Een dag nadat Haagse politici besloten om consumentenvuurwerk te gaan verbieden, begon in Maastricht het jaarlijkse congres van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG). Daar loopt ook de grootste voorvechter voor dat verbod rond, glunderend. NRC zocht hem op.
Kinderoogarts Tjeerd de Faber (69) is op zegetocht. Uitgerekend in Zuid-Limburg, de streek waar hij opgroeide, en waar ze de Nederlandse liefde voor vuurwerk maar slecht begrepen. „Wij zagen misschien een of twee pijlen in de hele straat. Je gaat daar – paf, weg – toch niet al je geld aan uitgeven? Hier spaarden mensen voor carnaval, dat was hét feest. En van het geld voor een paar pijltjes kon je ook twee biertjes kopen.”
De vrouw bij de balie van het congrescentrum zei dat ze „een groot zwak” voor u en uw campagne heeft. U wordt gevierd.
„Ja, ja. Laat ik het zo zeggen: veel mensen feliciteren me. Het is eindelijk gelukt, zeggen ze dan. Dit is de kroon op mijn carrière. Als ik zie hoe lang we hiervoor hebben moeten strijden…”
De Faber opereerde in de jaren negentig op 2 of 3 januari zoveel jonge vuurwerkslachtoffers in het Rotterdamse Oogziekenhuis dat hij wel eens wilde kijken hoe het er tijdens de jaarwisseling aan toeging. „Ground zero”, noemt hij dat. Helaas is 31 december óók de trouwdag van De Faber en zijn vrouw. „Ik heb in mijn leven één hele goede beslissing gemaakt, en dat was om met mijn vrouw te trouwen. Maar dat deed ik wel op de verkeerde datum. Ik heb sinds 2000 geen trouwdag helemaal met mijn vrouw kunnen vieren, behalve toen we 25 jaar getrouwd waren.”
U begon vuurwerkslachtoffers te turven, eerst alleen in Rotterdam en toen u voorzitter van het NOG werd pakten jullie het landelijk op. Was een vuurwerkverbod toen al een thema binnen uw beroepsgroep?
„Twintig jaar geleden was ik een roepende in de woestijn, een ouwe zeiksnor. Dan was het 1 januari en schreef de pers: het was weer een rustige jaarwisseling. En dan dacht ik: goddomme, moeten jullie eens hier komen kijken. Het ene jaar had je een ramp in Utrecht, dan in Nijmegen, dan weer in Den Haag. Al die kindertjes… en dan hun ouders erbij.”
Waarom grijpt hun leed u zo aan?
„Ik heb met mijn eigen kinderen het nodige meegemaakt. Mijn oudste zoon werd geboren met een ernstige handicap aan zijn handen. Zijn klasgenootjes vroegen of dat door vuurwerk kwam. En mijn dochter is na vijf maanden overleden aan wiegendood. Dan krijg je toch antennes voor het verdriet van andere ouders. Die machteloosheid, die is zo herkenbaar. Een kind verliezen is het ergste wat een ouder kan overkomen.”
Het ging van kinderlijk onschuldig naar een jaarlijks terugkerende horrornacht
Hoe zag u de vuurwerktraditie de afgelopen twintig jaar veranderen?
„Dat ging van kinderlijk onschuldig naar een jaarlijks terugkerende horrornacht. In mijn jeugd zei men: tel je vingers na. Je vingers, dat was het eigenlijk, want er was vooral knalvuurwerk. Het zit in ons menselijk wezen om onszelf ieder jaar te willen overtreffen, denk ik. Het moet altijd harder. Op een gegeven moment is die vuurwerktraditie helemaal uit de hand gelopen, het werd een vrijbrief voor anarchie.”
Wanneer merkte u dat de publieke opinie begon te kantelen?
„Samen met collega’s heb ik in 2014 op advies van Ahmed Aboutaleb een website opgericht met een vuurwerkmanifest dat mensen konden ondertekenen. Het eerste jaar hadden we zo’n tienduizend handtekeningen. Dat waren vijfduizend échte mensen en vijfduizend namen van huisdieren. In 2020 kregen we er na die ramp in Arnhem, waar een vader en zijn zoontje om het leven kwamen door vuurwerk, in één klap vierhonderdduizend handtekeningen bij. De sneeuwbal werd steeds groter.”
Had u dat verwacht, dat ‘uw’ vuurwerkverbod er zou komen tijdens het meest rechtse kabinet ooit?
„Toen deze regering afgelopen zomer aantrad, dacht ik: dat wordt nog eens vier jaar wachten. Ik had altijd het plan mijn pensioen uit te stellen totdat het was gelukt, maar ik wilde niet nog eens vier jaar wachten omdat er een rechts kabinet zit. Maar ik ben afgelopen jaarwisseling toch weer gaan werken, dat werkt voor mij als een soort supercharger, ik was daarna weer helemaal opgeladen. Toen zeiden na de jaarwisseling ook de politie, brandweer en hulpverleners: zo kunnen we niet meer door. Dat is waar de politiek nu voor zwicht.”
Als je het nog een jaarwisseling laat doorrotten, wacht ons een oerknal
Het is nog niet zeker of het verbod dit jaar of pas volgend jaar wordt ingevoerd.
„Als je het nu weer een jaarwisseling laat doorrotten, dan zal dit een van de ergste jaren ooit worden. Want iedereen denkt: dit is de laatste keer, dan maar dubbel inkopen. Dan wacht ons een oerknal. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.”
Hoe dan ook: u kunt met pensioen.
„Ik heb altijd gezegd: mijn patiënten in het ziekenhuis kunnen me nog niet missen en thuis ben ik nog niet welkom. Maar komende jaarwisseling zit ik met mijn familie in het buitenland. Dan zijn mijn vrouw en ik 43 jaar getrouwd. De jeugd mag het van mij overnemen, en jullie zullen steeds minder van mij zien.”
Lees ook
Een vuurwerkverbod hangt in de lucht. Maar hoe duur is dat? ‘Vernietiging alleen al kost 250 miljoen’
