Nationaal Slavernijmuseum weer een stap dichterbij: Amsterdams stadsbestuur akkoord met locatie

Het stadsbestuur van Amsterdam is akkoord gegaan met de bouw van het nieuwe Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland, een plek in het havengebied van de hoofdstad. Cultuurwethouder Touria Meliani (GroenLinks) heeft dat donderdag bekendgemaakt. Voor de bouw van het pand, dat 9.000 vierkante meter groot moet worden, trekken de gemeente en het Rijk bijna 21 miljoen euro uit.

Dat bedrag komt bovenop de 70 miljoen euro die beide overheden al eerder hebben toegezegd. De bouw van het museum, dat een „compleet beeld” van het Nederlandse koloniale verleden dient te geven, kost naar schatting 110 miljoen euro. Een deel daarvan, 17,4 miljoen euro, moet volgens Meliani via „externe financiering” worden bekostigd. Na het college moet ook de gemeenteraad nog instemmen met de totstandkoming van het museum op de kop van het Java-eiland, dat ten noordoosten van het stadscentrum ligt.

Drie kwartiermakers adviseerden die locatie reeds in februari. Zowel het stadsdeel Oost, de Commissie Omgevingskwaliteit in Amsterdam, de Raad voor Cultuur (RvC) als de Amsterdamse Kunstraad lieten zich al positief uit over de keuze voor het Java-eiland. Na het akkoord van de gemeenteraad kan er een stichting worden opgericht. Het idee is om een internationale prijsvraag uit te schrijven voor het ontwerp van het museum. Als dat is gekozen, kan de bouw van start. Het Nationaal Slavernijmuseum moet in 2030 de deuren openen.


Lees ook
Hoe wordt het Nationaal Slavernijmuseum ‘van ons allemaal’?

Wethouder Touria Meliani (Kunst & Cultuur en Inclusie & anti-discriminatiebeleid, GroenLinks) en staatssecretaris Fleur Gräper-van Koolwijk (Cultuur en Media) tijdens de presentatie van het Nationaal Slavernijmuseum en het participatieverslag Over ons, met ons.