data kunnen duiken dan gaan we trends zien. In welke richting lopen we meestal? Hoe vaak schieten we op één bepaald doel? Wat kunnen we doen om onze procedures en tactieken beter te maken?”

Dan mogen de journalisten weer even zélf schieten -– gesimuleerd dan. De Close Quarter Battle Trainer wordt gebruikt om te oefenen in urban warfare, het gevecht van huis tot huis.

Nadat we ons in speciale pakken met sensoren hebben gehesen en onze VR-brillen hebben opgezet volgt vijf minuten oriëntatie – waarbij we een smalle loopplank over een diep ravijn moeten oversteken. In werkelijkheid lopen we over de betonnen vloer van de hal, maar de ervaring is zo realistisch dat een collega-journalist bevriest voor de afgrond.

Instructeur Martin Hendriks is streng. „Als je bent gekomen om te gamen moet ik je teleurstellen. Dit is een serieus traningsmiddel.” De veiligheidsprocedures met de wapens worden strikt gevolgd, ook al zijn de Diemaco’s en Glocks van blauw plastic. „We gaan hier niet een beetje lopen knallen”, zegt Hendriks. „Ons wapengebruik is proportioneel en we gebruiken zo min mogelijk munitie.”

Als we in een gebouw op terroristenjacht gaan wordt ons gebrek aan militaire vaardigheden pijnlijk duidelijk. Een collega die overmoedig door de deuropening naar binnen stormt, wordt in de rug geschoten door eigen troepen. Als ik een terrorist met mijn pistool onder schot houd loopt een collega door mijn schootsveld en trekt een jihadstrijder ineens een mes.

Enkele weken geleden mocht minister van Defensie Ruben Brekelmans (VVD) een rondje doen in de Battle Trainer. „Na afloop zei de minister dat het hem een ongemakkelijk gevoel had gegeven”, vertelt overste Peters. „‘Ik voelde me niet veilig’, zei hij. Dat is precies hoe je je moet voelen in een simulator.”


Lees ook

Heractivering dienstplicht? Dan eerst meer opleiders, oefenterreinen en wapentuig

Een oefening van Defensie bij Welsum in het kader van het internationale Steadfast Defender.