Onverzettelijk en sluw Ajax lijkt na verdiende zege bij PSV zeker van de landstitel

In een confrontatie tussen mógen en móéten maakten discipline en geduld zondag het verschil. Waar PSV hoopte de strijd om de landstitel in een directe confrontatie met koploper Ajax een nieuwe wending te geven, toonden de Amsterdammers zich in Eindhoven onverzettelijker en sluwer: 2-0. Door die uitslag is de voorsprong van Ajax nu opgelopen tot negen punten, en lijkt een aanstaand kampioenschap zeker.

Voor PSV was het een middag van „do-or-die”, stelde trainer Peter Bosz al in aanloop naar de ontmoeting. Bij een nederlaag „wordt het wel heel moeilijk”. De rekensommen van dataspecialist Opta bevestigden dat: het bedrijf voerde tienduizend computersimulaties uit van de titelkansen bij een overwinning, nederlaag en een gelijkspel in Eindhoven. Zou Ajax winnen, dan werd het in 97 procent van de gevallen ook landskampioen.

PSV móést dus, zondag in een rumoerig en lichtgeraakt Philips Stadion. Voor Ajax, daarentegen, zou een overwinning hooguit een mooie meevaller zijn. Ook bij een gelijkspel of nederlaag eindigden de Amsterdammers in de rekensommen van Opta nog in verreweg de meeste gevallen als landskampioen. Of zoals trainer Francesco Farioli het vrijdagmiddag samenvatte: „Winnen, gelijk of verliezen, de wedstrijd in Eindhoven gaat volgens mij niets beslissen.”

Slordig en nerveus

Dat verschil is zondag meteen zichtbaar. PSV smijt vanaf de eerste minuten met krachten, in een poging de bezoekers meteen te overrompelen, zoals in december ook lukte tegen Feyenoord. Voortdurend jaagt het elftal van Bosz de koploper op en kegelen de verdedigers en middenvelders van PSV hun directe tegenstander omver. Maar ondanks die verstikkende druk is PSV ook slordig, nerveus, waardoor grote kansen uitblijven.

Ajax wacht in die fase af, in een moeilijk doordringbaar verdedigend blok, met de aanvallers soms maar een meter of twintig voor de verdediging. Pas zodra PSV de bal op de helft van de Amsterdammers brengt, zet de ploeg van Farioli fel druk, wachtend op een fout van de tegenstander, maar ook in de wetenschap dat de Eindhovense ploeg dit genadeloze tempo onmogelijk een hele wedstrijd kan volhouden.

Een minuut of twintig duurt die razernij, daarna zakt het tempo in en krijgt Ajax kansen om op te bouwen. Dan wordt ook de kwetsbaarheid van PSV zichtbaar: anders dan gewoonlijk speelt de thuisploeg achterin niet één-tegen-één. Het gevolg is dat PSV hoger op het veld telkens een man te kort heeft wanneer het Ajax onder druk probeert te zetten, iets wat de regerend landskampioen ook opbrak bij de eerste ontmoeting in Amsterdam, begin november (3-2).

Opnieuw blijkt hoe risicovol dat is. Zodra Ajax achterin de bal heeft, stapt Guus Til door op de verdedigers. Het idee is dat middenvelder Ismael Saibari dan de man van Til overneemt, en verdediger Olivier Boscagli die van Saibari. Maar omdat Boscagli aarzelt, moet Saibari telkens tussen twee tegenstanders kiezen, waardoor Ajax eenvoudig onder de druk kan uitspelen en kan opbouwen naar het Eindhovense doel.

Stap te laat

Het is alsof Peter Bosz het al ziet fout gaan voor het daadwerkelijk gebeurt. Na een klein halfuur staat hij wild gebarend langs de lijn, geërgerd dat zijn spelers telkens een stap te laat zijn. Net iets minder fel ook, bij de omschakeling van verdediging naar aanval en andersom. Na een halfuur levert dat eerst een vrije kopkans voor Ajax-spits Brian Brobbey op, en meteen daarna een kansrijke vrije trap, pal voor doel.

Het schot dat daaruit volgt is zwak, schiet via de muur recht omhoog. Maar juist dan toont Ajax zich doortastender: terwijl zes PSV’ers aarzelen tussen uitstappen richting de bal en het verdedigen van hun man, kan rechtsachter Lucas Rosa de bal ongehinderd over hen heen koppen, richting de vrijgelaten Davy Klaassen. Die neemt aan en schiet vanuit de draai raak.

Voor Bosz is dat reden het middenveld om te gooien. De weinig zichtbare Joey Veerman gaat in de rust naar de kant, zijn plek als controleur wordt ingenomen door linksachter Mauro Junior. Ook brengt Bosz Malik Tillman, in de eerste helft van het seizoen een van de beste spelers bij PSV, maar daarna maandenlang geblesseerd.

Het past nu meer om naar onderen te kijken dan naar boven

Peter Bosz
trainer PSV

Die verandering lijkt effect te hebben. Na rust is PSV dwingender, lukt het weer om de druk op Ajax op te voeren en door het Amsterdamse blok heen te combineren. Maar net als in de eerste helft is het te slordig, en lijkt het wachten tot Ajax opnieuw profiteert van een Eindhovense misser. Die volgt na een dik uur, wanneer PSV-verdediger Tyrell Malacia na een lange bal uitglijdt. Bertrand Traoré, even daarvoor in de ploeg gekomen, kapt naar binnen en draait de bal in de verre hoek: 0-2.

Het is een dreun die PSV mentaal niet meer te boven komt: alle hoop die er nog was, is in een flits van dertien seconden verdwenen. „Het past nu meer om naar onderen te kijken dan naar boven”, zal Bosz er na afloop over zeggen. Niet Ajax is nu de belangrijkste tegenstander op de ranglijst, maar nummer drie FC Utrecht, dat ook nog kans maakt op de tweede plaats, en daarmee rechtstreekse plaatsing voor de Champions League.

Ajax-coach Farioli zag dat anders. Hij weigerde opnieuw om over het kampioenschap te spreken, zoals hij al het hele seizoen doet, omdat in zijn ogen alleen de eerstvolgende wedstrijd telt. „Voor ons is er niets veranderd”, zei hij na afloop. „Het enige verschil is dat er eerst nog 24 punten waren om voor te spelen, en nu nog 21.”