/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778059-994fba.jpg|https://images.nrc.nl/SDLCQzfNhDzVopPJ9-f3g5U4wVE=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778059-994fba.jpg|https://images.nrc.nl/Dxs3tvEYBr1wqYy4cYYqnWCmack=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778059-994fba.jpg)
Hij was de zelfbenoemde ‘Koning van de Jungle’ lang voordat hij in 1974 met Muhammad Ali in Congo, toen nog Zaïre, van de ‘Rumble in the Jungle’ een van de hoogtepunten uit de sportgeschiedenis maakte. Als stevig gebouwde tiener had George Foreman het voor het zeggen in de ‘Bloody’ Fifth Ward in Houston, een van de beruchtste ghetto’s van de Verenigde Staten. En dan groeide hij ook nog op in een deel van die jungle die bekendstond als The Bottom, als de vijfde van zeven kinderen, zonder vader en met een moeder die twee banen had en zeven dagen per week werkte. „In die dagen was de wet voor mij de wet van de jungle’’, zei Foreman in zijn autobiografie By George (1995), „waar het doel de middelen heiligt: overleven.” Toen al grossierde hij in mokerslagen, die hem als profbokser in 81 partijen 76 zeges zouden opleveren, waarvan 68 op knockout. Vrijdag overleed George Edward Foreman in een ziekenhuis in Houston, 76 jaar oud.
Na de zoveelste beroving en nét ontsnapt aan de politie, werd de aandacht van de zestienjarige Foreman getrokken door een tv-spotje van de Job Corps, waarin onder anderen de befaamde American football-speler Jim Brown (probleem-)jongeren als hij opriep mee te doen aan dat banenprogramma van de overheid, opgezet onder de Democratische president (en mede-Texaan) Lyndon B. Johnson. En zo vertrok Foreman in 1965 naar een afdeling van het Job Corps in de bergen van Oregon, waar hij zijn energie kwijt kon bij het bouwen van huizen en wegen. Maar ook daar deelde hij nog klappen uit. Het ging pas echt de goede kant op toen hij in het kamp bevriend raakte met een hippie uit Tacoma, met wie hij naar platen van Bob Dylan luisterde. Een wereld ging open voor de Texaan die op z’n dertiende van school was gegaan. Hij kreeg hij lol in studeren en raakte zelfs verslingerd aan boeken.
Olympisch kampioen
Terwijl Foreman daar in november ’65 op de radio het gevecht tussen Ali en Floyd Patterson volgde, suggereerde een van zijn maten om te gaan boksen – ze wisten daar hoe hard hij kon slaan. Foreman verhuisde naar het Job Corps in Californië, kwam daar in een boksprogramma terecht en in december 1966 stond hij voor het eerst in de ring, als amateur. Amper twee jaar later veroverde hij in Mexico-Stad de olympische titel in het zwaargewicht. Zo trad de 19-jarige Foreman in de voetsporen van Ali (olympisch kampioen in Rome 1960, toen nog als lichtzwaargewicht Cassius Clay) en Joe Frazier (Tokio 1964). Net als Ali gaf Foreman zich nog wel eens over aan rijmelarij, zoals vlak voor de Spelen: „Now everybody remembers old Cassius Clay / You may say Ali is good/ If you feel you should/ But if he got me in the ring and asked my name/ Why, that poor boy would die of shame.” Niemand kon vermoeden dat ze elkaar nog eens zouden treffen.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778074-559ab9.jpg|https://images.nrc.nl/tf7VRpw_jD6RlgCJF1Y5PnYlsgI=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778074-559ab9.jpg|https://images.nrc.nl/gebsFCWMORYmui251qKX27VMzpc=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778074-559ab9.jpg)
In Mexico brachten de Amerikaanse atleten Tommie Smith en John Carlos, met respectievelijk olympisch goud en zilver om hun nek, op het podium tijdens het Amerikaanse volkslied een saluut aan de Black Power-beweging. Met een opgestoken en gebalde vuist in een zwarte handschoen.
Foreman won anderhalve week later olympisch goud en toverde een Amerikaans vlaggetje tevoorschijn, kuste het en wapperde ermee tijdens zijn ererondje door de ring. Een echte patriot, noemde Richard Nixon hem een dag later tijdens een verkiezingsbijeenkomst in bokstempel Madison Square Garden in New York. Maar Foreman liet zich niet in het kamp van de Republikeinse presidentskandidaat trekken. Hij steunde de Democraat Hubert Humphreys, omdat het Job Corps van de Democratische president Johnson hem uit de ghetto had gehaald.
Waar Smith en Carlos trotse Afro-Amerikanen waren die het olympische protocol doorbraken, was Foreman gewoon een trotse Amerikaan. Hij wás ‘black power’. „De tegenstelling tussen die twee iconische gebaren symboliseerde de verdeeldheid die er eind jaren 60 begin jaren 70 in de Amerikaanse samenleving was”, schrijft Lewis A. Erenberg in zijn boek The Rumble in the Jungle – Muhammad Ali and George Foreman on the Global Stage.
Met herdershond in Congo
Foreman debuteerde als profbokser in 1969 in Madison Square Garden, in een Ali-loze bokswereld. Die was sinds 1967 uit het boksen verbannen (en zijn wereldtitel afgepakt), omdat hij weigerde in militaire dienst te gaan. Pas in het najaar van 1970 keerde hij terug. Ali verloor een jaar later ‘The Fight of the Century’ van wereldkampioen Joe Frazier en in januari 1973 veroverde de onstuitbare Foreman op Jamaica de wereldtitel door gehakt te maken van ‘Smokin’ Joe’. Tijdens ‘The Sundown Showdown’ sloeg hij de wereldkampioen maar liefst zes keer tegen het canvas en halverwege de tweede ronde vond de scheidsrechter het mooi geweest.
De herkansing die de in 2011 overleden Frazier wilde, kwam er niet, omdat Ali hem een jaar later de weg versperde. En zo werd Ali Foremans uitdager. In een sterk staaltje sportswashing avant la lettre timmerde promotor Don King in het najaar van ’74 de Rumble in the Jungle in elkaar, in het huidige Congo, en gefinancierd door dictator Joseph-Désiré Mobutu – voor elke bokser 5 miljoen dollar. In het gastland was Ali door zijn bijzondere carrière en zijn strijd voor Afro-Amerikanen al veel populairder, maar Foreman maakte het verschil nog groter toen hij in Kinshasa uit het vliegtuig stapte met een Duitse herder, de hondensoort waarmee de Belgische kolonisator de Congolezen er tot de onafhankelijkheid onder had gehouden.
Meer tegenslag: tijdens een sparringsessie liep Foreman een hoofdwond op en het gevecht werd zes weken uitgesteld. Al die tijd bleven Ali en Foreman, en veel journalisten, in Congo. Op 30 oktober was het zover, in de openlucht in Kinshasa. Foreman was de torenhoge favoriet en kenners waren bang dat Ali’s laatste uur geslagen had. Maar net zoals in 1964 wereldkampioen Sonny Liston door Ali werd verrast, was het nu Foreman die op spectaculaire wijze werd onttroond.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778047-130572.jpg|https://images.nrc.nl/Jo5bo6e-1-ByktwXZgxuplAd8pk=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778047-130572.jpg|https://images.nrc.nl/iDfsU6FD21VmeFfXNNxi3G_Yy2A=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778047-130572.jpg)
Omdat Foreman zijn gevechten doorgaans snel besliste, paste Ali de ‘rope a dope’-tactiek toe: door achterover in de touwen te hangen en Foreman erop los te laten beuken, putte hij de wereldkampioen uit, om in de achtste ronde de rollen om te draaien en de zeven jaar jongere Foreman tegen het canvas te slaan.
Captain Cheeseburger
De verliezer zei het boksen in 1977 vaarwel, ontgoocheld en vernederd. Na zijn laatste gevecht had hij in de kleedkamer naar eigen zeggen een ervaring die zijn leven weer een nieuwe wending gaf: God deed een beroep op hem. Niet veel later stond Foreman als voorganger in de First Church of the Lord Jesus Christ in Houston. Vlak bij de kerk leerden veel kinderen boksen in het jongerencentrum dat hij opzette.
In 1987 maakte Foreman, 37 jaar oud, een verrassende comeback. Hij werd aanvankelijk niet serieus genomen en droeg daar aan bij door zichzelf Captain Cheesburger te noemen. De pers waardeerde vooral zijn humor, maar gaandeweg ook zijn prestaties. In 1991, de veertig gepasseerd, verloor hij een titelgevecht tegen Evander Holyfield maar won hij respect, in Trump Plaza in Atlantic City. In 1994 lukte het wel: Foreman heroverde twintig jaar na de ‘Rumble’ de wereldtitel, tegen Michael Moorer. Op z’n 45ste was hij de oudste wereldkampioen in het zwaargewicht. Saillant: de trainer die met hem de lange weg naar de titel had afgelegd was de vroegere trainer van Ali, Angelo Dundee, medeverantwoordelijk voor zijn grootste nederlaag. Dundee zag die avond in Las Vegas hoe Foreman zich na twee decennia van een zware last bevrijdde. Drie jaar later stopte hij.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778065-49e269.jpg|https://images.nrc.nl/_40iQV5Ii4WVq1W1ao_FmINEmvs=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778065-49e269.jpg|https://images.nrc.nl/MZ2HMuM_ckkSJkgXPfsipyYAT1Y=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129778065-49e269.jpg)
Foreman werd vervolgens een succesvol zakenman. Met een grill die zijn naam droeg, de George Foreman Lean Mean Fat-Reducing Grilling Machine, kortweg de George Foreman Grill, verdiende hij meer dan met boksen. In 2002 kwam Foreman zijn grill in Nederland promoten. NRC-redacteur Mark Hoogstad was erbij en tekende in Breda onder meer Foremans antwoord op op de vraag waarom hij al zijn vijf zoons zijn eigen voornaam had gegeven, George Edward: „Als bokser moet je voorbereid zijn op geheugenverlies.”
Net als de in 2016 overleden Ali was Foreman behalve een kampioen van de buitencategorie en een grote persoonlijkheid een grappenmaker. Ook in 2007, toen hij verstek moest laten gaan op een feestje in Louisville ter ere van Ali’s 65ste verjaardag; hij moest preken in zijn kerk in Houston. Na de dienst was hij er via een telefoonverbinding toch nog even bij, en groette hij de jarige, die een goede vriend was geworden. Hoe de kerkdienst was verlopen, werd hem gevraagd. Foreman: „I knocked ’m all out.”
