Nee, Nederland is niet klaar voor de volgende pandemie. Het geld daarvoor is wegbezuinigd. „Onverantwoordelijk”.

Operaties moesten worden uitgesteld doordat intensivecare-afdelingen overvol waren. Teststraten hadden lange wachttijden en gebrek aan testmateriaal. Personeel van ziekenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorginstanties had veel te weinig beschermingsmiddelen, zoals mondneusmaskers. Er waren onvoldoende mensen voor bron- en contactonderzoek.

Nederland werd in 2020 overvallen door de Covid-19-pandemie. Een crisis van die omvang had zich in de westerse wereld niet meer voorgedaan sinds de Tweede Wereldoorlog, en infectieziektebestrijding had politiek vaak weinig prioriteit gekregen. De betrokken partijen – zoals het ministerie van VWS, het RIVM en de GGD’s – hielden alleen rekening met kleine uitbraken, concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een evaluatie van de coronacrisis.

Hoe is dat nu, vijf jaar later? Is Nederland nu wel klaar voor een pandemie?

De GGD’s in elk geval niet. Ruim 120 nieuw aangenomen verpleegkundigen, artsen en andere medewerkers, zoals data-analisten, dreigen alweer te worden ontslagen. Het aantrekken van ruim 75 coördinatoren gaat voorlopig niet door. En de aanbesteding voor een ict-systeem voor gegevensuitwisseling tussen GGD’s onderling en met het RIVM is stilgelegd.

De reden: het kabinet besloot 300 miljoen te bezuinigen op het plan Pandemische Paraatheid – in 2022 juist gepresenteerd als voorbereiding op een nieuwe pandemie.

Ruim de helft van die bezuiniging komt terecht bij de GGD’s en het RIVM. Voorzitter André Rouvoet van GGD GHOR Nederland noemt die bezuiniging „ondenkbaar” en „onbestaanbaar”. Hij zegt: „Als dit doorgaat, moeten we stoppen met alles wat we aan het doen zijn. Dan kunnen we de volgende pandemie niet aan en zijn we terug op het niveau van voor corona.” Dan verdwijnen niet alleen medewerkers, maar stopt bijvoorbeeld ook de vaccinatiecampagne-software (CoronIT).

Ook het RIVM voelt de kabinetsbezuinigingen. Zowel bij het RIVM zelf als bij het daaronder vallende Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI) zijn de afgelopen tijd ruim honderd extra mensen aangetrokken. Hun toekomst is nu onzeker. Het LFI moet ervoor zorgen dat de test- en vaccinatiecapaciteit en het bron- en contactonderzoek sneller kunnen worden opgeschaald.

Deltawerken breek je ook niete af omdat het al een tijdje niet meer heeft gestormd

André Rouvoet
voorzitter GGD GHOR Nederland

Daarnaast werkt het RIVM aan ict-systemen voor data-uitwisseling met bijvoorbeeld GGD’s, (dieren)laboratoria en universiteiten. „De meeste lessons learned hebben we wel op een rijtje, we zijn er nu volop mee aan de slag”, zegt Corien Swaan, coördinator pandemische paraatheid bij het RIVM. „Het is enorm frustrerend als er dan vanuit de politiek wordt gezegd: ‘nou, doe toch maar niet, zet er maar een streep doorheen’. Doodzonde. De investeringen die we tot nu toe deden, worden zo ook teniet gedaan.”

Zo nooit meer

Na de Covid-19-pandemie kwamen alle evaluaties en rapporten tot dezelfde conclusie: Nederland was niet voorbereid geweest op een langdurige, landelijke gezondheidscrisis. Toen de pandemie zich aandiende, onderschatten kabinet en de medische adviseurs de ernst daarvan. Het kabinet concentreerde zich vervolgens vooral op virusbestrijding en het voldoende beschikbaar hebben van intensivecarebedden. Het hield onvoldoende rekening met de maatschappelijke gevolgen van het beleid, stelde de OVV. Met verhalen over ellende in verpleeghuizen, mentale problemen van jongeren, leerachterstanden en vereenzaming werd nauwelijks iets gedaan. Het effect van belangrijke coronamaatregelen als de mondkapjesplicht, scholensluiting en avondklok werd „niet of nauwelijks gemonitord”. Het RIVM onderschatte „de omvang en complexiteit van het vaccinatieprogramma”.

Zo nooit meer, oordeelde het kabinet-Rutte IV. En dus werd afgesproken dat jaarlijks 300 miljoen zou worden uitgetrokken voor pandemische paraatheid. Niet alleen meer mensen erbij, maar bijvoorbeeld ook de oprichting van de LFI, geld voor onderzoek naar het beter modelleren van uitbraken, uitbreiding van het aantal IC-bedden en het beter en sneller kunnen voorzien in medische hulpmiddelen en vaccins.

Oud-minister Kuipers (Zorg, D66) schreef bij de presentatie van het plan in 2022 in een brief aan de Tweede Kamer: „We leven samen met ziekteverwekkers in een complexe omgeving. Die omgeving en ziekteverwekkers veranderen continu en dat maakt ons kwetsbaar.” Volgens Kuipers en deskundigen is het niet de vraag óf, maar wánneer een volgende pandemie optreedt. Het gevaar van zoönosen, infectieziekten die van dier op mens overspringen, is immers onverminderd groot.

Verstopte bezuiniging

Maar tot verbazing van betrokkenen werd het geld voor pandemische paraatheid in de financiële bijlage van het Hoofdlijnenakkoord wegbezuinigd: 50 miljoen dit jaar, oplopend tot 300 miljoen structureel vanaf 2029. De bezuiniging was verstopt onder het kopje ‘Verlagen intensivering publieke gezondheid’.

Aanvankelijk kon niemand André Rouvoet vertellen waar precies op zou worden bezuinigd, ook de ambtenaren van VWS niet, vertelt hij. „Het bedrag herkenden we, maar we dachten: ‘Dat kan toch niet waar zijn?’” Toch wel, al werd dat Rouvoet pas weken later duidelijk, tijdens het afscheid van de oud-bewindslieden: „Een ontzettende klap. Wij zitten met de brokken.” Hij vergelijkt het pandemische paraatheid-plan graag met de Deltawerken: „Die ga je ook niet halverwege de bouw afbreken omdat het al een tijdje niet meer heeft gestormd.”

Je moet je nu voorbereiden op een crisis waarvan je geen idee hebt hoe die eruit komt
te zien

Judith Tielen
Kamerlid VVD

Chantal Rovers, hoogleraar Uitbraken van infectieziekten aan het Nijmeegse Radboudumc, zegt dat „er een heleboel mooie plannen zijn gemaakt die nu mogelijk de ijskast ingaan, en het is de vraag of ze daar weer uitkomen.” Ze noemt het „echt doodzonde” als de bezuinigingen niet worden teruggedraaid. „Tijdens corona waren Nederlanders het lang niet over alles eens, maar een betere pandemische paraatheid komt iedereen ten goede. Dan heb je ook minder snel maatregelen nodig.” Ze noemt het „een plan waar niemand het mee oneens kan zijn”.

De OVV, die drie dikke rapporten over de aanpak van de coronacrisis schreef, concludeerde december vorig jaar dat „het gevolg is dat Nederland nu én in de komende jaren niet adequaat is voorbereid op een landelijke, langdurige crisis met grote maatschappelijke impact”.

Weerbaarheid

Maar volgens minister Fleur Agema (Zorg, PVV) is dat onnodige paniekzaaierij. In Kamerdebatten en media-optredens verwijst ze telkens naar het ‘weerbaarheidsbeleid’ dat het kabinet medio 2025 wil presenteren, maar waarover ze inhoudelijk nog niets wil zeggen. Meerdere ministeries werken daarin samen om Nederland weerbaarder te maken tegen onder meer pandemieën, terreurdreiging, natuurrampen en oorlogen. Pandemische paraatheid moet daar deel van gaan uitmaken. „Er zal bijna 1 op 1 overlap zijn”, beloofde Agema op radio 1 in het programma Dit is de dag. „We bezuinigen het niet weg. Dat is een verkeerd beeld.”

Kamerlid Judith Tielen van coalitiegenoot VVD kijkt uit naar waar Agema mee komt, zegt ze. Ze noemt het wegbezuinigde Pandemische Paraatheid-plan „ongericht en niet heel erg concreet. Het is ook een ingewikkelde vraag: wanneer ben je pandemisch paraat?” Ze vindt vooral belangrijk dat de data-uitwisseling en informatie-systemen op orde zijn, „zodat je zicht en grip hebt op wat er gebeurt. Die basis heb je bij elk soort crisis nodig”. Dat geldt volgens haar minder voor de extra aangenomen mensen: „Dat is minder belangrijk als je kijkt naar wat we nodig hebben de komende jaren. We krijgen niet weer covid, het wordt iets anders. Je moet je nu voorbereiden op een crisis waarvan je geen idee hebt hoe die eruit komt te zien.”

Oppositiepartijen zijn er niet gerust op. „Ik ben altijd voorstander van samenwerken, maar dat weerbaarheidsplan is er nog helemaal niet. En dus is er nu sprake van stilstand”, zegt Kamerlid Wieke Paulusma (D66). Ze noemt het „een ondoordachte bezuiniging. Dit kabinet is doof voor alle experts”. Haar GroenLinks-PvdA-collega Julian Bushoff concludeert dat „we blijkbaar weer heel snel vergeten zijn dat corona geweest is. Maar dat gaat alleen maar goed zolang er niks aan de hand is. Onverantwoordelijk.”

Kabinetsval

André Rouvoet zegt ervan overtuigd te zijn dat Agema de bezuinigingen alsnog wil terugdraaien. Dat geld moet dan bij de Voorjaarsnota worden gereserveerd. Maar juist bij die Voorjaarsnota – de herziening van de begroting over 2025 en een eerste voorzet voor de begroting van 2026 – liggen al veel financiële claims: zowel tegenvallers (zoals de vermogensbelasting) als noodzakelijke extra uitgaven (aanvullende maatregelen voor klimaat, extra geld voor jeugdzorg, het terugdraaien van de voorgenomen btw-verhoging op media, cultuur, sport en boeken).

Rouvoet is er al met al niet gerust op. „In het huidige labiele politieke klimaat kan alles gebeuren. Als het kabinet valt, staat deze bezuiniging gewoon in de boeken.”


Lees ook

Hans Brug (RIVM) is bezorgd over bezuinigingen: ‘De doelen voor preventie halen we niet’

RIVM-directeur Hans Brug: „Als we substantieel iets willen veranderen, is langdurig samenhangend preventiebeleid nodig.”

Lees ook het NRC-commentaar over pandemische paraaatheid