Het Openbaar Ministerie heeft inbreuk gemaakt op het recht op bronbescherming van journalisten door in het strafrechtelijk onderzoek naar de ‘mondkapjesdeal’ gesprekken tussen drie verdachten en journalisten van De Correspondent af te luisteren. Tegelijkertijd is deze schending van de bronbescherming gerechtvaardigd vanwege het „belang bij waarheidsvinding” in het onderzoek, zo heeft de rechtbank in Den Haag woensdag geoordeeld.
In oktober 2023 meldde De Correspondent dat een achtergrondgesprek met drie bronnen was afgeluisterd door het OM. Het ging om een ontmoeting tussen drie journalisten van De Correspondent, Sywert van Lienden en zijn twee zakenpartners. De journalisten wilden een reconstructie maken van de beruchte ‘mondkapjesdeal’. In maart 2022 ontmoette het zestal elkaar in het Gelderse Kasteel Hackfort. Voorafgaand aan het gesprek had het OM microfoons laten installeren in de vergaderruimte van het kasteel. Het OM wist volgens De Correspondent dat bij het gesprek journalisten aanwezig zouden zijn.
In Nederland is bronbescherming wettelijk vastgelegd om de persvrijheid te garanderen. Deze wet regelt bijvoorbeeld dat journalisten de identiteit van hun bronnen in strafzaken niet hoeven bekend te maken, en dat het OM gesprekken van journalisten in principe niet mag afluisteren. Dat mag alleen als het gaat om potentieel „ernstige feiten” waarop een celstraf van minstens twaalf jaar staat. Er moet dan geen andere mogelijkheid bestaan om de informatie te verkrijgen.
Met dit recht als inzet daagde De Correspondent eind vorig jaar de staat voor de rechter. De Correspondent werd in deze zaak gesteund door de Nederlandse Vereniging van Journalisten, het Persvrijheidsfonds en Stichting Democratie en Media.
Alarm in het Westland. De rode Amerikaanse rivierkreeften zijn opgerukt. „Ze vreten alles op”, zegt ecoloog Wilco de Bruijne van het Hoogheemraadschap van Delfland. Met vele miljoenen tegelijk vreten ze waterplanten en eitjes van vissen en amfibieën. Ze graven korte gangen in vooral steile oevers van watergangen, en daarna graven ze met hun scharen naar boven. Oevers verzwakken, de biodiversiteit en kwaliteit van het water daalt, zelfs de waterveiligheid is hier en daar in het geding. „Als het gegraaf van de rivierkreeften samengaat met muskusratten, droogte en vee op een dijk, dan kan een veendijk zomaar afschuiven”, zegt De Bruijne.
Bij een stuw in een waterloop bij De Lier, naast de kassen van een paprikakweker, is vorige week een nieuwe stalen beschoeiing aangebracht, waarbij bleek dat er op twee plaatsen grote kreeftengaten waren ontstaan. Door die gaten stroomde het water, om de stuw heen, naar het lagere water. „Dan kun je het gewenste waterpeil niet halen”, zegt gebiedsbeheerder Rob van Zijll.
En dan te bedenken dat het Hoogheemraad van Delfland duizenden van zulke stuwen kent. Vele dreigen lek te raken door de rode Amerikaanse rivierkreeft. Het exotische waterdier veroorzaakt met name in het veenweidegebied in het westen van het land veel schade. „Waar de rivierkreeft verschijnt, zijn binnen een paar jaar geen kikkers of padden meer, en ook de visstand daalt”, stelt De Bruijne. Niet zo vreemd, voor wie bedenkt dat elke moederkreeft vierhonderd tot zeshonderd eitjes bij zich draagt. „En als je een grote kreeft vangt, laten de uitgekomen eitjes los en vallen in de waterbodem, om daar op te groeien.”
Daar komt bij dat de waterkwaliteit daalt „als de rivierkreeft gaat woelen, waardoor het water troebel raakt en waterplanten niet meer kunnen groeien.”
Helder is het water in de watergang in De Lier inderdaad niet. „Ze graven zelfs door gronddoek heen”, merkt gebiedsbeheerder Van Zijll op. Ook op andere plaatsen zijn de sporen van de rivierkreeft zichtbaar. Bijvoorbeeld enkele kilometers verderop, in Schipluiden, naast de woning van Van Zijll. Langs een sloot ligt onder een geheel blauwe hemel een fris weiland, dat aan de randen aan het afbrokkelen is – het gevolg van kreeftengegraaf. De oevers van de sloot zitten vol gaten.
Schade is onacceptabel groot
Het Hoogheemraadschap stelt woensdag in een brandbrief aan staatssecretaris Jean Rummenie (Landbouw, Visserij en Natuur, BBB) dat het kabinet als verantwoordelijke overheid een begin moet maken met „vergaande maatregelen” ter bestrijding van de rivierkreeft. Het moet tientallen miljoenen euro’s vergoeden die waterbeheerders inmiddels hebben gemaakt om de „onacceptabel groot geworden” schade te bestrijden, en het moet de kosten vergoeden die waterbeheerders komende jaren maken om verdere schade te voorkomen.
Het Hoogheemraadschap Delfland poogt al jaren „in gesprek” te komen met het ministerie, maar zonder resultaat, schrijft de waterbeheerder. Als „enige beheersmaatregel” heeft het ministerie kreeftenbevissing door de beroepsvisserij met selectieve vangtuigen mogelijk gemaakt. „Deze beheersmaatregel is in geen enkel opzicht effectief gebleken.”
Staatssecretaris Rummenie „onderschrijft de urgentie die de waterschappen voelen”, laat zijn ministerie in een reactie weten. „Er zijn veel te veel rivierkreeften aanwezig in onze wateren.”
Schade aan een oever in Schipluiden.
Foto Olivier Middendorp
De rivierkreeften veroorzaken schade aan de oevers in de omgeving van De Lier.
Foto Olivier Middendorp
‘Ministerie heeft geen visie’
De populatie Amerikaanse rivierkreeften is in Delfland sinds 2010 „explosief toegenomen en dreigt alleen maar groter te worden”, schrijft het bestuur van het hoogheemraadschap. Een van de bestuurders van het hoogheemraad, Stijn van Boxmeer, zegt: „In gesprekken met het ministerie krijgen we steeds te horen dat beroepsvissers de rivierkreeften mogen wegvangen. Maar het gaat er niet om wíe ze mag vangen, maar dát ze worden weggevangen. Dat gebeurt niet. Wij laten de kreeften, met een ontheffing van het ministerie, vangen op plaatsen waar we waternatuur hebben aangelegd en de kreeften alles wegvreten. Dat kost ons alleen al komend jaar dertien miljoen euro. Terwijl dat de taak van de rijksoverheid is. En die heeft geen visie op hoe we een balans kunnen bereiken op wat een aanvaardbaar aantal zou zijn.”
De rijksoverheid heeft tot taak de wolhandkrab en de rivierkreeft te bestrijden. De waterschappen moeten zich bekommeren om de muskusrat en beverrat, en de provincies hebben tot taak de overige „invasieve exoten” op de Europese Unie-lijst te bestrijden, legt Van Boxmeer uit. „Wij zijn niet de enige die last hebben van de rivierkreeft. Denk ook aan gemeenten zoals Den Haag.” Binnenkort mogen waterschappen volgens het ministerie zelf „structureel” kreeften wegvangen. En Rummenie werkt aan een „aanvalsplan invasieve exoten” dat hij over enkele maanden hoopt te presenteren.
Een rivierkreeft op straat in de polder in de buurt van Bodegraven.
Foto Jippe Groenendijk/ANP
Steile oevers, flauwe helling
De kosten van het herstel van beschadigde stuwen en waterkeringen zijn goed te berekenen, stelt het Hoogheemraadschap van Delfland. Lastiger in te schatten is het „zeer kostbare” herstel van ecologische schade, het wegvangen van de kreeften én de schade voor boeren. Van Boxmeer: „Weilanden langs watergangen verzakken. En koeien zakken door de oever, raken te water en moeten er weer uitgetakeld worden.”
Naast het wegvangen van rivierkreeften is het vervangen van steile oevers door waterkanten met een flauwe helling een structurele oplossing, meent ecoloog Wilco de Bruijne. Het gaat dan om schuin oplopend talud dat is begroeid met riet en „goed doorworteld” is met waterplanten zoals lelies. De Bruijne: „In flauwe oevers kunnen kreeften niet goed graven. Uit onderzoek weten we dat er in die oevers circa zeven keer minder kreeften leven.” En uiteindelijk krijgen de kreeften, vandaag goed verstopt, in natuurlijke oevers ook meer natuurlijke vijanden. „Zoals futen. Of de snoek.”
Lees ook
Amerikaanse rivierkreeften zijn stressfactoren in de Nederlandse sloten
Van een ingetogen herinnering op zachtmoedige piano-akkoorden in de beste traditie van het Franse chanson tot een onbekommerd feestnummer. Dat is ‘C’est La Vie’, het Frans-Engelstalige liedje dat zanger Claude (21) in mei op de 69ste editie van het Eurovisie Songfestival in Zwitserland gaat brengen. De zanger haalt in de tekst een herinnering terug: hoe zijn moeder hem als kleine jongen toezong met de woorden „C’est la vie”.
Rustig zingt Claude eerst hoe hij nog weet hoe de melodie ging. Tumultueus, zo blijkt – „C’est comme ci, c’est comme ça”. De woorden zwieren daarna rond als in een zweefmolen: hoog, laag, op en neer en nog eens rond. De aantrekkelijke cadans is de eerste piek van deze Nederlandse Songfestival-inzending. Het doet denken aan het aanstekelijke „voilà, voilà, voilà” van de in 2021 op het Songfestival-succesvolle Franse Barbara Pravi.
Al snel volgt het refrein. Dat is even catchy als zoetsappig-simpel en mikt nadrukkelijk op een onbekommerd feesteffect: „La-la-la-la vie!” Wuivende handen vegen alle teleurstelling weg: zo is het leven, niets aan te doen.
Als iemand, naast de Hermes House Band, heeft bewezen dat een ‘la-la-la’-refrein direct werken kan is het Claude zelf. Zijn dansbare debuutliedje ‘Ladada (Mon Dernier Mot)’ was in 2022 een grote hit. De elektronische ritmische basis onder dit liedje van twee minuut en 40 seconden is exact hetzelfde. Tot de langzaam uitstromende outro weer teruggrijpt op het begingevoel.
Dat Claude een mix brengt van Engels-Frans in ‘C’est la Vie’ is geen verrassing. Jammer dat het bij een aaneenschakeling van Franse clichéwoordjes blijft, de tekst gaat nergens dieper. Maarhet liedje is wel de gewenste stress-wegpoetser na het debacle met Joost Klein van vorig jaar.
Uitgelekt
Omdat het liedje ‘C’est La Vie’ vroegtijdig uitlekte, het circuleerde woensdagmiddag plots op platform X, wil AvroTros nog geen context bieden over de inhoud. Die toelichting plus de release van de videoclip volgen donderdag bij de officiële lancering van Claude’s liedje in het Eye filmmuseum. Claude reageerde via Instagram luchtig met een deel van de liedtekst: „It goes up, it goes down, maar c’est la vie. Ik hoop dat jullie het wel mooi vinden.” AvroTros zegt onderzoek te gaan doen naar hoe ‘C’est La Vie’ naar buiten heeft kunnen komen.
Claude (spreek uit als het Engelse cloud) Kiambe kwam in 2013 op tienjarige leeftijd met zijn moeder, drie broers en drie zussen uit Congo naar Nederland. Een jaar woonden ze in een asielzoekerscentrum in Alkmaar, waar hij zong in het multicultureel orkest Orchestre Partout. Claude deed met het liedje ‘Papaoutai’ van de succesvolle Belgische artiest Stromae mee aan programma The Voice Kids. Na een oproep van platenlabel Cloud Nine werd hij verkozen om aan liedjes te gaan werken.
Met zijn catchy mengvorm van Frans en Nederlands heeft hij een uiterst hitgevoelige niche gevonden. Dinsdagavond kreeg hij een 3FM Award voor zijn debuutalbum Parler Français. Met internationale versies van hitjes ‘Ladada’ en ‘Layla’ had Claude eerder al succes in Europa; lichtjes in het spoor van Stromae.
Zijn handelsmerk, een slimme combinatie van talen, ontstond spontaan de studio. In een interview met NRCzei hij hoe hij eigenlijk een Nederlandstalig nummer wilde schrijven. „Maar ik merkte dat ik ertegenop begon te zien. We spreken thuis Frans. Dat is mijn identiteit. Ik moest dat ook in mijn muziek laten terugkomen, voelde ik.”
Claude vertegenwoordigt Nederland in de eerste halve finale van het Eurovisie Songfestival op 13 mei. De finale is op zaterdag 17 mei.
Lees ook
Ja, de muziek van de 19-jarige Claude is dansbaar en vrolijk, maar de onderwerpen zijn zwaarder dan je denkt
Het zou begonnen zijn met drie kleuters in het Congolese dorpje Boloko die van een vleermuis zouden hebben gegeten, en vervolgens overleden. Inmiddels zijn er in deze nieuwe uitbraak van een dodelijke ziekte meer dan vierhonderd ziektegevallen gemeld en zeker 53 doden. Genetische tests in Kinshasa, de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo, hebben uitgesloten dat het hier gaat om een uitbraak van ebola of marburg. Dat schrijft het regionale Afrikaanse kantoor van de Wereldgezondheidsorganisatie in een tussentijds rapport.
De drie kinderen met wie de uitbraak begon overleden al tussen 10 en 13 januari. Daarna zijn in het dorp Boloko in de Evenaarsprovincie nog enkele mensen overleden, evenals in het naburige dorp Danda. De slachtoffers hadden symptomen als koorts, overgeven, diarree, vermoeidheid, buikpijn, spierpijn en hoofdpijn. Bij enkele patiënten kwamen ook bloedingen voor, zoals die ook kunnen optreden bij hemorragische virusziekten als ebola en marburg. Vier bloedmonsters en een monsters van een overleden patiënt bleken eind januari echter negatief voor deze virussen bij pcr-testen in het National Institute of Biomedical Research in Kinshasa.
Geen ebola of marburg
De Congolese gezondheidsautoriteiten ontdekten vanaf 9 februari een tweede cluster van deze uitbraak van de onbekende dodelijke ziekte in de iets grotere plaats Bomate, honderdvijftig kilometer ten noordoosten van Bokolo. De onderzoekers konden geen link leggen tussen beide uitbraken, maar de symptomen kwamen overeen. In Bomate werden meer dan 400 ziektegevallen gemeld, en overleden zeker 45 mensen. Ook hier werden monsters genomen, die eveneens negatief testten op ebola en marburg.
Rond beide uitbraken zijn de medische hulpposten overbelast geraakt. Vanwege de afgelegen locatie en de zwakke gezondheidszorg-infrastructuur bestaat er „een verhoogd risico” dat de uitbraak zich nog verder zal uitbreiden, schrijft de WHO in het rapport. Of er een dodelijke infectieziekte of een levensgevaarlijke giftige stof in het spel is durven de autoriteiten nog niet te zeggen. Malaria, een onbekende virale hemorragische koorts, voedsel- of watervergiftiging, tyfus en meningitis behoren tot de oorzaken die de artsen nader onderzoeken.
Verspreiding naar Europa
„Wij hoeven niet bang te zijn dat deze ziekte zich snel naar Europa zal verplaatsen, want het gaat om een zeer afgelegen gebied met nauwelijks reisverkeer met Europa”, zegt professor Martin Grobusch, hoofd van het Centrum voor Tropische Geneeskunde en Reizigersgeneeskunde in Amsterdam UMC. „Maar voor de mensen in het getroffen gebied is dit wél zorgelijk”. Het gebrek aan goede gezondheidsvoorzieningen in combinatie met de armoede en gewapende conflicten maakt de lokale bevolking kwetsbaar, zegt hij.
Die omstandigheden kunnen bovendien het herkennen van een bekende ziekteverwekker ingewikkeld maken. „Afgelopen december was er ook een mysterieuze uitbraak in het zuidwesten van het land. Later bleek dat malaria, maar in combinatie met bloedarmoede en ondervoeding gaf dat een andere presentatie dan we van de ziekteverwekker kennen.”
In Congo steken regelmatig mysterieuze ziektes de kop op. Het is een van de armste landen ter wereld en inwoners zijn voor hun voedselvoorziening voor een groot deel afhankelijk van het eten van wilde dieren, reservoirs voor allerlei ziekteverwekkers. Vleermuizen staan erom bekend veel virussen bij zich te dragen.
Nieuwe verwekker
Toen Grobusch hoorde over de klachten van de drie kleuters, was hij in eerste instantie enigszins verbaasd dat ebola en marburg werden uitgesloten. „In combinatie met dat vleermuizenverhaal zou ik toch gelijk aan een van die twee virussen denken. Toen bleek dat er meer brandhaarden waren, werd dat al minder waarschijnlijk. En de pcr-test sloot dat helemaal uit.”
Er zou in theorie ook sprake kunnen zijn van een nieuwe, nog onbekende ziekteverwekker. Die besmet mensen juist op dit soort plekken, zegt Grobusch: in afgelegen regenwouden waar het contact tussen mens en dier groot is. „Maar logisch beredeneerd is de kans op vaak voorkomende virussen groter dan de kans op iets nieuws.”
De huidige stand van zaken vraagt om meer antwoorden, zegt Grobusch. „Dat de drie kinderen door iets anders ziek zijn geworden dan door de vleermuis is onwaarschijnlijk, maar we weten nog niet of die andere uitbraken rechtstreeks aan die drie gevallen gerelateerd kunnen worden.”
Lees ook
Lees ook: Welke ziekte zorgt voor een dodelijke uitbraak in Congo? Het zou malaria kunnen zijn