Tijdens het staartje van de laatste ijstijd en de millennia daarna, tussen de 13.700 en 6.200 jaar geleden, steeg de zeespiegel met snelheden tot bijna een centimeter per jaar. Dat schrijven onderzoekers van onder meer het Nederlandse kennisinstituut Deltares deze week in Nature. De periodes met extra snelle stijging werden veroorzaakt door het smelten van de Noord-Amerikaanse en Antarctische ijskappen. Die snelheden geven een inkijkje in wat ons de komende eeuwen mogelijk te wachten staat.
Juist nu het klimaat steeds verder opwarmt, zijn nauwkeurige methodes om zeespiegelstijging te voorspellen cruciaal. Het Intergovernmental Panel on Climate Change verwacht de komende eeuwen een stijging te zien die niet meer is waargenomen sinds het vroege Holoceen, rond de 11.700 jaar geleden. Maar gegevens over hoe snel die stijging destijds precies ging, zijn schaars, omdat de veranderingen in ijsvolume en de exacte timing daarvan onbekend zijn.
Voor betrouwbare reconstructies heb je meetpunten op het land nodig die inzicht geven in het vroegere zeespiegelniveau. Koraalriffen, veenlagen of archeologische nederzettingen bijvoorbeeld die iets zeggen over waar de zee juist wel of niet was. Het lastige is dat juist de punten uit het vroege Holoceen, toen de zee lager stond, nu vaak onder water liggen en dus lastig te bemonsteren zijn.
Een locatie waar dergelijke SLIP’s (sea-level index points) wel relatief gemakkelijk (en dus goedkoop) te bereiken zijn is de Noordzee, vanwege de geringe diepte. En laat zich daar nu precies een veenrijke, archeologisch interessante locatie bevinden: het ‘verdronken’ Doggerland.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129655565-d9f4bd.jpg|https://images.nrc.nl/Ker5h1EwJcgxGOucPwTDHiMJRZ4=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129655565-d9f4bd.jpg|https://images.nrc.nl/A9T1852CF98axCcACGelpoyXZ4I=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data129655565-d9f4bd.jpg)
Grasvlakte met mammoeten
De Noordzee was niet altijd de Noordzee. Tijdens de laatste ijstijd, de Weichsel-ijstijd – van 116.000 jaar geleden tot 11.700 jaar geleden – kon je van Nederland naar Groot-Brittannië lopen over een uitgestrekte grasvlakte. Mammoeten en wolharige neushoorns graasden er, mensen jaagden er. En toen de zeespiegel begon te stijgen, bleef één hooggelegen gebied nog boven het water uitsteken, tot zo’n 8.000 jaar geleden: Doggerland. In die tijd werd het ook bewoond door mensen.
Dankzij SLIP’s uit Doggerland heeft het huidige onderzoeksteam nu de snelheden van de vroegere zeespiegelstijging weten te construeren, zegt hoofdauteur Marc Hijma van Deltares. „In sommige fasen steeg het water rond de 1 meter per eeuw.” In Nederland ligt de huidige stijging rond de 3 millimeter per jaar, oftewel 30 centimeter per eeuw. In hun berekening hielden de onderzoekers ook rekening met de ‘glaciale wip’: het gegeven dat Nederland en de Noordzee nog altijd met enkele millimeters per jaar dalen en noordelijke landen zoals Noorwegen en Zweden juist stijgen. Die laatste landen gingen tijdens de Weichsel-ijstijd onder kilometersdikke ijspakketten schuil, waardoor het land naar beneden werd geduwd. Sinds het ijs gesmolten is veren ze nog altijd geleidelijk terug, terwijl het gebied aan de zuidkant van de wip dus juist daalt.
De onderzoekers berekenden ook hoeveel de zee in totaal steeg in de periode van 11.000 jaar geleden tot 3.000 jaar geleden: daarover lopen de schattingen sterk uiteen. Op basis van de SLIP’s kwamen ze uit op zo’n 38 meter.
Lees ook
Ons Atlantis: een paradijs dat in de Noordzee verdween
